zondag, februari 26, 2017

Rieks Swarte: Potters Beesten


Potters beesten is een vijfentwintig jaar oude voorstelling van Rieks Swarte die hernomen is. Volgens de berichten met dezelfde bezetting als vijfentwintig jaar geleden maar als wij de voorstelling zien blijkt Servaes Nelissen niet van de partij te zijn, die nog wel op de flyer en de poster te zien is. Is hij ziek? Wilde hij niet meer meedoen? Het wordt niet uitgelegd. Zijn rol wordt in de zaal Rotheater gespeeld door... Ja, door wie eigenlijk? Het staat niet op de site van Rieks Swarte, niet op de site van Servaes Nelissen (daar staat de voorstelling gewoon op zijn speellijst), niet op de site van productiebureau Via Rudolphi en niet op de site van het Rotheater waar de voorstelling wordt gespeeld. Waarom niet? Het komt me wonderlijk voor. Ik begrijp er niets van.

Dat neemt niet weg dat Potters beesten een heerlijke ongecompliceerde en humoristische voorstelling is en blijft. Poppentheater voor jong en oud. Vijf verhalen van Beatrix Potter worden als een soort Engelse panto gespeeld. Onder leiding van de oude meester Rieks Swarte die als spreekstalmeester optreedt maken de vier mannen en de technicus aan de zijlijn een heerlijk avondje schmieren van. Op basis van de beroemde verhalen van Beatrix Potter die vooral bekend is van Peter Rabbit of Pieter Konijn. Voor wie het werk van Rieks Swarte niet kent, dat gebeurt met veel poppen, bordkartonnen decors en vet aangezet toneelspel. Op deze manier schept hij een fantasierijke en wonderlijke wereld waarin de dieren met elkaar kunnen praten zonder hun dierlijke eigenschappen te verliezen.

Ik was er niet bij vijfentwintig jaar geleden maar nu kunnen we gelukkig alsnog met de hele familie genieten.

zondag, februari 19, 2017

In memoriam Dick Bruna

Ik ben van 1955 net als nijntje. Maar de eerste boeken van Dick Bruna die wij lazen waren De Appel en Kleine Koning. Vrolijk gekleurde prentenboeken die wij zoals alle kleine kinderen voorgelezen kregen, lazen en steeds herlazen. Toen nog rechthoekig, pas later ging Dick Bruna over op het vierkante formaat.


We werden groter en gingen langzamerhand grote-mensenboeken lezen. Zwarte Beertjes. Daar begon pas de echte liefde voor het werk van Dick Bruna. James Bond, The Saint, OSS 117, Havank en natuurlijk Maigret en de romans van Simenon. Allemaal gestoken in prachtige omslagen, kleine kunstwerkjes van de schepper van nijntje. Als vader van nijntje werd hij wereldberoemd, maar nijntje pluis is mij te lief en te zoet.

Hierbij ter nagedachtenis aan een groot grafisch artiest één van mijn lievelingsomslagen, geïnspireerd door het werk van Fernand Léger: Maigret en de geschaduwde schoolmeester.

woensdag, februari 08, 2017

Lizzy Timmers groep: De terugkeerturk

De eerste keer dat ik Yonina Spijker zag spelen is inmiddels jaren geleden, ik denk rond 2002 toen ik bij Studium Generale Delft werkte. Daar kwam Jonghollandia een voorstelling spelen, Pixels. Zes jonge theatermakers onder de hoede van Theatergroep Hollandia. Jonghollandia werd al snel Wunderbaum, maar zonder Yonina Spijker want haar grote talent werd snel ontdekt en ze vertrok.

Ik bleef Wunderbaum volgen maar verloor Yonina Spijker uit het oog, alhoewel ik haar op dat moment zonder enige twijfel het grootste talent van Jonghollandia vond. Bijna tien jaar later, in 2011, zag ik haar terug, samen met Lizzy Timmers in de voorstelling Kaap Kat, spelend voor een handvol mensen in een buurthuis op het Afrikaanderplein in Rotterdam-Zuid.

Nu speelt ze een groot aantal personages in de nieuwe voorstelling De Terugkeerturk van de eveneens nieuwe Lizzy Timmers Groep. Te beginnen bij Maaike, een onderzoekster die onderzoek heeft gedaan naar waarom zoveel goed opgeleide jonge Turken 'terug' gaan naar hun land, Turkije, een land waar ze niet zijn geboren. Zoals De Volkskrant schrijft is dat het goede nieuws. Dat Yonina Spijker alle personages speelt. Want nog steeds is ze een fantastisch actrice. Dat was ze in 2002, in 2011 en is ze nog steeds.

Ze speelt niet alleen de serieuze onderzoekster, maar ook een Marokkaanse puber, een filmmaakster die van haar omgeving tegen haar wil in terug moet gaan naar haar roots, een jonge vrouw die is teruggekeerd naar Turkije. Het levert een fragmentarische en collagevoorstelling op die vooral door het indrukwekkende acteerwerk overeind blijft.

Naast Yonina Spijker staan er nog twee muzikanten op het podium die de solovoorstelling begeleiden en soms even inbreken. Ze maken mooie muziek maar voegen mijns inziens niet veel toe. Op één moment na. Eén van de twee muzikanten is zelf een Turk en er is even een korte maar ongemakkelijke confrontatie tussen de Nederlandse onderzoekster en haar onderwerp.

Een voorstelling die ergens over gaat van een nieuwe theatergroep die een belofte voor de toekomst inhoudt.

dinsdag, februari 07, 2017

Kleine gezelschappen: 3 tips in de strijd tegen de Bovenbazen

"Het is ongelijk verdeeld in de wereld. Sommige lieden hebben niets en andere hebben alles." * Aan de ene kant zijn er de kleine gezelschappen, podia en cultuurcentra die moeten sappelen om geld bij elkaar te krijgen, meestal zonder succes. Zelfs als de kwaliteit positief wordt beoordeeld dan nog krijgen ze het geld niet omdat er teveel aanvragers zijn. Aan de andere kant zijn daar de grote en succesvolle instellingen, ooit ook klein begonnen zoals bijvoorbeeld het IFFR, die al het geld naar zich toe trekken zoals in De Bovenbazen van Marten Toonder waarin Heer Bommel omdat hij één dubbeltje van Tom Poes aanneemt over de grens gaat waardoor zijn vermogen alleen nog maar groeit.

Zo lezen we in Duizenden urensubsidie aanvragen (van Gretha Parma in NRC Handelsblad) over Korzo, een kunstenplatform dat kleine dansgezelschappen de mogelijkheid biedt experimentele dansvoorstellingen te produceren met als doel talentontwikkeling. Ondanks dat de kwaliteit door de commissie als hoog wordt beoordeeld valt het platform buiten de boot omdat er teveel aanvragen zijn.

Tom Poes en de Bovenbazen, door Marten Toonder

In Wim Pijbes gaat kunst in Rotterdam steunen met geld van miljardairsfamilie (eveneens van Gretha Parma in datzelfde NRC Handelsblad) wordt melding gemaakt van een nieuw fonds, geleid door Wim Pijbes, dat geld verdeeld van de miljardairsfamilie Van der Vorm. Zij gaan niet over tien- maar over honderdduizenden euro’s. De eerste instelling waaraan zij geld gaven is IFFR, het International Film Festival Rotterdam. Een festival waar ooit door de gemeente Rotterdam op werd neergekeken (vertonen alleen maar films uit Takka-Tukaland) maar dat ondertussen is uitgegroeid tot een prestigieus festival.

Hoe kunnen de kleine opkomende groepen in dit klimaat overleven en concurreren, waar zowel rijk als particulieren steeds meer inzetten op grote prestigieuze groepen. Iedere grote stad wil of is bezig met het vormen van een groot stadsgezelschap zoals Toneelgroep Amsterdam (TgA). Ieder musea wil grote blockbustertentoonstellingen. En hoe zit het met de kunstopleidingen? Worden er niet veel te veel kunstenaars opgeleid waarvoor geen werk (meer) is of zal zijn?

Wat te doen? Mijn aanbevelingen zijn:
  • Probeer geld te krijgen uit andere (subsidie)bronnen, sociaal geld bijvoorbeeld 
  • Ga een verbinding aan met een van de grotere gezelschappen (zoals Wunderbaum heeft gedaan) 
  • Doe aan crowdfunding en spreek je fans aan die trouwer zijn dan de subsidiegevers 
Echt goede kunst wordt vroeg of laat ontdekt, soms te vroeg maar vaak te laat.


* Eerste regel van Tom Poes en de Bovenbazen


Over mij: Fedde van der Spoel
Sinds 2004 schrijf ik regelmatig over theater en literatuur op mijn weblog Het Gebroken Oor.
Ik regisseer amateurtheaterproducties en werk op de Erasmus Universiteit Rotterdam als online communications advisor en programme manager.

Bereik mij op Twitter: @feddespoel or LinkedIn: feddevanderspoel

Dit blog is geschreven als onderdeel van de cursus Social Media Marketing van de NorthWestern University op Coursera.

maandag, februari 06, 2017

Maarten 't Hart: Dienstreizen van een thuisblijver

Dit is het grappigste boek dat ik in tijden heb gelezen. Ik herinnerde mij Een vlucht regenwulpen, het enige boek van Maarten 't Hart dat ik ooit gelezen had, als een serieus boek over een enigszins zwaarmoedig jongetje en zijn jeugd in een zwaar christelijk dorp. De filmversie met Jeroen Krabbe was een stuk lichter van toon.

Dienstreizen van een thuisblijver gaat over de reizen die Maarten 't Hart als schrijver verplicht moet maken in opdracht van (soms buitenlandse) uitgevers. Hij doet zijn best om daar onder uit te komen want hij is zoals hij zelf zegt een stubenhocker, iemand die het liefst thuis zit om te schrijven. Door zijn regelmatige bezoeken aan de studio van het radioprogramma De Nieuwsshow op zaterdagochtend weet ik dat Maarten 't Hart een ochtendmens is. Iemand die niet graag 's avonds optreedt om prijzen in ontvangst te nemen of uit te reiken (één verhaal gaat over zijn jurylidmaatschap voor de Libris-literatuurprijs). Maar ook in eigen huis wordt hij belaagd, door toeristen, door fans (met name uit Duitsland), een fotograaf, en door uitgevers.

Tot deze laatste soort behoren de dames Raabe en Vitale die tezamen het Duitse Arche Verlag leiden. Onder hun hoede wordt 't Hart meegetroond naar Duitsland om daar de Duitse vertaling van Het woeden der gehele wereld te promoten. Frau Raabe is een forse vrouw met roodharig krulhaar, gehuld in allerlei lappen, omslagdoeken en sjaals die onafgebroken door blijft praten en haar schrijvers 'pflegt', een woord dat Maarten in het woordenboek opzoekt en behalve verplegen ook verzorgen, koesteren en vertroetelen betekent. Dat vertroetelen lukt best aardig maar naar de inkomsten van zijn bestsellers in Duitsland moeten de schrijver en zijn uitgever helaas fluiten. 

Twee verhalen vallen uit de toon. Het ene gaat over een verplicht bezoek aan het ziekenhuis naar aanleiding van een beenbreuk, het andere over zijn betrokkenheid bij de zaak Lucia de B. Dit zijn niet echt dienstreizen te noemen.

Naast een zeer amusant boek wijst Maarten 't Hart die een zeer belezen mens is, mij ook op een groot aantal schrijvers waarvan ik denk dat ik die ooit nog moet lezen. Net als ik houdt hij van klassiekers en hij noemt een groot aantal helden. Trollope, Dickens, Fontane, Cheever, Vestdijk, hij heeft zowat alles gelezen, dat kan natuurlijk als je een stubenhocker bent met je neus in de boeken.

Twee personen uit het boek moet ik tenslotte nog noemen. Ze zijn aandoenlijk en stelen je hart. Het zijn de Hongaarse vertaler Béla Szondi en zijn vrouw Margit met wie Maarten jarenlang contact onderhoudt. Ze staan glanzend en ontroerend tegenover de vele kwelduivels die de arme thuisblijver op zijn dienstreizen belagen.