dinsdag, februari 26, 2013

Vrouw en paard (2)

(Vervolg)
Om negen uur kom ik aan bij de studio waar we de monoloog gaan maken. Een EENdagsvlieg, in één dag. De straat is afgezet, er staat een brandweerauto en er zijn nogal wat mannen in overalls op de been. Even ben ik bang dat de studio in brand heeft gestaan en dat het feest alsnog niet doorgaat, maar dat blijkt niet het geval. Er is ergens een gaslek maar de mannen vinden het blijkbaar niet ernstig genoeg om ons weg te sturen.

Binnen zit al een gezelschap rond de tafel te wachten. Minnekus, de regisseur die ook een voorstelling gaat maken, zijn vriend Onno en Betty hun dramaturg. Van de laatste heb ik gisteren ontdekt dat het dezelfde Betty is in wiens kamer in Utrecht mijn jongste dochter een jaar lang heeft gewoond. Vooraan aan de tafel zit Sirin, een mooie jonge Turks ogende jongedame, met een prachtige zachte g, die onze dramaturg zal zijn. Ook Kees, de organisator en initiator van het EENdagsvliegidee, is aanwezig. Vlak na mij komt ook Mariet binnen. De actrice die zo'n tien uur daarvoor heeft besloten de gok toch maar te wagen hoewel ze het vreselijk eng vindt hieraan mee te doen. Het wachten is nog op Bas, de doofstomme acteur van Minnekus, en Emmy, de doventolk. Zij komen even later binnen en dan kunnen we beginnen.

In het bijgevoegde filmpje onze verwachtingen aan de start van de ochtend.


Wij kiezen de ruimte met de grote tafel zodat we de kranten die ik heb meegenomen daarop kunnen uitspreiden. Ik hak snel de knoop door wat het onderwerp van onze EENdagsvlieg zal worden. Er is niet echt één onderwerp dat alle voorpagina's haalt, maar er zijn twee onderwerpen die de laatste dagen de gemoederen bezighouden. Het eerste is de moord op zijn vrouw door de atleet die Blade Runner wordt genoemd, het tweede is het paardenvlees-schandaal. Dat laatste onderwerp wordt het.

Mariet leest een stukje voor uit een interview met een paardenslachter en daar zie ik al onmiddellijk een scène in. We scheuren alle artikelen over het onderwerp uit de kranten en gaan aan de slag. Eerst met een persoonlijke herinnering van Mariet aan vroeger toen ze naar haar oom en tante ging die gek waren van paarden. Ik laat haar een oma spelen die herinneringen ophaalt aan vroeger. Tussendoor is ook Gerda aangekomen die de vormgeving doet en alle drie, Gerda, Sirin en ik, zijn onmiddellijk onder de indruk van wat Mariet als speelster ons aanbiedt.

Zo maken we gedurende de ochtend langzamerhand, steeds opnieuw proberend en veranderend, vijf scènes. De oma, een paardenmeisje, een monoloog van een paard, een anti-paardenmeisje en de paardenslachter. Zo gaan we de lunch in, zodat we na de lunch kunnen gaan monteren. Tijdens de lunch spreken we met de andere groep af dat we aan het einde van de middag, voordat we naar het theater gaan, een zogenaamd toon-moment inplannen waar we elkaar wat we gemaakt hebben gaan laten zien en kunnen becommentariëren.

's Middags, nadat ik snel een montage heb gemaakt, begint het echte repeteren. Zo rond de middag zegt Mariet dat ze heel erg blij is dat ze toch heeft besloten mee te doen. Dat is te merken ook. Ze geeft zich helemaal en langzamerhand worden de losse scènes een voorstellinkje. Kort maar spannend. Met zijn drieën zitten Sirin, Gerda en ik om en om aanwijzingen te geven waardoor de voorstelling groeit en groeit.

Voordat we naar het theater gaan laten we elkaar onze voorstellingen zien. Ik ben onder de indruk van doofstomme Bas die de openingsmonoloog van Richard III speelt. Alleen met gebaren en met mimiek. Hier en daar zegt de doventolk Emmy een paar woorden om de handeling iets meer richting te geven.

Dan speelt Mariet haar monoloog waar ik op het laatste moment nog wat muziek bij doe in de laatste scène, die van de paardenslager. Betty, die zelf een ex-paardenmeisje is, geeft nog een tip over hoe mensen met paarden omgaan, we besluiten op het laatste moment dat de monoloog van het paard ook van papier gelezen kan worden. De zwabber die masker was in die monoloog wordt pruik, en daardoor wordt op het laatste moment de voorstelling toch nog net iets sterker.

Klaar om naar het theater te gaan. Uiteindelijk is alle vormgeving teruggebracht tot een zwabber en een krukje maar in het theater sneuvelt het krukje ook nog. Een actrice met een zwabber die een paard voorstelt, dat is alles wat er over blijft.

Als slot van de avond speelt Mariet een energieke voorstelling die met luid applaus besloten wordt. Na de voorstelling hebben de bezoekers hun bevindingen op post-its geschreven en die op de deur in de foyer geplakt. Kees heeft de teksten van de post-its verzameld en naar ons gemaild. Als we een paar dagen later die uitbundig lovende feedback van de bezoekers van het festival op onze voorstelling ontvangen, kunnen we niet anders dan trots op onszelf zijn.

donderdag, februari 21, 2013

Vrouw en paard (1)

Twee dagen voordat ik mijn EENdagsvlieg ga maken voor het Monologenfestival 2013 heb ik op donderdag contact met mijn actrice. Ze is al vanaf woensdag ziek. Griep. Het is donderdag en heeft dus nog twee dagen om beter te worden. We houden contact, spreken we af, in het ergste geval gaat het niet door.

Vrijdag tussen de middag gaat het beter. De koorts is verdwenen. Aan het einde van de middag zullen we weer bellen. Om half vijf gaat het niet beter. Integendeel. Het gaat haar niet lukken om morgen te spelen. Wat nu? Een andere speler zoeken. Er is nog niets voorbereid of ingestudeerd. Wat dat betreft kan het met een andere speler alsnog doorgaan.

Ik bel iedereen die ik kan bedenken. De spelers van De Mooie Onbekende. Mijn netwerk van acteurs en actrices. De meesten willen graag maar niemand kan. Ik ga eten en 's avonds naar de eerste avond van het Monologenfestival. Wie weet vind ik daar nog iemand.

Met mijn jas nog aan vraag ik de eerste de beste actrice die ik zie. Zou jij me kunnen helpen? Met je jas uittrekken? vraagt ze me gevat. Ze is niet de eerste de beste actrice en ze kan helaas niet, maar ze wil als ik echt niemand vind vinden haar best doen om een afspraak morgen voor mij af te zeggen.

Dan komt Mariet binnen en ik overval haar met mijn vraag. Ze heeft haar jas nog aan. Ze stribbelt tegen want wil graag spelen en kan morgen ook maar ze vindt het vreselijk eng. Dus zoek ik verder. Overal hetzelfde verhaal. Iedereen wil maar kan niet. Te kort dag. Andere afspraken.

De beheerder van 't Kapelletje, Dick, belt in de pauze naar zo'n beetje alle spelers van het Klein Rotterdams Toneel, de groep waar hij zelf lid van is en die ik eerder heb geregisseerd. Overal nul op request. Aan het einde van de avond keer ik terug naar Mariet. Al haar vriendinnen zeggen dat ze het moet doen. Ik zeg dat ze het moet doen.

Uiteindelijk, om elf uur, tien uur voor de start van de EENdagsvlieg, stemt ze gelukkig toe. Ik heb een actrice!

(Wordt vervolgd)

woensdag, februari 20, 2013

Victor Hugo: Notre-Dame de Paris

Ze blijven aan me trekken, de klassieken. In december speelde in 't Kapelletje de voorstelling De klokkenluider van de Euromast, losjes gebaseerd op de Disney-film De klokkenluider van de Notre-Dame, die weer gebaseerd was op het gelijknamige boek van Victor Hugo. Alhoewel, gelijknamig? De oorspronkelijke titel van het boek is Notre-Dame de Paris en die titel doet het boek meer recht dan Quasimodo, de klokkenluider, tot hoofdpersoon uit te roepen. De werkelijke hoofdpersoon van het boek is namelijk de kathedraal in het centrum van Parijs.

Hoofdstukken lang gaat het boek over de stad Parijs, hoe die in de tijd dat het boek speelt er uit zag, rond 1482, en hoe het er in het nu van de schrijver, 1830, uitziet. Pagina's lang zet de schrijver de handeling stil voor een verhandeling over het uiterlijk van de stad. Dat klinkt saai en deze hoofdstukken sloeg ik zelfs eerst even over. Maar het boek is uiteindelijk toch niet voor niets een klassieker, het is een prachtig verhaal over liefde en jaloezie tussen een groot aantal hoofdrolspelers die zich allemaal rond de Notre-Dame bewegen.

Ook zit er veel humor in het boek. Hugo is bijvoorbeeld een stuk komischer dan Dumas in De graaf van Monte-Cristo. Notre-Dame de Paris is een spannend verhaal maar met een groot aantal komische passages. Koning Lodewijk de Zesde wordt geschetst als een gierig man, die wel geld aan zijn eigen gezondheid en veiligheid uit wil geven, maar niet aan zijn ondergeschikten. Pierre Gringoire, de schrijver en filosoof, is een belangrijke bijfiguur. Hij trouwt met Esmeralda maar zijn liefde voor haar wordt niet beantwoord en hij wordt verliefd op haar geit Djali.

De belangrijkste handeling voltrekt zich rondom Claude Frollo, de aartsdeken, die ondanks zijn celibaat verliefd wordt op de Egyptische La Esmeralda, een zigeunerin die danst en zingt op het plein voor de kathedraal. Hij probeert haar te schaken met de hulp van Quasimodo die hij als vondeling heeft opgevoed en als klokkenluider heeft aangesteld. Zij wordt gered door kapitein Phoebus, een enigszins lichtzinnige militair, die haar, La Esmeralda, in bed probeert te lokken alhoewel hij verloofd is, en later ook trouwt, met een adellijke jongedame.

De plot is te ingewikkeld om na te vertellen maar in zo'n 400 pagina's voltrekt zich zo langzamerhand een drama dat zo gruwelijk en bloederig is dat ik me niet kan voorstellen hoe daar een Disney-film van gemaakt is zonder het origineel verschrikkelijk geweld aan te doen. Bijna niemand overleeft de geschiedenis en daarbij leeft niemand lang en gelukkig. In het een na laatste hoofdstuk trouwt Phoebus toch nog, maar van hem wordt gezegd: "Phoebus Chateaupers kwam ook tragisch aan zijn eind: hij trouwde."

Foto: het standbeeld van Victor Hugo in zijn geboorteplaats Besançon, door mij tijdens de afgelopen zomervakantie gefotografeerd.

dinsdag, februari 19, 2013

Monologenfestival 2013

Het Monologenfestival zit er weer op. Vrijdag, zaterdag en zondag waren in totaal zo'n twintig monologen te zien in theater 't Kapelletje. Net als vorig jaar was er geen wedstrijd maar wel de mogelijkheid tot het geven van feedback aan spelers en regisseurs. Nieuw dit jaar waren de EENdagsvliegen, monologen gemaakt in één dag. Speler en regisseur startten 's ochtends om 9 uur, om 5 uur moest de monoloog klaar zijn en 's avonds werd de monoloog gespeeld voor publiek. Dit bleek een geweldig idee want mijns inziens stalen de EENdagsvliegen de show op het festival.

Mijn persoonlijke favoriet was de allerlaatste, vlak voor het einde van de laatste avond, geregisseerd door Mirjam Veldhuijzen van Zanten en gespeeld door Carlijn Post. Met als tekst het recept voor een cake speelde de laatstgenoemde een absurdische voorstelling waarin de voorwerpen en ingrediënten tegen haar spraken. Vooral de mimiek van Carlijn Post is geweldig mooi om naar te kijken.

Maar er was meer moois te zien. De geheel op rijm gestelde monoloog van Patrick Ribeiro over rozen en liefde bijvoorbeeld. Ontroerend. De EENdagsvlieg van Tessa Naber gespeeld door de Vlaamse Bram Kelchtermans over de liefde tussen man en etalagepop. En dan de EENdagsvlieg van doofstomme Bas Bonnier, waarmee Minnekus al eerder de voorstelling Broers maakte. De openingsmonoloog van Richard III van Shakespeare werd door hem meer uitgebeeld dan gespeeld. Bij hem is het net als bij Carlijn Post de mimiek die grote indruk maakt.

Het meest gelachen heb ik denk ik bij de monoloog van Eddy Geerlings naar teksten van Adriaan Morriën. Hij speelde de schrijver die nadenkt over een nieuw verhaal, in lange kinderlokkersjas en met een klapstoeltje en een stapel papier dwaalde hij over het toneel. Soms ineens verwonderd opkijkend als hij het publiek ontdekte. Grappig en ontroerend tegelijk.

Een spannend verhaal was de monoloog van Wijnand Westerveld in de regie van Peter Weeting. Hier en daar een tikje richtingloos, waarom kijkt hij op zijn horloge en waarom komt hij ineens weer terug, maar over het geheel genomen een krachtig stukje theater.

Iedere avond werd afgesloten met een monologische freestyle door Aloali Kananpour, een jonge man die in een lang gedicht de avond nog eens voor iedereen samenvatte. Van een velletje papier las hij zijn visie op de avond voor, op rijm. Knap om dat op deze manier in zo'n korte tijd te doen. Hadden de makers van de EENdagsvliegen een hele dag, hij moest het in een paar uur doen.

Natuurlijk waren er ook monologen waar ik minder aan vond, maar over het algemeen heb ik weer genoten van het festival waarop ik zelf ook een EENdagsvlieg mocht maken, maar daarover een apart stukje. Volgend jaar is er hopelijk weer een Monologenfestival en hopelijk doe ik zelf dan ook weer mee.

zondag, februari 10, 2013

101 maal Simenon

Zo'n vijfhonderd boeken heeft de Luikse schrijver Georges Simenon geschreven. Een groot aantal over de bekende politiecommissaris Maigret. Hij is daarmee een van de meest gelezen en meest verfilmde schrijvers van de twintigste eeuw. Alweer enige tijd geleden schreef ik in mijn weblog dat ik als ik op vakantie ga vaak een roman van Simenon meeneem. Dat was aanleiding voor ex-dokter Kees, die sinds enige tijd geen dokter meer is, mij de Simenon-collectie van zijn moeder te beloven. Zelf zal zij die niet meer herlezen. Haar huis moest worden leeggehaald, ze woont in een verzorgingstehuis, en de boeken moesten weg.

Vrijdag was het zover. Met een grote doos boeken stond Kees voor de deur. De meeste van die boeken getooid met een omslag van Dick Bruna, een wereldberoemde tekenaar. Ongeveer twee boekenplanken vol. Nadat ik de dubbele er uit had gehaald (er zaten twee dubbele bij), de boeken die ik zelf al had (ook twee stuks) en de boeken zonder Dick Bruna-omslag, bleven er 101 boeken over. Dus zo'n tienduizend pagina's Simenon. Dat lijkt veel maar is als het totale aantal van vijfhonderd boeken klopt dus ongeveer een vijfde van wat hij heeft geschreven.

Als ik het boek uit heb dat ik momenteel aan het lezen ben begin ik gelijk aan Maigret in Holland. Volgens Simenon de allereerste Maigret, geschreven in Delfzijl, waar de commissaris op de eerste pagina's met de trein aankomt. Zelf kwam Simenon niet per trein naar Delfzijl, maar met zijn eigen boot, op een bootreis langs de Noordelijke kusten van Europa.

donderdag, februari 07, 2013

IFFR 2013: Stoker

Bij Stoker denk ik onmiddellijk aan Bram Stoker, de schrijver van Dracula. Maar ondanks dat de film Stoker griezelige trekjes heeft, heeft het daar niets mee te maken. Deze film gaat over de familie Stoker, een nogal vreemde familie. Dochter India ziet dingen die er niet zijn, moeder is een tikkeltje waanzinnig en dan duikt op de dag van de begrafenis van haar vader ook nog een onbekende oom op waarvan de dochter het bestaan niet wist.

Dit is de nieuwe film van Koreaanse regisseur Park Chan-wook, Hitchockiaanse thriller. In het gesprek vooraf met festivaldirecteur noemt hij de titel Shadow of a doubt van de legendarische Engelse regisseur. Daar doet de film ook het meest aan denken (ondanks het tweetal douche-scènes en de nogal op Anthony Perkins gelijkende Matthew Woode die de hoofdrol speelt). Zelfs de naam van de oom (Charlie) verwijst naar de Hitchcock-klassieker.

Net als Hitchcock (en net als zijn eerdere film Oldboy) is het een psycho-sexuele thriller die draait om een jonge vrouw en een myserieuze 'uncle Charlie'. Eerst lijkt het er op dat de weduwe, de moeder van India, onmiddellijk na de dood van haar man diens broer gaat versieren maar zijn aandacht richt zich al snel op India. Eén voor één verdwijnen er personen in de omgeving van het gezin. De huishoudster en plotseling opduikend familielid dat India probeert te waarschuwen voor haar oom Charlie.

Net als Oldboy is deze film prachtig vormgegeven. Spinnen en insecten kruipen langzaam omhoog en onder de rokken van de hoofdpersoon. Haar dat wrodt gekamd gaat vloeiend over in een wuivend grasveld, bloemen veranderen van kleur, van wit in bloedrood.

Als ik tussen de twee films zou moeten kiezen dan zou ik denk ik Oldboy kiezen maar dit Amerikaanse debuut (met Engelse en Australische acteurs zoals de regisseur in het voorgesprek fijntjes opmerkte) is prachtig. Aanrader!

woensdag, februari 06, 2013

IFFR 2013: Rotterdam Shorts

Peter Scholten speelde vroeger trompet in onze band Het Gebroken Oor maar heeft zich ondertussen ontwikkeld tot een verdienstelijk maker van schrijversportretten. De documentaires over o.a. Jan Cremer en Johnny van Doorn hebben nu een vervolg gekregen in Tamelijk Gelukkig, een documentaire over de Rotterdamse reisboekenschrijver Bob den Uyl. Maar is Bob den Uyl wel een reisboekenschrijver? In de documentaire wordt daar openlijk aan getwijfeld door vpro-corifeeën Jan Donkers en Peter Flik. Bob den Uyl reisde niet om ergens naar toe te gaan, maar om het reizen zelf. Een eigenschap, een gevoel dat mij erg aanspreekt. Zoals Johnny van Doorn een reis maakt door zijn eigen kamer, zo stapt Bob den Uyl in een willekeurige plaats op een trein en in een even zo willekeurige plaats er weer uit.

De film van Peter wordt voorafgegaan door een indrukwekkende film over het bombardement op Rotterdam, Herinneringen aan vuur, van Heddy Honigmann, vol met mannen en vrouwen die het bombardement hebben meegemaakt. Gelukkig niet alleen maar ellende, er zijn ook grappige momenten zoals wanneer het echtpaar op een bankje in de Karel Doormanstraat bekent dat ze elkaar toch maar niet vermoorden omdat dat zo'n rommel geeft. Ook de twee mannen met cowboyhoeden waarvan de ene verliefd werd op een molenaarsdochter zijn tegelijk aandoenlijk en grappig.

Maar ik ben gekomen voor de film Tamelijk gelukkig. Het is net als eerdere films een mooi samengevoegd geheel van archiefbeelden (weinig filmbeelden helaas van de cameraschuwe Bob den Uyl), foto's en gespeelde scènes. Het meest intrigerende voorbeeld van dat laatste is de scène uit het eerste van Den Uyl gepubliceerde verhaal over een man die bevolkingsonderzoek doet. Een heerlijk absurd verhaal met onverwachte wendingen gespeeld door Aat Ceelen en Loes Luca. Maar juist de archiefbeelden en foto's geven op een geweldige manier het tijdsbeeld weer waarin Den Uyl zijn oeuvre creëerde.

Al met al een film die je uitnodigt om naar de bibliotheek of boekhandel te lopen om opnieuw het werk van Bob den Uyl te gaan lezen.