vrijdag, september 30, 2011

OMSK / Lotte van den Berg: Les Spectateurs

Eén prachtig beeld. Dat bevat de voorstelling Les Spectateurs van Lotte van den Berg. Een man, omringd door antieke ventilatoren pluist een stapel plastic zakken uit en daar komen mensfiguren uit die naar boven zweven, naar de nok van het theater. De figuren stijgen op en dalen neer en cirkelen rond een jonge vrouw die langzaam het toneel oversteekt, op weg naar een zwarte man die achterop het toneel naar haar en naar ons staat te kijken. Een beeld waar je heel lang naar kunt kijken zoals je uren in een vuur kunt blijven staren en steeds iets nieuws ontdekken. Maar is een enkel beeld drama? Het is altijd gevaarlijk om je af te vragen waar de grenzen van het theater liggen. Volgens Peter Brook is theater al één toeschouwer en één acteur in een lege ruimte. Dus in die zin is wat de acteur (de handelaar, degene die handelingen uitvoert) doet in de ene prachtige scène theater.

Toch heb ik ambivalente gevoelens bij deze voorstelling. Lotte van den Berg is met een aantal acteurs en beeldend kunstenaars in Kinshasa, de hoofstad van Congo, geweest en heeft op basis van haar ervaringen daar, deze voorstelling gemaakt. Vorig jaar kwam ze koud van het vliegtuig ditzelfde podium oplopen in de Gouvernestraat en daar was ik bij en deed verslag van Cold Turkey. Mijn eerste regel toen was: "Na afloop weet ik niet goed wat ik heb gezien". Datzelfde gevoel heb ik nu.

Les Spectateurs gaat over kijken en bekeken worden. Wie bekijkt wie en waarom? Wat zien we? De voorstelling is traag, er gebeurt weinig. In één alinea zijn alle gebeurtenissen gemakkelijk weer te geven en er is geen dramatische ontwikkeling. Net als in Cold Turkey worden we aan het einde van de voorstelling op het podium uitgenodigd om iets te drinken met de spelers.

Maar een voorstelling die over kijken gaat moet iets bieden om naar te kijken. Juist daar ontbreekt het aan en juist daar heb ik ambivalente gevoelens over. De neger die het podium oploopt, waar wij naar kijken, die naar ons kijkt met rollende ogen. Is het niet een soort aapjes kijken in de dierentuin? Dat schrijf ik niet omdat het over een zwarte man gaat, die had net zo goed een eskimo of indiaan kunnen zijn, of de olifantman. Maar de man doet niets bijzonders, behalve aanwezig zijn en glazen op een tafel zetten, tezamen met de andere spelers. Dat geeft mij het gevoel dat hij wordt gebruikt wordt in deze voorstelling, misschien zelfs misbruikt. Mij geeft het een naar gevoel, een vervelende nasmaak. Waarschijnlijk onbedoeld door Lotte van den Berg, maar ik had associaties met Waarom vrouwen van apen houden van Stine Jensen.

Geen opmerkingen: