woensdag, mei 30, 2012

Seine, Parijse verhalen


Deze verhalenbundel is er eentje uit de Flamingoreeks, een oude serie pockets met omslagen en soms ook illustraties van The Tjong King. Ik had er al een aantal gelezen, een tweetal met verhalen van Guy de Maupassant (Mannen en Madame et Monsieur), en eentje als deze (Parijs), met verhalen van diverse auteurs. De pockets zijn van rond 1960. De verhalen zijn van rond 1900. Een tijdsverschil van zestig jaar, maar ook nu, alweer vijftig jaar verder, zijn de verhalen niet verouderd.

Deze collectie bevat zeer verschillende verhalen. Het eerste verhaal van Theophile Gautier is een fantasy-achtig verhaal over een jongeman die een verhouding heeft met een schone jongedame die 's nachts uit een wandtapijt stapt. Maar er is ook een horrorverhaal van Guy de Maupassant (Nacht over de Seine) en er zijn twee sociaal-realistische verhalen van Emile Zola en van Lucien Barot.

De laatste schreef eveneens het schitterende titelverhaal, een ontroerend portret van een oude gepensioneerde klerk die iedere dag naar de Seine wandelt om er te gaan vissen, recht tegenover het gebouw waar hij zijn werkzame leven heeft gesleten. Niet om vis te vangen maar om in zichzelf te mijmeren en herinneringen op te halen aan zijn overleden echtgenote.

Maar het imago van Parijs van de eeuwwisseling is natuurlijk dat van een frivole stad waar de vrouwen losser van zeden zijn en de mannen er minnaressen op na houden. Dat komt ook aan bod, het mooist in het verhaal Het hotelletje waarin een overspelig paar eerst geconfronteerd wordt met een garnizoen huzaren in de belendende ruimte en vervolgens ook nog eens met een moord in het hotel. Een zeer komische zedenschets.

Guy de Maupassant is het best vertegenwoordigd met drie verhalen. Het bovengenoemde horrorverhaal en Het ivoren beeldje over een vrouw uit de demi-monde en het verhaal Idylle aan de Seine, over vijf roeiers die gelukkig zijn met een en dezelfde vrouw, met de bijnaam Vlieg. Ergens in de zestiger jaren heb ik een Nederlandse televisieversie van dit verhaal gezien. Dit verhaal is echt een schoolvoorbeeld van het frivole leven in lichtstad van rond de eeuwwisseling.

maandag, mei 28, 2012

Martin Koomen: Sherlock Holmes, een inleiding

Sherlock Holmes is nog steeds één van de meest populaire superhelden aller tijden. Op de lijsten van meest gedownloade boeken op de website van Gutenberg.org staat hij bijna voortdurend in de toptien, niet alleen in het Engels, maar ook in het Frans en in het Duits. Nog onlangs werden twee nieuwe films over Sherlock Holmes gemaakt (heb ik niet gezien), en onlangs zag ik op de Belgische televisie een aflevering van een serie over een Sherlock Holmes in de moderne tijd. Ook ik hou van de bovenmatig intelligente speurder. Naast Maigret natuurlijk, mijn andere favoriet.

Dit dunne boekje Sherlock Holmes, een inleiding, van Martin Koomen, geeft inzicht in het waarom van de populariteit van de meesterdetective en geeft hij een beknopte biografie van de auteur, Sir Arthur Conan Doyle. De laatste had het niet altijd makkelijk. Eigenlijk wilde hij schrijver zijn van historische romans zoals Ivanhoe van Sir Walter Scott, maar hij werd beroemd met de boeken die hijzelf niet als zijn beste werk beschouwde. Zoals Lewis Carroll die liever beroemd geworden was als wiskundige dan als schrijver van Alice in Wonderland.

Sir Arthur Conan Doyle liet zijn held doodgaan maar wekte hem later toch alsnog weer tot leven. Hij liet vele slordigheden en kleine fouten in de verhalen staan omdat hij ze toch niet als echt belangrijk beschouwde. Dat laatste neemt niet weg dat de fans van Sherlock Holmes er nog steeds van genieten. Ook geeft Martin Koomen inzicht in hoe ons beeld van het klassieke Sherlock Holmes is ontstaan zonder dat dat kostuum zo door de schrijver werd beschreven in de verhalen zelf. Illustratoren, acteurs en filmmakers schiepen het beeld dat wij nu van Sherlock Holmes hebben.

Daarnaast vertelt Martin Koomen over Doyles interesse in spiritisme, over zijn liefdesleven, zijn avonturen als arts in Zuid-Afrika tijdens de Boerenoorlog, en schetst daarmee het tijdsbeeld waarin Holmes ontstond, de voorbeelden (o.a. De moord in de Rue Morgue van Edgar Allen Poe) en de geschiedenis van de man die hem bedacht. Daarmee laat hij zien dat Holmes een product is van zijn tijd en één van de redenen van zijn hedendaagse populariteit is dat wij romantisch naar die tijd terugverlangen.

Dat laatste bracht mij boeken als Superman van Alfred Jarry en Also sprach Zarathustra van Friedrich Nietszche in de herinneringen. Uit dezelfde tijd en ook met een superman of een Übermensch als hoofdpersoon. Maar ondanks dat Sherlock Holmes gezegend is met een bovenmenselijk brein, toch blijft hij een mens met zwakheden en juist dat laatste maakt hem, net als Maigret van Simenon, ook voor ons aantrekkelijk.

zondag, mei 27, 2012

Ooievaar

De ooievaar stapt parmantig door het weiland naast de kerk van Haarlemmerliede. Spitse snavel en keurig zwartwitgetooid loopt hij door het veld. Hoog op de poten die, net als de snavel, felgekleurd oranjerood zijn. Een wonderlijk gezicht op deze zonovergoten zaterdag voor Pinksteren.

Van tijd tot tijd pikt hij iets uit het gras en maakt vervolgens een slikbeweging. Blijkbaar is er iets eetbaars te vinden. Geen levend voedsel als een kikker of een pad. Die zouden niet lijdzaam wachten om opgegeten te worden. Misschien een wormpje of iets dergelijks. Wat eten ooievaars eigenlijk? Volgens "Aan de oever van de Rotte" in ieder geval kikkers. Maar dat zal niet het enige zijn wat een ooievaar eet.

Ik heb zoiets nog nooit eerder gezien. Ik moet aan een pinguin denken, ook zo'n deftig heerschap. Maar waar de pinguin overwegend in het zwart gekleed gaat, is de ooievaar hoofdzakelijk wit met een zwart kontje.

woensdag, mei 23, 2012

Risk: Credo

Risk speelt een onbegrijpelijke voorstelling. Credo heet het. Waarom? Ik weet het antwoord niet. Een stuk of wat mannen en vrouwen lopen rond in ondergoed en kniebeschermers. Twee vrouwen dragen een verpleegsterjas. Het lijkt op een gekkenhuis met twee zusters om de boel te bewaken en orde te houden. Twee broers spelen een belangrijke rol. Er wordt weinig gesproken, voornamelijk klinken er regels over het feit dat vallen fijn is. Midden voor het podium hangt een ouderwetse microfoon waarin soms door één van de spelers iets gezegd wordt, vaak wordt degene die iets wil zeggen voor de microfoon weggerukt door één van de anderen. Soms neemt dat helaas het zicht weg van wat er achter die persoon gebeurt. Na een uur is er een pauze en heb ik nog niets van de voorstelling begrepen. Niet dat dat erg is. Er wordt intens en heftig en vooral fysiek gespeeld door alle (student-)spelers die hoogst zelden hun concentratie verliezen. Voor een studentenvoorstelling vindt ik het erg goed gedaan en ook handig gedaan door de regisseur, Rick Fingal.

Na de pauze ontstaat er toch een soort van verhaal. Eén van de twee broers verkracht een vrouw en moet daarvoor worden gestraft. Zijn broer wordt van zijn broek ontdaan en staat hulpeloos voor het publiek. Hij moet over de wonden van zijn broertje heenplassen. Of er echt wordt geplast is niet goed te zien. Ik denk van niet, mijn collega's twijfelen. Uiteindelijk wordt één van de broers gewurgd, de verpleegster verliest haar macht en de situatie is als aan het begin met andere spelers in andere rollen.

Het stuk blijkt geïnspireerd door Hondsdagen van het Rotheater. Opdracht van de regisseur was om te kijken hoe ver de spelers konden en durfden te gaan. Dat is geslaagd. De spelers zitten na twee voorstellingen onder de blauwe plekken, maar durven elkaar te slaan, te schoppen, te krabben en zich letterlijk bloot te geven. Ik vond het fascinerend. De pauze vond ik overbodig en er had wel hier en daar iets in de lengte geschrapt kunnen worden. Alhoewel het eindeloze buikspieroefeningen doen van twee dames dan weer intrigerend en hypnotiserend was. Daaruit blijkt dat het vaak moeilijk is de juiste balans te vinden. Maar dat zijn kleine smetjes op een mooie voorstelling.

maandag, mei 21, 2012

De smaak van water



In mijn herinnering is het lekkerste water dat in Enschede tijdens mijn studietijd. Zacht water met een heerlijke smaak. Onze poes Poekie heeft heel andere voorkeuren wat het drinken van water aangaat. Zij geniet van modderig en drabbig water dat buiten in vazen op ons terras staat. Soms drinkt ze ook vooroverhangend in de toiletpot, zich vasthoudend aan de gladde porseleinen rand. Maar het toppunt van genieten is voor haar het likken aan de vloertegels van de douche onmiddellijk nadat iemand heeft gedoucht. Water met de smaak van huidschilfers, voetschimmels en hoofdhaar. Vreemde voorkeuren van een vreemde kostganger van Onze Lieve Heer.

H.P. Lovecraft: Macabere verhalen



Aanleiding om een boek van Lovecraft ter hand te nemen is het feit dat Michel Houellebecq een boek over de schrijver heeft geschreven. Niet dat ik dat boek heb gelezen, maar dat heeft opnieuw mijn interesse in Lovecraft gewekt. Ik denk dat ik twintig was dat ik voor het laatst iets van hem heb gelezen. Meer dan dertig jaar geleden en ik kan me daarvan weinig herinneren. Andere aanleiding is de graphic novel van Erik Kriek naar verhalen van Lovecraft. Heb ik ook niet gelezen, enkel even ingekeken op de verjaardag van mijn oudste broer, die het cadeau had gekregen. De laatste doorslaggevende reden was dat iemand zo enthousiast was over Lovecraft dat hij of zij een oude papieren editie van de Macabere verhalen uit de zestiger jaren van de vorige eeuw gescand heeft en als ebook op het internet heeft gezet.

Dan nu het boek. Ik ben niet echt een liefhebber van horror, science fiction of fantasy maar Lovecraft is vanaf de eerste zinnen duidelijk iets heel bijzonders. Een categorie apart. De verhalen zijn doortrokken van een onbestemde angst. Dat blijkt al uit een titel als Het Onzienbare. Daarin heeft een man een machine gebouwd waarmee het onzienbare zichtbaar wordt gemaakt en dat is geen prettig gezicht. We zijn omringd door monsterachtige wezens die om ons heen zweven en dwars door ons heen gaan, waardoor het maar gelukkig is dat we ze niet kunnen waarnemen.

De onbestemde angst in het verhaal De kleur uit de ruimte, over de gevolgen van een meteorietinslag voor een klein gehucht, deed me denken aan de angst voor de atoombom of de angst voor de gevolgen van een kernramp.

In veel van de verhalen is het tegelijk de vraag of datgene wat de hoofdpersoon waarneemt echt is of een hallucinatie. Mannen worden ergens teruggevonden op straat, in een huis of op een boot, zich afvragend of wat ze hebben beleefd werkelijk is geschiedt of dat het allemaal alleen maar inbeelding was.

Maar wat zeker is dat is dat Lovecraft een uitzonderlijk fenomeen was, een bijzonder getalenteerd schrijver van verhalen die de tand des tijds ten volle hebben doorstaan.

dinsdag, mei 15, 2012

Op een bierviltje

Vandaag zijn mijn vrouw en ik precies tien jaar getrouwd. Tien dagen geleden tekende ik haar op de dag van het bevrijdingsfestival in een Mexicaans restaurant in Haarlem op een bierviltje. Niet helemaal gelijkend, maar mijns inziens nog net zo knap als toen ik haar leerde kennen. Beauty is in the eye of the beholder, zoals de Engelsen dat zo mooi kunnen zeggen. Maar ook de oude Grieken zeiden het al in de derde eeuw voor Christus. Voor mij is het in ieder geval helemaal waar.

maandag, mei 14, 2012

NNT: Hamlet



Hamlet van het Noord Nederlands Toneel ziet er schitterend uit. Meteen al in de eerste scène zien we een bruidspaar op de rug, de bruid draagt een lange sleep. Bruid en bruidegom draaien hun gezichten naar het publiek, het zijn Hamlet en Ophelia. Even is het donker, dan staat Hamlet naar het bruidspaar te kijken. Opnieuw draaien ze hun gezichten naar het publiek. Nu bestaat het bruidspaar uit Claudius en Gertrude, de moordenaar van Hamlets vader die trouwt met zijn moeder.

Wat dat betreft valt er weinig aan te merken op deze nieuwe versie van de Shakespeare-klassieker. iedere regisseur probeert zijn stempel op het stuk te drukken en ook Ola Mafaalani dat met haar Hamlet. Ze heeft er voor gekozen om het stuk in een gekkenhuis te laten spelen. Behalve Horatio en een verpleegster die sprekend op Polonius lijkt, is iedereen om hem heen gek.

Maar dat idee haalt wat mij betreft nu juist de angel uit het stuk. Het is en beetje alsof iemand aan het einde van het verhaal zegt: maar het was allemaal maar een boze droom. Juist de ontknoping van de plot ontbreekt.

Dat neemt niet weg dat er veel te genieten valt, met name van de mooie beelden en het hier en daar erg goede spel. Ik vond de Gertrude van Malou Gorter niet erg overtuigend, maar de Hamlet van Peter Vandemeulebroecke juist weer wel. Ook Ophelia (Maartje van de Wetering) vond ik nogal non-descript en de vrouwelijke Polonius van Joke Tjalsma daarentegen erg goed.

Absoluut geen slechte voorstelling dus, maar met de visie op het stuk, alhoewel consequent doorgevoerd, ben ik het absoluut niet eens.

zaterdag, mei 12, 2012

This fabulous beauty



Mijn bedoeling was dat Katzman muziek zou maken bij mijn opgenomen stem. Volgens de formule waarmee artiesten de muziek van Yoko Ono behandelden op de cd Yes, I'm a witch. De Katzmannen kwamen er niet uit, maar Willem Schneider heeft het nummer This Fabulous Beauty wel mooi gemixt. Je hoort zijn mix in de film. Het filmpje heb ik er zelf bij geknipt en geplakt met opnamen uit het Internet Archief. De opnamen van mezelf in het filmpje zijn van eigen hand, gemaakt met mijn Nokia N900.
Je kunt nog tot morgen, zondag 13 mei, op mijn lied stemmen op de website van Boijmans, Art Rocks: This fabulous beauty

woensdag, mei 02, 2012

Roland Sips: Denk aan mij (nacht)



Een bijzondere verschijning, dat was Roland Sips. Een dunne stakerige figuur die weggelopen leek uit een linosnede van Frans Masereel. Met een spitse neus en piekerig haar. Te korte broekspijpen. Zo liep hij eind zeventiger jaren rond op de AKI waar ook ik studeerde.

Hij woonde samen met zijn vriendin Carin in de flat tegenover de mijne op de campus van de THT. Toen de voorruit van die kamer gesneuveld was ging het gerucht dat hij of zijn vriendin die in een vlaag van uitzinnige woede had ingegooid. Dat hij het had gedaan leek me moeilijk voorstelbaar, zo'n vriendelijke jongeman, alhoewel hij lichtelijk gemene trekjes kon hebben.

Hij bracht me in contact met nieuwe muziek, Pere Ubu, Japan. Tin Drum, een plaat uit die periode draai ik nog steeds regelmatig. Ik herinner me vaag dat ik die plaat voor het eerst hoorde in zijn huis in Hengelo. Een kamer op de eerste verdieping van een pand vlakbij Ten Hoope (die verkocht toen de lekkerste kroketten in de wijde omstreken). De grote ramen stonden open. De zon scheen en we keken uit op een grote, half verlaten parkeerplaats. Ongetwijfeld waren we in gezelschap van mijn vriend Frits Woudstra, want die kende Roland een stuk beter dan ik.

Frits schreef nog eens een ode aan Roland Sips waarvan ik me de regels "Poltlood in de hand, balancerend op de rand van de moderne kunst" alleen nog herinner. Want wat Roland het meest bijzonder maakte was dat hij fantastisch kon tekenen. Beter dan wie ook die wij kenden. Natuurlijk waren er meer goede tekenaars op de AKI, mannen en vrouwen die handig waren met potlood, pen of penseel. Maar Roland stak daar ver bovenuit.

Nu is hij plotseling dood.

Afbeelding: Denk aan mij (nacht) van Roland Sips (1954-2012).