maandag, december 26, 2016

André Gide: La symphonie pastorale

La symphonie pastorale las ik voor het eerst op de middelbare school. Voor de literatuurlijst van Frans. Er was een schooleditie van met woordenlijst. Het enige wat ik me er van herinnerde was dat de ik-figuur, een dominee, aan Gertrude, een blinde jonge vrouw, uitlegt wat kleuren zijn aan de hand van de noten van de toonladder. De zes noten staan voor de zes kleuren van de regenboog.

Omdat ik de rest van het boek compleet vergeten was, maar me nog wel herinnerde dat ik het een prachtig boek vond kon het geen kwaad het nogmaals te lezen. Ik vond het in een boekenkastje buiten op straat bij een kerk in de Javastraat te Amsterdam met de oproep mee te nemen wat er van je gading is.

Uitgekomen in 1922 heeft het nog niets van zijn charme verloren. Een dominee vindt aan het doodsbed van een pas gestorven vrouw een blind nichtje. Een weesmeisje van ongeveer vijftien-zestien jaar. Hij besluit dat uit christelijke naastenliefde mee naar huis te nemen om het op te voeden. Zijn vrouw Amélie stribbelt tegen, nog een mond om te voeden. Maar de dominee houdt voet bij stuk en langzamerhand ontwikkelt Gertrude zich tot een intelligente jonge vrouw.

De dominee neemt haar mee naar een uitvoering van de Pastorale Symfonie van Beethoven en zonder noten te kunnen lezen ontwikkelt ze zich ook nog eens tot organist. Van tijd tot tijd oefent ze in een klein kerkje in de buurt op het orgel. Als de dominee haar op zekere dag af komt halen ziet hij dat zijn zoon Jacques bij haar zit, haar aanwijzingen geeft, en haar hand vasthoudt. Later verklaart Jacques dat hij van haar houdt en met haar wil trouwen.

De dominee verbiedt zijn zoon met haar te trouwen en zendt hem weg op de tocht door de bergen die Jacques met een vriend heeft afgesproken. Dan wijst zijn vrouw hem er op wat er werkelijk met hem zelf aan de hand is. Hij is verliefd geworden op Gertrude. Ook Gertrude verklaart hem vervolgens de liefde. Ze weet dat Jacques van haar houdt maar ook dat zij niet van Jacques houdt maar van de dominee. Hij ziet zijn dwaling en de gevaren daarvan in en besluit Gertrude onder te brengen in het huis van een oudere dame, Mlle Louise M.

Via het dagboek van de dominee wordt dit verhaal stukjes bij beetjes verteld, steeds meer tipjes van de sluier worden opgelicht. Zoals de ontdekking dat hij zelf verliefd is op Gertrude. Een dilemma, want hij is getrouwd, zij is veel jonger dan hij, zij is blind en hij is haar leraar en opvoeder. De worsteling met zijn gevoelens, de strijd tussen goed en kwaad, natuur en wetten, schuld en boete, worden door Andé Gide geweldig mooi beschreven. Naar het einde toe worden de hoofstukken korter en komt het verhaal in een stroomversnelling en raast dan naar het dramatische einde.

De thema's die in het boek worden behandeld zijn van alle tijden. De strijd tussen de vader en de zoon die zich afspeelt via bijbelteksten. De zoon, die zich later tot het katholieke geloof bekeert, houdt zich vast aan de teksten van Paulus. De vader wil zich alleen richten naar de teksten van Jezus zelf. De blinde Gertrude is onschuldig, maar als ze van haar oogafwijking wordt genezen, voelt ze zich opeens schuldig aan een verboden liefde. Ze ziet dan in dat ze niet van de vader houdt maar van de zoon.

Het laatste bracht mij op de gedachte van wie ze werkelijk houdt. Is het omdat de zoon jonger en mooier is dat ze van hem houdt of vanwege zijn ideeën? Toen ze blind was dacht ze immers dat ze van de vader hield. En is het leeftijdsverschil een barrière tussen de twee of het feit dat hij getrouwd is? Dat laatste wist ze vanaf het begin en belemmerde in eerste instantie haar liefde niet. In het ongewisse blijft tenslotte of de wederzijdse liefde tussen de dominee en Gertrude verder gaat dan een nachtelijke kus.

dinsdag, december 20, 2016

Marc Sleen: Nero, De Zwarte Voeten

Ik schrijf hier niet vaak over strips, met uitzondering wanneer ik over mijn broer G. Wasco schrijf. De laatste keer daarvoor was denk ik over Robert Crumb wie ik ook zeer bewonder. Maar onlangs overleed op 6 november vrij onopgemerkt in Nederland, Marc Sleen, de tekenaar van Nero en Co.

De dood van Marc Sleen maakte dat ik weer eens een album las van deze meester van het absurdisme, De Zwarte Voeten, waarin Nero te maken krijgt met buitenaardse wezens. Groene mannetjes met twee hoofden.

Zij hebben van hun leiders de opdracht gekregen in Vlaanderen zeven levers te pakken te krijgen. Een kiekefretterslever uit Brussel, een zoute lever uit Veurne, een cognaclever uit Ieper, een droge lever uit Aalst, een blauwe lever met suikersmaak uit Moerbeke, een zandlever uit Turnhout en een zwarte of koollever uit Zichem. Daarvoor moeten de bewuste Vlamingen wel worden opengesneden. Dat moeten Nero, Van Zwam, mevrouw Pheip, Jan Spier en Petatje tijdens een dolle rit door Vlaanderen op diverse voertuigen en achternagezeten door een diender, zien te voorkomen.

Humor zoals die alleen in België gemaakt kan worden, in de traditie van Marcel Broodthaers, Panamarenko en Kamagurka. Er zijn rond de tweehonderd albums waarmee Marc Sleen de recordhouder schijnt te zijn als striptekenaar met de langst lopende reeks getekend door één persoon.

In Hoeilaart staat een standbeeld van Nero maar op dit tweede album over Nero en zijn hoed (het elfde in de reeks over detective Van Zwam) is er al een standbeeld voor hem opgericht op de planeet Pompelanioem. Nu nog een standbeeld voor Marc Sleen (die al wel in 1999 geridderd is).

zondag, december 18, 2016

Wunderbaum: The future of sex

De vorm van The future of sex doet me denken aan oude voorstellingen van Wunderbaum zoals Stad I en II. Er is geen verhaal maar er zijn losse scènes rondom een thema, in dit geval heden, verleden en toekomst van seks. Personage als Sophie, Erika, Els, Merel, Henry, Christian en Bobbie vertellen over hun leven en hun omgang met seks.

Contactadvertenties, sadomasochisme, robotseks, pedofilie, Tinder-dating, aseksualiteit, van alles komt voorbij terwijl vanuit een bol de schrijver Arnon Grunberg toekijkt. Die aan het begin van het stuk een aantal lastige vragen voorgelegd krijgt. Lastige vragen die hij ongetwijfeld zelf bedacht heeft als schrijver van het stuk. Lastige vragen zoals "Als je zou moeten kiezen tussen het leegeten van een bord poep of een vogeltje dat iedere dag, de rest van je leven, één keer per dag in je mond schijt?" Maartje Remmers leest deze vragen van een briefje wat de suggestie wekt dat ze ze of zelf bedacht heeft of dat ze kiest uit een lange lijst vragen.

De acteurs, Maartje Remmers, Marleen Scholten, Matijs Jansen, zetten een groot aantal typetjes krachtig neer. Ondanks dat dat typetjes blijven zegt het stuk veel over de stand van zaken ten opzichte van seks in de huidige maatschappij. In het interview met Arnon Grunberg vraagt Maartje wat de toekomst van seks is. Grunberg antwoordt dat dat hetzelfde is als het verleden van seks. In zekere zin is dat inderdaad het geval. Menselijke relaties veranderen niet, alleen de wijze hoe we er tegen aan kijken kan veranderen en de techniek maakt nieuwe vormen van seks mogelijk. Maar zoals Els (ontroerend gespeeld door Marleen Scholten) worstelt met haar gevoelens voor haar minnaar Edouard, die we niet te zien krijgen, is van alle tijden.

Wat het koor precies doet in de voorstelling, wat de functie daarvan is, daar begrijp ik niets van, maar er wordt schitterend gezongen. Met het beeld van de bol die van binnen uit rood verlicht is en het koor daarvoor, prachtig zingend, had de voorstelling wat mij betreft kunnen eindigen.

Want het is jammer dat de voorstelling op het einde iets te lang door gaat. Alle spelers klimmen in de bol (die een webcam symboliseert hoor ik na de voorstelling) en beginnen een Peter Handke-achtig spreekkoor waarin ze vertellen dat ze 'de sletten van de toekomst' zijn. Daar had naar mijn idee iemand in moeten grijpen en zeggen "Zo is het wel genoeg. Stop!"

Ondanks dat een echt goede Wunderbaum voorstelling.

zaterdag, december 17, 2016

Bloet/Comp Marius/Kaaitheater: Ne swarte

Ne swarte is Jan Decortes versie van Othello van Shakespeare. Als altijd eigenzinnig en vrij. Ditmaal leest Jan Decorte geen teksten voor van papier maar vertelt hij tijdens het stuk drie persoonlijke verhalen en dat doet hij zittend op een cajon (een Spaanse houten kist om op te trommelen).

Als Decorte opkomt met twee krukken wordt hij geholpen en ondersteund door twee medespelers. Zijn linkerbeen zit in een brace. Dit heeft niets met het stuk of dramaturgie te maken vertelt hij ons. Er hoeft niets achter gezocht te worden. Hij heeft enkel last van zijn knie. Hij neemt plaats op de cajon en hij begint te vertellen over de jongen met de blauwe arm.

Een ontroerende jeugdherinnering over hoe hij in een klas kostschooljongens wordt uitverkoren om te trommelen bij een Afrikaans lied omdat hij de enige is die dat kan. Terwijl de andere jongens oefenen met de leraar mag hij in zijn eentje oefenen in een leeg lokaal. Onhandige puber als hij is weet hij al zwaaiend zijn trommelstokje vast te haken in een inktpot in één van de banken, dat omhoog te trekken en omgekeerd te laten leeglopen over één van de armen van zijn schooluniformjasje. Waardoor hij de trommelaar met de blauwe arm wordt. Tot verbazing van de toeschouwers, ouders en medeleerlingen.

Dit en de andere verhalen staan tegenover het verhaal van Othello dat door de acteurs wordt gespeeld en gedanst. Met name Herwig Ilegems is indrukwekkend. Het hele stuk zegt hij geen woord. Maar hij schreeuwt, blaft en beweegt als een vogel, als een hond. Hij steelt de show met zijn op het eerste gezicht onbegrijpelijke handelingen. Dat begint wanneer hij als start van het stuk met tape langzaam een hakenkruis op zijn witte hemd tapet. Daarmee verwijst hij naar het racisme waar Othello het slachtoffer van is en naar het persoonlijke drama van Jan Decorte, kind van foute ouders.

Als altijd is de vrouw van Jan Decorte van de partij, Sigrid Vinks, die ditmaal een ondeugende Jago speelt, de intrigant, de haatdragende adjudant van Othello die nadat hij niet de positie kreeg die hij had verwacht Othello ten gronde richt. Kris van Trier en Waas Gramser, de oprichters van Comp. Marius nemen de andere rollen voor hun rekening. Behalve die van Othello, die blijft in het stuk abstract aanwezig in de rol van Ilegems.

Het valt me op dat bij zowel de voorstellingen van Discordia als die van Jan Decorte het publiek voornamelijk bestaat uit oude grijze hoofden als ik, en middelbare scholieren onder begeleiding van een leraar. Het lijkt er op dat het vaste publiek is meegegroeid. Als dat straks te oud wordt om de tocht naar het theater nog te aanvaarden zal het waarschijnlijk snel afgelopen zijn met deze twee groepen die zich in de ogen van het grote publiek blijkbaar hebben overleefd (en wat betreft Discordia ook in de ogen van de subsidiegevers).

Toch zijn er in Vlaanderen nog fans over want gisteren stond een paginagroot artikel in NRC Handelsblad over Discordia naar aanleiding van de benefietvoorstellingen in de Monty in Antwerpen, georganiseerd om Discordia te redden. Vlaamse groepen als Tg Stan, Cie de Koe, Comp Marius en De Roovers, en het Nederlandse 't Barre Land zijn alle schatplichtig aan Discordia. Maar ook aan Jan Decorte.

Gelukkig zijn ze er allebei nog en zo lang ze nog naar Rotterdam komen blijf ik gaan, samen met de andere fans, en blijf ik me verbazen over hun prachtige vondsten, hun tekstbehandeling, hun nonchalance, hun uniciteit.

vrijdag, december 16, 2016

Frits Marnix Woudstra: Echo's van Egon


Na zijn boek over zijn zoon Lucas heeft mijn vriend Frits Marnix Woudstra nu een boek geschreven over zijn vader, Egon, ook bekend onder de schuilnamen Igor en Everhard van Woudschoten. Echo's van Egon. Een door Piet Schreuders als ouderwetse Penguin-pocket schitterend vormgegeven boekje met herinneringen en foto's. Een groene en een oranje versie. Terwijl het leven van Lucas dramatisch eindigde met zijn zelfgekozen dood begint het leven van Egon Woudstra gelijk al dramatisch als hij getuige is van het afvoeren van zijn vader.

De joodse Frits Samuel Woudstra, waarnaar Frits vernoemd werd, wordt tijdens de Tweede Wereldoorlog samen met zijn vier jaar oudere broer afgevoerd door de Enschedese politie en overlijdt kort daarna in kamp Mauthausen. En zoals Frits zich schuldig voelt omdat hij de dood van zijn zoon niet heeft weten te voorkomen, zo voelt zijn vader Egon zich schuldig dat hij de dood van zijn vader niet kon tegenhouden. Ook ziet Frits gelijkenissen tussen zijn zoon en zijn vader. Aan het einde van zijn leven zegt Egon 'Ik ben kapot', en ook Lucas zegt vlak voor zijn dood 'Ik ben net als opa Egon, ik ben kapot.'

Lezing van dit boekje riep bij mij natuurlijk ook herinneringen op aan de Egon die ik zelf gekend heb. Een charmante man, een levensgenieter. Maar dat hij in de oorlog Engelandvaarder was, opgeleid werd tot piloot en, misschien wel het voornaamste of juist niet, dat hij joods was, daarover vertelde hij nooit. Egon ontkende het joods zijn. Volgens hem was joods zijn een constructie, niet iets wat je bent.

Een echo van die gedachte las ik pas geleden in een artikel over Hanneke Groenteman die voor een televisieprogramma (van de EO) op zoek ging naar antisemitisme in hedendaags Amsterdam. Zoals je wel christen kunt worden of moslim, zo kun je niet kiezen om joods te worden. Je bent het of je bent het niet. En terwijl voor de joden zelf de lijn van joods zijn loopt via de vrouwelijke kant maakt dat voor de antisemiet geen enkel verschil. Je kunt niet ontsnappen aan je joods zijn.

Morgen is het 17 december, de dag waarop Lucas uit het leven stapte. Egon stapte niet uit het leven maar wel uit zijn huwelijk met de moeder van Frits. Na tien jaar getrouwd te zijn geweest verdween hij plotseling uit het leven van de zesjarige Frits. In het boek zoekt Frits naar antwoorden op de vragen die achterblijven, maar het mysterie kan niet meer opgehelderd worden.

De zoektocht is door Frits in dit kleine boekje van 96 pagina's mooi beschreven, in zijn geheel eigen stijl. Met uitweidingen over uitstapjes met zijn vader, muziek, over de thee die zijn vader dronk, over scheren met een kwast. Net als Lucas Casimir een gevoelig en indrukwekkend boek.

donderdag, december 08, 2016

De verleiders: Slikken en stikken

De dag nadat ik drie vrouwen hun visie heb horen geven op Macbeth en zijn tomeloze ambitie zie ik vijf mannen die hun ongezouten mening geven over het medisch industrieel complex. De Verleiders in hun vierde voorstelling. De Verleiders die eerder al onder andere het vastgoed en het bankwezen op de korrel namen in hun Brechtiaanse en cabareteske stukken. Het is een onderhoudende show waar vele feitjes voorbij komen en die veel kanten op gaat. Slikken en stikken pakt net iets te veel onderwerpen aan om echt de diepte in te kunnnen gaan. De verzekeringsmaatschappijen, de Big Pharma, de medici, de politiek en de regering en onszelf. Want wijzelf zijn het die misschien wel teveel verlangen.

De voorstelling begint met een lied op de tekst van Mens durf te leven, aangepast tot Mens durf te sterven. Dat is meteen het prikkelendste thema van voorstelling. In een monoloog laat George van Houts zien hoeveel mannen en vrouwen na hun vijfenzestigste levensjaar kosten aan medische ingrepen en medicijnen. Het astronomische bedrag van gemiddeld een ton per persoon. Daarop volgt de gedurfde theorie. Wat als mensen op hun tachtigste een contract tekenen om nog maar vijf jaar te leven, een ton uitgekeerd krijgen om daarvan vijf jaar lang de bloemetjes buiten te zetten om daarna op een gemakkelijke manier uit het leven te stappen? Rustig, met een pilletje of een injectie, in je slaap zoals eigenlijk iedereen wil sterven. Nu zijn de laatste jaren van iemand's leven een strijd tegen ziekte en dood, een worsteling die niemand wil. De oudere patiënt niet, de familie niet. Een intrigerend idee dat bij mij blijft hangen. Zou ik dat zelf willen? Misschien wel.

Voor het overige vind ik het geen geweldige voorstelling. NIet zoals Door de bank genomen. Er is een genante scène waarin de vrouwelijke Nederlandse minister van gezondheid wordt vernederd door de directeur van een Big Pharma firma. Een ongepaste en sexistische mannenscène. Het acteren is niet geweldig. George van Houts en Leopold Witte zijn goed, Tom de Ket is meer ideeënman dan acteur, Victor Lwöw doet hetzelfde wat hij altijd doet en wordt daardoor een karikatuur van zichzelf, Martijn Fischer, die Pierre Bokma vervangt bij De Verleiders, kan gelukkig erg mooi zingen.

Maar na een avond hogeschool acteren van de dames van Discordia valt dit toch een beetje tegen.

dinsdag, december 06, 2016

Discordia: Mevrouw Macbeth

In de serie Weiblicher Act van Discordia is dit aflevering 7 en die gaat over Mevrouw Macbeth. Over powervrouwen zoals Hillary Clinton, Beyoncé en Madonna. Drie vrouwen, Maureen Teeuwen, Annet Kouwenhoven en Miranda Prein spelen afwisselend de lady en geven commentaar op het stuk en op de rol van de vrouw. Een heerlijk avondje zoals altijd bij Discordia. Vanaf de zijlijn en van achter de coulissen speelt oprichter en regisseur Jan Joris Lamers een ondergeschikte rol.

De laatste keer dat ik deze drie dames en één heer gezien heb, in Weiblicher Act 4 (De moeder van Oscar) is alweer weer dan twee jaar geleden. Dat was een collage van teksten van o.a. Oscar Wilde, ditmaal draait het om één toneelstuk, Macbeth en dan met name om de rol van Lady Macbeth. Regelmatig wordt er verkleed en van rol gewisseld. Drie belangrijke rollen worden gespeeld, Macbeth zelf, Lady Macbeth en Banquo. 

Het grootste deel van het publiek zit op de theatervloer op caféstoeltjes aan cafétafeltjes waarop glazen klaar staan, een klein gedeelte van het publiek zit op (een gedeelte van) de tribune van de kleine zaal van de schouwburg. Zoals altijd wordt er door Discordia drank geserveerd, in dit geval toepasselijk Bloody Mary's die tijdens één van de heksenscènes worden klaargemaakt.

Alhoewel de voorstelling voor een groot deel uit grappen en grollen bestaat, maar ook uitleg over de thema's van het stuk, worden de sleutelscènes realistisch en met grote overtuigingskracht gespeeld. Zoals de beroemde scène waarin Macbeth een dolk voor zijn ogen ziet zweven en de scène waarin hij het spook van Banquo voor zich ziet.

De subsidie voor Discordia is stopgezet maar ik hoop dat Discordia ondanks dat doorzet. Over de opheffing van De Appel is veel geschreven maar over Discordia las ik weinig in de kranten. Volgens hun website staan ze op 22 maart in ieder geval weer in de Rotterdamse Schouwburg met As you like it van Shakespeare.

maandag, november 21, 2016

OT Rotterdam: How to manage

Een theaterstuk over managers en management. Het klinkt niet echt sexy en aantrekkelijk. Want wie houdt er van managers behalve de managers zelf en hebben we managers nodig. De meeste mensen zullen denken van niet. Maar How to manage in de regie van Mirjam Koen en met het spel van Michaël Bloos is een heel ander verhaal. Na een korte geschiedenisles over leiderschap en management speelt Michaël Bloos de sterren van de hemel met een prachtige monoloog waarin alle moderne management-theorieën voorbij komen. Management by walkin around, zelfsturende en resultaatverantwoordelijke teams, het klinkt ons, mijn collega's en ik, bekend in de oren.

We zijn gedrieën bij de voorstelling aanwezig om te kijken of we die op de Erasmus Universiteit Rotterdam voor onze studenten kunnen en willen programmeren, een instituut waar heel wat managers en aankomend managers rondlopen. Maar deze voorstelling is niet alleen voor de studenten interessant maar ook voor de medewerkers en hun leidinggevenden.

Michaël Bloos zag ik twee jaar geleden in een andere voorstelling van Mirjam Koen, als inleider bij de opera La Voix Humaine van Jean Cocteau, en hij is een geweldig acteur. Hij wordt begeleid door een mooi geluidsdecor en de muziek van Eric Magnée. Met andere woorden: een aanrader voor theaterliefhebbers, voor managers en voor hun ondergeschikten.

dinsdag, oktober 25, 2016

Wunderbaum/De Warme Winkel: Privacy


Wine Dierickx (Wunderbaum) en Ward Weemhoff (De Warme Winkel) vormen een stel. Beide zijn ze acteur. In Privacy zoeken ze naar de grenzen van realiteit en intimiteit. 'Hoeveel intimiteit kan een mens verdragen?' is de vraag die ze zichzelf stelden. De voorstelling die ze naar aanleiding van die vraag maakten bestaat uit zeven delen. En een proloog waarin de muzikant zich voorstelt.

In het eerste deel speelt Wine met een blonde pruik een wetenschapper die in hoogdravende termen, in het Engels met een zwaar Oost-Europees accent, uitlegt wat privacy is in de huidige samenleving. Haar gezicht wordt weergegeven op een kralengordijn terwijl zij zelf achter dat gordijn de scène voor een camera speelt. Een ingenieus technisch snufje. Het beeld wordt gevormd door een grote hoeveelheid led-lampjes op het kralengordijn en aangestuurd door een computerprogramma die de beelden als pixels weergeeft. Een televisiescherm waar de spelers doorheen kunnen lopen.

Het tweede deel gaat over John en Yoko in hun bed in het Amsterdamse Hilton Hotel. Net als Wine en Ward een kunstenaarsduo. Wat deden ze daar in dat bed? Ze wilden vrede maar hadden ze dan niet beter naar Vietnam kunnen gaan? Of actie kunnen voeren?

Het volgende echtpaar is Cicciolina en Jeff Koons. Hun Marriage in Heaven is het mikpunt van grappen. Cicciolina is eigenlijk een spion van het Oostblok en een strijdster voor het socialisme. Tot en met hier is de voorstelling een echte komedie waarin slechts karikaturale figuren ten tonele worden gebracht.

Dat lijkt in het vierde deel zo door te gaan als Wine en Ward in hun nakie opkomen met slechts een pak papier (hun script?) om hun geslachtsdelen te bedekken. Maar ondanks het volstrekt onnatuurlijke spel wordt er ditmaal wel een serieus onderwerp aangesneden. De pogingen van het duo om een kind te krijgen wat niet op de natuurlijke manier wil lukken. Zonder te bewegen en op hoge toon wordt er gediscussieerd wat een komisch effect heeft en het zware onderwerp licht houdt.
Tot het moment waarop Ward aan de aanwezige muzikant vraagt het volgende met muziek te begeleiden. Dat maakt het veel te theatraal volgens Wine. Maar aan theatraliteit ontbreekt het tot nu toe niet, en ook niet aan melige grappen die de muzikant ons in zijn inleiding heeft voorspeld.

Daarna volgt nog een deel over anale seks dat voor mij niet had gehoeven. Na de intimiteit van het verhaal over de pogingen tot het komen van een zwangerschap en wiens schuld het is dat dat niet lukte, moest er nog iets shockerends komen, zo lijkt het. Het voelt enigszins aangeplakt.

In het slotdeel lopen de spelers tot vlak voor het publiek, de twee mensen die vlak voor hun zitten met uitzicht op beide geslachtsdelen, in verlegenheid brengend. Dat allerlaatste deeltje is dan weer heel naturel gespeeld. Daarin discussieert het paar over wat en hoe ze zouden zijn geworden als ze niet bij elkaar waren gekomen maar bij iemand uit hun verleden waren gebleven.

Enigszins teleurgesteld loop ik de zaal uit. Technisch prachtig (dat scherm!) en goed gespeeld maar er mist iets. Of is er juist een scène teveel? Toch blijft de voorstelling de dagen er na hangen in mijn hoofd. De thema's zijn interessant en de voorstelling zet je aan het denken over privacy, over gène, over intimiteit. 
We delen veel met elkaar, maar wat delen we eigenlijk? En waarom willen we alles van publieke figuren weten? Willen we dat eigenlijk wel? Zijn zij het zelf die om in de spotlights te blijven alles van zichzelf open en bloot tonen? Is dat niet eerder entertainment en exhibitionisme dan onze nieuwsgierigheid?

zondag, oktober 23, 2016

Martin Bril: De kleine keizer

Dit boek, De kleine keizer van Martin Bril, lees ik als tussendoortje. Een erg mooi tussendoortje, dat wel. Eigenlijk ben ik aan het lezen in Oorlog en terpentijn van Stefan Hertmans maar dat is moeilijk en zwaar. Als ik naar Antwerpen reis ontdek ik dat ik mijn boek vergeten ben en pak het dunne boekje van Martin Bril van het stapeltje boeken dat op mijn kantoor op het bureau ligt en stop dat in mijn tas. In de trein begin ik te lezen.

Het verslag van een passie noemt Martin Bril dit boek. Dat is het ook. Zoals sommige mensen stripboeken verzamelen zoals ik vroeger deed, of sigarenbandjes of suikerzakjes, zo is dit boek een verzameling van weetjes over Napoleon. Observaties met de eigenzinnige blik van Martin Bril, zijn geheel eigen kijk die helaas als gevolg van zijn vroegtijdige dood gemist wordt.

Zoals de beschrijving van de Napoleonsbaan in Limburg, een weg zoals er nog maar weinig over zijn in Nederland.

... (De Napoleonsbaan) voert langs dorpen met stugge namen als Heide, Haelen, Neer, Hei en Kessel, van die plaatsen waar de huizen zijn opgetrokken uit donkerbruine bakstenen en voorzien van donkerbruine, metalen rolluiken. (...) Bij Ittervoort heeft de weg een beruchte bocht met zware, oude eikenbomen; daar wil de jeugd op zaterdagavond nog wel eens tegenaan knallen. (...) Afgezien van de verkeersveiligheid en de overlast die de weg veroorzaakt bij de mensen die erlangs wonen, is de Napoleonsbaan ook een mooie weg. Hij herinnert aan hoe Nederland was voor de snelweg zijn intrede deed, en dorpen en steden veranderden in afslagnummers.

Behalve het eerste hoofdstuk en het hoofdstuk over de slag bij Waterloo die mijns inziens bestaan uit nogal langdradige opsommingen blijkt hier weer eens uit hoe goed Martin Bril was op de korte baan, het korte stuk, de column. Het stukje over de Napoleonsbaan heeft weinig met Napoleon zelf te maken maar is een klein juweel van iemand die gefascineerd is door alles wat met Napoleon te maken heeft. De vrouwen en minnaressen, de paarden, de veldslagen, de schilderijen en de schilders, het is een kaleidoscopisch verslag van een passie.

Een passie die ik me goed kan voorstellen. Als je er eenmaal op let kom je Napoleon overal tegen. De afgelopen week bezochten we Leuven en Mechelen en kwamen op een fietstocht in de omgeving een B&B tegen die Napoleon's bed heet. In een boekhandel te Mechelen lag een boek met als titel De piemel van Napoleon. 

De foto bij dit stukje maakte ik een aantal jaren geleden in Normandië, een ruiterstandbeeld van Napoleon. Zelf werd ik tijdens die vakantie getroffen door de vele plekken die met Flaubert te maken hadden. Zijn geboortehuis in Rouen, een groot standbeeld in Deauville en het plaatsje Ry. Waar de 'echte' Madame Bovary woonde en waar een ongelooflijk kneuterig museumpje was ingericht met als hoogtepunt, of zo je wilt dieptepunt, zes met kleine poppetjes nagebouwde sleutelmomenten uit de roman. Het knutselwerkje van een fan.

Zoals Martin Bril zegt: Een man moet een hobby hebben, een passie, een hartstocht - iets waarin hij zichzelf tegenover zijn vrouw kan bewijzen. Een schitterend opgeruimd schuurtje (met ieder stuk gereedschap keurig op zijn plekje), een zelf aangelegde wastafel, een puik opgepoets automobiel, een boekenplank die recht hangt, een vis van enkele meters - dat zijn de dingen waar het vrouwen om gaat; dan kunnen ze trots zijn op hun manneke.

Mevrouw Bril kan trots zijn op haar overleden man.

zaterdag, september 24, 2016

Simenon: De hand

Simenon grossiert in onsympathieke hoofdpersonen en Donald Dodd, de hoofdpersoon van De hand is geen uitzondering. Hij is er van overtuigd dat hij zijn beste vriend Ray heeft vermoord door hem achter te laten in een sneeuwstorm, uit jaloezie. Hij vertelt zijn echtgenote Isabel en de echtgenote van Ray, Mona, dat hij op zoek gaat naar de verdwenen Ray maar verbergt zich in de schuur en doet niets. Voor de lezer is het eerder dood door nalatigheid maar in de ogen van Donald zelf is het moord. Vooral omdat hij de dood van Ray zo gewenst heeft.

Als de twee vrouwen en Donald gaan slapen in de woonkamer, de enige plek in het huis waar het warm is komt Donald tussen de twee vrouwen in te liggen en is gefascineerd en geïntrigeerd door de hand van Mona die tusen haar matras en het zijne op de grond ligt. Is het een teken van toenadering? Zal hij haar hand pakken?

Hij pakt de hand niet maar dit soort gedachten zijn het begin van een groeiende paranoia in het hoofd van Donald. Met name de blikken van zijn vrouw Isabel en wat deze blikken te betekenen hebben brengen hem van zijn stuk. Isabel is stil, verwijt hem niets, maar wordt steeds meer een obsessie voor Donald. Wat weet zij van wat hij gedaan heeft? Hoe goed kent zij hem en heeft zij hem door?

Terwijl Donald in zijn gedrag in het begin nog makkelijk te volgen en te begrijpen is, worden ze op den duur voor zijn omgeving en ook voor de lezer steeds verwarder. Dat loopt tenslotte uit op een te voorspellen gruwelijk einde dat toch nog verrassend is en onverwacht komt.

Omslag: als altijd van Dick Bruna

vrijdag, september 23, 2016

Sidi Larbi Cherkaoui: Fractus V

Het eerste begin is gelijk al fascinerend. Een grote man loopt naar de microfoon die voor op het podium staat. Als je denkt dat hij iets in de microfoon gaat zeggen maait hij de microfoon met een strak gebaar neer. Dan volgt een tekst over nieuws en hoe het nieuws ons manipuleert. We zijn niet in staat om alle achtergronden van het nieuws te begrijpen en daarom vatbaar voor indoctrinatie.

De voorstelling Fractus V van Sidi Larbi Cherkaoui is niet nieuw meer maar zoals alle goede kunst blijvend actueel. Vijf dansers maken prachtige beelden. Vijf totaal verschillende dansers uit verschillende culturen, begeleidt door muzikanten uit verschillende culturen.

Hiphop, flamenco en diverse andere stijlen versmelten tot een schitterend geheel. Grappig stripgeweld in een scène waarin één van de vijf dansers voortdurend tegen de grond wordt geslagen of neergeschoten. Maar ook ontroerende beelden. Ik vind het altijd moeilijk om over dans te schrijven, misschien is het te abstract voor mij om alle betekenissen te doorgronden. Dat maakt het ingewikkeld voor mij om te beschrijven wat ik zie en wat ik voel. Ditmaal komt er nog bij dat het alweer een tijdje geleden is dat ik deze voorstelling zag. Dat betekent niet dat ik niet dol op dans ben. Integendeel.

Nog niet eerder zag ik een voorstelling van Sidi Larbi Cherkaoui maar deze eerste kennismaking smaakt naar meer.

dinsdag, september 20, 2016

A.M. Homes: Dit boek redt je leven

Richard Novak is vijfenvijftig jaar. Hij is succesvol zakenman. Gescheiden. Hij heeft geen contact meer met zijn studerende zoon. Op een dag krijgt hij een heftige pijnaanval. Deze gebeurtenis is de aanloop tot een reeks bizarre gebeurtenissen. Hij redt een paard uit een kuil die plotseling ontstaan is naast zijn huis. Hij redt een huilende vrouw in de supermarkt uit haar lege en zinloze bestaan. Hij redt een vrouw uit de kofferbak van een auto. Hij redt een man die dreigt te verdrinken in de oceaan.

Met veel humor beschrijft A.M. Homes de absurde gebeurtenissen in het leven van Richard. Dit boek redt je leven maakt je aan het lachen en is tegelijkertijd bloedserieus. Aan de ene kant kan er van alles gebeuren, niets is onmogelijk in dit boek lijkt het, aan de basis liggen diepmenselijke emoties en is er de behoefte aan contact. Gedurende de eerste helft van het verhaal is Ben, de zoon van Richard, samen met zijn neef in een oude auto onderweg vanaf het huis van zijn moeder in New York naar L.A. waar zijn vader woont. Richard is nerveus voor de ontmoeting. Hoe zal die zijn?

Soms deed het boek me denken aan Glamorama van Brett Easton Ellis gekruist met de ironie van Arnon Grunberg. Ik was tegelijk bang voor een sentimenteel Amerikaans einde waarbij de vader de zoon huilend in de armen sluit. Dat sentimentele einde blijft gelukkig uit.

maandag, september 19, 2016

Moeder

In dit weblog schrijf ik over boeken en over theatervoorstellingen. Maar het zou vreemd zijn om voorbij te gaan aan het feit dat op zondag 11 september mijn moeder overleed. Afgelopen vrijdag hebben we afscheid van haar genomen met een mooie crematieplechtigheid in Groningen. Negentig jaar is ze geworden. Drie maanden geleden heeft ze nog met veel plezier haar verjaardag gevierd in het Noorderplantsoen. Maar moeder was op. Haar leven was klaar. Ik mis haar en ik vergeet haar niet.

dinsdag, augustus 16, 2016

H.J.A. Hofland: Tegels lichten


Tegels lichten is de klassieker van de onlangs overleden H.J.A. Hofland. In het boek dat in 1972 verscheen (met een extra hoofdstuk uit 1985) beschrijft hij de toen recente geschiedenis van het Nederland vanaf het einde van de Tweede Wereldoorlog. De dekolononisering van Indonesië, de politionele acties, de Greet Hofmans-affaire, de provo's. Een tijd waarin Nederland ingrijpend veranderde. Vanaf de zijlijn geeft Henk Hofland zijn ironische en altijd scherpe commentaar.

Alweer een tijd geleden kreeg ik dit e-book cadeau als welkomstgeschenk van de toen pas opgerichte uitgever van longreads en non-fictieboeken: Fosfor. Het mooie van een e-reader en een digitale bibliotheek is dat boeken daar jaren kunnen liggen wachten zonder ruimte in te nemen in je boekenkast. Het nadeel is dat je ze wel eens vergeet, een boek dat in je in de boekenkast ziet staan herinnert je er aan dat je het ooit wilde lezen.

Met de dood van de schrijver besloot ik Tegels lichten toch maar eens te lezen. Van alle kanten werd het aangeprezen, met name door de uitgever van wie ik het cadeau had gekregen. Die gaf het opnieuw uit en het werd opnieuw een bestseller. Dat is terecht want het is nog steeds een zeer leesbaar en tijdloos boek. Dat het gaat over zaken die de meeste mensen al vergeten zijn of waar ze slechts van gehoord hebben doet er niet toe. Hofland legt alles helder uit op zijn kenmerkende manier, met een lichte ironie en met formuleringen waar je soms tegelijk hard om kunt lachen en de triestigheid er van inzien.

Het behandelt een tijd waarin Nederland veranderde van een land geregeerd door regenten die vonden dat ze altijd gelijk hadden. Socialistisch, liberaal of katholiek, hun overtuiging deed er niet toe. Terwijl de wereld om ons heen druk aan het dekoloniseren was, hield Nederland vast aan Indonesië. Toen dat verloren was wilde ze hetzelfde doen met Nieuw-Guinea. Terwijl overal in de wereld iedereen kon lezen over de toestand aan het hof rondom Greet Hofmans, werd hier alles stilgehouden en in de doofpot gestopt. Buitenlandse kranten met berichten over de affaire werden door bereidwillige en koningsgezinde importeurs niet geïmporteerd.

Tot besluit nog een paar van de heerlijke ironische zinnen van Hofland, over de opkomst van de eufemistentaal: "Arme ongeschoolde drommels werden niet meer tot levenslang in het pauperdom veroordeeld, maar als minder-draadkrachtigen taalkundig van een beter lot voorzien. Met behulp van de eufemistentaal kan ieder sociaal, lichamelijk of geestelijk gebrek in een betrekkelijk passabel kwaaltje worden omgezet." Een genot om te lezen.

dinsdag, augustus 02, 2016

Simenon: Er zijn nog steeds notebomen

Een rijke man van 74, bankier, tegen het einde van zijn leven, leidt een rustig en regelmatig bestaan totdat hij op een dag een brief krijgt uit Amerika van zijn eerste vrouw vanuit het ziekenhuis. Die brief zet zijn wereld op de kop en hem aan het denken over zijn liefdes en zijn leven, Hij is drie keer getrouwd geweest, de eerste keer met een Amerikaans fotomodel, Pat, de briefschrijfster, die er met zijn oudste zoon van door is gegaan en vanuit Amerika een scheiding heeft aangevraagd. De tweede keer met Jeanne, die van vriendin minnares en echtgenote werd en daarna uiteindelijk weer vriendin. Zij is ook de moeder van zijn twee andere zoons en is als een moeder voor hun beider kleinkind Nathalie. De derde vrouw is een gravin die hij veroverde om het veroveren zelf en die net als zijn eerste vrouw uit zijn leven verdwenen is.
Er zijn nog steeds notebomen, de tweehonderdste (!) roman van Simenon staat vol met overdenkingen van een man op een belangrijk kruispunt in zijn leven. Hij weet dat hij niet al te lang meer te leven heeft, is nog goed gezond, doet nog elke dag aan sport, maar wil graag nog iets maken van de laatste jaren van zijn leven. Hij is oud maar voelt zich niet oud. De brief roept herinneringen op van het verleden en dient als katalysator voor de gebeurtenissen die er op volgen.

Geld speelt geen rol en tegelijk een belangrijke rol in het leven van Jacques Perret-Latour, de hoofdpersoon. Hij hoeft zich geen zorgen te maken over geld, heeft altijd geld voldoende gehad en om te helpen deelt hij het gemakkelijk uit. Tegelijkertijd speelt de belangrijke vraag: wie krijgt de erfenis van zijn kapitaal? De familie van de verloren zoon uit Amerika? De zoons die hij met Jeanne heeft gekregen?

Op zijn zeventigste heeft Jacques zich voorgenomen egoïst te worden maar dat gaat hem toch niet altijd gemakkelijk af. De mensen in zijn omgeving vinden hem koel en afstandelijk, maar onderhuids speelt zich van alles af onder zijn hersenpan. Zoals altijd is Simenon een meester in het beschrijven van de zieleroerselen van zijn hoofdpersonage en zoals altijd verbaas ik me er over dat iemand die zoveel romans heeft geschreven (meer dan tweehonderd in ieder geval) werken van een constant hoge kwaliteit wist af te leveren.

donderdag, juli 28, 2016

Alessandro Baricco: Zijde

Mijn collega ga mij dit e-boek met de waarschuwing dat zijn vriendin het werk van Baricco als kitsch beschouwt. Maar het is een dun boekje dus ik ging het proberen. Zijde van Alessandro Baricco leest als een trein. Je zoeft van het ene korte hoofdstuk naar het volgende. Het gaat over de Fransman Hervé Joncour die samen met zijn vrouw Hélène in het dorpje Lavilledieu woont en handelt in de eitjes van de zijderups. Het verhaal speelt zich af in de negentiende eeuw. Op een kwade dag worden de rupsen getroffen door een ziekte en de zijderpoductie komt op zijn gat te liggen.

Baldabiou, de enigszins mysterieuze eigenaar van de zijdefabrieken van het dorp stelt Hervé voor dat hij, Hervé, naar Japan reist, aan het einde van de wereld, in die tijd een reis van drie maanden met diverse vervoersmiddelen. Deze reis maakt hij in de loop van dit verhaal vier maal en steeds weer beschrijft Baricco de reis op dezelfde manier, met als kleine variatie hoe de bewoners van de streek rond het Bajkalmeer in één woord benoemen. Heen en terug. Dit trucje irriteerde mij als eerste.

Mijn tweede irritatie waren de zinnen die ik niet begreep. Zoals de volgende zin:
"Ze liep naar hem toe, pakte zijn hand, bracht die naar haar gezicht, beroerde haar met haar lippen en legde haar toen, terwijl ze haar stevig vasthield, op de handen naast haar, en hield haar daar even, zodat ze niet kon ontsnappen."
De zeven keren haar in deze zin maken dat ik het spoor geheel bijster ben. In recensies op internet wordt lovend gesproken over de prachtige zinnen van Baricco maar ik vind hem van tijd tot tijd te vaag. Wat te denken van een geschiedenis die geen verhaal en geen roman is? (Eigenlijk stonden de eerste drie zinnen van het boek me al tegen.)

Het symbolische en romantische verhaal deed mij denken aan Herman Hesse. Ik weet dat mijn collega daar van houdt, ik zelf ook trouwens. Maar dit verhaal met zijn semi-diepzinnige Oosterse filosofietjes kon me niet bekoren. Een niemandalletje, zoals een thriller die je met een sneltreinvaart uitleest of een liefdesromannetje. Intellectuele kitsch. Deze geschiedenis heeft een witte muziek, schrijft Baricco in de inleiding, ik houd meer van zwarte muziek.

vrijdag, juli 22, 2016

Simenon: Betty



In 1960 ontmoet Georges Simenon in een bar in Versailles een bourgeois dame die bezig is zich te bedrinken en hem vertelt dat ze zojuist haar man en haar kinderen heeft verlaten. Deze ontmoeting vormt de inspiratie voor de korte roman Betty, nog geen honderd pagina's, uit 1961.

Simenon kiest voor het perspectief van de vrouw en met name het begin van het boek is mysterieus en bijzonder spannend. Wie is deze vrouw, wat doet ze in het café en wie is de man met wie ze daar zit te drinken en die door de barman Mario 'dokter' wordt genoemd? De dokter begint met een tandenstoker in haar huid te prikken omdat daaronder wormen zouden zitten. Hij wordt door de barman afgevoerd naar huis en Betty wordt onder de hoede genoemen door Laure, een oudere vrouw die haar, Betty, nog meer whisky laat drinken tot ze als ze opstaat tegen de grond slaat. Ze wordt door de barman en Laure naar Hotel Carlton in Versailles gebracht en Laure kleedt haar uit en stopt haar in bed.

Dat is het begin van een verhaal van Betty, zoals gezegd verteld vanuit het oogpunt van de hoofdpersoon en door Simenon bij stukjes en beetjes aan ons opgediend. Langzamerhand wordt de gehele puzzel gevormd, het verhaal van haar jeugd, haar moeder voor wie alles schoon moet zijn, haar vader de chemicus die juist altijd vuil is en vroeg sterft. Hoe ze geworden is wie ze nu is.

Ik beschouw de boeken van Simenon altijd als vakantielectuur omdat ze makkelijk weglezen. Toch maakt Simenon zich er niet vaak gemakkelijk van af. Misschien een klein beetje aan het slot van dit boek, dat slot viel me namelijk nogal tegen. Maar over het geheel genomen is Betty een prachtig portret van een vrouw die de diepte van de afgrond zoekt.


zaterdag, juli 16, 2016

Thomas Mann: Buddenbrooks

Omdat het thema van de afgelopen boekenweek Duitsland was leek het me een goed idee weer eens een Duits boek ter hand te nemen. En dan bij voorkeur een Duitstalig boek. Ik had niet al te veel keuze en na lezing van de eerste pagina's van Felix Krull en van Buddenbrooks van Thomas Mann, koos ik het laatste. Met name omdat ik van het eerstgenoemde boek niet al te lang geleden de kortere oerversie heb gelezen.

De eerste roman van Thomas Mann is een lijvige familieroman over de familie Buddenbrooks, met in het centrum van de handeling de twee broers Thomas en Christian en met name in het eerste deel van het verhaal, hun zus Tonie. Na de dood van Thomas verschuift de handeling naar zijn zoon Hanno, de kwetsbare en muzikale erfopvolger.

Het boek opent met een feest. Konsul Johann Buddenbrook heeft een nieuw en bijzonder groot huis gekocht en nodigt vrienden en familie uit. Thomas, Christian, Tonie en Klara, de vier kinderen, zijn er bij, en ook hun grootouders zijn aanwezig. Johann staat aan het hoofd van een grote graanhandel in Lübeck met vele schepen op zee. Thomas wordt naar Amsterdam gestuurd om daar in de leer te gaan over hoe je handel drijft, Christian gaat naar Londen en Zuid-Amerika. Tonie blijft achter in het ouderlijk huis en wordt na enig tegenstribbelen uitgehuwelijkt aan de heer Grünling uit Hamburg. Deze wordt vanaf het begin als onbetrouwbaar neergezet door Thomas Mann en het is duidelijk dat Tonie absoluut niet met hem wil trouwen. Maar zaken gaan voor de wil van het meisje en haar broer Thomas weet haar er van te overtuigen dat het beter is voor het bedrijf als ze wel met hem trouwt.

Daarmee gaat het eerste deel voornamelijk over de wederwaardigheden en de huwelijksperikelen van Tonie. Pas als Thomas terugkeert van zijn buitenlandse leerstage in Amsterdam verschuift de aandacht naar zijn carrière als hoofd van het familiebedrijf. Ook die verloopt niet zonder slag of stoot. Hij trouwt met Gerda, een vrouw die hij in Amsterdam heeft ontmoet en die samen met Tonie op een privéschooltje heeft gezeten. Bij de beschrijving van de roodharige Gerda herhaalt Thomas Mann steeds dat haar bruine ogen met blauwe schaduwen omringd zijn, wat een gevoel van dreiging geeft aan haar persoonlijkheid.

Het voert te ver om dit dikke boek in zijn geheel na te vertellen en het zou ook zonde zijn te veel te verklappen. Maar het bevat ongelooflijk veel prachtige scènes zoals die waarin Tonie ontdekt dat haar tweede man vreemd gaat en die waarin een oude senator overlijdt. Alles wordt met zoveel humor en ironie beschreven, in die prachtige stijl waarin Thomas Mann uitblinkt. Tegelijkertijd bevat het de diepgang en alle thema's van Thomas Mann uit zijn latere boeken, met name de muziek en de dood. Dat laatste met name in één van de laatste hoofdstukken waarin kleinzoon Hanno een improvisatie speelt op de piano, weergegeven als een storm en een doodsstrijd tegelijk.

Pas las ik ergens dat de belangrijke en diepgaande televisieseries waar iedereen zo graag naar kijkt zoals House of Cards en Homeland te vergelijken zijn met de ouderwetse romans die vaak ook in delen als feuilleton werden geserveerd. Daarin leef je net als bij die series helemaal mee met de hoofdpersonen die bijna familie van je worden. Aan het einde is het jammer dat het moment is gekomen om afscheid van de Buddenbrooks te nemen.

vrijdag, juni 24, 2016

Landgenoten: Club Paradis

Hayat, een moeder (Esma Abouzahra), gaat naar Marokko om daar haar zoon opnieuw te begraven. Ze heeft het kind op de wereld gezet en wil dat ook zelf terug geven aan de aarde. Hij is door haar man en diens broers begraven zonder dat zij er bij was. Op de begraafplaats ontmoet ze grafdelver Amezyan (Mohammed Azaay) die zich in eerste instantie van de domme houdt en niet wil zeggen waar haar zoon ligt. Tegenover het verdriet van de moeder staat de humor van de doodgraver. Maar langzamerhand ontspint zich het drama waar de voorstelling Club Paradis om draait. De zoon blijkt niet zomaar een jongen, hij heeft in Nederland, waarvandaan de vrouw gekomen is en waar de zoon is geboren, een zelfmoordaanslag gepleegd op het Rijksmuseum in Amsterdam.

Er ontspint zich een gesprek tussen de twee hoofdpersonen dat van humoristisch langzamerhand steeds dramatischer wordt. De geschiedenis van de doodgraver blijkt ook niet zonder ellende. Op een gegeven moment krijgt het verhaal een moralistische wending die me niet echt aansprak en als de voorstelling daar was geëindigd had ik die niet zo goed gevonden als dat ik hem na afloop vond.

Club Paradis is een spannende, aangrijpende en ontroerende voorstelling die ergens over gaat, die een actueel onderwerp aansnijdt en tot nadenken stemt. De nieuwe theatergroep van regisseur Yahya Gaier en (toneel)schrijver Nisrine Mbarki heet niet voor niets Landgenoten. Daarmee benadrukken ze het feit dat Marokkanen die hier geboren zijn net zo goed bij ons horen als elke andere in Nederland geboren burger.

Daarnaast is er ook nog de bijzondere vormgeving van Roos Veenkamp en de muziek van Beppe Costa. Ik vind dat iedereen deze voorstelling zou moeten zien. Dat kan nog tot en met 3 juli in het Rotheater in Rotterdam, en daarna nog op vele andere plaatsen in het land. Raadpleeg daarvoor de speellijst op http://www.landgenoten.nu

zondag, juni 19, 2016

YoungGangsters & Susies Haarlok: Guess who's back

Jezus is terug op aarde in dit stuk van YoungGangsters en Susies Haarlok. Guess who's back begint als een openluchtkerkdienst in het zuiden van de Verenigde Staten waar prediker Robert Freeman ons voorgaat. Begeleid door een swingende band (Susies Haarlok) bestaande uit bekeerde ex-verslaafde of anderszins ontspoorde personages gaat hij ons voor als een nieuwe Billy Graham. Hij geeft ons de kracht van Jezus Christus, de ICJ power, belooft hij ons. Van te voren heeft hij al kort praatjes gemaakt met mensen uit het publiek (waaronder wij) en tijdens het begin van de dienst pikt hij er enige daarvan uit. Dan haalt hij Thomas uit het publiek, een visser in wie bijbelvaste toeschouwers de ongelovige Thomas herkennen. HIj is sceptisch en hecht weinig geloof aan de beloften van Robert Freeman. Zijn wens is meer vis. Het publiek moet hem helpen zijn wens te vervullen door heel hard Hoe en Ha te roepen en door de wave te doen. Dan rijst boven het podiumpje Jezus Christus op en die gooit een groot aantal van vissen naar Thomas. Als dan ook nog de luifel van het podium naar beneden komt die de gitarist buiten west slaat waardoor die verlamd raakt, gaat de voorstelling in een stroomversnelling verder. Een vrouw uit het publiek staat op en mengt zich in het verhaal. Chaos en gekte zijn het gevolg.
Een heerlijk spektakel.

zondag, juni 05, 2016

Rosas,: Partita 2

Ana Teresa de Keersmaker maakt al vele jaren bijzondere dansvoorstellingen en dit Partita 2 uit 2013 is zonder twijfel bijzonder te noemen. De bezetting is al anders dan anders, want Ana Teresa de Keersmaker danst hier voor het eerst een duet met een man, Boris Charmatz. De titel van de voorstelling verwijst naar het muziekstuk van Bach, de Partita 2 voor viool. Naast de twee dansers is er ook een violiste die meespeelt in de voorstelling, Amandine Beyer.

Het licht in de zaal gaat uit en rechtsachter op het helemaal lege podium gaat een deur open. De violiste komt op en loopt in het straaltje licht dat uit de deuropening komt naar het midden van het podium. Opnieuw is het weer helemaal donker. We zien alleen de lichtjes van de UIT-bordjes branden. In het donker speelt Amandine Beyer de Partita van Bach. Ongeveer een half uur lang zitten we in het donker en luisteren we geconcentreerd naar dit muziekstuk voor soloviool.

Als het stuk is afgelopen loopt ze naar linksvoor en kruist de twee dansers die nu opkomen. Het wordt weer licht en we zien weer het volledig kale podium van de grote zaal van de Rotterdamse Schouwburg. Op de vloer staan wat lijnen. Cirkels. Gedeeltelijk in stilte, want soms zingen de dansers iets, voeren de twee een duet uit. Mooie dans waar ik weinig over kan zeggen. Ik ben geen dansexpert maar ondanks dat kan ik altijd genieten van dans. Het is abstract maar net als muziek ontroert het toch. De tegenstelling van de grote stoere man en het frele lichaam van de vrouw is prachtig. Ondanks dat lichaam dat al aardig op leeftijd begint te raken, straalt Ana Teresa de Keersmaker grote kracht uit. Ik zie graag oudere dansers dansen, de bewegingen hebben meer karakter lijkt het wel.

En dan komt het slotdeel. Dat bestaat uit een samenvoeging van de twee eerdere delen. De violiste komt opnieuw op, neemt midden achter op het podium plaats en de dansers dansen voor haar en om haar heen nogmaals dezelfde dansfrasen. Misschien niet op dezelfde volgorde maar veel bewegingen herken ik en komen terug. Op deze manier valt alles samen. Twee keer dezelfde muziek, twee keer dezelfde dans, Wat een vondst.

Tenslotte gebeurt er aan het einde nog iets wat niet veel voorkomt in de dans maar wel in de muziek. De drie geven een korte toegift. Als heet publiek klaar is met applaudisseren zet de violiste haar viool nog een keer aan de kin en dansen de twee dansers, zonder van plaats te veranderen, met hun armen en lichaam nog een korte dans.

woensdag, april 27, 2016

De Mexicaanse Hond: Het Gelukzalige

Een voorstelling over een vennootschap van dieven, of eigenlijk een voorstelling die nergens over gaat, dat is Het Gelukzalige, het nieuwe stuk van Alex van Warmerdam bij zijn gezelschap De Mexicaanse Hond.

Drie mannen en één vrouw gaan iedere ochtend op dievenpad en leveren 's avonds de buit in bij de bazin, Brouwer (Annet Malherbe), die zelf niet meer de straat op gaat. Alles is toegestaan aan de bendeleden, inclusief seks met dieren, behalve liefde. Liefde is verboden. Alles lijkt goed te gaan tot het zusje (Eva van der Post) van Hensen (Eva van Wijdeven) op komt dagen en vraagt om toegelaten te worden tot de vennootschap. Dat loopt uit op moeilijkheden en uiteindelijk tot de dood van één van de bendeleden en van de indringster.

Het toneelbeeld en ook de muziek is prachtig zoals we van Alex van Warmerdam gewend zijn. Ook zijn er prachtige scènes zoals die waarin alle spelers een nogal wonderlijk gebed uitspreken. Van tijd tot tijd wordt een wit doek neergelaten voor een schaduwspel waarop de erotische pornofantasieën van Van Henegouwen (Tom de Wispelaere) te zien zijn.

Er is veel te lachen en de voorstelling verveelt nergens maar heeft de diepgang van een dubbeltje. Nergens wordt het echt spannend omdat de personages uit bordkarton gezaagd lijken. Het absurde van het stuk is ver verwijderd van de werkelijkheid. Daardoor leef je niet mee met de personages. Als in een verhaal van Donald Duck is de situatie aan het einde precies hetzelfde als aan het begin.

Dat is het: een goed gemaakt stripverhaal.

Te zien

Het Gelukzalige is dit weekeinde nog te zien in de Stadsschouwburg Utrecht.

Generale Oost: Turing

In het kleine theater van Onafhankelijk Toneel waar ik tot nu toe nooit eerder was geweest, speelt Lowie van Oers van Generale Oost de voorstelling Turing. Gebaseerd op zijn eigen levensverhaal en op dat van de wereldberoemde wiskundige Alan Turing. De man die de enigmacode wist te breken, de geheime code die de Duitsers gebruikten in de Tweede Wereldoorlog, met behulp van de zogenaamde Turing-machine, de voorloper van de computer. Daarnaast is Alan Turing niet alleen bekend van de Turing-test, een test waarmee je een mens kunt onderscheiden van een computer, maar ook door de film die over zijn leven werd gemaakt, The Imitation Game.

Lowie van Oers is een jonge acteur die voorbestemd leek om net als Turing wiskundige te worden. In de voorstelling mengt hij feit en fictie over zijn eigen leven met feiten uit het leven van Turing. Hij springt met groot gemak heen en weer in de tijd, dan weer is hij een klein jongetje dat praat met zijn moeder, dan weer is hij scholier of student. Hij is een bijzonder kind, zonder zich te verkleden beweegt hij zich op een gekostumeerd kinderfeestje want hij is een robot die niet van een mens te onderscheiden is.  Als nerdy toneelschoolstudent vraagt hij zich af of hij de rol van Hamlet beter zou kunnen spelen als hij een precieze plattegrond zou hebben van kasteel Elsinore waar het stuk zich afspeelt.

Halverwege de voorstelling trekt hij met twee kabels een geel achterdoek omhoog en verandert hij van Lowie in Alan en vertelt dan diens levensverhaal. Mooi theatraal effect.

Het bijzonder knappe aan de voorstelling is dat Lowie van Oers' verhaal voortdurend heen en weer springt in tijd en plaats zonder dat dat onduidelijk of minder helder wordt. Hij neemt je mee en je leeft met hem mee op zijn zoektocht naar volwassenheid en naar wat hij wil worden en zijn. Een wiskundige of acteur. Een prestatie van formaat.

Te zien

Turing is nog te zien in theater Het Hof in Arnhem van 11 t/m 14 mei
The Imitation Game met Benedict Cumberbatch als Alan Turing is te zien in de Open Air Cinema op de Erasmus Universiteit Rotterdam op maandag 9 mei
De Turing test komt voor in de film Blade Runner 

woensdag, april 20, 2016

Het Zuidelijk Toneel: Macbeth

Een nieuwe visie op Macbeth, een gemoderniseerde versie, gesitueerd in het heden. Dat belooft de flyer van Macbeth van HZT, van het door Lucas de Man geregisseerde en bewerkte Shakespeare-stuk. Het korste stuk van Shakespeare, en mijn lievelingsstuk. Grimmig, met antipathieke hoofdrolspelers. De titelheld komt als oorlogsheld van het slagveld maar ontwikkelt zich al snel tot moordenaar, dictator en tiran. In de versie van De Man zijn Macbeth en Lady Macbeth de ouders van een gesneuvelde zoon, omgekomen in precies dezelfde oorlog die zijn vader tot een held gemaakt heeft. Bij het nieuws van de dood van zijn kind maakt Macbeth uit wraak een heel dorp met de grond gelijk, met vrouwen en kinderen en al. Een oorlogsmisdaad die hem in zijn latere leven blijft achtervolgen. Toch komt Macbeth in het begin van het stuk over als een gevoelig persoon, een lijdend persoon, een vader die zijn kind heeft verloren. Maar die tegelijk niet meer in staat is tot liefde. Waar zijn vrouw dan weer over klaagt.

De setting is zoals gezegd modern. Voorop het toneel, nog voor het speelvlak, is een jongen bezig een modelvliegtuig in elkaar te zetten. Een straaljager. Bij aanvang, als het publiek de zaal binnenkomt, zit zijn vader bij hem. De echte handeling start in een televisiestudio waar Macbeth en Banquo tijdens het wachten tot ze aan de beurt zijn in een talkshow, stemmen horen die hun vertellen dat Macbeth eerst gouverneur en later koning zal worden, maar zijn nakomelingen niet. Banquo's nageslacht zal de troon overnemen. Tijdens de talkshow komt dan het nieuws dat het eerste deel van de voorspelling is uitgekomen. Macbeth is benoemd tot gouverneur van de opstandige gebieden.

Ik zal niet verklappen hoe deze versie van Macbeth afloopt, want die verschilt wezenlijk van het origineel. Maar het is een intrigerend einde. 

zondag, april 03, 2016

Jean-Philippe Toussaint: Football



Football, het laatst verschenen boek van Jean-Philippe Toussaint wordt voorafgegaan door een waarschuwing. Liefhebbers van voetbal zullen er niet veel aan vinden want het gaat niet echt over voetbal. Liefhebbers van literatuur zullen er evenmin iets aan vinden want die houden niet van voetbal. Ik behoor tot de laatste categorie maar sla de waarschuwing in de wind en begin toch te lezen. Halverwege het boek denk ik dat Jean-Philippe Toussaint toch gelijk krijgt. Ik vind er niet echt veel aan, het boeit me niet echt en ik lees eerst De naam van de roos van Umberto Eco, Zink van David van Reybrouck en daarna ook nog Broer van Esther Gerritsen. Dan pak ik het op tweede Paasdag toch weer op en lees het vervolgens in één ruk uit.

Ik pak de draad op bij het hoofdstuk Corée-Japon 2002 waarin Toussaint verslag doet van het wereldkampioenschap voetbal van dat jaar. Hij deed dat voor de Franse krant Libération. Het is een fantastisch verhaal en vanaf dat moment word ik weer gepakt door fenomenale stijl van Toussaint. Vanaf dat moment gaat het niet alleen maar over voetbal maar over veel meer. Over cultuur, over kunst, over schrijven. Er is een mooi hoofdstuk over het WK voetbal dat hij overslaat en in het gezelschap van Jeff Koons doorbrengt bij de autoraces van de 24 uur van Le Mans. Een meer poëtisch relaas is dat van de finale van het laatste WK. Toussaint volgt die op zijn laptop op het eiland Corsica als een gigantisch onweer uitbreekt. Net op het moment dat de finale beslist gaat worden door middel van penalty's valt eerst het internet uit en vervolgens zelfs de stroom. Uit de slaapkamer waar zijn vrouw ligt te slapen ('Is het al voorbij?' vraagt ze), haalt hij een transistorradio op batterijen om van een Italiaanse verslaggever die hij slechts gedeeltelijk kan verstaan de uiteindelijke uitslag te vernemen.

Toussaint schrijft op een kinderlijk enthousiaste manier over voetbal. Geen politiek, omkoping, doping, matchfixing, maar puur genot van het voetbal. Als een kind dat zelf voetbalt. Daarmee begint het boek ook, met zijn eigen avonturen als voetballer, als jochie met zijn kameraden en een voetbal in de straten van Brussel aan het begin van de jaren zestig.

maandag, maart 28, 2016

Esther Gerritsen: Broer

In Broer van Esther Gerritsen gaat het over Olivia Landman en haar broer Marcus. Op de eerste pagina krijgt Olivia te horen dat Marcus als gevolg van de verwaarlozing van zijn suikerziekte waarschijnlijk een been zal moeten missen. Terwijl ze zich de laatste jaren absoluut niet verbonden heeft gevoeld met haar broer raakt dit een gevoelige snaar. Tijdens een belangrijke aandeelhoudersvergadering hoort ze het nieuws en ze gooit onmiddellijk het werk neer om naar haar broer te rijden.

Broer is het jaarlijkse Boekenweekgeschenk, een korte novelle van tegen de honderd pagina's. Als je nooit eerder een boek van de desbetreffende schrijver hebt gelezen is het ieder jaar weer een mooie introductie op het werk van een onbekende schrijver. Dat geldt ditmaal ook voor mij en het werk van Esther Gerritsen. Ik ken Esther Gerritsen van haar theaterteksten die ik nooit zelf las maar regelmatig heb gehoord. Meestal gingen die over onaangepaste protagonisten, een tikkeltje gestoord. Mooie teksten.

Ook met Olivia en Marcus is iets aan de hand. Marcus leefde in een caravan, kon slecht voor zichzelf zorgen, als gevolg waarvan hij nu een been is kwijtgeraakt. Olivia leeft een voor het oog gelukkig leven met man en zoons. Maar in dat geluk komen tijdens het verhaal steeds meer barsten zoals in het bord op de omslag van het boek. Ook in haar werk gaat het niet allemaal op rolletjes. Ze probeert de handel in serviezen van de familie Kyvon, een oud familiebedrijf, te redden maar alles wijst er op dat dit niet zal lukken. Langzamerhand raakt ze verder en verder verwijderd van de mensen om haar heen en wordt haar plaats ingenomen door haar broer.

Een gegeven paard mag je niet in de bek kijken, luidt het spreekbeurt. Toch heeft iedereen altijd een mening over het boekenweekgeschenk. Ik heb er van genoten, het beviel me beter dan de drie voorgaande die ik me herinner. De novellen van Dimitri Verhulst, Tommy Wieringa en Tom Lanoye vielen me alle drie nogal tegen.

zondag, maart 27, 2016

Ro Theater: Helga Maria Baumgarten

"Centraal in de stukken van Esther Scheldwacht staat een mens die men voorbij loopt, maar waar een groot verhaal achter schuilt." In het geval van Helga Maria Baumgarten is dat een verpleegster in een psychiatrische kliniek. Esther Scheldwacht creëerde dit personage zelf als bijrol in het stuk Bossen waarin ze eerder bij het Ro Theater speelde. De figuur bleef in haar hoofd vastzitten en na de twee monologen die ze eerder bij het Ro produceerde (De Sunshine Show en Op een mooie Pinksterdag die ik beide niet heb gezien) is hier het derde deel van de trilogie. Alle drie de stukken zijn nu in een boekje bij het Ro Theater te koop.

In het eerste half uur van de voorstelling zegt de hoofdrolspeelster niets. Ze komt binnen in haar slaapkamertje, een kleine cel met weinig meer dan een bed en een televisie. Ze kijkt televisie (we horen het geluid van Bob Ross die aan het schilderen is en uitlegt wat hij doet), schilt een appel, eet. Ze trekt haar kleren uit en gaat naar bed. Onder haar matras haalt ze een rok met ruches te voorschijn en een hoofdkapje met een pauwenveer, gaat af en even later komt ze vanachter het decor naar boven en speelt een koorddansact op de bovenste rand van het decor, haar slaapkamer of cel. Dan laat ze zich van die rand naar beneden zakken en komt weer terug bij haar bed (foto boven). Dit herhaalt zich een keer en dan wordt ze zich ineens bewust van ons, het publiek.

Dan begint het tweede deel van de voorstelling waarin Helga Maria Baumgarten in discussie gaat met haar schepper Esther Scheldwacht. De eerste wil helemaal niet op een toneel staan, wil helemaal niet gezien worden door ons. Esther moet haar eigen verhaal maar vertellen en zich niet verschuilen achter het hare, het verhaal van een Chinees meisje uit een circusfamilie dat is verkocht aan een Duitse circusdirecteur en nu werkt in een inrichting. Dat doet Esther, o.a. met het verhaal van de slavenhandel door Nederlanders in Indonesië. Want niet alle slaven kwamen uit Afrika, ook uit Indonesië, en de geschiedenis van de slavernij in Oost-Indië eindigt pas bij aanvang van de Eerste Wereldoorlog in 1914. Maar het gaat ook over acteren, over jezelf zijn op het toneel.

In het laatste deel van de voorstelling vraagt Esther tenslotte aan Helga om haar verhaal te vertellen. Ondanks dat Helga heeft gezegd dat ze geen prater is komt zij dan ook los. Zij vertelt ons hoe ze de liefde van haar leven verloor, van haar mislukte leven als artieste in het circus, waardoor ze tenslotte als verpleegster in de kliniek kwam te werken.

Esther Scheldwacht is een fenomenaal actrice. Dat is vooral te zien in hoe ze de twee rollen speelt. Nooit is onduidelijk wie van de twee aan het woord is. Grappig is het als ze ons vertelt dat alles wat ze zegt opgeschreven is, van te voren bedacht. Ook het eerste half uur waarin niet gesproken wordt is fascinerend. Maar de voorstelling zelf vind ik wisselvallig. De drie delen sluiten niet echt op elkaar aan, zijn erg verschillend van vorm, waardoor het geen geheel wordt.

Conclusie: ik ben blij dat ik de voorstelling heb gezien en ik verwacht dat die nog wel een tijdje door zal blijven spoken in mijn hoofd. Dat is niet negatief bedoeld. Ik ben meer verward dan teleurgesteld.

vrijdag, maart 25, 2016

David van Reybrouck: Zink


Voor de Boekenweek 2016 schreef David van Reybrouck het essay: Zink. Over het ministaatje Neutraal Moresnet dat bestond van 1816 tot 1919, ingeklemd tussen Nederland, België en Duitsland. Vlakbij de Vaalserberg lag toen korte tijd geen drielandenpunt maar een vierlandenpunt. Meer dan een eeuw lang heeft het bestaan. Van Reybrouck vertelt de geschiedenis van het land aan de hand van het verhaal van één persoon. Dat is Emil, een man die zonder te verhuizen vier nationaliteiten heeft gehad.

Het is een tragisch verhaal, het verhaal van Emil, die wordt geboren als kind van een dienstbode die ongewenst zwanger wordt van haar baas. Hij stuurt haar, het levende bewijs van zijn zondig gedrag, onmiddellijk weg en ze bevalt in Neutraal Moresnet van Emil. Het is dan rond 1900, het begin van de twintigste eeuw.

Moresnet is dan een klein landje dat afhankelijk is van de zinkwinning. Maar dat is niet het enige dat er te vinden is. Er zijn ook drankstokerijen, cabaretten, bordelen, smokkelaars, filantropen en bossen. Ook is het esperanto er korte tijd de officiële landstaal.

Van Reybrouck mengt geschiedenisles met faits divers uit het leven van Emil. Hoe iemand's identiteit heen en weer geslingerd kan worden door de grote gebeurtenissen die de wereld veranderen en daarmee een hulpeloos slachtoffer vermalen tussen de raderen.

dinsdag, maart 22, 2016

Umberto Eco: De naam van de roos

Umberto Eco stierf en ik realiseerde me dat ik nog nooit ook maar één enkel boek van hem had gelezen. In mijn e-reader zat De naam van de roos en in mijn iPad De begraafplaats van Praag. Omdat een e-reader een stuk prettiger leest koos ik voor de eerste.

De naam van de roos is een thriller met diverse niveau's. Er is een spannend detectiveverhaal met William Baskerville als  Sherlock Holmes en zijn novice Adson als Watson. Deze Adson is net als in de verhalen van Conan Doyle de verteller. De lijn van het verhaal lijkt op Tien kleine negertjes van Agatha Christie waarbij ieder keer een nieuw slachtoffer valt. In dit geval een monnik. Het lijkt er op dat de moordenaar de plagen van de Bijbelse apocalyps volgt in de manieren waarop iedere volgende moord wordt gepleegd.

Daarnaast gaat het verhaal over geloof, vertelt het een gedeelte van de waargebeurde geschiedenis van de minderbroeders, de volgelingen van Sint Franciscus, en gaat het over symbolen en tekens. Geen gemakkelijk boek en toch leest het als een trein. Een echte page-turner. Dus die begraafplaats van Praag ga ik ook nog eens lezen.

Stukafest Rotterdam 2016

Het was in februari weer Stukafest-tijd en dus zetten overal in Nederland studenten hun kamers weer open voor optredens tussen de bierkratten en stinksokken. Alhoewel ik dat laatste nog nooit heb meegemaakt tijdens mijn bezoeken aan dit festival. Samen met mijn collega ga ik op stap van studentenhuis naar studentenhuis en we starten in de Beatrijsstraat.

Pandora's Complex

Daar zou volgens de folder Collective Joop optreden maar ze hebben hun naam in de tussentijd veranderd en heten nu Pandora's Complex als ik het goed heb onthouden. Een jazz quartet bestaande uit een drummer, een bassist die Joop heet, een trompettist en een gitarist. Ze spelen vakkundig een soort cool jazz die niet echt mijn ding is. Maar het klinkt goed en het is gezellig in de kamer waar ik op een kast nog een schildering van de Tigra-dame ontdek. Ik ben benieuwd door wie en waarom die daar geschilderd is maar het is me niet helemaal duidelijk van wie deze studentenkamer is en we moeten alweer verder zonder dat ik het heb gevraagd.

NNTwee

NNTwee is de jongerenafdeling van het Noord Nederlands Toneel (NNT) en zij spelen een kort theaterstuk getiteld Eerste Hulp Bij Comakijken. Dit naar aanleiding van de tien uur durende voorstelling gebaseerd op de Deense seerie Borgen. Die wordt binnenkort gespeeld door het NNT zelf.
NNTwee speelt op de Nieuwe Binnenweg in een studentenkamer met een heuse ingebouwde bar. De acteurs zelf spelen met een simpel gebouwde poppenkast. Er is een Deense dame die een therapie heeft ontwikkeld om van het binge-watchen af te komen en ze neemt daarom iemand uit het publiek als proefkonijn. Om hem te helpen. De nogal hulpeloze en stuntelige jongeman blijkt uiteindelijk zelf ook een acteur in deze bijzonder komische sketch. Vooral zoals de twee spelers in de poppenkast een kruising tussen poppen, commedia del'arte en Brechtiaans vervreemdingstheater spelen is erg sterk. Daarna op naar de volgende kamer, de kamer van Lotte.

Nele Needs A Holiday

Nele Needs A Holiday is een Vlaamse dame die zichzelf begeleidend op de ukelele grappige Engelstalige liedjes speelt. Ze heeft bijzonder veel zelfspot en heeft een nogal drukke manier van doen die haar act heel erg grappig maakt.

Al met al weer een geslaagde avond. Volgend jaar weer Stukafest.

maandag, februari 22, 2016

Jonathan Safran Foer: Extreem luid en ongelooflijk dichtbij

Ik neem een proefabonnement op Storytel en luister daarom zes en een half uur lang naar Jeroen Willems die Extreem luid en ongelooflijk dichtbij (Extremely loud and incredibly close) van Jonathan Safran Foer voorleest. Helaas kan ik de bijbehorende app niet gebruiken op mijn telefoon en daarom kan ik alleen luisteren met de iPad. Onderweg in de trein gaat dat goed en ik kan zelfs naar buiten kijken tijdens het luisteren, maar luisteren tijdens het wandelen en fietsen gaat minder. Dus ik verleng mijn proef niet en ga weer terug naar mijn podcastabonnementen. Coverville, This American Life, Serial, Kunststof, The Truth en de Nieuwsshow.


Maar dan nu het luisterboek. Jeroen Willems won hiermee de prijs voor het beste luisterboek in 2009. Hij leest het werkelijk op een geweldige manier voor. Je mist de wonderbaarlijke typografie van het oorspronkelijk papieren boek, dat wel. Maar hij kruipt heel knap in de huid van de verschillende personages die het verhaal vertellen, met name in de huid van de hoofdpersoon, het negenjarige jongetje Oskar Schell dat op zoek gaat naar het geheim van zijn vader die bij de aanslag op de Twin Towers is omgekomen. Maar dat is niet de enige verteller. Er zijn nog twee vertellers, de oma van Oskar en een man van wie ik de identiteit niet zal onthullen. De laatste verliest steeds meer woorden en kan tenslotte alleen nog via geschreven briefjes met de buitenwereld communiceren.

Het procedé van dit boek lijkt daarmee op dat van zijn debuutroman Alles is verlicht waar eveneens drie vertellers aan het woord waren. Dat boek maakte toch meer indruk dan dit, misschien juist omdat dat in zijn omvang iets gecomprimeerder was. In beide boeken komen gruwelijke scènes voor en zijn er momenten van grote schoonheid. Jonathan Safran Foer weet als geen ander zijn lezers te ontroeren. Met daarbij de fantastische stemkunstenaar Jeroen Willems is zes en een half uur luisteren geen straf maar een genot. Soms wilde ik niet stoppen en wilde ik verder luisteren. Helaas was er dan soms een station dat me dwong te stoppen.

maandag, februari 15, 2016

Georges Simenon: Maigret in Holland

In het plaatsje Delfzijl in Groningen is de Franse commissaris Maigret in 1929 geboren. Daar schreef Simenon het eerste avontuur van de later wereldberoemd geworden speurder. Naast Sherlock Holmes ook één van de meest verfilmde speurders. Volgens Hollands Diep probeerde Simenon daar een meisje te versieren en toen hem dat niet lukte schilderde hij haar in zijn boek af als een sloerie die het met alle mannen in het dorp aanlegde. Toch staat in Delfzijl ondertussen een standbeeld van Maigret.

De eerste Maigret is meteen al een echte Maigret. Al lezend zou je niet zeggen dat dit het eerste boek is over de commissaris. Hij wordt niet uitvoerig geïntroduceerd of beschreven. Hij komt aan in Delfzijl, met de trein, om de moord op te lossen op een zekere Poppinga, leraar aan de zeevaartschool. De verdachte is een Franse professor die een lezing heeft gegeven en is betrapt met het moordwapen in zijn hand. Als een olifant in een porseleinkast beweegt Maigret zich door de dorpsgemeenschap en maakt daar bepaald geen vrienden. Als duidelijk wordt dat de moordenaar een dorpsbewoner is wordt dat Maigret niet in dank afgenomen. Liever wil de plaatselijke inspecteur de schuld op een zwervende zeeman schuiven die ondertussen het dorp alweer verlaten zou hebben, en daarmee de moord onopgelost laten.

Met Maigret in Holland geeft Simenon een mooi portret van het dorp Delfzijl eind twintiger jaren. Een kleine dorpsgemeenschap. Aan de ene kant van het Damsterdiep wonen de notabelen, aan de andere kant het gewone volk. In het dorp bevinden zich vijftien sigarenboeren, iets wat nu bijna niet meer voor te stellen is. Ook het feit dat een Franse professor uit Nancy een lezing over criminaliteit komt geven (in het Frans!) is nauwelijks meer voor te stellen. Toch is het niet vreemd dat toentertijd de leden van de hogere stand beter Frans spraken dan Engels wat nu de taal is die iedereen spreekt.

Als bij elke echte Maigret gaat het hier niet zo zeer om wie het heeft gedaan als wel om het waarom. De karaktertekening van de personages maken het lezen van een Maigret tot een plezier. Zoals Beetje Lieuwens, het jonge meisje dat iedereen het hoofd op hol brengt, Cor Barens, de verlegen leerling van de zeevaartschool, en professor Duclos die Maigret verwijt dat hij zich niet aanpast aan de zeden en gebruiken van de Hollanders, die ook in 1929 precies om zes uur avondeten. Zelfs het karakter van de vermoorde Koenraad Poppinga komt dankzij de verhalen van de nabestaanden duidelijk tot leven. De start van een veelbelovende serie dit boek dat als eerste Simenon al in 1932 in het Nederlands werd vertaald.

Georges Simenon: Maigret en de maniak van Montmartre

Als je een hele stapel Maigrets hebt zoals ik nu, kun je ook goed zien hoe de stijl van Dick Bruna zich in de loop der jaren ontwikkelt. Op het omslag van deze vroege Maigret staat nog geen pijp zoals op het omslag van Maigret in Holland waarover ik pasgeleden een stukje schreef. Dit omslag met de metrokaart van Parijs, de lam en de beetje rommelige typografie met de Gill Extra Vet, heb ik altijd een erg mooi exemplaar gevonden, net als dat van Maigret en de geschaduwde schoolmeester waarvoor Bruna een imitatie-Fernand-Léger heeft ontworpen.

Dit boek speelt zoals de titel al aangeeft, in Montmartre waar een seriemoordenaar rondloopt die eens per maand een jonge vrouw vermoordt. Aan Maigret de taak om een volgende moord te voorkomen, wat hem slechts gedeeltelijk lukt. Het valt me op dat ondanks het enigszins ouderwetse decor van Parijs in de vijftiger jaren het gegeven tijdloos is. Net als in The silence of the lambs zoekt Maigret als een profiler naar de motieven van de moordenaar en zet een val (de Franse titel is Maigret tend un piège) voor de maniak met behulp van lokagente.

Één van de betere Maigrets, deze Maniak van Montmarte, en mede daarom ook meerdere keren verfilmd.

Simenon: De ijzeren trap


Een ziekelijke man, Etienne Lomel, ligt op bed terwijl zijn vrouw beneden in de papierhandel aan het werk is. Ze zijn verbonden door een ijzeren trap die de winkel beneden met de slaapkamer boven verbindt. Lange tijd lijkt het er voor de lezer op alsof de man een ingebeelde zieke is. Alleen zijn gedachten worden weergegeven. Het zijn zijn observaties en inzichten en wat Louise, zijn vrouw, denkt, dat weten we niet.

Maar stukje bij beetje, door meer te onthullen van de geschiedenis van de liefde en het huwelijk tussen de zes jaar oudere Louise en Etienne, komen we meer te weten over hun verhouding en verandert het beeld van Louise als zorgzame vrouw, een moeder bijna, in dat van een gevaarlijke gifmengster.

Haar eerste man Guillaume is onder verdachte omstandigheden in hetzelfde bed gestorven en toen hij overleed was hij niet zwaarder dan een kind van tien jaar. De aanleiding van zijn dood is de overspelige liefde waarmee de verhouding tussen Louise en Etienne begon. Een seksueel opwindende verhouding die mooi wordt weergegeven. Zo vrijen de twee met open venster bij het licht en de geluiden van de kermis aan de overkant van de Boulevard Clichy in Montmartre waar het boek zich grotendeels afspeelt.

De ijzeren trap van Simenon is een spannende psychologsiche thriller over twee mensen die niet met elkaar praten. Niet tegen elkaar zeggen wat ze denken. Een echtpaar bijna zonder vrienden. Alles in de winkel en in het huis is zoals voordat Etienne er kwam. Alles staat onder controle van zijn vrouw. Hun enige twee vrienden zijn Mariette een jeugdvriendin van Louise en haar man, tezamen het echtpaar Leduc.

Etienne probeert zich te ontworstelen aan de ijzeren greep van Louise waarin hij zich bevindt, hij wil overleven, en dat leidt uiteindelijk tot het dramatische einde.

't Barre Land/Comp.Marius: Um sonst/Voor niks

Een voorstelling die twee uur duurt en uiteindelijk blijkt alles voor niks te zijn. Wij, de toeschouwers, weten het allang, en als de toneelspelers er na veel omzwervingen tenslotte ook achter komen barst het publiek in daverend lachen uit.

De komedie Um sonst (1857) van Johann Nestroy gaat over twee toneelspelers die neergestreken zijn in een klein dorp in Oostenrijk. Als alle kunstenaars zonder geld en enkel beladen met schulden. Maar één van de twee, Arthur, wil met zijn geliefde Emma trouwen. Iets wat onmogelijk lijkt want zij is door haar voogd Finster al aan zijn neef en enige erfgenaam August beloofd. Wij als publiek komen er al snel achter dat Arthur en August één en dezelfde persoon zijn. Maar zoals gezegd duurt het twee uur voordat de acteurs er achter komen.

Dat deze klucht actueel zou zijn omdat tegenwoordig iedereen van zijn leven een kunstwerk wil maken vind ik eerlijk gezegd wat teveel gezegd. Dit neemt niet weg dat er hier en daar regels voorbijkomen die nog steeds toepasbaar zijn op de actualiteit. Maar dat geldt voor elk toneelstuk of boek. Over kunst en de waardering voor, of het gebrek daaraan, bij het grote publiek, daarover gaat het ondertussen regelmatig.

Gelachen worden kan er wel. De hele avond lang. Met kleine gebaartjes en soms grote, met subtiele zinswendingen, dubbelzinnigheden en ingenieuze dubbelrollen, wordt het verhaal over het wel heel letterlijk te nemen voetlicht gebracht. Midden op toneel hangen op borsthoogte van de spelers vier grote theaterlampen die vier plenzen licht op de vloer werpen. Drie Vlamingen en drie Hollanders tezamen op het toneel met hoofdrollen voor Waas Gramser en Vincent van den Berg als de twee toneelspelers. Met prachtig gezongen a capella liedjes die, net als het stuk, nergens over gaan.

Een heerlijke avond lachen om niks.

zondag, februari 14, 2016

Simenon: De schipbreukelingen


In de De schipbreukelingen (Les rescapés du Télémaque, 1938) draait het allemaal om schipper Pierre, een man die aan het begin van het boek gearresteerd wordt op verdenking van de moord op de heer Février. Niemand gelooft dat hij het gedaan heeft en vooral zijn tweelingbroer Charles niet, de werkelijke hoofdpersoon van deze roman van Georges Simenon. Hij wil er alles aan doen om de onschuld van zijn broer Pierre te bewijzen, eigenlijk net als iedereen in het vissersdorp Fécamp waar het verhaal zich afspeelt. Want Pierre is geliefd door iedereen en samen zijn Charles en Pierre het brein en de spieren van één persoon.

Het begin van het boek doet sterk denken aan het begin van De graaf van Monte Cristo. Een schip komt de haven binnen, de schipper wordt gearresteerd en door die associatie ben je er gelijk van overtuigd dat de arrestant onschuldig is. Het ongeloof van de bevolking van het dorp dat bijna in opstand komt tegen de arrestatie, versterkt dit gevoel. Maar wie is dan de werkelijke moordenaar?

De reden waarom Pierre de eerste verdachte is ligt in het verleden. Bij de schipbreuk van de Télémaque, vele jaren geleden, zaten zes mannen in een sloep. Éen van de mannen overleed waarna de overlevenden zich in leven hielden door zich te goed te doen aan het lijk, een Engelsman. Toen de situatie verslechterde sneed Pierre Canut senior, de vader van de Pierre uit deze roman, zich de polsen open. Ook zijn lijk diende als eten voor de vier overlevenden. Drie van hen zijn aan het begin van het verhaal al overleden, de vierde, de heer Février, ligt met de keel doorgesneden in zijn huis. Er wordt een mes gevonden met de initialen P.C. In de kajuit van de jonge Pierre Canut wordt een tabakszak gevonden die aan Février toebehoorde.

Het boek volgt Charles in zijn speurtocht naar de werkelijke dader. Zijn twijfels (niet aan de onschuld van zijn broer), zijn besluiteloosheid en zijn doorzettingsvermogen. Hij moet en zal de misdaad zelf oplossen. Steeds duiken nieuwe verdachten op en het lijkt er op dat hij voortdurend achter de feiten aan loopt. Hoe langer hoe meer realiseert hij zich hoe belangrijk Pierre voor het dorp is en hoe onbelangrijk hij zelf is.

Hij volgt dwaalspoor op dwaalspoor tot de uiteindelijke ontknoping in het toilet van een restaurant in Dieppe. Achterop het Zwarte Beertje dat ik las staat "Met meesterschap beschrijft Simenon de reacties van de verdachte, een stugge jonge visser (...)". Maar dat is een dwaalspoor van de uitgever. Aan de stugge jonge visser wijdt Simenon amper een hoofdstuk. Zijn superioriteit als schrijver bestaat er uit dat hij koos voor de beschrijving van de zoektocht en de gevoelens van de tweelingbroer Charles in plaats van die van de verdachte.