woensdag, april 27, 2016

De Mexicaanse Hond: Het Gelukzalige

Een voorstelling over een vennootschap van dieven, of eigenlijk een voorstelling die nergens over gaat, dat is Het Gelukzalige, het nieuwe stuk van Alex van Warmerdam bij zijn gezelschap De Mexicaanse Hond.

Drie mannen en één vrouw gaan iedere ochtend op dievenpad en leveren 's avonds de buit in bij de bazin, Brouwer (Annet Malherbe), die zelf niet meer de straat op gaat. Alles is toegestaan aan de bendeleden, inclusief seks met dieren, behalve liefde. Liefde is verboden. Alles lijkt goed te gaan tot het zusje (Eva van der Post) van Hensen (Eva van Wijdeven) op komt dagen en vraagt om toegelaten te worden tot de vennootschap. Dat loopt uit op moeilijkheden en uiteindelijk tot de dood van één van de bendeleden en van de indringster.

Het toneelbeeld en ook de muziek is prachtig zoals we van Alex van Warmerdam gewend zijn. Ook zijn er prachtige scènes zoals die waarin alle spelers een nogal wonderlijk gebed uitspreken. Van tijd tot tijd wordt een wit doek neergelaten voor een schaduwspel waarop de erotische pornofantasieën van Van Henegouwen (Tom de Wispelaere) te zien zijn.

Er is veel te lachen en de voorstelling verveelt nergens maar heeft de diepgang van een dubbeltje. Nergens wordt het echt spannend omdat de personages uit bordkarton gezaagd lijken. Het absurde van het stuk is ver verwijderd van de werkelijkheid. Daardoor leef je niet mee met de personages. Als in een verhaal van Donald Duck is de situatie aan het einde precies hetzelfde als aan het begin.

Dat is het: een goed gemaakt stripverhaal.

Te zien

Het Gelukzalige is dit weekeinde nog te zien in de Stadsschouwburg Utrecht.

Generale Oost: Turing

In het kleine theater van Onafhankelijk Toneel waar ik tot nu toe nooit eerder was geweest, speelt Lowie van Oers van Generale Oost de voorstelling Turing. Gebaseerd op zijn eigen levensverhaal en op dat van de wereldberoemde wiskundige Alan Turing. De man die de enigmacode wist te breken, de geheime code die de Duitsers gebruikten in de Tweede Wereldoorlog, met behulp van de zogenaamde Turing-machine, de voorloper van de computer. Daarnaast is Alan Turing niet alleen bekend van de Turing-test, een test waarmee je een mens kunt onderscheiden van een computer, maar ook door de film die over zijn leven werd gemaakt, The Imitation Game.

Lowie van Oers is een jonge acteur die voorbestemd leek om net als Turing wiskundige te worden. In de voorstelling mengt hij feit en fictie over zijn eigen leven met feiten uit het leven van Turing. Hij springt met groot gemak heen en weer in de tijd, dan weer is hij een klein jongetje dat praat met zijn moeder, dan weer is hij scholier of student. Hij is een bijzonder kind, zonder zich te verkleden beweegt hij zich op een gekostumeerd kinderfeestje want hij is een robot die niet van een mens te onderscheiden is.  Als nerdy toneelschoolstudent vraagt hij zich af of hij de rol van Hamlet beter zou kunnen spelen als hij een precieze plattegrond zou hebben van kasteel Elsinore waar het stuk zich afspeelt.

Halverwege de voorstelling trekt hij met twee kabels een geel achterdoek omhoog en verandert hij van Lowie in Alan en vertelt dan diens levensverhaal. Mooi theatraal effect.

Het bijzonder knappe aan de voorstelling is dat Lowie van Oers' verhaal voortdurend heen en weer springt in tijd en plaats zonder dat dat onduidelijk of minder helder wordt. Hij neemt je mee en je leeft met hem mee op zijn zoektocht naar volwassenheid en naar wat hij wil worden en zijn. Een wiskundige of acteur. Een prestatie van formaat.

Te zien

Turing is nog te zien in theater Het Hof in Arnhem van 11 t/m 14 mei
The Imitation Game met Benedict Cumberbatch als Alan Turing is te zien in de Open Air Cinema op de Erasmus Universiteit Rotterdam op maandag 9 mei
De Turing test komt voor in de film Blade Runner 

woensdag, april 20, 2016

Het Zuidelijk Toneel: Macbeth

Een nieuwe visie op Macbeth, een gemoderniseerde versie, gesitueerd in het heden. Dat belooft de flyer van Macbeth van HZT, van het door Lucas de Man geregisseerde en bewerkte Shakespeare-stuk. Het korste stuk van Shakespeare, en mijn lievelingsstuk. Grimmig, met antipathieke hoofdrolspelers. De titelheld komt als oorlogsheld van het slagveld maar ontwikkelt zich al snel tot moordenaar, dictator en tiran. In de versie van De Man zijn Macbeth en Lady Macbeth de ouders van een gesneuvelde zoon, omgekomen in precies dezelfde oorlog die zijn vader tot een held gemaakt heeft. Bij het nieuws van de dood van zijn kind maakt Macbeth uit wraak een heel dorp met de grond gelijk, met vrouwen en kinderen en al. Een oorlogsmisdaad die hem in zijn latere leven blijft achtervolgen. Toch komt Macbeth in het begin van het stuk over als een gevoelig persoon, een lijdend persoon, een vader die zijn kind heeft verloren. Maar die tegelijk niet meer in staat is tot liefde. Waar zijn vrouw dan weer over klaagt.

De setting is zoals gezegd modern. Voorop het toneel, nog voor het speelvlak, is een jongen bezig een modelvliegtuig in elkaar te zetten. Een straaljager. Bij aanvang, als het publiek de zaal binnenkomt, zit zijn vader bij hem. De echte handeling start in een televisiestudio waar Macbeth en Banquo tijdens het wachten tot ze aan de beurt zijn in een talkshow, stemmen horen die hun vertellen dat Macbeth eerst gouverneur en later koning zal worden, maar zijn nakomelingen niet. Banquo's nageslacht zal de troon overnemen. Tijdens de talkshow komt dan het nieuws dat het eerste deel van de voorspelling is uitgekomen. Macbeth is benoemd tot gouverneur van de opstandige gebieden.

Ik zal niet verklappen hoe deze versie van Macbeth afloopt, want die verschilt wezenlijk van het origineel. Maar het is een intrigerend einde. 

zondag, april 03, 2016

Jean-Philippe Toussaint: Football



Football, het laatst verschenen boek van Jean-Philippe Toussaint wordt voorafgegaan door een waarschuwing. Liefhebbers van voetbal zullen er niet veel aan vinden want het gaat niet echt over voetbal. Liefhebbers van literatuur zullen er evenmin iets aan vinden want die houden niet van voetbal. Ik behoor tot de laatste categorie maar sla de waarschuwing in de wind en begin toch te lezen. Halverwege het boek denk ik dat Jean-Philippe Toussaint toch gelijk krijgt. Ik vind er niet echt veel aan, het boeit me niet echt en ik lees eerst De naam van de roos van Umberto Eco, Zink van David van Reybrouck en daarna ook nog Broer van Esther Gerritsen. Dan pak ik het op tweede Paasdag toch weer op en lees het vervolgens in één ruk uit.

Ik pak de draad op bij het hoofdstuk Corée-Japon 2002 waarin Toussaint verslag doet van het wereldkampioenschap voetbal van dat jaar. Hij deed dat voor de Franse krant Libération. Het is een fantastisch verhaal en vanaf dat moment word ik weer gepakt door fenomenale stijl van Toussaint. Vanaf dat moment gaat het niet alleen maar over voetbal maar over veel meer. Over cultuur, over kunst, over schrijven. Er is een mooi hoofdstuk over het WK voetbal dat hij overslaat en in het gezelschap van Jeff Koons doorbrengt bij de autoraces van de 24 uur van Le Mans. Een meer poëtisch relaas is dat van de finale van het laatste WK. Toussaint volgt die op zijn laptop op het eiland Corsica als een gigantisch onweer uitbreekt. Net op het moment dat de finale beslist gaat worden door middel van penalty's valt eerst het internet uit en vervolgens zelfs de stroom. Uit de slaapkamer waar zijn vrouw ligt te slapen ('Is het al voorbij?' vraagt ze), haalt hij een transistorradio op batterijen om van een Italiaanse verslaggever die hij slechts gedeeltelijk kan verstaan de uiteindelijke uitslag te vernemen.

Toussaint schrijft op een kinderlijk enthousiaste manier over voetbal. Geen politiek, omkoping, doping, matchfixing, maar puur genot van het voetbal. Als een kind dat zelf voetbalt. Daarmee begint het boek ook, met zijn eigen avonturen als voetballer, als jochie met zijn kameraden en een voetbal in de straten van Brussel aan het begin van de jaren zestig.