woensdag, juli 31, 2013

Chalon-dans-la-Rue: Het gaat van start


Dan begint de grote uitzoekerij. Wat willen we zien? Waar moeten we wezen? Gelukkig is er een app (een appli in het Frans) waarin we kunnen zoeken. Maar waar te beginnen? Er is net als vorig jaar teveel. We starten op de Square Chabbas, een mooi klein parkje met bomen en een paar standbeelden en, handig, een openbaar toilet. Vorig jaar zagen we hier twee prachtige voorstellingen, wie weet hebben we dit jaar weer geluk.

Mika Kaski et Pierre Déaux: Le Grain
Ik haal op goed geluk vier kaartjes voor Le Grain. We gaan binnen in iets wat op een tent lijkt maar dat bij binnenkomst niet is. Het is meer een soort rond windscherm, de bovenkant van deze zogenaamde tent is open en boven ons hoofd hangen de takken van een eikenboom.
De beide mannen met pruiken zijn knappe acrobaten en iets minder knappe muzikanten. De meest tengere van de twee maakt wel heel knap een fluitje van een rietje met behulp van de gloeiende punt van een sigaret. De ander maakt indruk door op zijn hoofd te gaan staan en met zijn voeten een lucifer aan te steken. De voorstelling zit zo vol goede ideeën maar duurt helaas te lang. In het begin is dat grappig als ze een onverstaanbaar lied zingen dat eindeloos doorgaat, maar een aantal onderdelen had makkelijk ingekort kunnen worden en een aantal herhalingen had achterwege kunnen blijven. Een deel van het publiek wacht het einde niet af en vertrekt. Jammer.


dinsdag, juli 30, 2013

Chalon-dans-la-Rue 2013 / De eerste avond


Het is weer eind juli en dan vindt het Franse straattheaterfestival Chalon-dans-la-Rue plaats. Omdat we vorig jaar zo enthousiast waren gaan we nog een keer. Met ander reisgezelschap naar dezelfde geweldige chambre d'hote, Les Murgers, van Serge Danizot in het gehuchtje Sassangy, zo'n twintig kilometer van Chalon. Na een lange maar niet al te vermoeiende reis komen we aan bij Serge, een grote zorgzame man met een klein snorretje. Hij ontvangt ons vriendelijk met een glaasje op het terras. Hij is nog net zo grappig en gevat als vorig jaar en de conversatie zwalkt moeiteloos heen en weer tussen het Frans en het Engels.

Als we uitgepakt zijn vertrekken we naar Chalon waar we na een wandelingetje door het centrum, op zoek naar een programmaboek, bij de Accueil Public aankomen die op dat moment de luiken sluit. Het is negen uur 's avonds en de volgende ochtend om tien uur zijn ze pas weer open. Dus eten we eerst maar een hapje op een terras voor de kathedraal. Daarna willen we naar twee Belgen die dansen in een boom aan de andere kant van het eiland St-Laurent, dat is een aardig eindje lopen. 

Aan de andere kant van het eiland wordt onze aandacht getrokken door de voorstelling van Osmosis, Cathédrale d'acier, een choreografie van een stel arbeiders die heen en weer lopen met grote stalen binten. Onze aandacht wordt vooral getrokken door de mooie muziek. Maar de voorstelling blijkt bijna afgelopen en nog voor die goed en wel is voltooid begint het ineens hard te regenen. Later krijgen we de kans om de voorstelling in haar geheel te zien. Daarover later. 

We rennen terug naar de Rue Strassbourg, de eetstraat van Chalon, om daar met een kop koffie of thee te schuilen in een Marokkaans restaurant. Het stinkt er naar riool en het theewater is lauw dus in dit restaurant komen we niet meer. Zonder een voorstelling te hebben gezien lopen we terug naar de auto. Een slecht begin van het festival. Gelukkig zijn er nog drie dagen te gaan.

maandag, juli 22, 2013

Louis Paul Boon: Mijn kleine oorlog


Dit boek valt het beste aan te prijzen met een stukje uit de inleiding door Willem Elsschot:

Waarde lezer, lees dit boek niet met de ogen van een literair criticus, speur niet naar overtollige of ontbrekende of gebrekkige punctuatie, niet naar onhollandse uitdrukkingen noch naar gallicismen, maar lees het met uw hart, met een sprankel van het grootmenselijk gevoel waarmede Boon het geschreven heeft. Uw diepste menselijke waardigheid zal wakker worden en allicht zult gij de schrijver behulpzaam zijn bij het vertrappen van die miljarden larven waardoor wij belegerd worden, ieder van ons in zijn eigen kleine idealistische schans, van die larven die de Grote Verbroedering in de weg staan, de verbroedering van blanken en zwarten, van Britten, Moffen en Russen, de verbroedering die althans aan de grootste collectieve gruwel een eind zal maken: aan de oorlog. Schaart u onder Boon's vaandel, want zijn Kleine Oorlog is niets anders dan de 'oorlog aan de oorlog'.

Daar valt weinig aan toe te voegen, of toch, een klein stukje Boon zelf om een indruk te geven.

Ge zoudt liever een ander boek schrijven - grootser, dieper, mooier. Ge zoudt het dan noemen 'dit zijn de vloeken en gebeden van de kleine man tegenover de grote oorlog, dit zijn zangen, dit is DE BIJBEL VAN DE OORLOG'. De volgende dag wenst ge niets liever dan uw pen stuk te stompen - het is opwindend zoiets, maar ge zijt verplicht u de volgende dag een nieuwe pen te kopen - want schrijven doet ge toch, het is een natuurlijke behoefte. De ene mens vloekt zich dood, de andere loopt zijn kop tegen de muren stuk.

Gij schrijft uw Kleine Oorlog.

Het lijkt een klein boekje, Mijn kleine oorlog van Louis Paul Boon, maar het is een groots boek van een groots schrijver.

maandag, juli 15, 2013

Simenon: De vogelvrije


Niet alleen het omslag van dit boek is somber. De inhoud van De vogelvrije (L'outlaw, 1939) is het evenzeer. Het omslag is ontworpen door Dick Bruna, maar die was met dit omslag mijns inziens niet in zijn beste vorm. Ook Simenon niet.

Stan of Stanislas is een Poolse illegaal die door Parijs zwerft, op zoek naar wat geld, op zoek naar werk. Hij is in het gezelschap van zijn landgenote Noesji, een jonge vrouw die steeds minder vertrouwen in hem heeft.

Simenon weet de spanning in het boek er in te houden maar op de een of andere manier ontbreekt iets in het boek. Commissaris Lognon is een soort Maigret omringd door zijn inspecteurs, maar hij speelt een te bescheiden rol om echt vorm te krijgen. Ook Frida, de meedogenloze leidster van de Poolse bende, blijft een enigszins vage schim.

Meer indruk maken dokter Storm en zijn angstige vrouw die Noesji uit mededogen met haar vader, een kennis van vroeger, in huis nemen en Stan er met honderd frank vandoor laten gaan. Met rampzalige gevolgen.

zaterdag, juli 13, 2013

Lambert J. Giebels: De Greet Hofmans Affaire


Van De Greet Hofmans Affaire wist ik tot nu toe nooit het fijne. Er was een soort Raspoetin aan het hof van koningin Juliana, dat kwam uit door een artikel in Der Spiegel en werd door de toenmalige regering Drees in de doofpot gestopt. Dat was zo ongeveer mijn beeld. Een zeer beperkte kijk blijkt uit dit boek van Lambert J. Giebels. Er was veel meer aan de hand en tegelijk lijkt het soms op een storm in een glas water. Vooral als de affaire de aandacht trekt van zowel CIA als KGB.

Het begint met de oogziekte van prinses Marijke (later Christina). In Hattem is een gebedsgenezeres actief, Greet Hofmans, en Bernhard en Juliana denken 'baat het niet dan schaadt het niet'. Maar al gauw neemt Greet Hofmans Juliana voor zich in terwijl Bernhard steeds meer een hekel aan haar krijgt. Er is een affaire met een paard van de prins en tevens suggereert Hofmans dat Marijke niet geneest omdat haar vader niet in de gebedsgenezing gelooft. Er vestigt zich een kliek rondom Hofmans op paleis Soestdijk en dit zorgt voor grote verdeeldheid tussen beide helften van het echtpaar Juliana-Bernhard. Greet Hofmans raakt meer en meer op de achtergrond en de affaire verandert in de kwestie Soestdijk waarbij het draait om het redden van het huwelijk van koningin en prins-gemaal.

Wat moet er met de kinderen gebeuren als ze scheiden? Moet de koningin aftreden na een scheiding in het christelijke Nederland? Iedereen is er van overtuigd dat bij een scheiding het volk voor de koningin zal kiezen tegen de prins-gemaal. Maar de twee oudste kinderen Beatrix en Irene bevinden zich in het kamp van de prins.

Op de achtergrond probeert politiek Nederland, Louis Beel en Willem Drees voorop, de zaak te redden. Dat gaat niet van een leien dakje en de hoofdrolspelers denken er niet aan om gewillig mee te werken. Regelmatig ergeren de politici zich aan de voor hen spreekwoordelijke 'Oranje koppigheid'.

Giebels heeft uitputtend alle archieven doorzocht en gepoogd de onderste steen boven te halen. Al die gegevens heeft hij verwerkt in een boek dat geen dorre opsomming is van feiten maar spannend is als een thriller en leest als een trein.

Geluk

Een wonderlijke film dat is Le bonheur (1965) van Agnes Varda. A-romantisch en een beetje cynisch ook, tegelijk realistisch. De film was de afgelopen week te zien op TV5, de televisiezender voor francophone wereldburgers.

François Chevalier is een jonge timmerman, getrouwd met Thérèse, een naaister. Samen hebben ze twee kinderen, een meisje van een jaar of drie en een jongetje van ongeveer één. Dit gezin wordt gespeeld door een echt gezin, het gezin Drouot. We zien hoe gelukkig dat gezin is. Hij heeft plezier in zijn werk, zij ook, zij maakt een bruidsjurk. Ze gaan samen naar het bos met de kinderen, alles is pais en vree. (Als ze in het bos zijn heeft François standaard een uiterst besmettelijke witte broek aan.)

Dan moet François voor zijn werk naar een andere wijk, Vicennes. Op de locatie blijkt niet goed te zijn gemeten en hij gaat naar het postkantoor om naar de zaak te bellen. Achter het loket zit Emilie en als ze elkaar zien slaat de vlam over. Als ze hoort dat hij naar Fontenay belt vertelt ze hem dat ze binnenkort naar dezelfde wijk gaat verhuizen, ze wordt overgeplaatst. François belooft haar op te zoeken maar voordat dat gebeurt hebben ze nog een tweede ontmoeting in Vicennes. Er vonkt duidelijk iets tussen de twee maar François neemt dan nog keurig afscheid van haar met een handdruk.

Dat verandert als Emilie is verhuist. Al spoedig ontstaat een geheime liefdesrelatie. François bezoekt Emilie regelmatig, doet zelfs wat timmerwerk voor haar en in een langdurig shot van de twee in bed doet François zijn filosofie over hen beiden uit de doeken. Zijn geluk is nu nog groter dan voorheen, het is verdubbeld. Het lijkt er op of Emilie twijfelt, zij woont alleen, en de kijker denkt: dit kan niet goed gaan.

Tegelijkertijd lijkt het er op dat niets het geluk van François kan deren. Hij is nog steeds gelukkig met Thérèse en zijn gezin. Ze gaan op kraamvisite bij een zwager en schoonzus, hij bouwt 's avonds een garage voor zijn zoon (bijna identiek aan de garage die mijn broers en ik vroeger hadden), en op een bal in de buurt met vrolijke valse musette muziek danst François met zowel Thérèse als met Emilie.

Maar dan. Als het echtpaar met de kinderen in het bos is en de kinderen slapen vertelt François over zijn tot dan toe geheime liefde. Hun huwelijk is een afgesloten boomgaard, netjes, braaf, rustig en tevreden, maar zijn armen strekken zich daarbuiten uit en daar heeft hij een boom buiten de tuin gevonden. Thérèse lijkt het te begrijpen, maar als ook François in slaap gevallen is waakt zij en kijkt ons met ontblote borsten starend, peinzend aan.

Als onze timmerman wakker wordt door de roep van zijn oudste dochter is moeder verdwenen. Met beide kinderen aan de hand gaat hij op zoek. Overal doet hij navraag, sommige mensen hebben haar gezien, anderen niets opgemerkt. Dan is een eind verderop een oploopje ontstaan. Een vrouw is uit de vijver gevist. Ze heeft zichzelf verdronken. Het is Thérèse.

Onmiddellijk daarop volgt een scène van de begrafenis, gevolgd door een scène waarin de familie besluit wat er met de kinderen moet gebeuren. Beide ouderparen willen de kinderen graag opnemen maar François kiest voor het echtpaar dat eerder in de film net een baby heeft gekregen, dat al drie kinderen heeft. Gezamenlijk gaan ze op vakantie naar de zee, geïllustreerd door een vakantiefoto van het hele gezelschap.

Na de vakantie keert François terug en zoekt Emilie op. Dan zien we hoe hij de draad van zijn liefdesrelatie weer oppakt. Hij laat haar kennismaken met de kinderen en laat zijn kinderen wennen aan Emilie. We zien hoe Emilie de kinderen van school haalt. De film eindigt met een shot waarin François en Emilie wandelen met de kinderen in het bos. Ze zijn gekleed in een zelfde gele kabeltrui en beiden in een bruine broek. Het is herfst.

Het lijkt er op dat het geluk van François niet afhankelijk is van de persoon met wie hij dat beleeft. Met Emilie lijkt hij immers net zo gelukkig als voorheen met Thérèse. Alhoewel waarschijnlijk niet zo gelukkig als voorheen met beide vrouwen. Een levensfilosofie die niet veel wordt uitgedragen in films, zeker niet in Hollywood-films. Maar dit is dan ook geen Hollywood, maar het Frankrijk van de jaren zestig.

(François Chevalier wordt trouwens gespeeld door de acteur die wij in Nederland vooral kennen als Thierry de Slingeraar of Thierry la Fronde. De andere leden van het gezin Drouot zijn volgens de IMDB alleen te zien geweest in deze film.)

woensdag, juli 10, 2013

Rob Zijlstra: Zittingszaal 14



Gucci en Gucci vind ik één van de mooiste verhalen in deze bundel rechtbankverslagen van Rob Zijlstra. Een tweeling besluit tijdens een etentje in een restaurant met twee jongedames uit Hoogezand een taxi te stelen en daarmee naar Italië te rijden om zich aan te sluiten bij de mafia. Tussendoor zullen nog even kleren worden gehaald in Milaan, want de nietsvermoedende jongedames zijn onvoorbereid voor een reis naar Italië.


Zittingszaal 14 is een lange reeks van korte geschiedenissen van schurken, schlemielen en geboren pechvogels, opgetekend door Rob Zijlstra in de rechtbank van Groningen. De meeste van hen zijn maar arme sukkels die of niet beter weten, niet anders kunnen (veelplegers) of mensen die vroeg in hun leven een misstap begaan en daardoor hun leven lang in het criminele circuit blijven hangen. De rechtbank straft ze, maar of dat echt helpt is te betwijfelen.

Een ander frappant verhaal is Een moordenaar. Het doet me erg aan de zaak Marianne Vaatstra denken. Karel, een man van 47 heeft elf jaar eerder een vrouw vermoord en staat nu terecht. 26 messteken heeft hij de hem onbekende Maja van Vloten in haar eigen huis toegediend. 300 mensen werden ondervraagd, de politie deed onderzoek, de zaak werd gesloten. Na elf jaar geeft Karel zich aan als de moordenaar maar wordt niet geloofd. Totdat DNA-onderzoek uitwijst dat hij daar geweest zou kunnen zijn.

Karel liep in de straat, de deur stond open. Een slaapplekkie, dacht Karel en liep naar binnen. Niemand te zien. Totdat hij de slaapkamer binnenliep. Iemand springt op, Karel trekt een mes en begint in het wilde weg te steken, niet eens wetend of het een man of een vrouw is die hij neersteekt. Jarenlang denkt hij er over zichzelf aan te geven, maar pas na elf jaar doet hij dat daadwerkelijk. Een volgens de psychiaters en psychologen normale man die ineens een moord begaat. Hoe kan dat?

Sommige verhalen zijn grappig, sommige tragisch, sommige gruwelijk. Maar alles wordt opgeschreven door Rob Zijlstra in een droge, ik zou zeggen Gronings-nuchtere, stijl. Die stijl zorgt er voor dat het boek nergens verveelt, het is geen opsomming van steeds hetzelfde waar ik in het begin een beetje bang voor was. Ieder stukje is een mooi klein miniatuurtje. Geweldig.


dinsdag, juli 02, 2013

Wunderbaum: De komst van Xia

Ben ik een beetje Wunderbaum-moe? Misschien wel. Het is alweer een tijdje geleden dat ik De komst van Xia heb gezien, hun laatste voorstelling op het dak van het vroegere Hofplein-station. De spelers zijn begonnen aan een groots project over de inrichting van een nieuwe samenleving, nadrukkelijk geen utopie. Hoe zou een nieuwe samenleving er uit moeten zien? Wat is daar voor nodig? Daarmee begint de voorstelling. De spelers van Wunderbaum, uitgebreid met Gijs Naber en Hanna van Lunteren van het Rotheater, maar zonder Wiene Dierickx, spelen een zestal filosofen. Elke acteur heeft zijn specialiteit en elk zijn of haar eigen filosofisch voorbeeld. Als in een dance battle komen de zes tegen elkaar uit in een decor als een Grieks of Romeins forum. 

De toeschouwers zitten rondom, de spelers komen van bovenaan de tribune naar beneden om daar als in een leeuwenkuil tegen elkaar te strijden. Het is een veelbelovend begin van de voorstelling. Opgesloten in het decor zien we niets van de omgeving, de stad rondom, en gefocust op de acteurs en hun spel. Verschillende meningen buitelen over elkaar heen totdat plotseling iemand in het publiek haar mening geeft. Dit is verrassend alhoewel het snel duidelijk is dat 'dit er bij hoort'. De vrouw die zich in de discussie mengt is één van de vele figuranten die aan de voorstelling deelneemt. Als dan op een gegeven moment alle spelers uit het decor verdwijnen ontstaat een voorgekookte 'discussie' tussen de figuranten totdat dit ook oplost en alle figuranten tegelijk en in koor beginnen te spreken. Dat is de voorbereiding op de komst van Xia, de nieuwe leider, een jong Chinees meisje.

Het decor schuift open, we zien de uitgestrektheid van de stad bij schemer, een prachtig beeld en dan volgt een nogal warrig gedeelte. Mensen met vlaggen rennen af en aan, in een hokje staan twee mannen muziek te maken en uiteindelijk komt een klein en jong Chinees meisje aangelopen, Xia. Vooral het gedoe met de vlaggen ziet er nogal knullig uit. Xia vertelt haar levensverhaal in het Chinees, en dat wordt vertaald door Gijs Naber. Een verhaal van vele omzwervingen over de wereld. Ze gaat op een stoel zitten en krijgt cadeautjes, rijdt een rondje op een brommer en verdwijnt tenslotte met Gijs Naber in het hokje van de muzikanten. Via geprojecteerde beelden zien we haar in bed zitten en gaan slapen. Xia heeft besloten hier te blijven.

Een nogal onevenwichtige voorstelling. In twee niet helemaal aan elkaar passende delen valt hij uiteen. Het eerste deel is spannend en indrukwekkend, vooral het spel van de drie dames. De mannen zijn over het algemeen wat schreeuwerig en blijven daardoor op de vlakte. Het tweede deel is rommelig en slechts te begrijpen met behulp van de folder die we achteraf aangeraakt krijgen. Daarin een groot interview met Willem Schinkel, socioloog bij de Erasmus Universiteit. In dat artikel zijn de uitgangspunten van de voorstelling te lezen. Die ik er in eerste instantie door alleen maar kijken niet uithaalde. De chaos van het einde had niet de impact dat het einde van een voorstelling als Looking for Paul had. Nogal teleurstellend en vandaar mijn verzuchting: ben ik misschien Wunderbaum-moe? Hopelijk wordt het beter nu Xia is gearriveerd. In het najaar volgt het volgende deel van The Green Forest.