vrijdag, juni 29, 2012

Straycats



Het bandje dat in het café speelt bestaat uit jongens van hoogsten 27 jaar en ze spelen nummers van vroeger. Alhoewel van vroeger? Ze spelen een nummer van Johnny Cash dat eigenlijk een cover is van een nummer van Soundgarden. Een vreemd soort anachronisme. Een nummer dat meer bij hun eigen tijd past in de stijl van iemand van een paar generaties eerder. Muziek van mijn vader die de elpee Johnny Cash in San Quentin had. Vol met piepjes wanneer Johnny een vloek of vies woord uitsprak. Want dat mocht in Amerika nog niet.

Ook spelen ze drie nummers van The Straycats, Runaway Boys, Straycat strut en Ubangi Stomp. Muziek uit mijn tijd. Ik herinner me dat Bill, Sibe en ik met perskaarten van De Wekker begin jaren tachtig op Hemelvaartsdag naar het popfestival in Lochem gingen. De perskaarten had ik zelf gedrukt op de persen van de AKI. Op de voorkant een dikke rode baan met daarover in de vetste letter Gill het woord PERS. Een paar mooie onleesbare stempels er op in de stijl van Saul Steinberg, en een handtekening van Ron da Costa, de directeur van het studentenblad. Het was de tijd dat hogescholen en universiteiten nog twee bladen hadden. Een officieel orgaan, spreekbuis van de universiteit, en een onafhankelijk studentenblad, voor en door studenten. Wij hadden als amateurjournalisten natuurlijk geen echte perskaarten.

We komen met de Renault 4 van Sibe in Lochem aan en mogen onmiddellijk backstage, krijgen gratis bier en kunnen overal rondlopen. Behalve The Straycats traden ook mijn helden The Kinks op. Maar die waren tijdens dat optreden iets minder in vorm dan The Straycats die net hun eerste grote hits hadden in Nederland, Runaway Boys voorop. The Kinks hadden hun sound enigszins aan de tijd aangepast door meer hardrock dan rock&roll te spelen. Broertje Dave Davies mocht een groot aantal hardrocksoli spelen. Als jonge student helaas te bleu en verlegen om Ray Davies backstage aan te spreken. Ik weet niet of die mogelijkheid er was, maar vandaag de dag had ik de mogelijkheden zeker onderzocht.

The Straycats waren toen niet veel ouder, waarschijnlijk jonger dan het bandje dat ik nu zie spelen. Maar The Straycats spelen in de zon een dampende rock&roll set met minimaal drumstel en de bassist klimt op zijn staande bas. Er zit meer swing, rock en pit in dan in de muziek van de jongens die nu, dertig jaar later, hun muziek naspelen. Ik voel me oud worden. Hoeveel dode artiesten heb ik ondertussen niet al zien optreden? Het worden er steeds meer.

donderdag, juni 28, 2012

Vallende bromfietser

Mijn vaste wielerrondje door de stad volgt een gedeelte van de Lange Afstandsfietsroute Lf2 van Amsterdam naar Brussel (Stedenroute) en een gedeelte van de Lf11van Breda naar Den Haag (Prinsenroute). Ik neem de eerstgenoemde route vanaf de Nesserdijk en als ik aan de overkant van de Van Brienenoordbrug ben stap ik over op de andere route, langs het Brienenoordeiland, het Feijenoordstadion, de moskee, op weg naar de Erasmusbrug. Na de Erasmusbrug ga ik rechtsaf en pak ik opnieuw de Lf2 en fiets langs de Maas terug naar huis. Afhankelijk van de stoplichten en het verkeer doe ik daar zo'n 32 minuten over. Drie bruggen zitten in de route, een goede oefening in klimmen en dalen.

De uitdaging op de Van Brienenoordbrug is om hem zo snel mogelijk te beklimmen en vervolgens ook hem zo snel mogelijk af te dalen zonder al te veel te remmen en zonder uit de bocht te vliegen.

Ik daal met hoge snelheid de brug af als ik beneden een man op een bromfiets de brug zie beklimmen. Ons beider wegen worden gescheiden door een klein opstaand randje. Plotseling raakt hij met zijn voorwiel het opstaandje randje tussen de twee fietspaden en verliest zijn evenwicht. Hij komt zijdelings ten val en zijn gehelmde hoofd zweeft boven mijn zijde van het fietspad. Ik race nog steeds met hoge snelheid recht op het hulpeloze hoofd af. Ik stel me voor dat ik dwars over zijn hals zal rijden en dat een bloederig ongeluk het gevolg zal zijn. Of ik rijd recht tegen zijn helm aan en vlieg zelf over de kop.

Maar gelukkig kan ik iets afremmen en het hoofd ontwijken. Ik rijd er rakelings langs. Ik kijk om om te zien of de man hulp nodig heeft. Als het een oude man was geweest was ik ongetwijfeld afgestapt. Maar de jonge man stapt onmiddellijk weer op zijn brommer en vervolgt zijn weg alsof er niets gebeurd is.

Ook ik kom alsof er niets gebeurd is 32 minuten na de start aan op mijn beginpunt.

woensdag, juni 20, 2012

't Kapelletje: Het verjaardagsfeest

Niet het verjaardagsfeest van Harold Pinter, maar het verjaardagsfeest van Natasja uit het boek De Idioot van Dostojevski wordt op maandag en dinsdag uitgevoerd als zomerproductie in 't Kapelletje. Een Russisch verjaardagsfeest zoals we dat kennen uit de stukken van Tsjechov, zoals bijvoorbeeld De drie zusters.

Iedereen is verzameld rond de grillige Natasja en enkelen hebben een oogje op haar. Er wordt een spel gespeeld. De gasten moeten opbiechten wat het gemeenste is wat ze ooit hebben gedaan. Maar het spel loopt uit de hand als Natasja aan de eveneens aanwezige speciale gast prins Mysjkin vraagt of ze met haar aanstaande, Ganya moet trouwen of niet. Even later komt een hele bende ruige kerels binnen onder leiding van Rogozhin die 100.000 roebel aanbiedt aan Natasja als bruidschat. Het geld wordt in het vuur geworpen en aanstaande echtgenoot Ganya wordt uitgedaagd het er met blote handen uit te vissen.

Het is een spannend en intrigerend verhaal van Dostojevski maar helaas is het spel van deze losjes bij elkaar geveegde groep amateurspelers zeer wisselend van kwaliteit waardoor de spanning al snel inzakt. Het is vaak wachten op een acteur of actrice die even de geest krijgt en het spel tijdelijk omhoog tilt, maar over het algemeen is het wachten op het einde. Nieuwsgierig naar het einde was ik namelijk wel, voor wie kiest Natasja uiteindelijk, maar dat had ik net zo goed in het boek kunnen opzoeken.

Misschien was de tijd te kort om met de kwaliteiten van deze grote groep ongelijksoortige spelers een beter resultaat en meer eer te behalen. Gezien de ervaring en het cv van regisseur Toi van Gelder had ik meer verwacht van de zomerproductie van 't Kapelletje. Jammer.

Fiestpad #07


zondag, juni 17, 2012

2 x 3 x Tsjechov

Dit weekend hebben we twee keer onze huiskamervoorstelling 3 x Tsjechov gespeeld. Niet in huiskamers maar in kleine theaters.

Op vrijdagavond spelen we in theater Werklicht. Een charmant minitheatertje aan de Putsebocht in een leegstaand pand in Rotterdam Zuid. Er staan wat houten bankjes, er hangen wat lampen en er is een rood fluwelen achtergordijn waarachter wij ons verkleden en van waar we opkomen.

Er zijn onder het publiek van circa tien mensen twee personen die onze voorstelling misschien willen programmeren in hun eigen kleine theatertje en ik merk dat ik nerveus ben, iets waar ik meestal weinig last van heb. Ook Marjanne is nerveus en dat veroorzaakt bij ons allebei een ongezonde spanning die de voorstelling niet ten goede komt. We zijn te serieus. De voorstelling mist lichtheid en is te breekbaar.

Toch zijn de reacties goed. Sommige mensen zijn zelfs ontroerd maar ook krijgen we terug dat we de voorstelling vaker moeten spelen. Het is pas de tweede keer dat we hem in zijn geheel en in deze vorm spelen. De ene programmeur wil ons boeken als we hem minstens vijf keer hebben gespeeld, de andere vindt hem niet in de programmering passen. Meer iets voor huiskamers dan voor het theater. Hij geeft me wel twee nuttige dramaturgische adviezen die ik meeneem voor de eerstvolgende repetitie.

De dag erna spelen we op het Spektakel op de Kaap in theater Walhalla. Nu zit er zo'n 35-40 man op de tribune en spelen we toch weer iets meer een echte theatervoorstelling. Maar de ervaring van de vorige dag nemen we overduidelijk mee en we zijn lichter en losser dan de dag er voor. Er wordt gelachen en tussen de verschillende verhalen geapplaudisseerd en dat beschouw ik als een goed teken.

Er staat nog geen exacte datum voor het volgende optreden van 3 x Tsjechov gepland maar deze tryouts leveren wellicht nieuwe optredens op en zijn in ieder geval voor onszelf een goede les.

donderdag, juni 14, 2012

Het slot

Halverwege Delft ontdek ik dat ik mijn slot ben vergeten. Ik ben op de racefiets onderweg naar Delft en als ik 's avonds een rondje ga fietsen neem ik mijn slot niet altijd mee. Nu ben ik uit Rotterdam vertrokken op een fiets zonder slot. Voordat ik vertrok herinnerde Mijn Vrouw me er aan lampjes mee te nemen maar ze wist natuurlijk niet dat er geen slot op mijn fiets zat. Nu is het te laat om terug te keren en moet ik een oplossing bedenken.

Ik ben op weg naar het Zomerfestival in Delft en misschien is daar een bewaakte fietsenstalling of anders kan ik mijn fiets eventueel in de bosjes in de buurt van de TU Delft verstoppen. Het is een niet al te warme avond en ik fiets niet al te hard om niet bezweet aan te komen. Nadat ik langs de Schie ben gefietst en onder het viaduct van de N470 doorgereden ben dat de zuidgrens van Delft vormt, sla ik rechtsaf het Kruithuispad in. Daar zijn weinig mensen en is veel bossage.

Dat lijkt me een goede plek maar als ik met mijn fiets het struikgewas induik zie ik juist een groepje politieagenten in gesprek met een jongemannen. Het lijkt er op dat ze hen aan het fouilleren en aan het ondervragen zijn. Ik leg mijn fiets neer maar zie dat-ie vanaf de weg te gemakkelijk zichtbaar is. Ik keer op mijn schreden terug en hoop dat ik niet word opgemerkt door de agenten. Voor je het weet heb je een bekeuring voor wildplassen aan je broek hangen. Ook heb ik geen legitimatie bij me.

Ik fiets verder, steek de Mekelweg over en zie daardoor al de ingang van het festivalterrein. Geen fietsenstalling, wel overal fietsen tegen lantarenpalen. Maar aan de linkerkant van de weg is eindelijk een goede plaats om mijn fiets te verstoppen. Er liggen hier en daar takkenbossen tussen de bomen en daarmee kan ik zelfs mijn fiets enigszins bedekken.

Als ik terugkeer van het Zomerfestival is het bijna donker en ga ik op zoek naar mijn fiets. Aan het einde van het pad, op de kruising met de Schoenmakerstraat staat nu een politieauto met brandende lichten. Voordat ik de bosjes inloop en me verdacht ga gedragen loop ik eerst naar de auto. Achter het stuur zit niemand. Nu staan twee agenten een man op de Schoenmakerstraat te ondervragen. Wat is er toch allemaal aan de hand? Maar omdat ze met de rug naar me toe staan maak ik van de gelegenheid gebruik mijn fiets van onder de takkenbos op te vissen. Als ik met de fiets uit de struiken kom komt juist een mevrouw aangefietst. Maar die besteedt geen aandacht aan mij.

Op de weg zie ik dat ik mijn achterlicht kwijt ben. Nogmaals duik ik de struiken in, op zoek naar het achterlampje. Het zou moeten reflecteren, maar helaas... ik vind het niet terug. Ik loop langs het fietspad tot aan de Mekelweg en stap dan toch op. Geen politieagent te bekennen hier. Zonder achterlicht kom ik veilig en met fiets thuis.

Foto: La Pegatina tijdens de soundcheck

Fietspad #02


dinsdag, juni 12, 2012

Wie het water niet keert

Wie het water niet keert is een bijzondere voorstelling op een bijzondere plek over een bijzondere man. Arie Hallensleben was schaapsherder in onze wijk, De Esch, maar hij was veel meer. Hij was ook filosoof en activist, slager en veearts. Een man met vele kanten maar altijd oprecht en eerlijk en vol strijdlust. Over hem heeft toneelschrijver Simon Weeda (winnaar ITs Playwriting Award 2010) op basis van interviews met Arie een monoloog geschreven die nu wordt opgevoerd naast de schaapskooi waar Arie werkte en vaak ook woonde. Tussen zijn door hemzelf verzamelde schilderijen, gevonden op straat, gered uit de afdankertjes van een museum.

Gespeeld wordt tegen de achtergrond van de ondergaande zon over de Eschpolder. Een stuk land dat zonder Arie waarschijnlijk zou zijn verdwenen. Er waren plannen om de bocht uit de rivier te halen en dankzij Arie werd dit plan voorkomen en werd het stukje land achter onze wijk een natuurgebied. Want Arie was geen gemakkelijk mens. Daardoor kwam hij vaak in botsing met stichtingen, met de gemeente, met organisaties in het algemeen. Toch had hij altijd begrip voor de ander. Dat maakte hem zo geliefd.

Ian Bok speelt hem zonder hem ooit gekend te hebben, maar doet dat erg mooi in de regie van Albert van Andel. Veel van de verhalen die hij op geheel eigen wijze vertelt, kennen we. We hebben ze uit Arie's eigen mond gehoord. Misschien is het juist dat verschil, het eigene van de acteur, wat de voorstelling tot zo'n prachtig monument maakt, een kunstwerk voor 'onze' Arie.

Kaarten voor de voorstelling Wie het water niet keert zijn te koop via theatergroep Bonheur. De voorstelling is nog te zien tot en met zondag 24 juni. Zeker de moeite waard.

Fietspad #00

In Spaarndam maak ik een serie foto's van het fietspad. Met en zonder fietsers. Met en zonder auto's.

dinsdag, juni 05, 2012

Wunderbaum: Het spookhuis van de geschiedenis

We lopen langzaam het spookhuis binnen dat theatergroep Wunderbaum heeft laten bouwen op het Schouwburgplein. We rijden niet in karretjes binnen maar lopen door een duistere gang naar binnen, op weg naar het podium en de tribune. Van te voren worden we al lekker gemaakt met echte kermisgeluiden. Op het podium zelf is het een grote puinzooi. Iemand is aan het filmen, de man die later de hoofdpersoon blijkt te zijn loopt rond, zijn zoon staat te schreeuwen en aan een tafel zit een dame te schrijven, een journaliste van De Havenloods.

Het stuk dat de spelers van Wunderbaum spelen, aangevuld met een stagiaire en twee operazangers, een man en een vrouw, is De Theatermaker van Thomas Bernhard, bewerkt door Gerardjan Rijnders. In deze bewerking getiteld Het spookhuis der geschiedenis. Hoofdpersoon is een theatermaker die iets te bewijzen heeft maar helaas de kans niet krijgt. De laatste keer dat ze zijn stuk hebben kunnen opvoeren was in Zeebrugge, maar hij verlangt naar optredens op de grote podia van de wereld, om te beginnen dat van de Stopera te Amsterdam. Helaas wordt hij tegengewerkt door het homoseksuele complot dat de theaterwereld regeert.

Het is een dolkomisch geheel met veel verwijzingen naar diverse theatervormen. Het stuk begint onmiddellijk al met een Hotel Modern-achtige Grote-Oorlogscène. Er is een prachtige litanie gericht tegen het ervaringstheater dat vooral door Vlaamse dames met een zachte g die zoet in je oor fluisteren wordt uitgevoerd. Maar ook zijn er prachtig gezongen operasoli en -duetten van Wagner. Zo worden diverse theatervormen door de theatermaker op de hak genomen en bekritiseerd.

Het stuk dat de theatermaker op wil voeren en waarvoor door hem, zijn zoon, zijn dochter en een stagiaire wordt geoefend bestaat uit een aantal staatsies, zoals de staatsies van Jezus Christus. Dat levert prachtige beelden op zoals van de dochter die met het hoofd naar beneden langs één van de Twin Towers naar beneden valt, de scène waarin het lichaam van de theatermaker wordt opgegeten door zijn medespelers in witte gewaden. Minder vond ik de herhaling van de viezigheid uit de voorstelling Looking for Paul waaraan mijns inziens niets nieuws werd toegevoegd. Maar het absolute hoogtepunt is wel de scène van de stervende zwaan, een pastiche op een reclamespot.

Tenslotte worden de spelers in 'naaktpakken' de straat op gestuurd en taait iedereen af. Zelfs de voorstelling in Rotterdam waarvoor de theatermaker een geweldige finale had bedacht, gaat niet door want er zijn maar twee kaarten verkocht.

Het is een echte kermisvoorstelling met veel diverse elementen maar daardoor vond ik het soms wat vormeloos. De operascènes die op zichzelf prachtig zijn halen de vaart uit de voorstelling en zijn van een esthetiek die botst met de rauwe vorm van kritiek. Maar ik blijf fan van Wunderbaum want het is zeker een voorstelling die de moeite waard is om te gaan zien. Niet meer in Rotterdam, maar gelukkig nog wel in Den Bosch, Berlijn en zelfs in Amsterdam.