vrijdag, september 30, 2011

OMSK / Lotte van den Berg: Les Spectateurs

Eén prachtig beeld. Dat bevat de voorstelling Les Spectateurs van Lotte van den Berg. Een man, omringd door antieke ventilatoren pluist een stapel plastic zakken uit en daar komen mensfiguren uit die naar boven zweven, naar de nok van het theater. De figuren stijgen op en dalen neer en cirkelen rond een jonge vrouw die langzaam het toneel oversteekt, op weg naar een zwarte man die achterop het toneel naar haar en naar ons staat te kijken. Een beeld waar je heel lang naar kunt kijken zoals je uren in een vuur kunt blijven staren en steeds iets nieuws ontdekken. Maar is een enkel beeld drama? Het is altijd gevaarlijk om je af te vragen waar de grenzen van het theater liggen. Volgens Peter Brook is theater al één toeschouwer en één acteur in een lege ruimte. Dus in die zin is wat de acteur (de handelaar, degene die handelingen uitvoert) doet in de ene prachtige scène theater.

Toch heb ik ambivalente gevoelens bij deze voorstelling. Lotte van den Berg is met een aantal acteurs en beeldend kunstenaars in Kinshasa, de hoofstad van Congo, geweest en heeft op basis van haar ervaringen daar, deze voorstelling gemaakt. Vorig jaar kwam ze koud van het vliegtuig ditzelfde podium oplopen in de Gouvernestraat en daar was ik bij en deed verslag van Cold Turkey. Mijn eerste regel toen was: "Na afloop weet ik niet goed wat ik heb gezien". Datzelfde gevoel heb ik nu.

Les Spectateurs gaat over kijken en bekeken worden. Wie bekijkt wie en waarom? Wat zien we? De voorstelling is traag, er gebeurt weinig. In één alinea zijn alle gebeurtenissen gemakkelijk weer te geven en er is geen dramatische ontwikkeling. Net als in Cold Turkey worden we aan het einde van de voorstelling op het podium uitgenodigd om iets te drinken met de spelers.

Maar een voorstelling die over kijken gaat moet iets bieden om naar te kijken. Juist daar ontbreekt het aan en juist daar heb ik ambivalente gevoelens over. De neger die het podium oploopt, waar wij naar kijken, die naar ons kijkt met rollende ogen. Is het niet een soort aapjes kijken in de dierentuin? Dat schrijf ik niet omdat het over een zwarte man gaat, die had net zo goed een eskimo of indiaan kunnen zijn, of de olifantman. Maar de man doet niets bijzonders, behalve aanwezig zijn en glazen op een tafel zetten, tezamen met de andere spelers. Dat geeft mij het gevoel dat hij wordt gebruikt wordt in deze voorstelling, misschien zelfs misbruikt. Mij geeft het een naar gevoel, een vervelende nasmaak. Waarschijnlijk onbedoeld door Lotte van den Berg, maar ik had associaties met Waarom vrouwen van apen houden van Stine Jensen.

zondag, september 25, 2011

Davis Freeman: Expanding energy

Voordat de voorstelling begint moeten we Davis Freeman eerst iets beloven. Op een groot scherm is te lezen hoeveel energie de voorstelling Expanding Energy heeft gekost. Om er voor te zorgen dat de voorstelling klimaatneutraal wordt kunnen wij iets doen. We kunnen kiezen uit een aantal opties.
  • Een maand geen televisie kijken
    (er van uitgaande dat de gemiddelde persoon drie uur per dag kijkt waar ik absoluut niet aan kom), 
  • een week niet internetten
    (zou ik niet kunnen laten omdat ik dan mijn werk niet zou kunnen doen), 
  • slechts twee minuten douchen per dag
    (of minder, doe ik al), 
  • een week geen autorijden
    (doe ik sowieso niet want mag niet zonder rijbewijs), 
  • een jaar lang alleen tweedehands kleding kopen
  • een maand geen vlees eten
    (wij eten al heel weinig vlees) of 
  • een boom planten.
Om toch maar een belofte te doen kies ik nogal laf voor de douche-optie maar eigenlijk heb ik tegelijk het idee dat ik door mijn levensstijl al aardig energiezuinig leef. Die maand geen vlees eten zit bij mij verspreid over het hele jaar en is op die manier bijvoorbeeld misschien wel twee maanden. Gelukkig weten we met zijn allen de gebruikte energie op te heffen en dan kan de voorstelling beginnen.

Die is een energieke show van wervelende dansers (grotendeels uit Rotterdam) met muziek van twee muzikanten van de Einstürzende Neubauten, en een fabelachtig goede engelse acteur (Jerry Killick) die in een orgie van geluid en beweging een fascinerende opsomming geeft van alle energie die het heeft gekost om tot deze voorstelling te komen. Van de manier waarop de vloer is vervaardigd, tot de kleding van één van de danseressen, de versterkers waar de muzikanten op spelen, dit alles geïllustreerd door beelden op het scherm achter hem. Beelden die elkaar in een steeds sneller wordende opeenvolging afwisselen.

Daarna zakt de show ergens halverwege enigszins in om aan het eind met het beeld van een groep rennende mensen waarbij tenslotte één danseres eenzaam achter blijft, eenzaam rennend op een leeg en tamelijk donker podium. Ging bij Anna Mendelssohn aan het einde het licht plotseling uit, dit beeld heeft meer impact. Waar rent het meisje naartoe? Is er ergens een uitweg voor haar? Wat gebeurt er als haar energie op is?

Anna Mendelssohn: Cry me a river

In het verleden was er altijd een duidelijk thema van De Internationale Keuze van de Schouwburg. Dit keer wordt de titel niet duidelijk gecommuniceerd en moest ik het thema voor dit blog opzoeken, want ik had geen idee. Het thema blijkt parallelle werelden. Op zich een goed thema voor een internationaal theatervoorstelling, maar tegelijk een thema dat op elk internationaal festival van toepassing zou kunnen zijn. Ik ben in de afgelopen dagen al heel wat parallelle werelden binnengestapt maar dat is niet anders dan in andere jaren. Geen wonder dat ik dit thema niet had onthouden. Het is een dertien-in-een-dozijn-thema.

Het tweede weekend van het festival, van 22 tot 25 september, heeft een eigen en ander thema, namelijk Imagine 2020, Kunstenaars over klimaatverandering. Het lijkt er op dat dit thema minder aansprekende voorstellingen heeft opgeleverd. In ieder geval voelde het publiek zich niet geroepen om er in grote getale op af te komen. Bij Cry me a river zitten slechts de eerste drie rijen vol, bij de voorstelling de dag er na, Expanding Energy van Davis Freeman, is de zaal maar matig gevuld. Terwijl alle andere voorstellingen die ik tot nu toe zag of uitverkocht waren (kleine zaal en Krijn Boon Studio), of toch in ieder geval goed vol zaten (Grote Zaal).

Anna Mendelssohn zit achter een grote lange tafel met een wit tafelkleed er over. Voor haar neus staat een microfoon, hier en daar staan kannen water en glazen en het lijkt er op dat ze zo meteen samen met een groot aantal gasten aan een conferentie kan gaan beginnen. Ze blijft echter alleen. In haar eentje voert ze een klimaattop, in haar eentje brengt ze een groot aantal mogelijke standpunten over klimaatverandering voor het voetlicht.

Ze doet dat op een mooie en integere manier. Anna Mendelssohn kan goed schakelen, zoals acteurs dat noemen. Van de ene emotie snel in een volgende overgaan en daarmee brengt ze op een grappige manier de verschillende standpunten.

De ijskappen smelten en dat is om te huilen. Als dat huilen niet vanzelf gaat brengt ze met eens stiftje iets onder haar ogen aan en dan vloeien de tranen als vanzelf over haar wangen. Een goed gevonden beeld om aan te geven dat als argumenten niet werken je over kunt gaan op emotie. Datzelfde bewerkstelligt ze met muziek. Van tijd tot tijd gaat er ineens vanuit het niets een kitscherig muziekje aan, haar stem wordt lager en ze begint langzamer te spreken en als in een reclamespot brengt ze haar boodschap over. Het kan niet schelen dat die boodschap gepikt is van Martin Luther King en oorspronkelijk over een heel ander onderwerp ging.

Anna Mendelssohn gebruikt tussendoor allerlei theatertrucs zoals de al genoemde tranen, grime (ze smeert een soort lijm op haar gezicht waardoor ze er ineens ouder uitziet en ze smeert die weer in met watten, waardoor het lijkt of de vellen aan haar gezicht hangen), en ze maakt een heerlijk onbenullig dansje waarin ze de evolutie verbeeldt.

Hier en daar is de voorstelling iets te serieus, het had wat lichter gekund, maar soms toch ook weer heel erg grappig. Ik bewonder haar acteurkunst en verbaas me over haar geweldige Engels dat ik absoluut niet bij een Oostenrijkse actrice had verwacht.

Rodrigo Garcia: Gólgota picnic

Een voorstelling over schilderkunst, over de weergave van Jezus Christus aan het kruis op de Schedelberg. Een beeldende voorstelling, ondanks de lappen tekst die de spelers gedurende het stuk uitspreken. Tamelijk abstracte tekst en soms moeilijk te volgen, ook omdat de nederlandse vertalingen van de spaanse teksten helemaal bovenin het toneelbeeld, ver verwijderd van waar de actie plaatsvindt, lastig te volgen zijn. Dat neemt niet weg dat dit voor mij tot nu toe overduidelijk het hoogtepunt is van festival De Internationale Keuze van de Schouwburg. Onnavolgbaar is het geheel. Het is onweerstaanbaar en gedurfd.

Het beginbeeld is indrukwekkend. De complete toneelvloer van de grote zaal is bedekt met hamburgerbroodjes. Een tapijt van bolletjes. De achterwand is een groot scherm waarop gedurende de voorstelling opgenomen filmbeelden te zien zijn, afbeeldingen van schilderijen van o.a. Rubens en Rogier van der Weyden, en live opgenomen close-ups van scènes die op het toneel gespeeld worden. Linksachter op het toneel zitten vier mannen en een vrouw met stoeltjes en een picknickkleed.

Sommige teksten verwijzen rechtstreeks naar het lijdensverhaal van Christus maar vermengd met actuele teksten. Er is geen verhaal, er zijn veel imponerende beelden.

Vooral gedurfd is de eindscène waarin een man opkomt gekleed in McDonalds-uniform met een grote kartonnen beker cola in de hand. Daarvoor hebben we al veel naakt gezien, mannen en vrouwen die elkaar insmeerden met verf, maar deze oudere man van een jaar of zestig begint zich uit te kleden en speelt een compleet pianostuk, De zeven laatste woorden van Jezus Christus van Haydn. Naakt aan de piano speelt hij tot slot van de voorstelling zo ongeveer een half uur lang alle negen delen van deze compositie.

donderdag, september 22, 2011

Wunderbaum: Looking for Paul

Looking for Paul bestaat uit drie delen. In het eerste deel vertelt Inez van Dam (gespeeld door Maartje Remmers) over Rotterdam, de stad waar ze woont, en haar haat ten opzichte van Kabouter Buttplug die haar uitzicht verpest. Inez van Dam is uitgenodigd door theatergroep Wunderbaum om haar verhaal in LA te vertellen en om daar op zoek te gaan naar Paul McCarthey, de veroorzaker van haar leed. Maartje Remmers vertelt het verhaal als een echte amateur, die weinig ervaring heeft in presenteren, met op de achtergrond een reeks dia's. Op elke dia is ze zelf te zien. Als Inez van Dam woont ze aan het Eendrachtsplein en is ze eigenares van Boekhandel Van Gennep die ze van haar moeder heeft overgenomen. Een mooie mengeling van fantasie en werkelijkheid.

Voor het tweede deel komen drie andere spelers van Wunderbaum op. Marleen Scholten, Walter Bart en Matijs Jansen, aangevuld met een Amerikaanse acteur, John Malpede  Het tweede deel van de voorstelling gaat over de totstandkoming van het project Looking for Paul waar wij naar zitten te kijken en bestaat uit de emailcorrespondentie tussen de spelers en Inez van Dam.

Ook dit gedeelte, kort onderbroken door een film waarin Inez met Walter en Matijs op pad gaat om zich te wreken op Paul McCarthey, is een mooie mengeling van fantasie en werkelijkheid. Er wordt geruzied, gekibbeld, er zijn intriges, er is egoïsme en je kunt je voorstellendat een voorstelling van Wunderbaum in werkelijkheid ook zo tot stand komt. Dit gedeelte, hoewel erg interessant, duurde me iets te lang.

Het laatste gedeelte is een soort Paul McCarthey-achtige performance met veel ketchup, melk en chocoladesaus waarin Marleen Scholten een doorgedraaide Martha uit Who's afraid of Virginia Woolf? speelt, een baal stro wordt verkracht, een vrouw wordt vastgebonden aan een paal. Er is nep-bloed in de vorm van ketchup, het is hilarisch, gruwelijk en walgelijk, allemaal tegelijk. Ik houd er wel van maar sommige mensen vinden het te veel "zestiger jaren". Al met al een leuke voorstelling van Wunderbaum die veel vragen aan de orde stelt over kunst en subsidiëring, en ondanks dat het niet hun beste is, toch een intrigerende voorstelling.

Gunilla Heilborn: This is not a love story

Geen liefdesverhaal maar een roadmovie. (Is daar eigenlijk een Nederlands woord voor?) Rechtsachter op het toneel staat een bord met de titel van de voorstelling: This is not a love story. Twee dansers, een man en een vrouw staan doodstil op het toneel. Het onweert. Na iedere flits staan ze er nog steeds maar is het beeld door middel van een projectie veranderd. Een indrukwekkende start van de reis.

De voorstellng is al reizend gemaakt en toont in losse fragmentarische scenes de komische dialogen onderweg. Het dansmateriaal vind ik niet echt indrukwekkend en vaak hetzelfde. De dialogen daarentegen maken mij en de andere bezoekers regelmatig aan het lachen. De onderkoelde humor, Engels gesproken met zwaar Zweeds accent, doen me aan de films van Hal Hartley denken, ooit een coryfee op het International Film Festival Rotterdam.

Vooral de ijzig koude en bijna emotieloze Kristiina Viala is geweldig. Ze herinnert me aan Jeanne Moreau in L'ascenseur pour l'echafaud. Dezelfde lege blik in de ogen. Vooral als ze op een gegeven moment een voor ons onverstaanbaar, want Zweeds, lied zingt, werkt dit erg komisch.

Net als de voorstelling dreigt te gaan vervelen is-ie afgelopen. Precies de juiste lengte. Niet te lang en niet te kort. Een uurtje genieten.

zondag, september 18, 2011

Volksbühne am Rosa-Luxemburg-Platz: Ich schau dir in die Augen

Wat hebben we nu eigenlijk gezien vraag ik me af na het zien van Ich schau dir in die Augen, gesellschaftlicher Verblendungszusammenhang! zoals de volledige titel luidt. In ieder geval een bijzonder acteur die ons anderhalf uur lang heeft geboeid met standup-comedy, muziek en taal. Maar waar gaat het over? vraag je je met Wim T. Schippers af. Er zijn een aantal thema's die herhaald worden in tekst en beeld. Het interactieve theater, de gemeenschappelijke ervaring die theater verondersteld wordt tot stand te brengen en de vergankelijkheid van het lichaam.

Het acteerwerk van Fabian Hinrichs, de enige acteur in deze voorstelling van René Pollesch, is fabuleus. Hij heeft een tomeloze energie, maakt ons geregeld aan het lachen, bespeelt het publiek als een echte entertainer en dat hij op enkele momenten zijn tekst even kwijt is en gesouffleerd moet worden, vergeef je hem onmiddellijk. Maar is dat niet ook gespeeld? Want welk gezelschap heeft nog een souffleur op de eerste rij zitten met een groot boek met de tekst op schoot? Zo is het ook de vraag of Hinrichs in de lach schiet of dat-ie dat speelt. Zo speelt hij met de boventiteling en met ons.

Blijft de vraag wat de bedoeling is van de voorstelling. Die richt zijn pijlen op het interactieve theater en op de zin van theater. Interessante vragen en Hinrichs nodigt ons voortdurend uit om mee te doen in zijn voorstelling. Een uitnodiging waar niemand op ingaat. We hangen in de zitzakken die in het theater liggen als vervanging van de stoelen en laten ons vermaken, maar nemen niet deel. We laten de acteur het werk voor ons opknappen. Daarom stelt de acteur het interpassieve theater voor. Theater waarbij de acteur de partner van het publiek mee naar huis neemt, met die partner gaat eten, met die partner naar bed gaat. Zodat de acteur beleeft wat de toeschouwer eigenlijk zelf zou moeten beleven. Daarmee de toeschouwer vrijmakend van de behoefte zelf te beleven, zelf te ervaren. Dat mogen wij in een lied gezellig meezingen, dat we blij zijn om bevrijd te zijn van de dingen waar we van houden.

Daarnaast gaat het over de vergankelijkheid van het lichaam. De acteur loopt een groot deel van de voorstelling rond slechts gekleed in een zwarte slip zodat we zijn getrainde lichaam goed kunnen zien. Een lichaam dat zich steeds vernieuwd en nooit hetzelfde blijft. Zo heeft hij afscheid kunnen nemen bij het sterfbed van zijn moeder. Met de gedachte dat het lichaam van zijn moeder niet hetzelfde lichaam is dat hem vroeger toen hij klein was heeft gezoogd. Dat lichaam is vergaan, het stervende lichaam is een ander, nieuw lichaam.

De verbinding van beide thema's met elkaar kan ik niet leggen. Zo is er veel mysterieus in de voorstelling. Er is gedoe met een groene spuitbus waarmee de acteur zijn lichaam verft. Wat wel grappig is op het moment dat hij zijn geslachtsdeel groen spuit. Er is het brandende jaartal 1971. Wat gebeurde er in 1971 in het theater? Is er een voor 1971 en daarna?

Maar belangrijkste is dat ik me niet echt aangesproken voel door de kritiek op het interactieve theater. Daardoor ontbreekt uiteindelijk toch de ontroering en missen de pijlen mijns inziens het doel dat werd beoogd. Toch had ik de voorstelling niet graag willen missen, want ondanks mijn kritiek is alleen al het zien van deze gelauwerde acteur een ervaring op zich.

donderdag, september 15, 2011

Fries



Ik schreef kortgeleden een stukje over toerist in eigen stad. Als ik terugkom uit Dublin en aankom in Eindhoven kijk ik nog om me heen met de blik van een toerist. Zo valt me dit prachtige fries op buiten aan het station. Enigszins in dezelfde stijl als het oude station van Rotterdam.

Ro theater: Bonte Avond van Bodybuilders

De voorstelling Bonte Avond van Bodybuilders van het Ro theater is wat de titel belooft. Een bonte avond. Niet meer dan dat. De kickboksers waarmee Jetse Batelaan een week of vijftien heeft gewerkt zijn geen toneelspelers. Dat is de charme. Het is hier en daar genant, hier en daar ontroerend. Alsof je naar de schoolvoorstelling of eindmusical van je kinderen zit te kijken. Er zijn leuke vondsten zoals het iedere keer goedenavond zeggen bij opkomst en bij afgang. Het zingen van de onbenullige teksten. De scènes die niet echt ergens over gaan. Het flauwe dansje op de muziek van een mobiele telefoon. Zelfs als aan het einde Dexter dan een waargebeurd en zelfmeegemaakt verhaal gaat verhalen wil het niet echt diep gaan. Het verhaal is bekend en in zekere zin cliché, jongen wordt in elkaar geslagen door vier dealers maar komt er toch bovenop. Gelukkig is de voorstelling kort en verveelt nergens.

Een goed begin van de avond op De Wereld van Witte de With waar we ook nog Sven Hammond Soul zien in het vroegere fotoinstituut. Die is echt goed en swingt als de neten. Daarna nog naar het Museumpark waar The New Earth Group staat te spelen. Alleen de geur van hasj en marihuana ontbreekt en de vloeistofdia's zijn vervangen door grote abstracte projecties op een scherm naast het podium. Maar we zijn een paar decennia terug in de tijd, ik moet denken aan King Crimson en aan de Soft Machine bij de muziek van deze band.

dinsdag, september 06, 2011

Iers dagboek: Slot

Ik voel me 's ochtends erg wrakkig na een doorwaakte nacht. Om half zes moet ik opstaan en ik word voortdurend in mijn slaap gestoord in de slaapzaal van Abigail's hostel waar ik weer teruggekeerd ben. Gelukkig haal ik mijn vliegtuig ruim op tijd en ik land ook keurig op tijd op vliegveld Eindhoven. Tijd om de balans op te maken na een week Ierland.

Eten
Omdat we op een lowbudget-tour zijn eten we niet al te vaak buiten de deur. We beginnen de eerste dag met de traditional Irish Stew in in restaurant Quay's in Temple Bar. Binnengelokt door één van de dames die op straat staan kiezen we uit het veel te grote aanbod van restaurants in deze volgens velen gezelligste wijk van Dublin, vlak om de hoek bij ons hostel, Abigail's. We nemen boven plaats en lopen langs een soort van open keuken waar drie Chinese koks achter een bar staan. Dat belooft niet veel goeds voor het origineel Ierse karakter van het eten, maar Chinezen kunnen wel heel goed koken en het eten is ook heerlijk. Mijn Dochter en ik nemen allebei hetzelfde en dat blijft zo tot de dag voor ons afscheid, dan kiezen we allebei iets soortgelijks maar toch anders.
In het hostel in Dublin koken we daarna zelf, tortellini (ik), risotto (mijn dochter). In Kinsale eten we klassieke fish & chips (lekker maar wel duur, met uitzicht op de haven), in Killarney maak ik een soort kip-kerrie en op onze laatste avond eten we in een pub rundvlees gestoofd in Guinness (mijn dochter) en geroosterd rundvlees (ik). Simpel boereneten, maar lekker.
Weer thuis maak ik zelf een Irish Stew maar die is lang niet zo goed als die van de Chinese koks in Dublin, toch nog meer oefenen.

Bier
Het Guinness-bier is beroemd in de wereld, mede dank zij het boek met wereldrecords, maar Mijn Dochter en ik geven (na even wennen aan het zwarte bier) toch de voorkeur aan Murphy's. Ook zijn er andere zwarte biersoorten zoals Smithwick's waar ik nog nooit van gehoord heb. Tenslotte nog uithangborden gezien van Harp-beer, maar dat nergens aangetroffen op de tap. Wel heel veel Heineken, de sponsor van de wereldkampioenschappen rugby, een populaire sport in Ierland. Ook dat is in bijna elke kroeg te koop. Ook aan de tap maar geen echt bier, is Bulmer's, een soort appelcider. Lijkt op Strongbow en Jillz, maar heeft mijns inziens in Ierland een langere traditie en wordt daar ook redelijk veel gedronken. Ik vond er niet veel aan, zo'n groot pint-glas vol. Maar misschien went het net als het zwarte bier.

Spar
Nog steeds populair in Ierland en volgens mij zo'n beetje uitgestorven in Nederland, is de Spar-supermarkt. De formule van de kleine supermarkt op de hoek is de formule die in Nederland vroeger ook gebruikelijk was, maar die bij ons steeds meer aan het uitsterven is.

Maten
Snelheden, afstanden en gewichten worden in Ierland gewoon, net als in Nederland, in het Europese metrische stelsel gemeten. Ik had verwacht dat de maten net als in Engeland zouden zijn, maar terwijl de Ieren wel net als in Engeland links rijden doen ze dat niet in mph maar in kpu.

Ulysses
Dublin werd voor mij een beetje de stad van James Joyce, Leopold Bloom en Ulysses. Voordat we weggingen had ik tegen Mijn Dochter gezegd dat ik natuurlijk nog even Ulysses moest lezen voordat we naar Dublin gingen. Een bijna onmogelijke opgave, bleek al snel. Ik wilde eerst nog een ander boek uitlezen en was bij vertrek uit Nederland nog maar op een kwart. In Ierland las ik gestaag verder. Onderweg noteerde ik in mijn boek de plaatsen die in het boek genoemd worden. Op mijn laatste dag alleen liep ik de Ulysses-wandeling, eigenlijk maar een kort gedeelte uit het boek, en at tenslotte bij Davy Byrne's waar Leopold Bloom in het boek zijn lunch gebruikt. Ik ben nu halverwege en het is een wonderlijk boek en bij vlagen onbegrijpelijk, maar ik vind het erg knap geschreven. Ik ben nog niet bij het eind maar ik vermoed dat de kwalificatie meesterwerk dat het boek in de literaire wereld heeft, niet onterecht is.

Verrassing
Grote verrassing in Dublin was voor mij het Chester Beatty-museum. Op onze laatste dag samen keken Mijn Dochter en ik nog even naar de 33 things not to miss uit de Rough Guide en daar bleek op nummer 33 het genoemde museum al genoemd te worden. Een geweldig museum dat een paar jaar geleden een prijs voor beste museum heeft gewonnen met een prachtige collectie oude boeken. Toen ik er was was er ook nog eens een hele mooie Matisse-tentoonstelling te zien.

Muziek
In bijna alle Ierse pubs wordt levende muziek gemaakt. Dat zouden ze in Nederland ook moeten doen.

Koffie
Zo lekker als het bier in Ierland is, zo slecht is de koffie.

Dublin
"In Dublin's fair city where girls are so pretty." Ik ben echt een stadsmens en Dublin spreekt me erg aan. Enigszins een grauwe havenstad, net als Rotterdam, maar met een prettige sfeer.

Mijn Dochter
Het hoogtepunt van alles was natuurlijk om een week lang alleen met Mijn Dochter op stap te zijn. Een hele week samen.

maandag, september 05, 2011

Iers dagboek: Alleen in Dublin



Nu ben ik nu alleen in Dublin. Vanmiddag heb ik afscheid genomen van Mijn Dochter op het busstation van Limerick. Zij ging door naar Galway en ik terug naar Dublin. Het was emotioneel na zo'n week samen en ik had haar gezegd hoe fijn ik het met haar vond, we hadden de laatste avond samen gegeten en ze was vanochtend zelfs speciaal voor mij vroeg opgestaan zodat we samen konden reizen.

Toen stond ze daar zo helemaal alleen op het busstation mij uit te zwaaien en ik zag dat ze op het punt stond omte gaan huilen. Ze hield zich groot maar ik zag het goed. Toen reed de bus de hoek om en ineens begon ik zelf te huilen. Dat had ik niet verwacht. Niet echt heftig maar wel echt huilen met echte tranen. Ik denk dat ik dertig jaar niet heb gehuild. Het luchtte me op en ik dacht: wat kan het me schelen wat de andere mensen denken, het is wel mijn dochter die ik daar in haar eentje achterlaat. Ik liet het gewoon gaan.

Ik stuurde haar een sms dat ik had gehuild terwijl ik niet wist dat ik dat kon. Ze schreef terug dat ze ook had gehuild maar wel wist dat ze dat kon. Ze is nu veilig in Galway aangekomen en heeft daar een slaapplaats gevonden. Ik weet zeker dat ze het gaat redden in Ierland.

In Dublin wandelde ik door de regen de James Joyce-wandeling. Toepasselijk bij een melancholieke stemming. Sinds 16 juni 1904 is er veel veranderd maar het blijft een grauwe en toch sfeervolle stad. Heel anders dan het platteland. Ik voel me er wel thuis. Ik eindigde in Davy Byrne's waar Leopold Bloom zijn lunch eet en at daar mijn laatste Ierse maaltijd.

Morgen vertrek ik om 7.30 uur met het vliegtuig en kom rond 10.00 uur Nederlandse tijd aan.

zondag, september 04, 2011

Iers dagboek: Wandelen



Na een heftige nacht worden we wakker als een heftige regenbui op het dakraam van onze kamer neerklettert. Gisteravond stonden we in de binnenstad van Killarney versteld van het grote aantal schaars geklede jongedames in te korte rokjes, op te hoge hakken. Het geeft niet of je benen vijftig pond per stuk wegen, een korte rok en een hoge hak is een must. Zaterdag uitgaansavond in Killarney, het Renesse van Ierland.

Nadat wij al enige tijd lagen te slapen kwam een gedeelte van deze dames vergezeld van hun jonge heren thuis. Dronken, vloekend, tierend, huilend en met de deuren slaand. Steeds als we dachten datm het afgelopen was ontvlamde de ruzie weer, en werd er met deuren geslagen. Een van de meisjes huilde als een juffershondje, een jongen eiste zijn tas terug, iemand was geruineerd, de baas dreigde iemand op straat te zetten als ze niet gauw stil zouden zijn.

De volgende ochtend was alles weer normaal. De jongeren hebben we niet meer gezien maar uit de hemel viel de regen met bakken neer. De buienradar beloofde niet veel goeds. Optimistisch gingen we na het ontbijt toch op weg naar Ross's Castle. Het was alweer droog en na nog geen kilometer te hebben gewandeld zagen we al drie herten die ons aankeken, verscholen tussen de struiken met grote ogen op ons gericht.

Bij het kasteel aangekomen besluiten we de rondvaart over het meer te doen op een echte Hollandse rondvaartboot. Onze schipper weet veel te vertellen van de geschiedenis en van de natuur. Daarna bezoeken we het kasteel. Een enigszins streng ogende dame leidt ons rond langs de vier of vijf verdiepingen van het vijftiende eeuwse fort.

Dan lopen we langs het meer terug naar het stadje. Soms regent het lichtjes en het is harder gaan waaien maar we komen redelijk droog aan. Pas als we de Saiint Mary-kathedraal aan het bekijken zijn regent het weer serieus en ook 's avonds als Mijn Dochter en ik voor het laatst samen dineren in een pub is het stevig aan het stortregenen. Gelukkig wordt terwijl wij nagenieten van het eten de muziekinstallatie opgebouwd. We blijven nog lang hangen en blijven kijken en luisteren naar een Ierse zanger en gitarist die voornamelijk Amerikaanse liedjes op het repertoire hebben staan.

Maar de regen stopt niet echt en als ik genoeg heb van de muziek rennen we door de regen naar de volgende pub. Als we daar ons drankje op hebben is het gelukkig droger en lopen we naar huis. Onze laatste avond samen in Ierland.

zaterdag, september 03, 2011

Iers dagboek: Naar Killarney

We genieten van een uitgebreid ontbijt in B&B Danabela in Kinsale en maken daarna een wandeling naar James's Fort. Genoemd naar koning James die door onze eigen protestantse held Willem III werd verslagen. Dat heeft heel wat ellende in Ierland veroorzaakt. Ik weet niet of de Ieren daarover nog steeds haatdragend zijn ten opzichte van de Nederlanders.

Om kwart over twee stappen we op de bus en gaan we terug naar Cork. Bijna missen we de bus. We zitten op een muurtje voor Dempsey's Hostel en zijn zo verdiept in onze reisgidsen dat we de bus niet zien aankomen. Gelukkig ziet mijn dochter hem nog net op tijd. Deze nogal chagrijnige chauffeur accepteert haar studentenkaart niet en nu moet ze opeens het volle pond betalen. Eerst had hij al moeite de code van Killarney te vinden die hij nodig had om het kaartje te kunnen uitdraaien en de prijs te bepalen.

In Cork stappen we over op de bus naar Tralee, op weg naar Killarney. Langzamerhand wordt het landschap bergachtiger en indrukwekkender. Ook breekt de zon door waardoor ik terugdenk aan Sardinië. Dezelfde soort bussen door een zelfde soort landschap. Onderweg vertelt Mijn Dochter me over de film P.S. I love you waarin een jongedame in een zelfde soort landschap de man van haar leven ontmoet.

We vinden een slaapplaats in het Railway Hostel en lopen nadat we enigszins uitgerust zijn de stad in. Eerst hangen we uitgebreid de toerist uit door in allerlei winkels te gaan kijken zonder iets te kopen. Muziekwinkels, souvenirwinkels, een pubshop waar allerlei Guinness-producten te koop zijn en tenslotte een winkel waar we wel iets kopen, een boekwinkel waar we ansichtkaarten kopen voor het thuisfront. Vanochtend heb ik al postzegels gekocht op het postkantoor van Kinsale. 82 ct per stuk.

Ik stel voor om nu toch maar die Murphy's te drinken die we gisteren niet kregen. We lopen café Speakeasy in. Een echt dorpscafé waar voornamelijk oudere mannen aan de bar zitten die aandachtig naar de paardenraces kijken die op televisie zijn. Als de race begint zet de barman onmiddellijk het geluid harder om dat weer te dempen als de strijd over is.

We komen om zeven uur binnen en in het uurtje dat we er zijn loopt de bar steeds voller met uiteenlopende types. Twee dames die makkelijk plaats kunnen nemen in de Engelse variant van Oh Oh Gerso!, een grote groep mannen die onmiddellijk begint te juichen bij een doelpunt in een rugbywedstrijd die ondertussen op een ander televisiescherm is begonnen, oudere dames in bloemetjesjurken en een man waarbij het lijkt alsof iemand een hap uit zijn gezicht heeft genomen. Een bont gezelschap.

Iers dagboek: Naar Kinsale



Halverwege de reis krijgen we een kwartier om naar het toilet te gaan en iets te eten of te drinken in de uitspanning naast de parkeerplaats waar onze chauffeur de bus heeft geparkeerd. Zo gaat dat in Marokko, zo gaat dat op Sardinie, zo gaat dat overal op lange-afstandsbussen.

Ik kijk blijkbaar nogal opvallend naar de laarzen van een donkerharige vrouw die een eindje verderop staat. Ze glimlacht naar me. Ik ben gefascineerd door de letters B&W die groot op haar laarzen staan. "Brea" lees ik ook nog maar verder kan ik het niet lezen. De vrouw loopt op me toe. "U kijkt naar mijn laarzen?" vraagt ze me in gebroken Engels. Ze komt overduidelijk niet van hier. "Vind u ze beledigend?", vraagt ze enigszins gegeneerd. Pas dan valt me op dat op de laarzen de vlag van Engeland afgebeeld staat. Op de neuzen staat "The sound of music", nogal een vreemde combinatie met de vlag van Engeland. "Ik ben bang dat ze aanstoot geven, ik ben Spaans en heb ze in Spanje op het vliegveld gekocht." Ik vertel haar dat ik niet uit Ierland kom en dat ze voor mij niet aanstootgevend zijn. "Morgen ga ik andere schoenen kopen", zegt ze nog en dan gaat de reis verder. We stappen in. Ik verlies de Spaanse uit het oog.

In tussentijd is de bus namelijk bijna helemaal volgestroomd met nog meer reizigers die ook naar Cork willen. Daar moeten wij overstappen op de bus naar Kinsale. Vanochtend om half tien zijn we vanaf Abigail's vertrokken, ons hostel in Dublin, en we komen daar om ongeveer half vier aan. Nu logeren we in een B&B, Danabela en vanavond eten we traditional fish&chips aan de haven. Voor het eerst valt er regen. Een fijne bijna mistachtige regen waarvoor je niet eens een regenjas nodig hebt.

Kinsale is een klein vissersplaatsje met vrolijk gekleurde huisjes zoals je veel aan de Franse en Engelse kust ziet. Nu oogt het enigszins mistroostig, zonder toeristen en onder een loodzware grijze hemel, maar het heeft geen naargeestige sfeer. Alhoewel de vier jonge mannen die naast ons op het terras samen een chips met minced meat delen, dit in stilzwijgen doen en niet de indruk wekken van een gezellig avondje uit. Dat geldt wel voor het gezin een tafel verderop dat met een lichtelijk dementerende oude moeder op stap is. Als ze moet betalen weet ze niet waar het geld is dat ze in haar hand heeft.

Zelf wilden we ons trakteren op een Murphy's bij het eten maar dat ging helaas niet door. Terwijl hier bijna overal voor Murphy's geadverteerd wordt op de buitenmuren van de cafe's, biedt de kaart hier slechts Heineken en Corona. Daar komen wij niet voor dus drinken wij volgens oud-Hollandsche traditie cola bij de fish&chips.

donderdag, september 01, 2011

Iers dagboek: Toerist



We drinken koffie in een Italiaans restaurant in de hoop dat de koffie daar wel te drinken is. Helaas. De Ieren hebben meer verstand van draught beer zoals Guinness dan van koffie. Een grote kop cappuccino die meer lijkt op een slechte Wiener melange.

Dan lopen we naar de Vikingwijk. Net als in Normandie zijn ze hier dol op vikingen als stoere voorouders. Er is net als in Rotterdam een splashtour maar hier heeft de bus een open dak en hebben de passagiers allemaal een plastic Vikinghelm op het hoofd tijdens de rit.

Het valt me trouwens op dat het aandeel roodharigen hier niet spectaculair is. Hetzelfde als in een willekeurige Nederlandse stad zou ik zeggen.

Andere opvallende zaken: ouderwetse knipperbollen in Maynooth. De sharks (hoe heet zoiets in het Nederlands?) die proberen het op straat wandelende toeristenpubliek in de wijk Temple Bar restaurants of cafe's binnen te praten. De eerste keer dat het gebeurt weet ik niet wat me overkomt en ben ik van de schrik sprakeloos omdat ik door een onbekende dame op straat wordt aangesproken. Het komt me op een reprimande van de jongedame te staan: "He doesn't even answer!", roept ze verontwaardigd uit. Ik put me uit in excuses en dan merken we dat door de hele buurt mannen en vrouwen staan met folders en menu's, klaar om ons aan te spreken.

Vandaag een toeristische dag, Dublin Castle (mooie kapel met veel houtsnijwerk), belastingmuseumpje in het kasteel, Beatty Library (prachtige oude boeken en boeken van Henri Matisse), National Gallery, standbeeld van Oscar Wilde en van Molly Malone. Morgen vertrekken we naar Het Zuiden.

Iers dagboek: Kamerjacht



We vertrekken 's ochtends met bus 67 naar Maynooth. Bus 66 komt niet opdagen maar halverwege rijdt die ineens voor ons. Het is een lange rit door kleine dorpen, langs een snelweg en langs weilanden. Een heel uur doen we er over. Dan zijn we in het plaatsje waar een gedeelte van de National University of Ireland is gevestigd op het terrein van het Saint Patrick's College en op een terrein daarnaast.

De buschauffeur wijst ons hoe we moeten lopen en St Patrick's is snel gevonden. Eerst bezoeken we het kasteel. Dat is gratis maar er is ook niet bijzonder veel te zien op dit door de Europese Unie bekostigde project. Dan lopen we naar waar we hopen dat het Student Service Centre is gevestigd. Maar we zijn verkeerd. Dus bekijken we Saint Patrick's eerst. De binnentuin vol grote rozenperken is prachtig, aan vier zijden afgegrendeld door oude gebouwen. Precies zoals je je een oude universiteit voorstelt.

We bekijken de kapel, lopen door lange gangen waar schilderijen van mannen in religieuze kostuums hangen en gluren naar binnen in de zaaltjes waar zo te zien al les wordt gegeven zoals in The Sacred Music Room. Dus lopen we naar het andere, het nieuwe gedeelte.

In een klein kantoortje dat ze moet delen met iemand anders bevindt zich de Residence Officer. Een klein oud vrouwtje met prachtig wit haar en een dunne bril. Mijn Dochter vertelt haar dat ze is uitgeloot en nu dus geen kamer heeft. Ze wordt opgezocht in de computer en dan draait de Residence Officer een lijst met mogelijke kamers uit, met telefoonnummers van de verhuurders. Geordend op wijjken in Maynooth. Ze voegt er een kaart bij waarop te zien is waar de wijken te vinden zijn en welke dichtbij of ver weg. Die nummers moet ze maar gaan bellen. Ze maakt wel een kans op een single room want de meeste studenten die nog geen kamer hebben komen pas volgende week.

Ik stel voor eerst een simkaart te kopen zodat er goedkoper gebeld kan worden en dan ergens een koffie te nemen en te gaan bellen. Op weg naar het stadscentrum passeren we een winkelcentrum en daar moet een nieuwe simkaart te vinden zijn. Eerst kopen we bij een computerwinkel nog een adaptor zodat we computer en telefoon kunnen opladen. De stopcontacten in Ierland zijn niet geschikt voor onze Europese stekkers maar zoals de stopcontacten in Engeland.

Als we het winkelcentrum bijna uit zijn en de hoop al bijna hebben opgegeven vinden we de Ierse versie van The Phone House, het Carphone Centre of zoiets. Die verkopen ons een gratis simkaart. Tenminste, de kaart kost tien euro maar er komt ook tien euro beltegoed bij. Op naar de koffie. In het hostel was de koffie niet te drinken en op het terras dat we vinden en waar we een cappuccino drinken is het niet echt veel beter. Ierse koffie is geen Italiaanse koffie en ook geen Irish Coffee natuurlijk.

Mijn Dochter doet de simkaart in haar telefoon en die blijkt niet te werken. De telefoon vraagt om een juiste simkaart. Ik probeer de mijne. Daarin doet de simkaart het prima. Er is maar één conclusie mogelijk. De telefoon van Mijn Dochter heeft een simlock. Ze is er van overtuigd dat ze dat ooit heeft verwijderd, maar het kan haast niet anders. Dus belt ze met mijn telefoon een groot aantal nummers. Uiteindelijk kunnen we bij één adres gaan kijken en gaan we op pad.

Meadowbrook heet de wijk. We lopen langs het stationnetje door de wijk Silken Vale. Kronkelende lanen en lage huizen met voortuintjes van gras of met een parkeerterreintje voor de deur. Aan het einde van de wijk aangekomen kunnen we niet verder. De weg loopt dood. Er is een hek naar een helling en bovenaan de helling loopt zo te zien een weg achter een stenen muurtje. In het hek is een gat, we kruipen er door en klimmen over het stenen muurtje. Daar staan twee meisjes te praten. We vragen ze de weg en na enige twijfel over de juiste richting wijzen ze ons de weg.

Dan begint de zoektocht. Meadowbrook Crescent 14 is het adres, maar waar is de Crescent. Het echtpaar waar we het vragen woont op Meadowbrook Avenue en achter hun huis loopt volgens de vrouw de Meadowbrook Drive. Maar waar de Crescent is. Ze wijst ons naar de overkant maar dat blijkt al snel Beaufield te zijn, met Beaufield Green en allerlei andere namen die met Beaufield beginnen. Een andere vrouw wijst ons terug naar waar we vandaan kwamen.

Na nog een keer een verkeerd wijkje ingelopen te hebben vinden we een man die folders rondbrengt. Die zou het moeten weten, zegt Mijn Dochter. Hij weet het niet maar zoekt het snel even op met zijn gps en wijst ons de juiste weg. Het blijkt nog net iets verder te zijn dan waar we heen gelopen zijn. Helemaal achterin de wijk.

De straat is een beetje troosteloos en nummer 14 heeft aan de voorzijde een afgebladderde witte muur. Ook wat er door de ruiten te zien is is niet uitnodigend. De ramen zijn lang niet gewassen en achter het rechter raam is een vale bloemetjesbank te zien. Mijn Dochter belt aan bij het rechter huis, ik bel even later aan bij het linker huis. Er wordt niet opengedaan.

Mijn Dochter belt nog een keer en krijgt te horen dat de kamer zojuist is verhuurd aan een ander. Vreemd verhaal. Ik zeg haar toch nog maar een keer te bellen, misschien is er een misverstand. Er is geen misverstand. Vijf minuten geleden is de kamer verhuurd. Zo gaat dat, beweert de man, wie het eerst komt die het eerst maalt. Het klinkt allemaal nogal onbetrouwbaar.

We keren terug naar de Spar die we even geleden in Beaufield hebben gezien, kopen lekkere broodjes, ham en jus d'orange en picknicken op het grasveld van Beaufield Green. Daar belt Mijn Dochter de resterende adressen maar nog een bezoek aan een kamer zit er niet in. Zonder kamer keren we met de trein terug naar Dublin. De trein stopt op elk station en doet er niet veel korter over dan de bus.