maandag, november 02, 2009

NTGent: Krapps laatste band

Er zijn Beckett-liefhebbers en Beckett-haters. De echte liefhebber is een religieuze volgeling die alles wat Beckett heeft geschreven heilig verklaard, de hater is iemand die het allemaal maar lege en kale onzin vindt zonder verhaal en zonder zin. Ik neig meer naar de kant van de eerste categorie, de liefhebbers, alhoewel niet helemaal. Ik heb weinig behoefte aan een logisch verhaal waarvan het einde in vele gevallen al zie aankomen. Ik hou van de humor van Beckett waarvoor je, zoals bij elk soort humor, gevoelig moet zijn. Maar als er een Beckett in de stad is probeer ik wel altijd te gaan. Wachten op Godot van Oostpool moet ik missen (vanavond in de Rotterdamse Schouwburg), maar gelukkig kon ik Krapps laatste band van NTGent met Steven van Watermeulen wel zien.

Het NTGent heeft een zeer uitgebreid programmaboekje bij het stuk (te downloaden van hun website) waarin ze uitvoerig uitleggen waar het stuk over gaat. Een oudere schrijver leeft alleen met zijn herinneringen en de opnames die hij van zichzelf gemaakt heeft, ieder jaar op hetzelfde moment, op de vooravond van zijn verjaardag. Het grootste gedeelte van het stuk luistert de acteur die Krapp speelt naar opnamen en geeft commentaar. Het is het jaar voor zijn 39e verjaardag, het jaar waarin zijn moeder sterft en hij afscheid neemt van de liefde om zich geheel te wijden aan de kunst, het schrijverschap.

Steven van Watermeulen als Krapp komt naakt op. In een grote hoop zand zoekt hij zijn kledingstukken, graaft ze één voor één op als zijn ze afkomstig uit zijn verleden. Van het stille spel voordat de tekst start maakt hij een uitgebreide clownsact. Hij eet twee bananen, drinkt enkele glazen champagne, zoekt in een groot boek dat hij dicht bij zijn ogen moet houden want Krapp is slechtziend.

Al met al is het een uitvoering vrij getrouw aan de tekst van Beckett (achteraf kijk ik het thuis nog even na), fenomenaal uitgevoerd. Wat mijn stelling bewijst dat je makkelijk kunt rommelen met de regieaanwijzingen van Beckett, maar dat Beckett eigenlijk altijd gelijk heeft. Zelf heb ik in het verleden ook pogingen ondernomen Beckett naar mijn eigen hand te zetten, maar dat is hondmoeilijk en bewijst zijn genialiteit als toneelschrijver. Ik houd niet van verkiezingen (beste dit, beste dat, grootste Nederlander, canon van de wetenschap, grootste Rotterdammer, etc.) maar vind het geen wonder dat Wachten op Godot als beste theaterstuk aller tijden uit de verkiezing van Theatermaker en Moose is gekomen.

Geen opmerkingen: