dinsdag, juli 31, 2012

Dijon: La Licorne

In Dijon hebben hebben we plaatsgenomen op het terras van een creperie La Licorne. We bestellen iets te drinken. Mijn lief een glas water. Ik, na enig zoeken naar de naam van het drankje en met hulp van mijn lief, een Orangina.

De ober is een lange man in het zwart met donker haar. Hij kijkt zuur. Hij vertelt ons onmiddellijk dat het hier een restaurant is. Dat het hier is om iets te eten. We willen graag iets eten, antwoorden wij. We bekijken de kaart en die staat voornamelijk vol met galettes. Hartige pannenkoeken van zwart meel. Ble noir. Wij kiezen beiden een zoete pannenkoek. Een crepe.

De ober keert terug en brengt ons onze drankjes. Hij vraagt of we onze keuze al hebben gemaakt. Dat hebben wij. Wij zeggen wat we willen. Een crepe sucre en een crepe confiture. Dat mag niet. Wat wij hebben gekozen is een dessert. We moeten iets te eten kiezzen. Dit is een restaurant.

De ober loopt weg. We kijken elkaar aan. Mijn lief en ik. Wat een onzin. Ik heb de neiging de drankjes af te rekenen en weg te lopen. Misschien is dat zijn bedoeling? Of is ons gerecht hem te klein. Zijn wij hem te min? Ik kijk nogmaals op de kaart. Boven een flan en nog een tweetal overduidelijke toetjes staat een kopje 'Desserts'. Dus hoe komt hij erbij dat crepes een dessert zijn.

De ober keert voor de tweede maal terug om te vragen of we opnieuw een keuze hebben gemaakt. Ik leg hem met de menukaart in de hand uit waarom volgens mij een crepe geen toetje is. Hij stemt mokkend toe. Omdat het niet druk op het terras is. Anders had het echt niet gemogen. Nogmaals twijfel ik. Moeten we gewoon weglopen of niet? We blijven zitten.

De ober brengt ons onze pannenkoeken. Die goed smaken. Tenminste de mijne. Die van mijn lief is enigszins droog. Zij heeft alleen suiker er op. Ik ook confiture. Geen cassis. Die was op. Wel myrtillen. Maar de lol is er een beetje van af. Van dit etentje.

Een andere ober met een baardje brengt de rekening. De rekening bedraagt elf negentig. Ik laat hem expres terugkomen voor de tien cent wisselgeld. Zelfs dat dubbeltje fooi gun ik ze na deze behandeling niet meer. Dat dubbeltje voeg ik een dag later toe aan de fooi voor de ober in Chalon.

Foto: bij de paskamers van de Promod in Dijon

maandag, juli 30, 2012

Nancy: Place Stanislas



Nancy op maandag en dinsdag is niet echt opwindend. Een mooie stad met een prachtig park, waar we 's avonds een grote groep mensen gezellig samen zien jiven, maar verder lijkt er niet echt veel te beleven. Het museum voor schone kunsten blijkt op dinsdag dicht, dus ook dat moeten we missen.

Gelukkig is er iedere avond een klank en lichtspel op Place Stanislas, het centrale plein. Vooral als het gebouw zelf wordt opgenomen en gebruikt in de beelden is het erg mooi. De muziek is elektronisch en vind ik meer muzikaal behang, Equinoxe-achtig, de stijl van Jean-Michel Jarre die met dit soort muziek een wereldhit scoorde maar die voor mij thuishoort in het rijtje Elektronika's en Vangelis. Dat neemt niet weg dat we die avond erg genieten op het plein.

Ook eten we heel bijzonder in La Bouche a l'Oreille, La ciusine au fromage, alles kaas, room en spek. In het restaurant hangt een zeer zware kaaslucht. Maar het decor is erg goed aangekleed met allerlei kaasetiketten en overal snuisterijen en kastjes. Veel jonge mensen eten er, die er niet uitzien alsof ze hun hele jonge leven veel vet hebben gegeten. Integendeel, het merendeel is slank. De bediening is erg vriendelijk en bezorgt ons een grote schaal met allerlei kaasgerechten, quiche, cocotte, en sla en spek. Erg lekker maar ook heel machtig.

Iedere avond moeten we erg klimmen met de fietsen om ons hotel Cerise te bereiken en op de laatste avond verdwalen we ook nog eens. De stad in is makkelijk, terugkomen is een ander verhaal.

zondag, juli 15, 2012

Niets blijft bestaan


Ik loop door de stad langs de ABN Amro op de Coolsingel. Het is zaterdagochtend. De bank is verhuist lees ik op de voordeur. Voor de zekerheid maak ik een aantal foto's van de beeldenpartijen naast en boven de deuren. Want voor je het weet is het gebouw afgebroken. Zijn de beelden verdwenen. Alles verdwijnt. Diezelfde middag is er een afscheid van Gerrit Komrij. Een dichter bij god. De dag er op is Rutger Kopland gestorven. Maar dat weet ik dan nog niet. Maar niets blijft bestaan.

donderdag, juli 12, 2012

Exile On Main St



“Welk nummer van The Rolling Stones vind je het allermooist,” vraagt mijn lief aan mij. Ik weet het niet. Het is vandaag vijftig jaar geleden dat de Stones voor het eerst optraden. Maar volgens Keith bestaan de Stones pas in 2013 vijftig jaar, want toen pas kwam Charlie Watts bij de band. Het allermooiste nummer van The Stones. Bitch? Dead Flowers? Satisfaction? Sympathy for the devil? Er zijn zoveel nummers. Een stuk of vierhonderd las ik vandaag ergens. Het is moeilijk kiezen.

Ik weet zeker welke elpee ik het mooiste vind. Dat is zonder enige twijfel Exile On Main St. Een plaat met niet één mooiste nummer. Het is meer de sfeer van het album dan de individuele nummers. Het eerste nummer dat ik er van hoorde vond ik in eerste instantie niets aan. Dat was Tumbling Dice. Veel blazers, veel zangeressen in de achtergrondkoren. Zangeressen op onze platen, dat verkoopt niet goed, zei Keith later.

Het album, het eerste dubbelalbum van de band, werd in Nederland ook slecht ontvangen. Het had beter een enkele elpee kunnen zijn met de beste nummers, vonden de recensenten. Slechts één nummer van Exile On Main St spelen de Stones zelf nog altijd. Dat is Happy, het eerste nummer van kant drie, het lijflied van Keith. Nu wordt het album overal geëerd als een meesterwerk.

Een mooie hoes heeft Exile On Main St ook. Met foto's van Robert Frank. Een man in een leeg café die naar een jukebox staat te kijken. Veel kleine fotootjes van de Stones zelf. Handgeschreven belettering. Enigszins in de stijl van Andy Warhol die de beroemdste Stones-hoes ooit ontwierp, van Sticky Fingers. Een elpee die ik ooit heb bezeten. Mét de echte rits. Uitgeleend. Kwijtgeraakt.

Toch nog maar wat titels noemen tot besluit. Shine A Light, Soul Survivor. Stop Breaking Down. Sweet Black Angel. Sweet Virginia. Allemaal nummers waarvan de titel begint met een S. Net als de Stones.

zaterdag, juli 07, 2012

Bij de dood van Gerrit Komrij

Ter gelegenheid van Gedichtendag 2011 las mijn collega Annemiek Teuben dit gedicht van Gerrit Komrij voor. Bij zijn dood plaats ik het nog maar een keer op mijn weblog. Helaas, deze markante persoonlijkheid, deze bijzonder dichter, deze literatuurkenner en vileine criticus is overleden.

dinsdag, juli 03, 2012

Oostpool: Supermagnifique

Opnieuw op De Parade, opnieuw bij Oostpool en opnieuw een typische lekker vet aangezette Parade-voorstelling, Supermagnifique, gespeeld in dezelfde tent als vorig jaar, met hetzelfde huisje als decor en met dezelfde regisseur. Ditmaal met een groep van energie blakende jonge spelers van de mime-opleiding Amsterdam. Een energie die respect afdwingt bij de toeschouwers.

Een dolgedraaide familie is bij elkaar en het is niet bepaald een gezellige familie. Oma zegt dat ze binnenkort dood gaat aan de kanker maar blijft er vrolijk op los roken en geeft en passant haar kleinkind ook een sigaret. De verzamelde kinderen geloven niet dat oma gaat sterven, volgens hun is ze gewoon dronken. Maar als ze dronken zou zijn zou ze onder de tafel liggen, beweert zij zelf.

De jonge en enthousiaste spelers van wisselende kwaliteit maken er een heerlijk zootje van, onder leiding van regisseur Marcus Azzini. Veel stripachtig geweld met goedgetimede geluidseffecten. Het meest grofgebekt is de schattige kleindochter tot ergernis van haar ouders. Maar de rest doet niet echt voor haar onder. Uiteindelijk ontaardt de voorstelling in geweld en viezigheid en eindigen bijna alle personages op de vloer. Dood. Eind goed, al goed.

Zoals gezegd een heerlijke Parade-voorstelling, uitermate geschikt voor opvoering in een tent en lawaaiierig genoeg om het kabaal van buiten te overstemmen. Nog te zien op de drie komende Parades en een echte aanrader.