zaterdag, juli 31, 2010

Georges Simenon: Stoplicht

Op vakantie laat ik me altijd graag vergezellen door een boek van Simenon, de geestelijk vader van Maigret. Ditmaal valt de keuze op Stoplicht, een roman over een Amerikaans echtpaar dat met de auto op pad gaat tijdens het weekend met de allergrootste verkeersdrukte van het jaar, wanneer alle ouders hun kinderen gaan ophalen van vakantiekampen elders in het land. Het echtpaar is niet gelukkig. De man voelt zich achtergesteld bij de vrouw die een betere baan heeft dan hij en hij wil wel eens uit de band springen. Dat doet hij door meer te drinken dan goed voor hem is, iets wat hij 'in de tunnel gaan' noemt. Voordat ze op pad gaan drinkt hij al een extra glaasje en als hij onderweg nog een glas wil drinken en zijn vrouw dreigt zonder hem de kinderen te gaan halen, neemt hij de sleutels van de auto mee en gaat hij toch een glas rye drinken in een wegrestaurant. Als hij terugkomt bij de auto is zijn vrouw verdwenen. Er is een briefje, ze heeft de bus genomen.
Schuldbewust probeert hij de bus te achterhalen maar in zijn dronkenschap neemt hij een verkeerde afslag. Dan komt hij in een ander café terecht en gaat daadwerkelijk 'de tunnel in' en ontmoet een vreemdeling.

Aan het einde van het boek wordt het hier en daar een beetje sentimenteel en daardoor enigszins ongeloofwaardig, maar het is als met alle Simenons een onderhoudend boek, van begin tot einde spannend. Niet een echte page-turner of thriller, dat verwacht ik ook nooit van Simenon, maar een intrigerende psychologische schets.

Het simpele omslag is natuurlijk van Dick Bruna.

vrijdag, juli 30, 2010

Gary Vaynerchuck: Crush it

De volledige titel van dit boek is: Why no is the time to crush it! and cash in on your passion. Een zelfhulpboek waarin staat beschreven hoe je met behulp van social media op internet van je liefhebberij je beroep kunt maken en anderen voor jouw passie kunt interesseren om er vervolgens geld mee te verdienen. Niet het soort boek dat ik gauw zou lezen, maar omdat ik Gary Vaynerchuck had gezien op de conferentie Ugame Ulearn op de TU Delft, niet live maar via een Skype-verbinding, was ik geïntrigeerd en heb het tijdens mijn vakantie toch maar gelezen. Ik moet zeggen het is onderhoudend en wellicht heeft hij ook nog gelijk en is mogelijk wat hij zegt. Ik vermoed dat het wel van je karakter afhangt. Het maakt in ieder geval een einde aan het idee dat mensen die op internet bezig zijn nerds zijn en dat je op social media eigenlijk geen echte vrienden kunt maken.

Een groot gedeelte van de ideeën die hij voorstelt zijn ondertussen bij al aardig veel mensen bekend, maar doordat hij ze allemaal verzamelt heeft en door zijn passie voor zijn onderwerp weet hij te overtuigen. Bijvoorbeeld door te stellen dat als je iets niet zelf kunt of er geen passie voor hebt je je moet verbinden met iemand die de passie voor datgene dat jij niet kunt wel heeft. Heb je bijvoorbeeld een boekhouder nodig die voor jou de cijfers doet, maak dat een verbinding met iemand die dol is op cijfers.

Ook geeft hij handige tips die iedereen die leek is op internet makkelijk kan begrijpen. Het is absoluut geen technisch boek. Ik werd er in ieder geval zo enthousiast van dat het mij een goed idee lijkt om eens zoveel mogelijk van de ideeën over hoe je van je liefhebberij je beroep maakt en er geld mee te verdienen wil uitproberen.

donderdag, juli 29, 2010

Alghero Airport, Fertilia


Vader, moeder en dochter op het vliegveld van Alghero in Fertilia, Sardinië, vlak voor het vertrek naar Nederland.

dinsdag, juli 27, 2010

dinsdag, juli 20, 2010

Dagboek Sardinië: Zwerftocht

Nuoro, 20 VII 2010

We huren in Nuoro opnieuw een auto. Zelfde auto, Fiat Panda, iets duurder dan de vorige, 75 euro per dag in plaats van 66 euro is het verschil tussen Maggiore in Nuoro en Europcar in Castelsardo. Maar Europcar in Nuoro heeft helaas geen kleine auto voor ons beschikbaar. Maar nu kunnen we in ieder geval per auto de omgeving van Nuoro verkennen.

We maken een lus ten zuiden van Nuoro: Oliena, Orgosolo, Mamoiada, Fonni en Orani. Het is een geweldig mooie tocht met helaas één plaats te veel. We zien net iets te veel kerken en net iets te veel smalle straatjes in kleine dorpen op een dag. In Orgosolo bekijken we langdurig de wandschilderingen in het verder niet zo bijzonder mooie dorp. Integendeel, de huizen zelf zijn eerder lelijk hier. Grijs en hoekig, opgetrokken van blokken gasbeton. Een groot contrast met de wandschilderingen. Maar die zijn weer links, communistisch, wat weer goed past bij de oosteuropese architectuur.

In de dorpen zitten 's middags alleen mannen op straat of op de terrassen bij de barretjes. De oude vrouwtjes komen pas aan het einde van de middag buiten de deur om naar de kerk te gaan.

Terwijl ik dit 's ochtends in de vroegte bij het ontbijt opschrijf zie ik plotseling vlak voor mijn ogen een rups dansen in de lucht. Een grijsgroene borstelige rups hangt op ongeveer een meter afstand van waar ik zit aan een onzichtbare draad en wurmt zich langzaam, zachtjes heen en weer slingerend, naar boven.

In Mamoiada is het maskermuseum gesloten. Dat is jammer, maar er hangt een affiche naast de deur. Er is een festival op 25 juli. Dan is er een grote sagra (kerkelijk feest) met optocht, zang en dans. Op zoek naar de Romeinse bron waar we onze waterfles willen bijvullen, ontdek ik een pension, 'sa Rosada. We nemen plaats op het terras in de schaduw van wijnranken en -bladeren boven ons hoofd en worden bediend door een zachtaardige jongeman, Giuseppe. Een kamer kost 30 euro inclusief ontbijt. Hij laat ons de kamer zien. Een grote kamer, ouderwets ingericht met een groot houten bed. We overleggen en na lang beraad besluiten we te boeken voor 24 en 25 juli. Een naam of telefoonnummer vindt Giuseppe niet nodig.

maandag, juli 19, 2010

Dagboek Sardinië: Gestrand in Sassari

Nuoro, 19 VII 2010

Casa Solotti op één van de flanken van de Monte Ortobene in Nuoro was een plaats op Sardinië waarnaar ik graag terug wilde keren. Een plek van rust en stilte in de bergen met vanaf het terras voor je kamer een schitterend uitzicht. Met een heerlijk ontbijt van de eigenaar en zijn Franse vrouw, Mario en Fréderique.

's Ochtends om kwart voor elf staan we klaar bij de bushalte in Lu Bagnu van de Arst, de busmaatschappij die alle grote en ook veel kleine plaatsen op Sardinië met elkaar verbindt door middel van moderne donkerblauwe airconditioned bussen. We wachten op de bus naar Sassari. Het is zondag. dus weet je maar nooit of er een bus komt. Volgens de dienstregeling zou er eentje moeten vertrekken om tien over elf, maar uiteindelijk komt de bus pas om twintig voor twaalf zoals de buschauffeur van een andere bus ons de dag er voor had voorspeld. Maar eenmaal in de bus is het altijd een feest om comfortabel door het Sardeense landschap te worden rondgereden door een betrouwbaar aandoende chauffeur en te genieten van de vergezichten.

In een uur zijn we in Sassari en daar stranden we. Het is rond het middaguur. Ik wil een kaartje kopen bij de vrouw achter de kassa en zij vertelt me dat de eerstvolgende bus naar Nuoro pas om kwart over zes 's avonds vertrekt. We zouden de trein kunnen proberen is haar advies maar ze is niet op de hoogte van de dienstregeling. We lopen met onze rugzakken op naar het station dat gelukkig vlakbij is.

Als we er aankomen is het loket gesloten. Er gaat een trein naar Cagliari die om half vier vertrekt en om ongeveer vijf uur in Macomer aankomt. Maar of we daar een aansluiting hebben op een trein naar Nuoro kunnen we niet ontdekken. We vragen het een tweetal mannen van de spoorwegpolitie. Ze raadplegen een computer in hun kantoortje en komen tot dezelfde conclusie. Om vijf uur in Macomer. Of daar een aansluiting is op een trein naar Nuoro? Ook zij weten het niet.

Ondertussen is het tijd dat het loket open gaat. Mijn Vrouw stuurt een sms naar Casa Solotti met de mededeling dat we nog niet weten hoe laat we daar aankomen en ik ga naar het geopende loket. De man aan het loket vertelt me nogmaals wat we al weten en laat het me voor alle duidelijkheid nog eens zien aan de hand van een papieren dienstregeling. Maar of er in Macomer een aansluitende trein is naar Nuoro, dat weet ook hij niet. Die lijn wordt verzorgd door een andere maatschappij. Daar heeft hij geen dienstregeling van.

Ik stel Mijn Vrouw voor om dan toch maar de bus te nemen en het oude centrum van Sassari te gaan bekijken dat volgens onze Ruwe Gids (Rough Guide) erg mooi moet zijn. Voor het station staan twee kleine busjes klaar voor vertrek. De chauffeur van de voorste bus verwijst ons naar de achterste bus, lijn 8, de Ligna Centrale. We willen kaartjes kopen voor een ritje naar de Duomo in het centrum maar die hadden we van te voren moeten kopen. Gelukkig matst de chauffeur ons en brengt ons gratis naar het centrum van de stad dat niet eens al te ver weg blijkt te zijn. We rijden door een brede straat, de Vittorio Emmanuele II, en vangen steeds glimpen op van kleine smalle steegjes links en rechts van ons. Ik heb de chauffeur gevraagd ons ergens in de buurt van de Dom af te zetten en hij stopt bij een iets bredere straat met aan het begin daarvan op de hoek een wegwijzer die de richting van Il Duomo aangeeft. Nadat we een tamelijk saaie parkeerplaats zijn overgestoken ontdekken we rondom de Dom een indrukwekkend en fotogeniek oud en uitgestrekt stadscentrum, het centrum van Sassari.

zondag, juli 18, 2010

Sassari, Corso Francesco Vico


Sassari, Corso Francesco Vico

Dagboek Sardinië: Voor het vertrek

Castelsardo/Lu Bagnu,18 VII 2010

De laaste ochtend in Lu Bagnu. We zitten op het terras van de bar onder hotel Costa Doria, Ricevitoria 137. We wachten op de bus die ons naar Sassari zal brengen waar we overstappen op de bus naar Nuoro. Daar logeren we net als vorig jaar in Casa Solotti op een helling van de Mone Ortobene.

Gisteren een tamelijk luie dag. Eerst moest de gehuurde Fiat Panda worden teruggebracht. Daarna zijn we het dorp ingelopen. We brengen een bezoek aan de Oude Bron en tappen daar tamelijk zout water dat koud en in een dikke straal uit een ijzeren kraantje loopt. We vervolgen ons pad en lopen rustig het stadje in en drinken een kop koffie in het Café de Paris dat ogenschijnlijk niets met de Franse hoofdstad te maken heeft. Wellicht dat het echtpaar achter de bar elkaar daar ontmoet hebben of dat hun huwelijksreis daar plaatsvond. Op weg naar het café kruisen we een bruiloftsstoet op weg naar de top van de berg waarop het stadje Castelsardo is gebouwd. De bruid zit breeduit lachend op de achterbank van een personenauto, ingeklemd tussen haar moeder of schoonmoeder en de bruidegom of zijn vader, tussen haar ouders? Het gaat te snel voorbij om het goed te kunnen zien.

We klimmen verder omhoog naar Aragona, een snackbar/café waar we een paar dagen eerder heerlijk en romantisch hebben gegeten bij het schemerlicht van de ondergaande zon met uitzicht op zee. Daar heeft zich op het terras een aantal mensen verzameld, twee dames in jurken, een vijftal mannen, waarvan twee in overhemd met vest en zwarte pantalon, de andere drie gewoon netjes gekleed. De jongste van de twee dames kijkt voortdurend verveeld of chagrijnig en heeft een buggy en een kind, de oudste man en vrouw zijn overduidelijk de opa en oma van het kind.
De mannen drinken ondanks het vroege uur, het is rond half twaalf, een groot aantal flessen Ichnusa leeg, het lokale bier van Sardinië, om vast goed in de stemming te komen. Wij zelf houden het op Limonata.

Voordat we voor de siësta teruggaan naar onze jeugdherberg wil ik graag de kathedraal van binnen zien. Daarbinnen treffen we het bruiloftsgezelschap weer aan. Nu opgesteld voor de familiefoto. De fotograaf wordt als een ster behandeld. Achter hem staat een andere man op een stoel met een stuk karton in zijn hand dat hij heen en weer wappert om het kale hoofd van de fotograaf koel te houden.

zaterdag, juli 17, 2010

Dagboek Sardinië: San Gavino

Castelsardo/Lu Bagnu, 17 VII 2010

De zwarte man verveelt zich. Hij komt uit Nigeria en zet iedere ochend het ontbijt voor ons klaar. Verder heeft hij blijkbaar niet veel omhanden en hangt hij rond tot er weer iets voor hem is om te doen. Dit alles is slechts interpretatie want we weten niet wat hij de rest van de dag uitvoert. Maar zo lijkt het. Later blijkt hij een taakstraf te hebben en hier te werken omdat hij zoals hij zegt 'verschrikkelijke dingen heeft gedaan.'

Gisteren hebben we een lange tocht gemaakt in de gehuurde Fiat Panda. Van Lu Bagnu naar Sedini, van Sedini naar Bulzi, vervolgens Laerru waar ik een mooi verlaten stationnetje fotografeer, Martis en eindigend in Chiaramonte, een dorp op een 441 meter hoge berg met een oud kasteel van de Doria's boven op de top. Het kasteel kunnen we helaas niet bezoeken, wel kunnen we genieten van het uitzicht op de bergen en dalen rondom. De bergen waarop zich vroeger de boeven schuilhielden.

Eigenlijk zijn we bezig een rijtje plaatsen af te werken die in de Rough Guide staan vermeld maar het is opvallend hoe weinig toeristen er te vinden zijn buiten de smalle strook aan de kust en in de nabijheid van de stranden. Het wordt ons duidelijk waarvoor toeristen naar Sardinië komen, voor zon, zee en strand.

Bij de Domus de Janna in Sedini, oude tomben uitgehakt in een rots, in de middeleeuwen gebruikt als gevangenis, in de negentiende eeuw als woningen voor de armen, treffen we één Duits echtpaar en bij de San Pietro de Simbrános rijdt net een auto met toeristen weg en zien we een ander stel net als wij aankomen en weer vertrekken. Terwijl laatstgenoemde kerk als bijzondere attractie geldt.

Het is sowieso wonderlijk wat iets tot een attractie maakt. De Sardenen zelf zijn overduidelijk trots op de Nuraghi, overblijfselen van de bijna oudste bewoners van het eiland. Ruïnes van hopen stenen zijn het, die voor het oog van de niet-ingewijde niet veel voorstellen en waarvan de functie trouwens ook voor de kenners niet helemaal duidelijk is. Waren het tempels of zijn het graven? Zoals ik al zei zijn dit soort oudheden niet datgene waarvoor de meeste mensen naar Sardinië komen. Toch worden ze in alle reisgidsen uitvoerig beschreven net als de Aragonese 'torres', ronde wachttorens bij de zee, overblijfselen uit de tijd van de Spaanse overheersing. Deze 'torres' zijnvrij simpele bouwwerken, gebouwd van grote stenen, grote staande cilinders. Heb je er eentje gezien dan heb je ze allemaal gezien naar mijn mening. Geen wonder dat deze attracties niet al te veel publiek trekken.

Een uitzonderlijk mooie attractie is de San Gavino, de basiliek van Porto Torres waar we na een lange rit vanaf Chiaramonte terechtkomen, via Nulvi waar we tanken. Nulvi is zo'n plaats die helemaal niet wordt genoemd in de reisgidsen. Zou daar helemaal niets te zien zijn, zouden daar helemaal geen toeristen komen? Het ziet er uit als een mooie provincieplaats en ik spring op verzoek van Mijn Vrouw nog even snel de auto uit om een wandschildering te fotograferen. Dan rijden we snel door via Sorso naar Porto Torres. Het loopt tegen het einde van de middag en we zijn te laat in Porto Torres om de basiliek van binnen te bezichtigen. Dus drinken we op het plein bij een kerk een glas op het terras en genieten we van het stadsleven om ons heen. Uit de kerk klinkt gezang en we hebben uitzicht op de drukke Corso Vittorio Emmanuele II, de hoofdstraat, en er is zoals in elke grote havenplaats genoeg te beleven. De dames die hebben staan zingen in de kerk komen als ze daarmee klaar zijn buiten staan en maken kletspraatjes met elkaar. Winkelende mensen trekken voorbij. Aan de overkant staat een groot en wit modern en er officieel uitziend gebouw dat niets prijst geeft van zijn doel door middel van belettering of anderszins, maar dat met een grote klok het verstrijken van de tijd aangeeft.

Ik vraag de weg naar de San Gavino bij het afrekenen van de drankjes aan de jongen van de bar en dan vertrekken we toch maar naar de weliswaar gesloten basiliek. Almaar rechtdoor is zijn aanwijzing, dan loop je er vanzelf tegenaan. Toch nog even zoeken bij de splitsing van de weg en dan vinden we hem. Van binnen klinkt gezang. We sluipen naar binnen. Binnen zijn vooral veel oudere dames verzameld net als in de kerk aan het plein waar we vandaan komen. Het klinkt evenwel prachtig en de basiliek zelf is wondermooi. Oorspronkelijk gebouwd door de Romeinen en door latere verbouwingen ontdaan van kop of staart. Romaanse zuilen dragen het gebogen dak. Ik geef geen uitvoerige beschrijving, dat kunnen de reisgidsen beter dan ik, maar we zijn geluksvogels omdat we, ondanks dat de kerk gesloten is, toch binnen kunnen kijken.

Foto: Het verlaten station van Laerru

Lu Bagnu

Lu Bagnu, op het strand

vrijdag, juli 16, 2010

Dagboek Sardinië: San Pietro de Sintrános

Bulzi, weer later, zelfde dag

De San Nicola hebben we op weg naar Bulzi gemist en volgens de mevrouw van de Alimentari die broodjes voor ons klaarmaakt in haar piepkleine winkeltje, gekookte ham en salami, erg moeilijk te vinden, eigenlijk onmogelijk zonder gids. Ze kan ons niet uitleggen hoe we daar zouden moeten komen. We eten de broodjes op zittend op een bankje voor de winkel en besluiten de San Nicola te laten voor wat het is. Op weg naar het volgende kerkje zegt Mijn Vrouw dat het zo heerlijk is om niets te hoeven. Je niet te hoeven haasten. Nergens op een afgesproken tijd te hoeven zijn. Onthaasten.
Niet echt in een veld met bloemen zoals de Rough Guide to Sardinia ons voorspelde, maar wel midden op het platteland vinden we de Pisaanse kerk die ons beloofd is, de San Pietro de Sintrános.

Dagboek Sardinië: Domus de Janna

Sedini, later dezelfde dag

We hebben een auto gehuurd en verkennen de omgeving van Castelsardo, iets wat zonder auto haast niet mogelijk is of je zou het in een veel lager tempo lopend of op de fiets moeten doen. Mijn Vrouw rijdt voor het eerst in de bergen en na een aanvankelijke angst gaat het haar al snel heel goed af. Zelf heb ik geen rijbewijs maar ik zou ook best eens de bergen op en neer willen rijden in de gehuurde Fiat Panda.
We vertrekken allereerst in Noord-oostelijke richting en zwemmen heerlijk bij de Isola Rossa, rozige rotsen aan zee vergelijkbaar met de Rocchi Rossi in het zuiden bij Arbatax waar we vorig jaar hebben gezwommen en van de rotsen afdoken. Deze rotsen zijn net zo mooi alleen kun je er niet vanaf duiken. Dat was gisteren. Nu zijn we in Sedini, bij de Domus de Janna (letterlijk vertaald Elfenwoningen), graven uitgehouwen in de rotsen, later gebruikt als gevangenissen en vervolgens als armeluiswoningen.

Dagboek Sardinië: Ventilator Blues

Castelsardo/Lu Bagnu 16 VII 2010

Twee nachten hebben we nu geslapen in Lu Bagnu, een badplaats die tegen Castelsardo aanligt. Warme nachten. Het is op de kamer net zo heet als in Hong Kong of in Turkije, maar dan zonder ventilator op de kamer. “Sooner or later everybody's gonna need some kind of ventilator,” zingt Mick Jagger in mijn hoofd.

donderdag, juli 15, 2010

Dagboek Sardinië I: Fertilia

Castelsardo, 15 VII 2010

Terug naar Sardinië. Net als vorig jaar vliegen we vanaf Eindhoven naar Sardinië, opnieuw naar Alghero. Omdat alles nog bijna hetzelfde is als vorig jaar lijkt het alsof het pas geleden is dat we hier waren. De tussenliggende tijd lijkt te zijn weggevallen. Fertilia, waar we de eerste nacht logeren, lijkt nog meer vervallen dan een jaar geleden en de bakker, een stevige vrouw die me doet denken aan een stevige Hanna Schygulla, ouder en dikker, verkoopt nu geen buskaartjes meer.

We eten in Hotel Bellavista, het hotel waar we vorig jaar het begin van de vakantie doorbrachten. Het enige van de vier restaurants in Fertilia waar we vorig jaar niet hebben gegeten. Aquario, het visrestaurant waar ik vorig jaar nog gitaar heb gespeeld, is er nog steeds, de Snackpub ook, en dan is er nog het restaurant met tuin vlakbij de jeugdherberg waarvan ik de naam vergeten ben, maar dat vast iets als Il Giardino heet.

De verlaten gebouwen ogen nu nog meer verlaten. Het gebouw zonder dak heeft nog steeds geen dak. Maar op het vierkante plein met uitzicht op zee waar een gevleugelde leeuw voor eeuwig de wacht houdt, is het 's avonds nog seeds gezellig en ook de restaurants zitten op een doordeweekse dinsdagavond nog altijd vol met grote Italiaanse families. Hoogstwaarschijnlijk vakantiegangers net als wij. Oud en jong mengen op het plein. De ouderen keuvelen rustig met elkaar,de jongeren spelen voetbal, flaneren of kussen elkaar.

Het kost de man achter de balie van het Ostello d'Alguer enige moeite de email terug te vinden over het voorschot dat we hebben betaald om onze reservering te bevestigen. Hij heeft geen handdoeken meer. Kleine tegenslagen in de vakantie. Altijd en overal moet ergens op gewacht worden. Op een bus die tenslotte altijd komt, bij de gate van de luchthaven, op de bagage van de lopende band. Soms wordt een bus net gemist maar alles draagt bij aan het langzame en slome ritme van een vakantie en daarmee aan het vakantiegevoel. Zo lang je je niet opwindt, zo lang je geen haast hebt en niet het gevoel hebt dat iets per se moet of niet gemist mag worden gaat alles goed. Soms kost dat laatste moeite. Je weet niet of je ooit weer terug komt op dezelfde plek. Met het ouder worden wordt jouw beschikbare tijd en de kans dat je terugkeert kleiner. Maar gelukkig wordt eveneens het belang daarvan minder.

zondag, juli 11, 2010

Conny Janssen Danst: Common ground

Op het dak van de hofbogen speelt Conny Janssen Danst de voorstelling Common Ground. Het is lang geleden dat ik een voorstelling van Conny Janssen heb gezien en ik kan me herinneren dat ik toen dacht 'moderne dans voor beginners'. Toegankelijke dans, mooie beelden, mooie choreografie.

Bij deze voorstelling is het decor gelijk al prachtig. We zitten op het dak, in de open lucht op een tribune die boven de rails van het oude Hofpleinlijntje is gebouwd. We kijken in de richting van het Weena en zien van tijd tot tijd een trein opduiken uit de tunnel op weg naar het Centraal Station of zien een trein de andere kant op de tunnel induiken. Tijdens de voorstelling valt het duister. Is het aan het begin van de voorstelling nog gewoon licht, aan het einde is het buiten helemaal donker en zijn overal de lichten aan gegaan. Een schitterend effect.

Er zit in de voorstelling een spannende en heftige verkrachtingsscène (tenminste dat is mijn intepretatie) en er is een mooie electric boogie-achtige solo van een lange slanke danseres met het haar in twee kleine knolletjes (Francesca Peniguel). Maar verder vind ik de voorstelling nogal saai en gebeurt er mijns inziens te weinig. Ik heb geen idee waar het over gaat en dat hoeft ook niet, maar niet het gevoel dat het ergens naar toe gaat. Er is geen ontwikkeling. Er gebeurt veel, maar het heeft geen verband. Dat is jammer.

W. Somerset Maugham: Eiland der verlokking

"Een boek, waarvan de diepe indruk, die de lectuur op de lezer maakt, hem nog jaren bijblijft," zo prijst de achterkant van dit boek de inhoud aan. Ik denk het niet, ben ik dan gelijk geneigd te denken. Van de boeken van W. Somerset Maugham die ik heb gelezen weet ik dat ze indruk hebben gemaakt, maar waar ze over gaan, de inoud, die ben ik ondertussen toch vergeten. Ik ben bang dat het me met dit boek net zo zal vergaan. Indrukwekkend tijdens de lezing, maar daarna toch weer snel wegzakkend in de vergetelheid.

Eiland der verlokking (The narrow corner) gaat over een dokter, dokter Saunders, die in aanraking komt met kapitein Nichols, type ruwe bolster, zwarte pit, die aan boord een mooie jongeman heeft die een geheim verbergt, waarschijnlijk een moord. Deze drie door het lot samengebrachte personen komen terecht op een klein eilandje in Indonesië in de Nederlands-Indische koloniale periode. De jongeman, Fred Blake, probeert uit handen van de Britse politie te blijven. Op het eilandje ontmoeten ze Erik, een Deense jongeman, die verliefd is op Louise, de dochter van een Britse perkenier. Het laatste is een woord dat ik nog niet kende en dat nootmuskaatplanter betekent.

Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van dokter Saunders, een vrijgezelle en cynische oude man die aan het einde van het boek een mooie beschrijving van zichzelf en van de schrijver geeft: "Ik geloof alleen in mijzelf en in mijn ondervinding. De wereld bestaat uit mezelf, mijn gedachten en gevoelens; al het andere is inbeelding. Het leven is een droom, waarin ik de schepsels formeer, die voor me opdoemen. Al het wetenswaardige, elke ondervinding is een schepping van mijn geest, en zonder mijn geest bestaan ze niet. (...) Droom en werkelijkheid zijn één."

De dramatische en noodlottige geschiedenis wordt door rasverteller Somerset Maugham spannend en stukje bij beetje verteld via dokter Saunders en langzaam ontrafelt zich het geheim van de jonge Fred Blake, het verhaal van de misdaad waarvoor hij is gevlucht.

vrijdag, juli 09, 2010

Oranjegekte

Of de Oranjegekte niet is doorgeslagen is vandaag de vraag op Radio 1. Het antwoord lijkt me overduidelijk en een volmondig ja te zijn. Als zelfs de NRC Next in een editie van 32 pagina's daarvan een kwart wijdt aan het WK-voetbal op een dag nadat het Nederlands elftal niet heeft gespeeld, nee, erger nog, dat er zelfs helemaal geen wedstrijd is gespeeld, dan is er toch wel iets aan de hand. Het blad opent met openlijke en onvervalste oorlogsretoriek,we moeten 1648 nog maar eens overdoen toen we Spanjaarden versloegen na tachtig jaar oorlog.

Over de kabinetsformatie is blijkbaar al helemaal niets meer te melden, die parlementariërs zitten waarschijnlijk ook allemaal alleen maar aan een Oranje-overwinning te denken en zijn absoluut niet bezig met het formeren van een nieuwe regering. Hirsch Ballin is wel op de radio, maar weet niet meer te melden dan dat er geen nationale feestdag komt als Oranje wint. Een nationale feestdag, dat moest er ook nog bijkomen, dat zou de gekte helemaal compleet maken.

Gelukkig stond er vandaag toch een file naar het Zuiden en gaan de Nederlanders toch nog gewoon op vakantie. Als ze tenminste niet per auto naar Zuid-Afrika afreizen omdat er geen kaartjes voor het vliegtuig meer te krijgen zijn. Maar in dat geval zijn ze veel te laat vertrokken, dus die mogelijkheid kunnen we vergeten.

In NRC Next wel een aardig artikel over de vorige WK-finales waarbij Nederland betrokken was, in 1974 en 1978. Op de radio vergelijkt een wetenschapper ons oranje gedrag met een vorm van carnaval en het feesten op straat hebben we afgekeken van het buitenland. Ik herinner me nog goed een overwinning van het Turkse elftal tijdens een EK toen ik geen tram meer kon vinden op het Hofplein en noodgedwongen de metro moest nemen.

En er is natuurlijk de voorspelling van octopus Paul, dat we deze finale helemaal niet gaan winnen. We mogen natuurlijk heel blij zijn dat we als klein land zo ver gekomen zijn, dat is reuze knap, en voetbal interesseert mij in ieder geval geen zier, maar we moeten de huid van de beer niet verkopen voordat die geschoten is. De Russische beer wisten we in 1988 te verslaan, maar kan de Nederlandsche leeuw de Spaanse stier aan?

dinsdag, juli 06, 2010

Colportatie aan de telefoon

Het is weer tijd voor het jaarlijkse telefoontje van Facts on Acts, een gids met de namen en adressen van artiesten. Ieder jaar word ik gebeld door Bianca, een dame met een wel heel zachte g, ongetwijfeld afkomstig uit Limburg, maar ditmaal is het Marcel die me belt. Eerst worden de geregistreerde gegevens doorgenomen. Die kloppen nog steeds. De vraag daarna is ieder jaar dezelfde. Of ik een betaalde vermelding wil voor onze band Het Gebroken Oor. Ieder jaar is mijn antwoord hetzelfde. Nee, we zijn een eenvoudig hobbybandje en hebben geen behoefte aan meer optredens. Maar ik mis Bianca, ik wil Bianca terug.

Vandaag word ik ook nog gebeld door een dame van de Telefoongids/Gouden Gids. Ook zij wil weten of mijn gegevens nog kloppen. Die kloppen van voor tot achteren. Daarna dezelfde vraag, hetzelfde antwoord. Ditmaal gaat het over Stichting Het 'Vermoeden'. Of ik dan wel wil dat Nederland wint vanavond is de slotvraag. Maakt me niet uit, is mijn recalcitrante antwoord, niet helemaal waar, want dat wil ik natuurlijk wel. Of ik dan ook niet ga kijken, vraagt de dame nog. Nee, is mijn antwoord, ditmaal naar waarheid. Dan bent u één van de weinigen, zegt ze. Dat weet ik. Ik neem afscheid van haar en hang op.

maandag, juli 05, 2010

De ware held


We staan op Zuid aan het einde van de Koningshavenbrug. De wielrenners komen over de brug met op de achtergrond De Hef, het andere icoon van Rotterdam. Dan maken ze vlak voor ons een bocht naar links en verdwijnen in de richting van de Dordtse Laan waar ze oorspronkelijk en via de Erasmusbrug en de Boompjes ook vandaan kwamen. Het is zaterdag en de proloog van de Tour de France is in Rotterdam. Het regent van tijd tot tijd behoorlijk. Tegenover ons staat een groepje Zwitsers op een koebel te slaan iedere keer als er een Zwitsere renner voorbij komt. De Nederlandse renners hoor je al van verre aankomen want dan hoor je het gejuich van het publiek als een wave aankomen in onze richting. Later zal Bram Tankink klagen over de herrie, maar ik zag hem toch duidelijk lachen toen hij voorbij kwam. Koos Moerenhout en Lars Boom zijn enhousiaster over het publiek. De snelste renner die ik voorbij zie komen is David Millar. Terwijl de meesten aardig afremmen om niet uit te glijden op het gladde asfalt, lijkt het alsof Millar nog harder gaat trappen in de bocht. Maar het is duidelijk dat de eersten en de laatsten, die over droog asfalt mogen rijden, voordeel hebben. Zij eindigen het hoogst in het klassement.

Ik kijk niet de hele proloog. Ik ben te laat voor het begin en ga voor het einde weg. Ik ben wel trots op de stad Rotterdam. Wat een sfeer, wat een organisatie. Als het te hard gaat regenen gaan we schuilen in Café Bolle Jan aan het Stieltjesplein, ooit het meest troosteloze plein van Rotterdam, waarover Michel van der Plas een liedtekst schreef, op muziek van Aristide Bruant. In het café is iedereen nog vol van de wedstrijd Duitsland-Argentinië, die net geëindigd is in 4-0 voor de Duitsers. Maar dan gaat ook daar de televisie op de Tour en kunnen we de achtergronden zien van wat we net hebben beleefd. Op dat moment is Tony Martin nog de beste, hij wordt alleen verslagen door de winnaar van de proloog: Fabian Cancellara, bijgenaamd Spartacus. Maar David Millar wordt ondanks het slechte/gladde wegdek toch derde. Een ware held van onze tijd.

vrijdag, juli 02, 2010

120 km fietsen

Met elfduizend staan we aan de start bij De Kuip. Dit keer gaat het niet om voetbal of een popconcert, maar om de tourtocht ter ere van de Grand Départ van de Tour de France van aanstaande zaterdag 3 juli. Het is donderdag 3 juli en ik heb me samen met twee van mijn zwagers (uit Dronten en uit Groningen) ingeschreven voor de tocht van 120 km. De langste afstand die ik ooit op één dag op de fiets heb afgelegd. Eerst wilde ik met mijn zwager uit Dronten en mijn derde zwager uit Zetten, meedoen aan de elfstedentocht maar nadat ik op een dag tachtig kilometer had gefietst bedacht ik me. Vorig jaar hadden we met alle zwagers 110 km gefietst in de omgeving van Oosterhout en dat ging me goed af. Naderhand nog voldoende energie en de volgende dag geen centje spierpijn. Maar ik heb het idee dat het tempo tijdens deze tocht hoger zal zijn. Dat is ook zo.

Ik word op de tocht gewezen via Twitter, door Kirsten Verdel (@locuta), die me er als eerste op attendeert. Doorslag geeft natuurlijk het prachtige shirt dat je krijgt als je meedoet (illustratie). Kirsten wil met een aantal Twitteraars aan de tocht meedoen. Ik meld me onmiddellijk aan en besluit later mijn zwagers (omdat we in Oosterhout samen hebben gefietst) op de tocht te wijzen. Mijn zwager uit Dronten is al op de hoogte (hij heeft een fietsenwinkel, Jan Brinkman), de zwager uit Zetten ziet er van af, en de zwager uit Groningen doet ook mee.

Ik ben een beetje huiverig voor de massaliteit van het evenement. Ik ben gewend in mijn eentje te fietsen, rekening houdend met niemand dan mezelf. Nu zijn we met elfduizend fietsers. Een gigantisch peloton. Het valt me reuze mee. Als je even alleen bent haak je makkelijk aan bij een groepje en je kunt kiezen tussen een heleboel groepjes. Als een groepje te hard gaat los je, als een groepje te langzaam gaat kies je een sneller groepje.

We zien onderweg een waanzinnig aantal lekke banden, allemaal mensen met het felbegeerde shirt aan. Niet aantrekken dat shirt dus als je fietsen moet, het brengt ongeluk. Gewoon aandoen als modieus kledingstuk. Ook stoppen we in Heinenoord met zijn allen voor een begrafenisstoet. Daarnaast veel ongelukken onder weg. Renners die in valpartijen terecht zijn gekomen en met ambulances moeten worden afgevoerd.

Over het geheel genomen een mooie tocht, vanuit Rotterdam langs Papendrecht, Zwijndrecht, door de Hoekse Waard, Heinenoord, Oud-Beijerland, Nieuw-Beijerland, Korendijk, Numansdorp (waar ik bel met mijn collega om te weten te komen of ik over het dijkje langs haar huis ben gefietst, wat inderdaad het geval is), 's-Gravendeel, Puttershoek. Spectaculair zijn de twee keren dat we door de Heinenoordtunnel fietsen. De eerste keer nog in peloton, dus erg opletten dat je niet tegen een ander oprijdt of dat een ander tegen jou oprijdt, de tweede keer kunnen we echt los gaan omdat de renners dan veel meer verspreid zijn over het parcours.

Het laatste stukje komt als een verrassing. Opeens zijn we er, in het Zuiderpark, en hebben we het gehaald. Vertrokken om kwart voor tien, gearriveerd om vijf over drie. Vijf uur en twintig minuten inclusief pauzes. Een uur gepauzeerd? Ik weet het niet. Maar ik voel me heet en bezweet maar niet echt moe. Geen reden om 's avonds niet te repeteren met De Mooie Onbekende.

Op de terugweg krijgen we van een aantal dames van het Rotterdamsch Studenten Gezelschap nog een stuk appeltaart op de Willemsbrug ter ere van de 29e verjaardag van de Willemsbrug.
's Avonds in bed draait mijn hoofd nog wel even op volle toeren. Ik zie beelden van renners, val half in slaap, schrik wakker als ik droom dat ik bijna tegen een andere fietser op rijd, mijn benen voelen nog even alsof ze nog steeds aan het trappen zijn, maar ik heb ook de volgende ochtend geen spierpijn of krampen. Goed getraind van te voren.