vrijdag, november 27, 2015

Conny Janssen Danst: I'm here & Album Familiar

De nieuwe voorstelling van Conny Janssen Danst I'm here & Album Familiar is een tweeluik samengesteld uit twee oude voorstellingen, uit 2001 en 2005. De eerste gaat over de grote stad met filmbeelden van fotograaf Carel van Hees, de tweede over personen in een danszaal met aan de wanden een grote collectie foto's. Twee verschillende sferen op één avond, de stad donker en met abstracte en minimalistische muziek, de danszaal licht en met (tango-)liedjes gespeeld door Beppe Costa. Het eerste met dertien dansers, het tweede met zeven. Zou dat een betekenis hebben? Het ongeluksgetal en het gelukscijfer tegenover elkaar.

I'm here
In het eerste deel is het vooral het beeld dat indruk maakt en het geluid. Blaffende honden in de verte, het geluid van auto's die voorbijrijden in het witte licht van tl-buizen. Echo's van West Side Story met groepen dansers die tegenover elkaar staan en door elkaar heen lopen, maar het blijft optimistisch. De multiculturele stad met de verschillende dansers van Conny Janssen Danst, groot, klein, stevig en slank, blond en donker.

Album Familiar
Na de pauze zijn we in een soort tango-salon met zeven dansers verspreid over een groot aantal stoelen die aan drie kanten van de rand staan van een rode dansvloer. In de achterste rij, links van het midden, zit Beppe Costa op een cajon omringd door een mandoline en een paar gitaren. Iedereen wacht totdat Beppe Costa pssst zegt tegen de dansers en ze beginnen te dansen. Dit is een spel van aantrekken en afstoten, een huwelijksmarkt. Eén van de hoogtepunten is een komische tango tussen twee mannen, die zittend op hun kont de tango met elkaar dansen. Een korte voorstelling van een half uur om mee te lachen. Eerder gespeeld op Lowlands en zo ziet het er ook uit, een echte festivalvoorstelling.

Het is niet vernieuwend maar zoals altijd bij Conny Janssen Danst prachtig en ontroerend. Maar ik verlang ook weer hevig naar de volgende locatievoorstelling, benieuwd naar waar die zal plaatsvinden.

donderdag, november 26, 2015

Ekaterina Levental: De Weg

EkaterinaLevental is een vluchtelinge uit Oezbekistan. In het vertelconcert De Weg zoals ze haar voorstelling noemt vertelt ze het verhaal van haar vlucht tot en met haar aankomst in Nederland. Het beloofde land in haar voorstelling. Een land dat haar in ieder geval veiligheid heeft gebracht en, met dank aan het UAF (Universitair Asiel Fonds), een goede opleiding tot harpiste en zangeres.

Een actueel thema in een tijd waarin Europa te maken heeft met een groot aantal vluchtelingen, met name uit Syrië. Daarom zit de zaal van het Erasmus Paviljoen goed vol.

Het is een indrukwekkend verhaal dat ze te vertellen heeft. Ze speelt harp en zingt maar het acteren blijft daar helaas wat bij achter. Toch is het een voorstelling die gezien moet worden, al was het alleen maar om te tonen wat het betekent om een vluchteling te zijn. In de discussie achteraf wordt Nederland mijns inziens iets te veel als het beloofde land voorgesteld maar desondanks toont ze daarmee dat Nederlanders ook gastvrij kunnen zijn.

vrijdag, november 13, 2015

Oostpool: Fresh Young Gods

In dezelfde week dat het me niet lukt de uitverkochte voorstelling Socrates binnen te komen, probeer ik het nog eens bij Fresh Young Gods van Oostpool. Ook al uitverkocht, net als A soft play, de vorige voorstelling die ik in de schouwburg zag, en net als Fountainhead van TG Amsterdam gisteren, vandaag en morgen. Gelukkig lukt het bij Oostpool wel om binnen te komen maar we zijn dan ook lekker vroeg en hebben de eerste twee nummertjes in de wachtrij. Het gaat goed met de schouwburg wat bezoekersaantallen betreft. Het enige wat steeds weer opvalt is dat het publiek net als wijzelf behoorlijk op leeftijd is.

Dat zijn de spelers van Oostpool niet. Die zijn jong, energiek en gaan van start met een heftige coke-party in Dubai. Daar zijn twee mannen van Shell aanwezig en iemand van de Europese bank. Ook is er een drietal vrouwen, een nichtje van de premier van Turkije, een CIA-agente en een escort-meisje. Dan is er nog een onduidelijke mannelijke persoon, een fixer. Er wordt gesnoven, er wordt gedanst, er worden selfies gemaakt, er is harde muziek en stroboscooplicht. Van tijd tot tijd is er rust en zien we op een scherm boven hun hoofd interviews met de hoofdpersonen. Jaren later in 2024 blikken ze terug op het gebeurde in Dubai.

Dat is heftig. Als ze 's ochtends half verdoofd uit hun roes ontwaken blijkt er een crisis aan de gang. Er is een doos bezorgd met daarin een afgehakte hand, er zijn foto's op Facebook geplaatst waarop een van de aanwezigen de profeet beledigd en er ligt een vastgebonden vrouw in de kast. Ook wordt een familielid van de president van Turkije beschuldigd van seksueel misbruik. Die ernstige crisis kan alleen opgelost worden door een oorlog.

Geschreven door Joeri Vos en geregisseerd door Eric de Vroedt is het stuk een actueel en geëngageerd politiek spel. Reuze grappig en om hard om te lachen als je niet zou weten dat de werkelijkheid waarschijnlijk net zo erg, zo niet erger is. Er wordt met ons gespeeld om geld te verdienen, de spelers gaan er met de winst vandoor en er zijn meer verliezers dan winnaars.

Ik ben blij dat het ons gelukt is om deze voorstelling te zien.

donderdag, november 05, 2015

Joost Zwagerman: Pornotheek Arcadië

Joost Zwagerman was de laatste tijd vooral bekend vanwege zijn enthousiaste verhalen bij De Wereld Draait Door over beeldende kunst. Ook zijn laatste boek De stilte van het licht gaat over schilderijen.

Dit al oudere boek uit 1999 gaat voornamelijk over literatuur met uitzondering van het hoofdstuk over Basquiat en het laatste stuk dat het boek de titel gaf Pornotheek Arcadië, dat gaat over de pornificatie van de samenleving, een gegeven dat nu al bijna weer ouderwets lijkt. Momenteel lijkt het eerder een periode van nieuwe preutsheid.

Het boek is verdeeld in drie delen. Over Amerika (Americana), over Engeland (Halte Albion) en over Nederland (Afslag Nederland). De eerste twee gaan met name over schrijvers, onder andere over Philip Roth, John Updike, Brett Easton Ellis, Martin Amis en Will Self. Het laatste deel en het voorwoord gaan voornamelijk over schrijven, genres en de Nederlandse literatuurin het algemeen, met als enige uitzondering in dat laatste gedeelte het stuk over Herman Brusselmans.

Zoals Zwagerman enthousiast kon vertellen over schilders en schilderijen, zo kan hij dat ook over schrijvers en hun boeken. Van sommige schrijvers waarover hij verteld heb ik niets of nauwelijks iets gelezen (Philip Roth alleen het boek over Tricky Dicky, van Martin Amis alleen een eerste hoofdstuk van Money).

Het meest vermakelijke hoofdstuk vond ik dat over de teloorgang van de Nederlandse literatuur waarin aan de hand van voorbeelden wordt geschetst dat het al meer dan een eeuw lang slecht gaat met de literatuur. Dit naar aanleiding van een klacht in de Nederlandse bladen van schrijvers van echte literatuur als P.F. Thomèse, Wessel te Gussinklo, Allard Schröder en Herman Franke. Vroeger was alles beter. Slechte schrijvers halen hoge oplagen en goede schrijvers krabbelen in de marge.

Ik pakte dit boek uit de boekenkast naar aanleiding van de dood van Joost Zwagerman en het bewijst dat met zijn dood een geweldig pleitbezorger voor de kunsten, literatuur en beeldende kunst, verloren is gegaan.

zondag, november 01, 2015

G. Wasco: Het Tuitelcomplex

Eindelijk is het er. Het verzamelwerk met veel voorbeelden uit het oeuvre van mijn broer, de striptekenaar G. Wasco. Het Tuitel Complex is de titel en het werd vrijdag officieel gepresenteerd in stripwinkel Het Beeldverhaal te Amsterdam. In aanwezigheid van een groot aantal stripcorifeeën waaronder Joost Swarte.

De laatste hield een mooie speech over zijn eerste kennismaking met het werk van Wasco. Uitgenodigd op de rijksacademie door Moritz Ebinger vertelde deze aan Joost dat hij ook kennis moest maken met het werk van een studiegenoot. Met Joost achterop de fiets reed Moritz naar het huis van Wasco. Daar troffen ze een grote tekentafel aan met werk van de tekenaar maar geen Wasco. Daarop wilde Joost een abonnement nemen op Wasco's Weekblad maar kreeg als antwoord een strenge brief van Wasco dat hij dan in Amsterdam moest gaan wonen omdat hij niet bezorgde buiten Amsterdam en hij een slechte relatie had met de PTT. Vervolgens schreef Joost terug, hij stuurde een twaalftal gefrankeerde enveloppen op met zijn eigen adres er op en vertelde Wasco dat hij toch een abonnement wilde en wel een goede relatie had met de PTT.

Ook de uitgever vertelde in zijn lofrede op het boek dat het werk van Wasco uitnodigt tot verwondering en hebberigheid. Nu is er dus het boek Het Tuitel Complex dat iedereen hebben moet. Niet te vergelijken met de grote hoeveelheid kleine boekjes die Wasco in eigen beheer uitbrengt, maar een mooi naslagwerk. Groot formaat, goed gedrukt, waardoor het goed tot zijn recht komt. Vooral abstracte strips staan er in het boek. Geen 24-uurs-comics of Dotty Wervelwind. Strips zonder verhaal waar het draait om kaders en figuren opgesloten in kaders. Centraal staat een serie onder de naam Het Tuitel Complex, waarin Wasco en het figuurtje Tuitel spelen met lijnen. Grafische kunst die in relatie staat met beroemde Nederlandse kunstenaars als Escher, Dibbets en Mondriaan. Daarmee staat hij in een oer-Hollandse traditie. Het omslag is zoals hierboven te zien een verwijzing naar Mondriaan.

Ik ben blij dat dit boek er eindelijk is. Toch een vorm van erkenning voor het kunstenaarschap van Wasco. Die was er natuurlijk al wel met de uitreiking van de Stripschapprijs, maar dit is iets wat je vast kunt houden en bewaren en heel vaak moet inkijken. Om te hebben en om je te verwonderen.

KOBE: A soft play

Als ik de tekst op de site van de Rotterdamse Schouwburg lees weet ik niet waar dit stuk, A soft play, over gaat. Nadat ik het stuk heb gezien weet ik het evenmin. Ik heb een recensie op de site van de Theaterkrant nodig om er iets van te snappen. Is dat erg? Niet altijd. Ik hoef een stuk niet te begrijpen om het mooi te vinden. Een stuk met een plot is juist vaak voorspelbaar.

Wat zien we? Drie vrouwen dansen. Energiek, met een vrolijke, maar gemaakte uitdrukking op het gezicht. In een decor van vrolijke primaire kleuren. Het publiek is verdeeld in twee helften. We zitten tegenover elkaar en na enige tijd worden we verdeeld in kamp geel en kamp blauw en uitgenodigd om voor één van de danseressen te juichen. Wat wij als publiek braaf doen. De ene helft van het publiek voor de ene danseres, de andere helft voor een andere. Het dansen gaat door en door. Er vindt een soort van gevecht plaats waarbij de danseres van groep geel het wint van die van groep blauw. Na enige tijd verdwijnen de danseressen van het toneel en komen verkleed in myserieuze kostuums met bont terug. Een spel met seksuele symboliek volgt. Dan begint alles opnieuw. 

Volgens de Theaterkrant krijgt daardoor wat we in het begin hebben gezien een andere lading. Is de vrolijkheid van de dames wel echt? Uiteindelijk vind ik het geheel te leeg, van een holheid getuigen waar de theatergroep juist tegen ageert. Als het de bedoeling is tegen de nep-vrolijkheid in opstand te komen dan heeft deze vorm op mij niet het gewenste effect.