maandag, december 26, 2016

André Gide: La symphonie pastorale

La symphonie pastorale las ik voor het eerst op de middelbare school. Voor de literatuurlijst van Frans. Er was een schooleditie van met woordenlijst. Het enige wat ik me er van herinnerde was dat de ik-figuur, een dominee, aan Gertrude, een blinde jonge vrouw, uitlegt wat kleuren zijn aan de hand van de noten van de toonladder. De zes noten staan voor de zes kleuren van de regenboog.

Omdat ik de rest van het boek compleet vergeten was, maar me nog wel herinnerde dat ik het een prachtig boek vond kon het geen kwaad het nogmaals te lezen. Ik vond het in een boekenkastje buiten op straat bij een kerk in de Javastraat te Amsterdam met de oproep mee te nemen wat er van je gading is.

Uitgekomen in 1922 heeft het nog niets van zijn charme verloren. Een dominee vindt aan het doodsbed van een pas gestorven vrouw een blind nichtje. Een weesmeisje van ongeveer vijftien-zestien jaar. Hij besluit dat uit christelijke naastenliefde mee naar huis te nemen om het op te voeden. Zijn vrouw Amélie stribbelt tegen, nog een mond om te voeden. Maar de dominee houdt voet bij stuk en langzamerhand ontwikkelt Gertrude zich tot een intelligente jonge vrouw.

De dominee neemt haar mee naar een uitvoering van de Pastorale Symfonie van Beethoven en zonder noten te kunnen lezen ontwikkelt ze zich ook nog eens tot organist. Van tijd tot tijd oefent ze in een klein kerkje in de buurt op het orgel. Als de dominee haar op zekere dag af komt halen ziet hij dat zijn zoon Jacques bij haar zit, haar aanwijzingen geeft, en haar hand vasthoudt. Later verklaart Jacques dat hij van haar houdt en met haar wil trouwen.

De dominee verbiedt zijn zoon met haar te trouwen en zendt hem weg op de tocht door de bergen die Jacques met een vriend heeft afgesproken. Dan wijst zijn vrouw hem er op wat er werkelijk met hem zelf aan de hand is. Hij is verliefd geworden op Gertrude. Ook Gertrude verklaart hem vervolgens de liefde. Ze weet dat Jacques van haar houdt maar ook dat zij niet van Jacques houdt maar van de dominee. Hij ziet zijn dwaling en de gevaren daarvan in en besluit Gertrude onder te brengen in het huis van een oudere dame, Mlle Louise M.

Via het dagboek van de dominee wordt dit verhaal stukjes bij beetjes verteld, steeds meer tipjes van de sluier worden opgelicht. Zoals de ontdekking dat hij zelf verliefd is op Gertrude. Een dilemma, want hij is getrouwd, zij is veel jonger dan hij, zij is blind en hij is haar leraar en opvoeder. De worsteling met zijn gevoelens, de strijd tussen goed en kwaad, natuur en wetten, schuld en boete, worden door Andé Gide geweldig mooi beschreven. Naar het einde toe worden de hoofstukken korter en komt het verhaal in een stroomversnelling en raast dan naar het dramatische einde.

De thema's die in het boek worden behandeld zijn van alle tijden. De strijd tussen de vader en de zoon die zich afspeelt via bijbelteksten. De zoon, die zich later tot het katholieke geloof bekeert, houdt zich vast aan de teksten van Paulus. De vader wil zich alleen richten naar de teksten van Jezus zelf. De blinde Gertrude is onschuldig, maar als ze van haar oogafwijking wordt genezen, voelt ze zich opeens schuldig aan een verboden liefde. Ze ziet dan in dat ze niet van de vader houdt maar van de zoon.

Het laatste bracht mij op de gedachte van wie ze werkelijk houdt. Is het omdat de zoon jonger en mooier is dat ze van hem houdt of vanwege zijn ideeën? Toen ze blind was dacht ze immers dat ze van de vader hield. En is het leeftijdsverschil een barrière tussen de twee of het feit dat hij getrouwd is? Dat laatste wist ze vanaf het begin en belemmerde in eerste instantie haar liefde niet. In het ongewisse blijft tenslotte of de wederzijdse liefde tussen de dominee en Gertrude verder gaat dan een nachtelijke kus.

dinsdag, december 20, 2016

Marc Sleen: Nero, De Zwarte Voeten

Ik schrijf hier niet vaak over strips, met uitzondering wanneer ik over mijn broer G. Wasco schrijf. De laatste keer daarvoor was denk ik over Robert Crumb wie ik ook zeer bewonder. Maar onlangs overleed op 6 november vrij onopgemerkt in Nederland, Marc Sleen, de tekenaar van Nero en Co.

De dood van Marc Sleen maakte dat ik weer eens een album las van deze meester van het absurdisme, De Zwarte Voeten, waarin Nero te maken krijgt met buitenaardse wezens. Groene mannetjes met twee hoofden.

Zij hebben van hun leiders de opdracht gekregen in Vlaanderen zeven levers te pakken te krijgen. Een kiekefretterslever uit Brussel, een zoute lever uit Veurne, een cognaclever uit Ieper, een droge lever uit Aalst, een blauwe lever met suikersmaak uit Moerbeke, een zandlever uit Turnhout en een zwarte of koollever uit Zichem. Daarvoor moeten de bewuste Vlamingen wel worden opengesneden. Dat moeten Nero, Van Zwam, mevrouw Pheip, Jan Spier en Petatje tijdens een dolle rit door Vlaanderen op diverse voertuigen en achternagezeten door een diender, zien te voorkomen.

Humor zoals die alleen in België gemaakt kan worden, in de traditie van Marcel Broodthaers, Panamarenko en Kamagurka. Er zijn rond de tweehonderd albums waarmee Marc Sleen de recordhouder schijnt te zijn als striptekenaar met de langst lopende reeks getekend door één persoon.

In Hoeilaart staat een standbeeld van Nero maar op dit tweede album over Nero en zijn hoed (het elfde in de reeks over detective Van Zwam) is er al een standbeeld voor hem opgericht op de planeet Pompelanioem. Nu nog een standbeeld voor Marc Sleen (die al wel in 1999 geridderd is).

zondag, december 18, 2016

Wunderbaum: The future of sex

De vorm van The future of sex doet me denken aan oude voorstellingen van Wunderbaum zoals Stad I en II. Er is geen verhaal maar er zijn losse scènes rondom een thema, in dit geval heden, verleden en toekomst van seks. Personage als Sophie, Erika, Els, Merel, Henry, Christian en Bobbie vertellen over hun leven en hun omgang met seks.

Contactadvertenties, sadomasochisme, robotseks, pedofilie, Tinder-dating, aseksualiteit, van alles komt voorbij terwijl vanuit een bol de schrijver Arnon Grunberg toekijkt. Die aan het begin van het stuk een aantal lastige vragen voorgelegd krijgt. Lastige vragen die hij ongetwijfeld zelf bedacht heeft als schrijver van het stuk. Lastige vragen zoals "Als je zou moeten kiezen tussen het leegeten van een bord poep of een vogeltje dat iedere dag, de rest van je leven, één keer per dag in je mond schijt?" Maartje Remmers leest deze vragen van een briefje wat de suggestie wekt dat ze ze of zelf bedacht heeft of dat ze kiest uit een lange lijst vragen.

De acteurs, Maartje Remmers, Marleen Scholten, Matijs Jansen, zetten een groot aantal typetjes krachtig neer. Ondanks dat dat typetjes blijven zegt het stuk veel over de stand van zaken ten opzichte van seks in de huidige maatschappij. In het interview met Arnon Grunberg vraagt Maartje wat de toekomst van seks is. Grunberg antwoordt dat dat hetzelfde is als het verleden van seks. In zekere zin is dat inderdaad het geval. Menselijke relaties veranderen niet, alleen de wijze hoe we er tegen aan kijken kan veranderen en de techniek maakt nieuwe vormen van seks mogelijk. Maar zoals Els (ontroerend gespeeld door Marleen Scholten) worstelt met haar gevoelens voor haar minnaar Edouard, die we niet te zien krijgen, is van alle tijden.

Wat het koor precies doet in de voorstelling, wat de functie daarvan is, daar begrijp ik niets van, maar er wordt schitterend gezongen. Met het beeld van de bol die van binnen uit rood verlicht is en het koor daarvoor, prachtig zingend, had de voorstelling wat mij betreft kunnen eindigen.

Want het is jammer dat de voorstelling op het einde iets te lang door gaat. Alle spelers klimmen in de bol (die een webcam symboliseert hoor ik na de voorstelling) en beginnen een Peter Handke-achtig spreekkoor waarin ze vertellen dat ze 'de sletten van de toekomst' zijn. Daar had naar mijn idee iemand in moeten grijpen en zeggen "Zo is het wel genoeg. Stop!"

Ondanks dat een echt goede Wunderbaum voorstelling.

zaterdag, december 17, 2016

Bloet/Comp Marius/Kaaitheater: Ne swarte

Ne swarte is Jan Decortes versie van Othello van Shakespeare. Als altijd eigenzinnig en vrij. Ditmaal leest Jan Decorte geen teksten voor van papier maar vertelt hij tijdens het stuk drie persoonlijke verhalen en dat doet hij zittend op een cajon (een Spaanse houten kist om op te trommelen).

Als Decorte opkomt met twee krukken wordt hij geholpen en ondersteund door twee medespelers. Zijn linkerbeen zit in een brace. Dit heeft niets met het stuk of dramaturgie te maken vertelt hij ons. Er hoeft niets achter gezocht te worden. Hij heeft enkel last van zijn knie. Hij neemt plaats op de cajon en hij begint te vertellen over de jongen met de blauwe arm.

Een ontroerende jeugdherinnering over hoe hij in een klas kostschooljongens wordt uitverkoren om te trommelen bij een Afrikaans lied omdat hij de enige is die dat kan. Terwijl de andere jongens oefenen met de leraar mag hij in zijn eentje oefenen in een leeg lokaal. Onhandige puber als hij is weet hij al zwaaiend zijn trommelstokje vast te haken in een inktpot in één van de banken, dat omhoog te trekken en omgekeerd te laten leeglopen over één van de armen van zijn schooluniformjasje. Waardoor hij de trommelaar met de blauwe arm wordt. Tot verbazing van de toeschouwers, ouders en medeleerlingen.

Dit en de andere verhalen staan tegenover het verhaal van Othello dat door de acteurs wordt gespeeld en gedanst. Met name Herwig Ilegems is indrukwekkend. Het hele stuk zegt hij geen woord. Maar hij schreeuwt, blaft en beweegt als een vogel, als een hond. Hij steelt de show met zijn op het eerste gezicht onbegrijpelijke handelingen. Dat begint wanneer hij als start van het stuk met tape langzaam een hakenkruis op zijn witte hemd tapet. Daarmee verwijst hij naar het racisme waar Othello het slachtoffer van is en naar het persoonlijke drama van Jan Decorte, kind van foute ouders.

Als altijd is de vrouw van Jan Decorte van de partij, Sigrid Vinks, die ditmaal een ondeugende Jago speelt, de intrigant, de haatdragende adjudant van Othello die nadat hij niet de positie kreeg die hij had verwacht Othello ten gronde richt. Kris van Trier en Waas Gramser, de oprichters van Comp. Marius nemen de andere rollen voor hun rekening. Behalve die van Othello, die blijft in het stuk abstract aanwezig in de rol van Ilegems.

Het valt me op dat bij zowel de voorstellingen van Discordia als die van Jan Decorte het publiek voornamelijk bestaat uit oude grijze hoofden als ik, en middelbare scholieren onder begeleiding van een leraar. Het lijkt er op dat het vaste publiek is meegegroeid. Als dat straks te oud wordt om de tocht naar het theater nog te aanvaarden zal het waarschijnlijk snel afgelopen zijn met deze twee groepen die zich in de ogen van het grote publiek blijkbaar hebben overleefd (en wat betreft Discordia ook in de ogen van de subsidiegevers).

Toch zijn er in Vlaanderen nog fans over want gisteren stond een paginagroot artikel in NRC Handelsblad over Discordia naar aanleiding van de benefietvoorstellingen in de Monty in Antwerpen, georganiseerd om Discordia te redden. Vlaamse groepen als Tg Stan, Cie de Koe, Comp Marius en De Roovers, en het Nederlandse 't Barre Land zijn alle schatplichtig aan Discordia. Maar ook aan Jan Decorte.

Gelukkig zijn ze er allebei nog en zo lang ze nog naar Rotterdam komen blijf ik gaan, samen met de andere fans, en blijf ik me verbazen over hun prachtige vondsten, hun tekstbehandeling, hun nonchalance, hun uniciteit.

vrijdag, december 16, 2016

Frits Marnix Woudstra: Echo's van Egon


Na zijn boek over zijn zoon Lucas heeft mijn vriend Frits Marnix Woudstra nu een boek geschreven over zijn vader, Egon, ook bekend onder de schuilnamen Igor en Everhard van Woudschoten. Echo's van Egon. Een door Piet Schreuders als ouderwetse Penguin-pocket schitterend vormgegeven boekje met herinneringen en foto's. Een groene en een oranje versie. Terwijl het leven van Lucas dramatisch eindigde met zijn zelfgekozen dood begint het leven van Egon Woudstra gelijk al dramatisch als hij getuige is van het afvoeren van zijn vader.

De joodse Frits Samuel Woudstra, waarnaar Frits vernoemd werd, wordt tijdens de Tweede Wereldoorlog samen met zijn vier jaar oudere broer afgevoerd door de Enschedese politie en overlijdt kort daarna in kamp Mauthausen. En zoals Frits zich schuldig voelt omdat hij de dood van zijn zoon niet heeft weten te voorkomen, zo voelt zijn vader Egon zich schuldig dat hij de dood van zijn vader niet kon tegenhouden. Ook ziet Frits gelijkenissen tussen zijn zoon en zijn vader. Aan het einde van zijn leven zegt Egon 'Ik ben kapot', en ook Lucas zegt vlak voor zijn dood 'Ik ben net als opa Egon, ik ben kapot.'

Lezing van dit boekje riep bij mij natuurlijk ook herinneringen op aan de Egon die ik zelf gekend heb. Een charmante man, een levensgenieter. Maar dat hij in de oorlog Engelandvaarder was, opgeleid werd tot piloot en, misschien wel het voornaamste of juist niet, dat hij joods was, daarover vertelde hij nooit. Egon ontkende het joods zijn. Volgens hem was joods zijn een constructie, niet iets wat je bent.

Een echo van die gedachte las ik pas geleden in een artikel over Hanneke Groenteman die voor een televisieprogramma (van de EO) op zoek ging naar antisemitisme in hedendaags Amsterdam. Zoals je wel christen kunt worden of moslim, zo kun je niet kiezen om joods te worden. Je bent het of je bent het niet. En terwijl voor de joden zelf de lijn van joods zijn loopt via de vrouwelijke kant maakt dat voor de antisemiet geen enkel verschil. Je kunt niet ontsnappen aan je joods zijn.

Morgen is het 17 december, de dag waarop Lucas uit het leven stapte. Egon stapte niet uit het leven maar wel uit zijn huwelijk met de moeder van Frits. Na tien jaar getrouwd te zijn geweest verdween hij plotseling uit het leven van de zesjarige Frits. In het boek zoekt Frits naar antwoorden op de vragen die achterblijven, maar het mysterie kan niet meer opgehelderd worden.

De zoektocht is door Frits in dit kleine boekje van 96 pagina's mooi beschreven, in zijn geheel eigen stijl. Met uitweidingen over uitstapjes met zijn vader, muziek, over de thee die zijn vader dronk, over scheren met een kwast. Net als Lucas Casimir een gevoelig en indrukwekkend boek.

donderdag, december 08, 2016

De verleiders: Slikken en stikken

De dag nadat ik drie vrouwen hun visie heb horen geven op Macbeth en zijn tomeloze ambitie zie ik vijf mannen die hun ongezouten mening geven over het medisch industrieel complex. De Verleiders in hun vierde voorstelling. De Verleiders die eerder al onder andere het vastgoed en het bankwezen op de korrel namen in hun Brechtiaanse en cabareteske stukken. Het is een onderhoudende show waar vele feitjes voorbij komen en die veel kanten op gaat. Slikken en stikken pakt net iets te veel onderwerpen aan om echt de diepte in te kunnnen gaan. De verzekeringsmaatschappijen, de Big Pharma, de medici, de politiek en de regering en onszelf. Want wijzelf zijn het die misschien wel teveel verlangen.

De voorstelling begint met een lied op de tekst van Mens durf te leven, aangepast tot Mens durf te sterven. Dat is meteen het prikkelendste thema van voorstelling. In een monoloog laat George van Houts zien hoeveel mannen en vrouwen na hun vijfenzestigste levensjaar kosten aan medische ingrepen en medicijnen. Het astronomische bedrag van gemiddeld een ton per persoon. Daarop volgt de gedurfde theorie. Wat als mensen op hun tachtigste een contract tekenen om nog maar vijf jaar te leven, een ton uitgekeerd krijgen om daarvan vijf jaar lang de bloemetjes buiten te zetten om daarna op een gemakkelijke manier uit het leven te stappen? Rustig, met een pilletje of een injectie, in je slaap zoals eigenlijk iedereen wil sterven. Nu zijn de laatste jaren van iemand's leven een strijd tegen ziekte en dood, een worsteling die niemand wil. De oudere patiënt niet, de familie niet. Een intrigerend idee dat bij mij blijft hangen. Zou ik dat zelf willen? Misschien wel.

Voor het overige vind ik het geen geweldige voorstelling. NIet zoals Door de bank genomen. Er is een genante scène waarin de vrouwelijke Nederlandse minister van gezondheid wordt vernederd door de directeur van een Big Pharma firma. Een ongepaste en sexistische mannenscène. Het acteren is niet geweldig. George van Houts en Leopold Witte zijn goed, Tom de Ket is meer ideeënman dan acteur, Victor Lwöw doet hetzelfde wat hij altijd doet en wordt daardoor een karikatuur van zichzelf, Martijn Fischer, die Pierre Bokma vervangt bij De Verleiders, kan gelukkig erg mooi zingen.

Maar na een avond hogeschool acteren van de dames van Discordia valt dit toch een beetje tegen.

dinsdag, december 06, 2016

Discordia: Mevrouw Macbeth

In de serie Weiblicher Act van Discordia is dit aflevering 7 en die gaat over Mevrouw Macbeth. Over powervrouwen zoals Hillary Clinton, Beyoncé en Madonna. Drie vrouwen, Maureen Teeuwen, Annet Kouwenhoven en Miranda Prein spelen afwisselend de lady en geven commentaar op het stuk en op de rol van de vrouw. Een heerlijk avondje zoals altijd bij Discordia. Vanaf de zijlijn en van achter de coulissen speelt oprichter en regisseur Jan Joris Lamers een ondergeschikte rol.

De laatste keer dat ik deze drie dames en één heer gezien heb, in Weiblicher Act 4 (De moeder van Oscar) is alweer weer dan twee jaar geleden. Dat was een collage van teksten van o.a. Oscar Wilde, ditmaal draait het om één toneelstuk, Macbeth en dan met name om de rol van Lady Macbeth. Regelmatig wordt er verkleed en van rol gewisseld. Drie belangrijke rollen worden gespeeld, Macbeth zelf, Lady Macbeth en Banquo. 

Het grootste deel van het publiek zit op de theatervloer op caféstoeltjes aan cafétafeltjes waarop glazen klaar staan, een klein gedeelte van het publiek zit op (een gedeelte van) de tribune van de kleine zaal van de schouwburg. Zoals altijd wordt er door Discordia drank geserveerd, in dit geval toepasselijk Bloody Mary's die tijdens één van de heksenscènes worden klaargemaakt.

Alhoewel de voorstelling voor een groot deel uit grappen en grollen bestaat, maar ook uitleg over de thema's van het stuk, worden de sleutelscènes realistisch en met grote overtuigingskracht gespeeld. Zoals de beroemde scène waarin Macbeth een dolk voor zijn ogen ziet zweven en de scène waarin hij het spook van Banquo voor zich ziet.

De subsidie voor Discordia is stopgezet maar ik hoop dat Discordia ondanks dat doorzet. Over de opheffing van De Appel is veel geschreven maar over Discordia las ik weinig in de kranten. Volgens hun website staan ze op 22 maart in ieder geval weer in de Rotterdamse Schouwburg met As you like it van Shakespeare.