maandag, april 22, 2013

Mishandeling

Op zaterdag probeer ik mijn nieuwe fiets uit. Het loopt tegen de avond en de schemer valt in. Op de nieuwe fiets zit geen licht dus ik moet voor donker thuis zijn. Voordat de straatlantaarns aangaan. Ik ben op bezoek in Groningen en rijdt in de richting van Bedum.

Het is een mooie zonnige avond. De zon staat laag. Aan de avondhemel hangt een grote oranje luchtballon die langzaam nar beneden daalt om ergens achter de horizon in een weiland te landen. Ik kruis de snelweg, over het viaduct en ben buiten de stadsring.

Het Boterdiep is gedeeltelijk afgezet en daardoor rijd ik over het fietspad dwars door Beijum, een nieuwbouwwijk aan de noordkant van Groningen. Vroeger legde ik deze weg regelmatig af op weg naar het verpleeghuis waar mijn jongere zus werd verpleegd. Sinds haar overlijden heb ik dit pad niet meer gefietst. Het voelt vreemd en tegelijk vertrouwd aan hier te fietsen.

Na deze omweg keer ik terug richting het Boterdiep en nader Zuidwolde. In het dorp zie ik een stel in een blauwgrijze Volvo afscheid nemen. Op straat staat een familie, een man met kortgeknipt aar, de bestuurder, en een blonde vrouw zitten in de auto. Een andere auto wil er langs maar de weg is geblokkeerd. De bestuurder van een andere auto, ook een blonde vrouw, kijkt geïrriteerd omdat ze er niet langs kan komen. Ik wurm me op mijn fiets door het gezelschap, volg de weg naar links en kom uit bij het Boterdiep. Vlakbij de brug midden in het dorp.

Aan de overkant is Moeke Vaatstra, een uitspanning waar mijn oudere zus vorig jaar haar zestigste verjaardag heeft gevierd met een high tea. Nu is het zo te zien gesloten. Er is blijkbaar geen reden om de tent op zaterdagavond open te houden. Ik rijd een rondje op het asfalt voor Moeke Vaatstra en dan zie ik aan de overkant van de brug dezelfde blauwgrijze Volvo die ik even eerder heb gepasseerd.

Er schuin achter staat een stilstaande scooter. Ook de Volvo staat stil. De bestuurder van de scooter heeft een grote fietsketting in de hand en met grote gebaren slaat hij beide ruiten aan de kant van de bestuurder in. Even sta ik perplex maar dan rijd ik naar de plek des onheils om te zien of ik kan helpen.

Aan de overkant zet ik mijn fiets tegen een heg en loop naar de drie personen toe. De twee inzittenden van de Volvo hebben de scooterrijder vast, in zijn hand nog de ketting. De vrouw stuurt de man weg en probeert de scooterrijder te kalmeren. Ik weet niet goed wat ik moet doen. Even ben ik bang dat de scooterrijder ineens een mes zal trekken om zich te verdedigen. Maar hij is al enigszins gekalmeerd. Hij wil weg, wil geen politie er bij. Dan geeft de bestuurder van de Volvo mij ongezien de sleutels van de scooter in bewaring. Nu pas zie ik dat zijn gezicht onder het bloed zit en even denk ik dat hij een klap met de fietsketting heeft gehad.

Ondertussen komen van alle kanten omstanders toegestroomd. De politie en een ambulance zijn gebeld. Plots valt de bestuurder op de grond. Is hij zodanig gewond dat hij niet meer op zijn benen kan staan of speelt hij toneel? Ik weet het niet. Ondertussen wordt het snel donker en mijn fiets heeft geen licht. Ik besluit de politie en de ambulance niet af te wachten. Zoder gezien te worden geef ik de sleutels van de scooter door aan een omstander. Ook schrijf ik voor een andere omstander mijn telefoonnummer op. Als getuige.

De scooterrijder wil weten waar zijn sleutels zijn. 'Bij de politie', antwoordt één van de omstanders streng. De bestuurder van de Volvo ligt nog steeds op het asfalt. De scooterrijder begint te verklaren dat hij last heeft van een ziekte. Hij is ineens heel zielig. Of doet heel zielig om medelijden op te wekken. Treurig eigenlijk hoe iemand zich niet in de hand kan houden.

Ondertussen valt de avond. Ik heb geen licht op mijn fiets. Dus verlaat ik de plaats des onheils en rijd naar huis. Een paar uur later word ik gebeld. De politie. Ik geef een getuigenverklaring af. De man met zijn hoofd onder het bloed blijkt gelukkig niet ernstig gewond te zijn. Zijn wonden zijn in het ziekenhuis gehecht.

zondag, april 21, 2013

Fedor Dostojevsky: Schuld en boete

Misdaad en straf of Schuld en boete, wat is het nu? Mijn voorkeur gaat uit naar misdaad en straf maar de vertaler heeft gekozen voor schuld en boete.

De gesjeesde student Raskolnikow pleegt een dubbele moord en dat is overduidelijk een misdaad in de ogen van ieder. Ondanks de motivatie wordt hij geplaagd door schuldgevoelens en dat is zijn straf voor zijn daad. Het lijden van de jongeman is groot. Zowel voor als na de moord, maar die moord maakt het er voor hem in ieder geval niet beter op. Zoals oorspronkelijk zijn bedoeling was. Hij voelt zich boven het gewone volk verheven, een Napoleon, die ongestraft mensen kan vermoorden. De moord op de woekeraarster is slechts een begin. Maar als hij die moord al niet zonder schuldgevoelens kan plegen, hoe kan hij dan ooit een Napoleon worden?

In toneelvorm heb ik dit boek al twee keer gezien en als televisieserie ook al een keertje maar wat me onmiddellijk opvalt bij het lezen van het boek is de bonte stoet schitterende bijfiguren die het bevolen. De dronkaard Marmeladow, zijn vrouw Katerina Iwanowna en de schuinsmarcheerder Swidrigailow, alledrie meesterlijk beschreven personages die in de versies die ik zag niet of nauwelijks voorkwamen. De meeste toneelversies concentreren zich op de hoofdpersoon, op Sonja, het hoertje dat hem het licht doet zien, en op de Columbo-achtige speurder Porfirius.

Een hoofdstuk als dat waarin het begrafenismaal dat Katerina Iwanowna organiseert voor haar overleden echtgenoot, en dat volledig uit de hand loopt en eindigt in een hoog oplopende ruzie tussen de gastvrouw en haar hospita, is een hoogtepunt. Maar ook het hoofdstuk waarin Swidrigailow zijn hele leven vertelt en zijn levensfilosofie uiteenzet, is dat.

Maar ook kan een toneel- of filmversie meestal niet al te veel aandacht besteden aan het werkelijk moderne van deze roman, de constante gedachtenstroom van Raskolnikow, een voorloper van wat we later stream of consciousness zijn gaan noemen.

Het einde vind ik een tikkeltje sentimenteel maar aan de andere kant is dat typisch Dostojevsky. Dankzij de oprechte, eerlijke, door iedereen geliefde, en diepgelovige Sonja ziet Raskolnikow uiteindelijk toch nog het licht.

Simon Versnel: Verbaas me

De Rotterdamse Salon is een oud pand in Rotterdam Noord, aan de Rotte gelegen, waar van tijd tot tijd theatervoorstellingen te zien zijn. In mei speel ik er samen met Marjanne onze voorstelling 3 x Tsjechov. Om de ruimte in ogenschouw te nemen ga ik kijken naar de voorstelling van Simon Versnel, Verbaas me, een monoloog gebaseerd op het leven van de Russische choreograaf Diaghilev. Onder andere over zijn liefde voor de danser Nyjinski en voor de stad Venetië. Een uur lang onderhoudt hij ons met verhalen over het Rusland waarin hij opgroeide, over de balletten die hij maakte zoals Le Sacre du Printemps, een schandaal in Parijs bij de eerste opvoering maar een ballet dat hem later wereldberoemd maakte. Niet dat hij er rijk van werd. Nooit was er geld, altijd moest er worden gebedeld om geld voor een volgende voorstelling.

In de kleine ruimte, een grote huiskamer eigenlijk, vertelt hij een verhaal dat geen moment verveelt. Een tragische geschiedenis over een verloren liefde. De liefde van de choreograaf voor zijn sterdanser die er plotseling mee stopt. 'En nu is het kleine paardje moe.'

Ontroerende voorstelling, knap samengesteld uit de herinneringen van de hoofdpersoon die ongetwijfeld ergens te boek zijn gesteld, mooi vertolkt door Simon Versnel.

maandag, april 15, 2013

De Nieuw Amsterdam: De mensheid zij geprezen

De mensheid zij geprezen is een klein boekje dat Arnon Grunberg enkele jaren schreef als een moderne Lof der Zotheid. Een lofrede op de zo verguisde diersoort, de mens. Een pleitrede ook. Als eerste aflevering in een nieuwe vierdelige serie van toneelgroep De Nieuw Amsterdam speelt Sabri Saad El Hamus deze tekst nu als monoloog.

In het begin is het toneel leeg. Er staat een grote lederen clubfauteuil en aan het plafond hangt een groot aantal lampen. Er liggen drie rollen toiletpapier verspreid over de vloer. Links op het toneel staat een versterker met boxen en een cd-speler. We horen de warme stem van Marlies Heuer die ons vertelt over de mens. Dat is geen fijne soort, de mensensoort. Omdat zij een vrouw is en ze het voortdurend over een 'hij' heeft wekt de tekst enigszins de indruk dat het gaat over mannen en vrouwen. 'Hij doet de afwas nooit,' zou net zo goed over het verschijnsel man kunnen gaan als over de mens.

Dan komt Sabri Saad El Hamus op. In een geleend pak, beweert hij. Want hij houdt zijn pleidooi voor de mens pro Deo. Hij lijkt een beetje een Mephisto, een duivel, een verleider. Hij citeert Goethe. Hij zingt. Hij danst. Hij zet een muziekje op en doet een dansje. Hij breekt een ei als symbool van begeerte en schoonheid. De schaal is de begeerte, de inhoud de schoonheid. Toch krijgt de voorstelling op de één of andere manier geen vleugels. Er moet teveel gezegd worden in te korte tijd en ook worden we niet echt overtuigd van de oprechte en eerlijke bedoelingen van de toneelspeler. 'Het boek is beter,' is een beetje mijn conclusie, of in ieder geval overtuigender. Want ik houd van Arnon Grunberg als schrijver.

Die dekt zich op slimme wijze in tegen de critici op een geel velletje dat is toegevoegd aan het programma. " 'Dames en heren, mijn schuld was het niet.' (...) Maar als er toch mensen zijn die denken dat ze door mij zijn benadeeld, dan bied ik mijn excuses aan. (...) Ik neem mijn eigen verdediging wel op me."

Philip Glass koopt een brood

De eerstvolgende productie van Stichting Het Vermoeden is Philip Glass koopt een brood. Dit weekend kwam de brief van de deelgemeente Kralingen-Crooswijk binnen dat ze de door ons ingeleverde subsidieaanvraag hebben gehonoreerd voor het volledige bedrag. Dat is een goed begin. Nu wachten op wat de Rotterdamse Raad van Cultuur besluit.

Philip Glass koopt een brood is een kort stuk van David Ives en gaat over wat de titel belooft. Twee dames in een bakkerswinkel herkennen de componist aan de toonbank. Dat is het begin van intrigerend en wervelend spel van herhalingen met woorden, zoals de muziek van Glass vol zit met herhalingen van noten.

Spelers die ik heb benaderd voor dit stuk zijn Pim Dumans in de rol van Philip Glass, Petto Koop als de bakker, en Adrie van Wijk en Marina Meijers als de twee naamloze dames. Het stuk wordt ergens in oktober-november uitgevoerd in het Kralingse restaurant Osteria Vicino aan de Korte Kade 63-69.