maandag, juni 28, 2010

Zuur: In de machine

Als we de machinefabriek hebben bereikt waar theatergroep Zuur de voorstelling In de machine speelt, zien we dat we precies tegenover onze eigen wijk aan de Maas staan, aan de overkant. Zuur speelt meestal op geheime locaties, ook ditmaal krijgen de bezoekers als ze gereserveerd hebt per email te horen waar ze moeten zijn om het stuk te zien. Tussen het publiek zie ik een groot aantal medewerkers van de Rotterdamse Schouwburg, veel van de medewerkers van Zuur werken daar ook.

Het is een prachtige locatie, de ex-machinefabriek waar het stuk In de machine wordt gespeeld. Een grote verlaten fabriek, met grote lege ruimten. Tussen de twee grotere ruimten, de ene is leeg en te groot, die kon Zuur niet betalen, is een smalle ruimte waar we worden ontvangen. Er is een tafeltje waar afgerekend kan worden en een bar waar je zelf mag bepalen hoeveel je wilt betalen. Er is een gezellige sfeer, vrijwilligers, vrienden en bekenden en familieleden zijn opgewonden en vol verwachting van wat ze gaan zien.

Dan mogen we naar binnen en zien we zoals Zuur het zegt: "Een noodlottige geschiedenis van kleine mensen en grote machines." Het decor is een groot scherm waarop zwart-foto's/collages worden geprojecteerd van de grote stad. Bij de voorstelling is een tentoonstelling te zien, de anatomie van de stad, ook met foto's van de grote stad, in dit geval Rotterdam. Dan begint het verhaal met de moeder die rouwt om de dood van één van haar zoons.

Lucas werkt in een fabriek na de dood van deze broer, de vriend van het meisje waarop hij heimelijk verliefd is, Catherine. Hij neemt de plaats in van zijn overleden broer die aan de lopende band werkte waar een grote machine 'behuizingen' maakt. Lucas is mismaakt en heeft een merkwaardige ziekte, zoals een Gilles de la Tourette-patiënt plotseling begint te vloeken, zo begint hij te pas en te onpas gedichten van Walt Whitman te citeren. Daarbij gaat hij even op zijn tenen staan en kijkt het publiek recht aan, een mooie vondst van de regisseur (Wietske Rowaan) of van de acteur (?). Walt Whitman speelt aan de zijlijn de rol van de verteller en komt af en toe het verhaal binnen. Of dat werkelijk het geval is of dat deze ontmoeting met de held van Lucas een illusie is, is natuurlijk aan de kijker.

Het is een spannend en ontroerend stuk alhoewel het ritme van de voorstelling mij bij tijd en wijle te eentonig is, als gevolg waarvan de aandacht soms verslapt. De spelers zijn goed (vooral de twee hoofdrolspelers) maar hebben niet de tekstbehandeling en de kunde van een professionele acteur.

Het maakt me wel nieuwsgierig naar de vorige en volgende stukken van Zuur. Ik had graag en ritje in één van de auto's van Péage gemaakt, het vorige stuk van Zuur, maar het kwam er toen niet van. Maar Zuur is veelbelovend genoeg om nogmaals te bezoeken. Dat ga ik zeker doen!

zondag, juni 27, 2010

Geen koffie voor tienen

De man draagt een roze overhemd, heeft grijs haar, staat een tikkeltje wijdbeens en heeft zijn handen in de zij. Hij is een jaar of vijftig, schat ik. Hij overziet de haven. Achter hem één van de vele terrassen. Ik fiets hem eerst voorbij op zoek naar een terras waar ik zal gaan zitten en een kop koffie nemen. Alle terrassen zijn echter verlaten en ik keer terug naar de man. “U bent vast op zoek naar een kop koffie,” zegt hij. “Maar dat zult u hier niet vinden. Ik ga pas om tien uur open. Er is in Dordrecht geen terras open voor tien uur op zondag. Ik zou op een zonnige dag als deze graag al om acht uur open gaan... Maar dat mag niet. En het is hier geen christelijke gemeente. Als het hier nou Graafstroom was... dan zou ik het begrijpen.” Ik vraag hem of op de markt of bij het station geen kop koffie te krijgen is. “Alleen uit de muur. Op de markt is alleen op marktdagen vroeger koffie te krijgen.” Ik vertel hem dat ik pas geleden in Gouda op de markt nog een kop koffie kon krijgen. Hij begrijpt er ook niets van. Ik fiets naar het station. Als voor bijna alle stations in Nederland is voor dit station de weg opengebroken. Via een omweg bereik ik de AH to go. Ik twijfel of ik mijn fiets op slot zal zetten of direct naar binnen lopen, een koffie halen en weer naar buiten lopen. Dan realiseer ik me dat ik geen portemonnaie bij me heb. Geen portemonnaie, geen koffie. Gelukkig heb ik voor ik vanmorgen om half acht vertrok al een kop espresso gedronken, maar de rest van de rit zal ik het zonder koffie moeten doen. Het gemis van mijn portemonnaie is even later opnieuw vervelend als ik voor de Nieuwe Merwede sta. Daar gaat een pont. Geen geld, geen pont. Ik verander van plan en neem een route met enkel bruggen. Geen Gorinchem, maar Sliedrecht wordt het, via Papendrecht, Oud-Alblas, Alblasserdam, Hendrik-Ido-Ambacht en Ridderkerk terug naar Rotterdam.

Even goed een mooie tocht. Donderdag 1 juli is het zo ver. Dan rijd ik de 120 km tourtocht tijdens de Grand Départ, ter ere van de start van de Tour de France in Rotterdam. Dit is mijn laatste grote tocht. De laatste weken was ik in de omstreken van Rotterdam, meestal binnen een straal van twintig-dertig kilometer: Gouda, Boskoop, Waddinxveen, Leiden, Delft, Vlaardingen, Schiedam, Hoek van Holland, mijn verste punt was Utrecht, vijftig kilometer van Rotterdam, om Das Pop te zien.

zaterdag, juni 26, 2010

Projectteam Amateur Theater Festival Rotterdam

De projectleider is een doortastende dame met een montuurloze bril. Achter de brillenglazen schieten haar pupillen heen en weer, van de één naar de ander, op zoek naar antwoorden en bevestiging van ons, de vier commissieleden die haar ondersteunen. Er is alweer veel gebeurd. Er is een ontwerp voor een affiche en een flyer (*), er is een redelijk uitgewerkt schema met voorstellingen, workshops, ontmoetingen, talkshows en previews. Nu gaat het er om alles verder in te vullen. De selectiecommissie van het Eenakterfestival, onderdeel van het festival, heeft haar werk voorlopig gedaan en is dit keer niet aanwezig.

Wij moeten zorg dragen voor het andere programma, de talkshows en de publiciteit. Daar ben ik al gedeeltelijk mee begonnen. Er is een Facebookpagina, een Theaternetwerkpagina, een Hyvesgroep en een Twitteraccount. Nu komt het er op aan leden te maken die dan zelf de pagina's kunnen gaan vullen met filmpjes, aankondigingen en foto's. Om zodoende buzz te creëren en mensen aan te sporen om vooral te komen op 26, 27 en 28 november. Het lijkt nog ver maar komt al gauw dichterbij.

(*) Ik hoop het plaatje gauw te kunnen gebruiken. Nog even afwachten dus.

vrijdag, juni 25, 2010

Tijdens de wedstrijd

Bijna gaat de repetitie niet door omdat Nederland tegen Kameroen speelt op onze vaste repetitieavond. Gelukkig weet ik mijn spelers van het belang van deze één-na-laatste-repetitie voor de zomerstop te overtuigen. We gaan aan de slag met een doorloop. Eindelijk spelen we het stuk eens helemaal, in de lange versie. Met één speler minder die op vakantie is en die tijdens het spelen door anderen wordt vervangen. Voor het eerst kan ik de hele Mooie Onbekende in haar geheel zien.

We starten met weinig concentratie en zelfs met twee spelers minder, want één van de spelers is iets later. Regelmatig is de concentratie weg en schiet één van hen in de lach. Ondanks dat is het goed om op deze wijze te ontdekken wat er nog moet gebeuren. Duidelijk wordt dat het vierde bedrijf te lang is. Omdat we in de oneven bedrijven (1, 3 en 5) nogal wat hebben geschrapt is dat bedrijf buitenproportioneel lang. Daar zal ik samen met de dramaturg nog eens naar moeten kijken. Volgende week doen we nog een doorloop, dan hopelijk met iedereen.

dinsdag, juni 22, 2010

U bent hier niet


Ik sta bij een van de plattegronden bij de vele fietsroutenetwerkknooppunten (mooi woord voor een spelletje Scrabble) en zie dat er op getekend is. Eerst denk ik aan een simpele daad van vandalisme, maar dan zie ik dat degene die het bord met viltstift heeft bewerkt, juist een verbetering heeft aangebracht. Op de kaart staan twee nummers 15 en degene die het bord heeft bevestigd heeft dat niet goed gedaan. De wit-op-rode-tekst-met-pijl waarmee de bekende tekst "U bent hier" wordt aangegeven, staat op de verkeerde plaats. Het komt niet vaak voor dat op één kaart tweemaal hetzelfde nummer voorkomt, hetzelfde nummer in verschillende fietsroutenetwerken. Hier gaat het om het grensgebied van het netwerk van Rotterdam en het netwerk van het Groene Hart (rondom Boskoop, Waddinxveen en Gouda).

maandag, juni 21, 2010

Onderweg

Eén van de vaste rubrieken in dit weblog is de rubriek Onderweg, waarin ik mijn notities opteken van mijn belevenissen onderweg of foto's publiceer die ik onderweg maak. Tijdens mijn fietstochten in en rond Rotterdam ben ik al diverse Bovenwegen, Benedenwegen, Bovenstraten en Benedenstraten tegenkomen, zoals de Benedenoostzeedijk vlakbij huis en de Benedenstraat in IJsselmonde aan de overkant van de Van Brienenoordbrug. Maar een Onderweg was ik nog niet eerder tegenkomen. Vrijdag kwam ik er twee tegen waarvan dit er één is. Niet zo'n fijne weg om op onderweg te zijn, want doodlopend.

zondag, juni 20, 2010

Didier van Cauwelaert: La démi-pensionnaire

In La démi-pensionnaire van Didier van Cauwelaert wordt de hoofdpersoon, Thomas, tot zijn eigen verbazing verliefd op een jonge vrouw in een rolstoel, Hélène. Deze laatste is de halfgepensioneerde uit de titel. Het is de meest sexy, de meest opwindende vrouw die Thomas ooit heeft ontmoet. De manier waarop hij haar ontmoet is meteen al verrassend. Thomas werkt op een auteursrechtenbureau, de SACEM, en wordt daar aangesproken door een oude dame die een leeg vel muziekpapier wil laten registreren. Ze blijkt een excentrieke oude dame die renteniert van het geld dat binnenkomt omdat haar overleden man de kersthit Lettre à Santa-Claus heeft geschreven. (Een gegeven dat me sterk deed denken aan About a boy van Nick Hornby, waarin de volwassen hoofdpersoon op soortgelijke manier in zijn levensonderhoud voorziet.) De truc met het lege vel blijkt een manier te zijn om met hem in contact te komen. Thomas lijkt namelijk als twee druppels water op de in de oorlog in Joegoslavië om het leven gekomen piloot en ex-geliefde van haar dochter Hélène. Thomas moet als de uit de oorlog teruggekomen en doodgewaande piloot komen dineren bij haar en haar van verdriet apatisch geworden dochter.

Zoals vaker bij Didier van Cauwelaert is niets wat het schijnt. Thomas wordt op slag verliefd op de in het geheel niet buiten zinnen geraakte dochter, die ook nog eens haar dochter niet blijkt te zijn en een zelf een fantastisch piloot zoals haar onechte moeder ooit eens was. Alles draait om de erfenis, de rechten op de ultieme kersthit. Thomas wordt meegezogen in een draaikolk van avonturen, verliest zijn baan, zijn geloof in Hélène, maar gelukkig komt uiteindelijk alles weer op zijn pootjes terecht en eindigt het boek in een mooi happy end.

dinsdag, juni 15, 2010

KRT: Drie Zusters

KRT, mijn oude vereniging, waar ik me nog steeds mee verbonden voel, speelt Drie Zusters van Tsjechov, geregisseerd door Mirjam Veldhuizen-van Zanten. Een moeilijk stuk, want lang en moeilijk. Ze brengen het er aardig goed van af. In het begin mis ik een beetje het ensemblespel, de karakters zijn duidelijk en iedereen speelt goed, maar de groep is op de één of andere manier geen geheel. Ook is het behoorlijk proppen op het te kleine toneeltje van 't Kapelletje. De mise-en-scènes zijn goed maar er is gewoon te weinig ruimte.

In het tweede bedrijf komt de boel pas echt op gang met een climax aan het einde vlak voor de pauze als een groot aantal spelers opkomt in carnavalskostuum. Daar zijn er meer scènes met twee of drie spelers en die komen beter tot hun recht op de kleine speelvloer. Twee jonge en nieuwe spelers zijn indrukwekkend in de rollen van Mascha (Mariet Feenstra) en Irina (Tessa Naber). De rol van Olga vind ik minder goed gelukt. Teveel hetzelfde. Ik mis de kracht en zie teveel de zwakke kanten van Olga. Maar dat kan zowel aan de regisseur als aan Daniëlle Hermans die de rol speelt, liggen.

Het derde bedrijf is opnieuw mooi alhoewel ik niet versta wat er nu in brand staat aan het begin van dat bedrijf. Daar trekt het drama aan om in het laatste bedrijf toch weer enigszins te verzanden. Aan het einde gaat het stuk maar door en door. Steeds opnieuw komt er iemand op om afscheid te nemen en ik verlang naar de ontknoping en het einde.

Omdat ik vier stukken van KRT geregisseerd heb ken ik de spelers natuurlijk door en door. Henk Derksen is zoals altijd erg goed en maakt het publiek diverse malen aan het lachen met zijn grappige rol als de dokter, Dunja Bonnarens verbaast me nog het meest omdat ze ditmaal een totaal andere rol speelt dan ze meestal doet. Ze speelt de rol van Natasje, de gemene schoonzus van de Drie Zusters, getrouwd met de zwakke broer. Maar ook Aad Fase als een enigszins gestoorde militair is anders dan anders.

Niet helemaal geslaagd, maar een moedige poging om dit hondsmoeilijke stuk te brengen.

zondag, juni 13, 2010

Dansateliers: Ongepolijst

Ongepolijst heet het festival van Dansateliers in Lantaren/Venster en dat is het ook. De voorstellingen zijn ruw en onaf maar interessante studies voor voorstellingen of uitgewerkte probeersels. Op de vrijdagavond zie ik drie korte voorstellingen: Rage, Tag en Opslag.

De eerste klap is een daalder waard, luidt het spreekwoord en dat is van toepassing op mijn avond en op de eerste voorstelling, Rage van Tabea Martin uit Zwitserland. Twee dansers, een man en een vrouw, spelen een gewelddadig spel van herhaling en omkering. Twee keer maakt de voorstelling een valse start, omdat er, terwijl de spelers net begonnen zijn zich voor te stellen, nieuw publiek de zaal binnen komt. Dit heeft direct al een hilarisch effect, maar tijdens de voorstelling vergaat ons het lachen als het gestileerde geweld van het begin in de zich herhalende scènes steeds realistischer en steeds grimmiger wordt. Het gevecht aan het einde duurt mij iets te lang maar deze voorstudie maakt mij in ieder geval erg benieuwd naar de voltooide voorstelling.

Was de eerste voorstelling te zien in de kleine zaal Lantaren 2, de tweede voorstelling zie ik in de grote lege ruimte van Lantaren 1. Tag is een breakdancevoorstelling van Lloyd Marengo, een Rotterdammer, gedanst door twee gespierde jongemannen. Het decor zijn twee grijze ruw geverfde schotten, verder is de ruimte leeg. De ene danser staat in het licht voor één van de twee schotten, belicht alsof hij onder een lantaarnpaal staat, de tweede schuift op zijn rug langzaam de vloer op. Er volgt een demonstratie van allerlei breaks and moves. Een echt verhaal is er niet en ook ontstaat er geen echt contact tussen de dansers. Sommige bewegingen worden samen gemaakt en de spelers raken elkaar wel aan maar van echte communicatie is geen sprake. Daardoor raakt de voorstelling me niet. Het blijft te afstandelijk en teveel een vertoon van kunstjes.

Tenslotte zie ik in de opslagruimte een voorstelling die Opslag heet (Erik Kaiel, Libanon). Hier dansen de vier dansers, één man en drie vrouwen, tussen het publiek, dagen het publiek uit met hun mee te gaan in hun dans. De helft van het kwartet begint in de witte wandkast die uit grote open vakken bestaat. Een spannende start. Uiteindelijk lukt het hun niet om de menigte aan het dansen te krijgen. Een raadsel blijft of dat de bedoeling was. Dan trekken ze zich terug achter een glazen wand. Achter hen is een grote rolluikdeur die na enige tijd opengaat. De dansers draaien zich als één man om en rennen weg, het publiek verwonderd achterlatend. Een mysterieus einde.

Ik heb de kans om nog een voorstelling te zien maar ik vind het welletjes en fiets naar huis. In ieder geval een festival om in de gaten te houden.

zaterdag, juni 12, 2010

De Nederlandse Opera: Hondenhart



De Nederlandse Opera speelt deze opera van Alexander Raskatov uit 1953 onder de Engelse titel A Dog's Heart. Ik vraag me af waarom. Er is ongetwijfeld een prachtige Russische titel voor deze opera die niemand hier kan lezen of verstaan. Maar waarom moet de opera dan een Engelse titel krijgen voor het Nederlandse publiek? Ooit zag ik op het Rotterdamse filmfestival de eveneens Russische film Als de kraanvogels overvliegen. Een titel in het Nederlands kom je op dat festival nu bijna niet meer tegen of het moet om een Nederlandse film gaan. Alles is op het filmfestival Engels. Dat geldt blijkbaar ook voor het Holland Festival waarvan deze opera onderdeel uitmaakt. Alhoewel ik absoluut geen aanhanger ben van leuzen als Eigen Volk Eerst en evenmin geloof in de eigen identiteit van ons volk, vind ik het toch jammer dat op deze manier onze eigen taal om onzinnige redenen verkwanseld wordt. Zo, dat moest me even van het hart.

De opera is gebaseerd op het boek Hondenhart (1924) van Michael Bulgakov. Een boek dat ik lang geleden met veel plezier heb gelezen en dat een satire is op het sovjet-Rusland van na de revolutie. De Russen moesten tot 1987, de tijd van de Glasnost, wachten voordat ze dit boek mochten lezen. Een korte samenvatting.

Een professor pikt een graatmagere hond van de straat op en voert een experiment op het dier uit. Hij krijgt de teelballen en de hypofyse van een mens getransplanteerd. Daardoor verandert de hond Sjarik in de mens Sjarikov, een mens met een hondenhart. Een mens die zich gedraagt als een hond. Als het allemaal te erg wordt en de professor zichzelf verwijt van een goede hond een slecht mens te hebben gemaakt, en de professor verraden wordt door zijn eigen schepsel, is hij gedwongen de operatie in omgekeerde volgorde opnieuw uit te voeren.

Ik heb zelden zo'n grappige opera gezien waarbij ik echt moest lachen van de pret. Sommige grappen zitten in de tekst, sommige in het beeld. De satire zit hem vooral in het feit dat de gemene hond/mens Sjarikov wordt gezien als een keurige sovjet-burger, terwijl en omdat hij zijn eigen geestelijke vader verraadt die er bepaald anti-sovjetgevoelens op na houdt. Maar ook de professor zelf is niet vrij van hypocrisie en maakt handig gebruik van zijn machtige vrienden om aanvallen van bijvoorbeeld het bewonerscomité af te slaan.

De muziek in de opera is zeer modern en niet muziek die je 's avonds thuis bij de open haard gaat zitten beluisteren. De combinatie muziek en beeld is daarentegen erg geslaagd. Het is zeer theatrale muziek. Twee zangers zingen de stem van de hond (een hoge en een lage stem). Verder zijn er veel muzikale effecten die de handeling op het toneel onderstrepen.

Maar ook theatraal is er aan de regie van Simon McBurney veel te beleven. Het hondenlichaam wordt door vier marionettenspelers van het Blind Summit Theatre op zeer natuurlijke manier over het toneel bewogen. De theatrale mechaniek is ongelooflijk indrukwekkend. Het decor is eigenlijk slechts één grote achterwand met een tweemanshoge deur die op allerlei manieren kan worden bewogen in een stalen stellage. Diagonaal, naar voren en naar achter, gekanteld, alles is mogelijk met deze wand door middel van een uitgekiende techniek. Met behulp van projecties en door deze bewegingen verandert het beeld voortdurend en is het mogelijk verschillende sferen en locaties te suggereren. Hoewel het stuk grotendeels in het huis van de professor speelt is het de ene keer de operatiekamer, dan de eetkamer, dan weer de zitkamer en ook de wc (op een gegeven moment spoelt er door een gat in de wc-deur een grote golf water het toneel op). Echt een belevenis deze voorstelling.

dinsdag, juni 08, 2010

Volksbühne: Quai West


In Berlijn speelden afgelopen zondagavond vier stukken: Met gesloten deuren van Sartre, Faust 1 van Goethe, Hedda Gabler van Ibsen en Westkaai van Bernard-Marie Koltès. De eerste drie stukken ken ik, heb ik alle al eens gezien, Hedda Gabler al zoveel keer dat ik niet eens meer weet hoe vaak. Met gesloten deuren heb ik net als Hedda Gabler zelf al eens geregisseerd.

Ik kies voor de Volksbühne aan het Rosa-Luxembourg-platz waar Westkaai speelt onder de Franse titel: Quai West. Dat stuk heb ik nog nooit gezien. Denk ik. Want nadat ik op één van de grote witte kussen heb plaatsgenomen die beneden in de zaal de zitplaatsen vormen en het stuk een paar minuten bezig is, realiseer ik me dat ik ook dit stuk al eens heb gezien. In 1998 in een loods in de Rotterdamse haven, geregisseerd door Ola Mafaalani, met Ko van den Bosch als een grote zwarte engel in de rol van Abad.

Nadat het licht is gedoofd draait het ronde podium een halve cirkel. Het decor is een witte hellende cirkel met aan de voorkant vier laddertjes. Nadat het podium gedraaid is beklimmen de acht acteurs vanaf de voorkant het hellende vlak.

Westkaai gaat over een man en een vrouw, Maurice en Monique, die verdwaald zijn in een havengebied. Ongure types omcirkelen hun als zwarte kraaien op zoek naar een prooi. De auto van Maurice heeft het begeven en het ziet er naar uit dat ze hier niet levend vandaan zullen komen. Een echt verhaal heeft Westkaai niet, toch blijft het van begin tot eind spannend.

Soms kan ik iemand slecht verstaan, voor de rest heb ik weinig moeite met het Duits. Pascale Schiller als Monique vind ik het meest indrukwekkend, Maria Kwiatkowsky als Claire kan ik moeilijk volgen. Ze spreekt razendsnel met een kunstmatig hoog stemmetje waardoor veel van haar tekst voor mij verloren gaat.

Deze Quai West is bewerkt door Heiner Müller en geregisseerd door Werner Schroeter. Ik vind hem niet zo imponerend als de rauwe versie van Ola Mafalaani waarin aan het einde de moeder uit het stuk, Cécile, in het donker van de nacht de St Jobshaven overzwom, een scène die een onvergetelijke indruk op me heeft gemaakt. Maar het is een spannende en mooi vormgegeven voorstelling. Verrassend einde ook. Ik ben blij dat ik de moeite heb genomen in Berlijn het theater te bezoeken.

dinsdag, juni 01, 2010

Operaweekend (3): Opera OT: Le vin herbé

Het toneelbeeld bestaat uit een groot gordijn van lange grijze slierten. Op het gordijn wordt koning Marc geprojecteerd, een man in een geel gewijd en de toekomstige echtgenoot van Isolde. Op de grond links zit een groep mensen naar hem te kijken en rechts zit het orkest Domestica Rotterdam klaar. Het is het eerste van een reeks prachtige beelden dat aan ons voorbijtrekt begeleid door schitterende muziek.

Opera OT speelt in het eigen theater de opera Le vin herbé van Frank Martin, een Zwitserse componist waar ik eerlijk gezegd nog nooit eerder heb gehoord, maar die volgende Wikipedia wordt beschouwd als de belangrijkste Zwitserse componist van de twintigste eeuw. De pianiste die op zondag bij ons thuis heeft opgetreden vertelde me dat ze in zijn huis was geweest, want hij heeft lange tijd in Nederland gewoond.

Het verhaal is het verhaal van Tristan en Isolde, het verhaal van een rampzalige en onmogelijke liefde. Isolde is met de boot op weg naar haar aanstaande echtgenoot, koning Marc, en wordt begeleid door Branghien, haar vrouwelijk bediende, die een toverdrank (le vin herbé) moet bewaken die Isolde en koning Marc samen moeten drinken zodat ze altijd van elkaar zullen houden, in de liefde en in de dood. Ongelukkigerwijze drinkt Isolde van de drank tezamen met Tristan waardoor zij per ongeluk verliefd op elkaar worden en daarmee begint de ellende.

De opera is van oorsprong een oratorium en dat is te merken, het verhaal wordt verteld door het koor met hier en daar een solo van één van de karakters, waarvan de rol van Tristan het meest uitgewerkt is. Maar alles beweegt mooi en zingt mooi en draait schitterend om elkaar heen. De muziek is dramatisch en ademt sporen van de romantische Schönberg.

Twee keer wil ik applaudiseren voor een aria van Tristan (Philippe Do) maar het publiek is zo stil en geconcentreerd aan het kijken dat ik dat jammergenoeg niet durf. Maar dat zijn uitschieters in het over geheel genomen werkelijk fantastisch mooie voorstelling met uitzonderlijk mooie muziek waarvan ik me afvraag waarom die zich zo lang voor mij zo stil en ik weet niet waar heeft verstopt.