zondag, september 18, 2011

Volksbühne am Rosa-Luxemburg-Platz: Ich schau dir in die Augen

Wat hebben we nu eigenlijk gezien vraag ik me af na het zien van Ich schau dir in die Augen, gesellschaftlicher Verblendungszusammenhang! zoals de volledige titel luidt. In ieder geval een bijzonder acteur die ons anderhalf uur lang heeft geboeid met standup-comedy, muziek en taal. Maar waar gaat het over? vraag je je met Wim T. Schippers af. Er zijn een aantal thema's die herhaald worden in tekst en beeld. Het interactieve theater, de gemeenschappelijke ervaring die theater verondersteld wordt tot stand te brengen en de vergankelijkheid van het lichaam.

Het acteerwerk van Fabian Hinrichs, de enige acteur in deze voorstelling van René Pollesch, is fabuleus. Hij heeft een tomeloze energie, maakt ons geregeld aan het lachen, bespeelt het publiek als een echte entertainer en dat hij op enkele momenten zijn tekst even kwijt is en gesouffleerd moet worden, vergeef je hem onmiddellijk. Maar is dat niet ook gespeeld? Want welk gezelschap heeft nog een souffleur op de eerste rij zitten met een groot boek met de tekst op schoot? Zo is het ook de vraag of Hinrichs in de lach schiet of dat-ie dat speelt. Zo speelt hij met de boventiteling en met ons.

Blijft de vraag wat de bedoeling is van de voorstelling. Die richt zijn pijlen op het interactieve theater en op de zin van theater. Interessante vragen en Hinrichs nodigt ons voortdurend uit om mee te doen in zijn voorstelling. Een uitnodiging waar niemand op ingaat. We hangen in de zitzakken die in het theater liggen als vervanging van de stoelen en laten ons vermaken, maar nemen niet deel. We laten de acteur het werk voor ons opknappen. Daarom stelt de acteur het interpassieve theater voor. Theater waarbij de acteur de partner van het publiek mee naar huis neemt, met die partner gaat eten, met die partner naar bed gaat. Zodat de acteur beleeft wat de toeschouwer eigenlijk zelf zou moeten beleven. Daarmee de toeschouwer vrijmakend van de behoefte zelf te beleven, zelf te ervaren. Dat mogen wij in een lied gezellig meezingen, dat we blij zijn om bevrijd te zijn van de dingen waar we van houden.

Daarnaast gaat het over de vergankelijkheid van het lichaam. De acteur loopt een groot deel van de voorstelling rond slechts gekleed in een zwarte slip zodat we zijn getrainde lichaam goed kunnen zien. Een lichaam dat zich steeds vernieuwd en nooit hetzelfde blijft. Zo heeft hij afscheid kunnen nemen bij het sterfbed van zijn moeder. Met de gedachte dat het lichaam van zijn moeder niet hetzelfde lichaam is dat hem vroeger toen hij klein was heeft gezoogd. Dat lichaam is vergaan, het stervende lichaam is een ander, nieuw lichaam.

De verbinding van beide thema's met elkaar kan ik niet leggen. Zo is er veel mysterieus in de voorstelling. Er is gedoe met een groene spuitbus waarmee de acteur zijn lichaam verft. Wat wel grappig is op het moment dat hij zijn geslachtsdeel groen spuit. Er is het brandende jaartal 1971. Wat gebeurde er in 1971 in het theater? Is er een voor 1971 en daarna?

Maar belangrijkste is dat ik me niet echt aangesproken voel door de kritiek op het interactieve theater. Daardoor ontbreekt uiteindelijk toch de ontroering en missen de pijlen mijns inziens het doel dat werd beoogd. Toch had ik de voorstelling niet graag willen missen, want ondanks mijn kritiek is alleen al het zien van deze gelauwerde acteur een ervaring op zich.

Geen opmerkingen: