maandag, augustus 25, 2014

Frits M. Woudstra: Blijvend ontgoocheld

Een kind dat zijn ouders verliest is een wees. Iemand die zijn partner verliest is weduwe of weduwnaar. Maar voor ouders die hun kind verliezen, daar zijn geen woorden voor.

Vandaag, 25 augustus, zou Lucas vijfentwintig jaar geworden zijn. Maar in december gooide hij zichzelf in Diemen voor een trein. Zijn vader Frits, met wie ik al sinds de kunstacademie in Enschede bevriend ben, schreef een boek vol met de gedachten die hem door het hoofd spookten sinds de dood van hun enige zoon. Dat boek heb ik vandaag op wat zijn verjaardag had moeten zijn, van voor tot achter gelezen. 'Blijvend ontgoocheld' heet het en bestrijkt de periode vanaf de zelfmoord tot een half jaar daarna in juni.

Er staan ontroerende verhalen in. Over hoe het nu incompleet geworden gezin, vader, moeder en dochter, in gezelschap van een oom en een tante, de as verstrooit op een berg in Spanje. Maar er zijn ook losse gedachten. Twijfels. Observaties, bijvoorbeeld van de gewonde jas waarin Lucas stierf. Waarvan Anouk, de moeder, foto's maakt. Veel van de verhalen stonden al op het weblog Leven na Lucas, sommige verhalen ontbreken en andere zijn nieuw.

Ik denk nog vaak aan Lucas. Soms komt een herinnering boven zoals het beeld van een enigszins wanhopige Lucas achter in de tuin van het tuinhuisje van zijn ouders in Driemond. Een zoekende twijfelende jongeman. Intelligent. Sportief. Zacht en hard tegelijk. Zijn vader spreekt over de verdwijning. Ook tijdens zijn leven deed Lucas al pogingen te verdwijnen. Er niet te zijn in gezelschap. Maar steeds komt hij in de herinnering terug op onverwachte momenten. Ook bij ons. We missen hem.

Als we door Barcelona lopen staan we ineens voor een modezaak die Lucas heet. Zijn opa Egon had ooit een modezaak in Enschede. Woudstra's Modehuis. Voor het Museo d'Arte Contemporanea Barcelona wordt druk gestunt met skateboards. Hier had Lucas tussen moeten staan, zegt mijn lief. Zo dragen we de herinnering aan hem met ons mee de wereld rond.

Ik luister als een soort eerbetoon naar OK Computer, de lievelings-cd van Lucas. IJle en soms duistere muziek van Radiohead, gedragen door de klaaglijke stem van zanger Thom Yorke. Een twijfelaar en een zoeker, net als Lucas, net als de vader die op zoek blijft naar het waarom. Heeft Lucas in de dood gevonden wat hij zocht? We weten het niet. Hopelijk.

In de laatste aflevering van Zomergasten vertelt David van Ruybrouck over het grote aantal zelfmoorden in Vlaanderen in precies dat gebied waar de Eerste Wereldoorlog honderd jaar geleden een record aantal slachtoffers eiste. Volgens mijn lief ligt dat aan de plek zelf. Schuldige plaatsen noemt Armando dat. Van Ruybroeck heeft bewondering voor de ouders die gestopt zijn een verklaring te zoeken. Want die zal nooit gevonden kunnen worden. Wijsheid noemt hij dat, die komt met de jaren.

zaterdag, augustus 23, 2014

Simenon: De Rode Ezel

De Rode Ezel
De Rode Ezel is de naam van het louche café waar Jean Cholet door de mysterieuze Speelman, een impresario, heen wordt gevoerd en dat hij vanaf dat moment iedere avond bezoekt. Speelman is dan al met de noorderzon vertrokken. Maar hij ontmoet er het zangeresje Lulu, de zanger met de grafstem Doyen, de kroegbaas Layard en zijn vrouw, en de pianist. Langzaam lijkt hij zijn ondergang tegemoet te gaan. Hij liegt, leent overal geld en pleegt in opdracht van een handlanger van Speelman zelfs een diefstal.

De enige die nog vertrouwen in de negentienjarige journalist van de Gazet de Nantes heeft is zijn vader, de oude Cholet. Hij is de enige die hem nog steunt maar is zwak en kan ieder moment sterven.

De losse einden in dit boek van Simenon maken De Rode Ezel zo aantrekkelijk. Speelman is een belangrijk figuur maar verschijnt uiteindelijk nooit echt ten tonele. Hij leeft slechts in de herinnering van de hoofdpersoon en is bijna een sprookjesfiguur of een geest. Ook wordt niet precies duidelijk wat Jean in Lulu ziet met wie hij een verhouding begint en op wie hij verliefd lijkt of denkt te zijn. De hoofdpersoon Jean Cholet is daarentegen het tegendeel van aantrekkelijk. Hij is behoorlijk onsympathiek en toch ga je met hem mee, voel je met hem mee en lijd je aan het einde van het boek met hem mee als zijn vader sterft en niet de persoon blijkt die hij leek te zijn. Ook eindigt het niet met de zelfmoord van Jean, iets waar het verhaal op af lijkt te stevenen, maar laat Simenon het einde open.

Van alle Simenons die ik tot nu toe heb gelezen vind ik dit wel één van de indrukwekkendste. Geschreven in 1932, als Zwart Beertje meer dan dertig jaar later uitgegeven in Nederland, maar nog zo fris alsof het pas van de pers was gekomen.

Niet actueel is de scène in de groentewinkel waar Lulu gekookte groente koopt voor de tante bij wie ze inwoont. Twee gekookte artisjokken koopt ze. Zou ze die dan thuisgekomen gewoon weer opwarmen?

vrijdag, augustus 15, 2014

Two Spanish picaresque novels

Omdat ik met vakantie naar Spanje ga pak ik dit boekje uit de boekenkast. Two Spanish picaresque novels. Ooit op een rommelmarkt gekocht of geruild voor een ander boek op een ruilmarkt. Twee novellen van vier- en vijfhonderd jaar geleden. Schelmenromans van de soort Tijl Uilenspiegel. Een picaro is een schelm, een belhamel, een kwajongen. Ik ken het woord van Kuifje en de Picaro's maar daar heeft het een heel andere betekenis, die van de naam van een indianenstam.

Beide novellen volgen ongeveer hetzelfde stramien. Een jongen groeit voor galg en rad op tot volwassenheid. De auteur van de eerste is onbekend, verloren gegaan in de vergankelijkheid, de auteur van de tweede is Francisco de Quevedo.

Lazarillo de Tormes (verschenen in 1554) vind ik de mindere van de twee. Beide verhalen zijn gelukkig in modern Engels vertaald (door Michael Alpert), maar wat opvalt bij het lezen van beide is dat de stijl van de tweede veel beter is. Meer humor ook. Lazarillo wordt opgevoed door verschillende personen, een blinde bedelaar, een wrede priester die hem bijna geen eten geeft, een verarmde edelman en een zwendelaar die absoluties verkoopt. Tussendoor worden in een paar zinnen nog wat meesters genoemd waarover verder niet wordt uitgewijd. Van al deze meesters leert hoe in het leven vooruit te komen. Uiteindelijk wordt hij politieman en trouwt hij met een vrouw die hem bedriegt. De humor in deze novelle is situatiehumor en die situaties zijn van een ouderwetse boertige koddigheid.

De zwendelaar (La Vida del Buscón) gaat over Pablo, de zoon van een barbier die zijn klanten berooft met behulp van het jongere broertje van de hoofdpersoon, en een heks. Zijn oom is beul. Pablo gaat uit huis om dienst te nemen bij Don Diego met wie hij om te gaan studeren intrek neemt bij dokter Geit. Die hongert zijn studenten uit totdat er eentje sterft en beide jongens worden verlost van het wrede juk. Ze vertrekken naar Alcalá waar de echte vieze grappen plaatsvinden, passend in een schelmenroman. Zo wordt Pablo bespuugt door zijn medestudenten en wordt er in zijn bed gepoept. Scabreuze elementen vormen een belangrijk onderdeel in deze novelle.

Maar er komen vele mooi beschreven personages in het verhaal voor. De man die een boek geschreven heeft over hoe je moet schermen en beweert daar alles van te weten. De zogenaamde edelman die alleen kleding heeft aan de voorzijde van zijn lichaam. De monnik die iedereen uitkleed met kaarten.

Pablo spaart zichzelf niet in zijn beschrijvingen van zichzelf. Regelmatig wordt hij geslagen, geschopt, in de gevangenis gegooid, met een mes wordt zijn gezicht bewerkt en vaak wordt hij van zijn geld beroofd.

Uiteindelijk vertrekt hij met zijn vrouw naar Amerika maar uit de laatste regel is op te maken dat het hem daar niet veel beter is vergaan. Je kunt wel van woonplaats veranderen maar als je zelf niet verandert dan blijft alles toch hetzelfde.

Het lukte me niet om het boek in Spanje zelf uit te lezen. Niet omdat ik het niet interessant of spannend genoeg vond maar omdat ik weinig aan lezen toe gekomen ben.