donderdag, mei 25, 2017

Arthur Polspoel: Het was toch een mooi leven

Dit boek kreeg ik van een vriendin naar aanleiding van het overlijden van mijn moeder in september. Ik had niet verwacht dat ik het uit zou lezen. Ik ben sowieso niet zo van de non-fictie boeken. Meestal begin ik enthousiast omdat een onderwerp me aanspreekt maar vaak kom ik niet tot de laatste pagina.

Dit is weliswaar een dun boekje maar het zet alle gedachten over rouw en rouwverwerking mooi op een rijtje. De essentie is dat iedereen op zijn of haar eigen manier rouwt. Er is niet een standaard manier.

Een goed voorbeeld daarvan las ik ooit in Lessen voor acteurs van Stanislavsky. Hij stelde dat slechte acteurs altijd gaan huilen als een dierbare is gestorven. Hij geeft het voorbeeld van een vrouw die na de dood van haar man het linnengoed begint op te vouwen en netjes een voor een in de kast legt. In de manier waarop ze dat doet toont ze haar verdriet, niet met tranen. Arthur Polspoel geeft in Het was toch een mooi leven op dezelfde manier in korte verhaaltjes tal van voorbeelden van rouw.

Ik vond het een fijn boek om te lezen want het toont aan dat je de rouw van een ander nooit helemaal kunt begrijpen, maar dat je je daarom ook niet schuldig hoeft te voelen. Niemand kan in de huid van een ander kruipen. Je kunt je best doen om een rouwende te begrijpen, te steunen, mee te leven, hetzelfde voelen kan niet en misschien is dat maar het beste. Uiteindelijk krijgt iedereen toch te maken met rouw, want geen enkele geliefde heeft het eeuwige leven.

Ook moeders niet. Gelukkig denk ik nog regelmatig aan haar, aan de dingen die ze zei, uitdrukkingen die ze gebruikte. Nu ze er niet meer is is ze niet meer een oude vrouw in een rolstoel, maar de essentie van haar persoonlijkheid geworden. Zoals ze haar hele leven is geweest. Een prachtige vrouw waar ik net als mijn vader onmiddellijk verliefd op had kunnen worden.

zondag, mei 14, 2017

Theater Utrecht: Hedda Gabler

Hedda Gabler van Henrik Ibsen is het eerste stuk dat ik regisseerde als eindexamen van mijn regieopleiding aan het Rotterdams Centrum voor Theater. Dertig jaar geleden, in 1987. Daarvoor had ik al drie versies gezien.

Het is één van de eerste stukken die ik me herinner als jong volwassene gezien te hebben in een echt theater. Het was in Enschede tijdens mijn studietijd eind zeventiger jaren in de Twentse Schouwburg en werd gespeeld door een repertoiregezelschap uit die tijd, ik weet niet meer welk. Ik kende het verhaal niet en was aan het einde verpletterd. Geïntrigeerd door het stuk zag ik in ongeveer in dezelfde tijd een eveneens indrukwekkende BBC-versie uit 1972 op mijn zwart/wit-televisie met Janet Suzman in de hoofdrol. (Op YouTube staat trouwens een filmversie met Ingrid Bergman als Hedda Gabler, ook in zwart/wit, die ik nog niet heb bekeken.)

Daarna zag ik begin jaren tachtig in Rotterdam in theater Lantaren/Venster de anarchistische versie van Jan Decorte met een dubbelrol voor Decorte zelf als Tesman en Lövborg en Sigrid Vinks als Hedda Gabler. Nadat ik het stuk zelf een keer onder handen had genomen zag ik in ieder geval nog de magistrale versie in de regie van Marcelle Meuleman met Catherine ten Bruggencate (mijn favoriet tot nu toe) en de Ro theater versie met Marieke van Leeuwen. Daarna reisde ik nog naar Den Haagvoor een kille punkversie van Suzanne Kennedy met Çigdem Teke bij het Nationale Toneel. Opgeteld zag ik het stuk dus meer dan acht keer en was deze Hedda Gabler van Theater Utrecht geregisseerd door Thibaud Delpeut de negende. Ditmaal met Karina Smulders in de titelrol.

Karina Smulders speelt Hedda als een verwend kreng dat haar zin wil hebben, I want it all and I want it now lijkt haar credo. Net als bij Suzanne Kennedy is het decor een grote legen en kille ruimte waar de personages ver van elkaar verwijderd blijven. Delpeut heeft meer nadruk dan gewoonlijk gegeven aan de seksuele insinuaties van rechter Brack, de huisvriend van Hedda en Jurgen, gespeeld door Peter Blok. Daarmee maakt hij dat seksuele explicieter dan zoals het oorspronkelijk door Ibsen impliciet beschreven is. Dat vind ik een klein minpuntje in een verder uitstekende Hedda Gabler.

maandag, mei 01, 2017

Arnon Grunberg: Moedervlekken

Afgelopen week las ik mijn zoveelste Arnon Grunberg uit. Moedervlekken, zijn nieuwste roman. Van Vestdijk werd altijd gezegd dat hij sneller schreef dan god kon lezen, maar ook Grunberg heeft daar een handje van. Ik hoef en wil niet alles van Arnon Grunberg lezen maar zijn romans probeer ik bij te houden. Tot nu toe heb ik die op één na, Het bestand, allemaal gelezen. Of eigenlijk twee, want Gstaad 95-98 dat hij schreef onder het pseudoniem Marek van der Jagt heb ik ook nog steeds niet gelezen.

Een lange inleiding voor dit stukje over Moedervlekken.

Kadoke is psychiater en werkt bij de crisisdienst voor suïcidepreventie. Zijn oude moeder heeft zorg nodig en die krijgt ze van twee Nepalese vrouwen die illegaal in het land zijn. Als één van de twee op een dag de deur opent slechts gekleed in een handdoek vergrijpt hij zich aan haar. Is het een verkrachting of is het liefde? Als gevolg hiervan moet Kadoke nu de verzorging zelf regelen. Hij doet dat op onconventionele wijze door een patiënte in huis te halen om voor zijn moeder te zorgen. Als grensoverschrijdende behandeling voor de patiënte, een jonge vrouw die aan zelfmutilatie doet. Zo helpt de vrouw hem en hij de vrouw. Alles uit liefde voor zijn moeder.

Recensies roemen het boek als 'krachttoer', 'intiem portret van de liefde tussen zoon en moeder' en inderdaad is dit een indrukwekkend verhaal dat alle kanten op slingert als een botsautootje of een karretje in een achtbaan op de kermis. Aan de ene kant volkomen absurd, aan de andere kant realistisch. Een geweldig boek dat ik iedereen kan aanraden om te lezen.

vrijdag, april 14, 2017

Niña Weijers: De consequenties

Het debuut van een mooie jonge blonde schrijfster, gelijk een bestseller, overal lovende recensies (nou ja, behalve dan de zure opmerking 'prietpraat' van Arjan Peters) en een omslag met een naakte vrouw er op. Dat is De consequenties van Niña Weijers. Ik moet zeggen dat ik er sceptisch aan begon.

Het is een ideeënroman over moderne kunst over een jonge kunstenares, met de wonderlijke naam Minnie Panis, die gelijk na haar opvallende afstudeerproject wordt benaderd door een agent. Haar kunst gaat over verdwijnen, over onthechten en dat heeft raakvlakken met haar persoonlijke geschiedenis. Het centrale verhaal in het heden van het boek (2012) gaat over haar ontmoeting en relatie met een fotograaf. Hij fotografeert haar terwijl ze slaapt en verkoopt de foto's voor veel geld aan de het Engelse modetijdschrift Vogue. Foto's waar ze wel en niet op aanwezig lijkt te zijn.

Minnie Panis is woedend. Ze roept de fotograaf op het matje en doet hem een voorstel. Hij zal haar drie maanden lang volgen en haar fotograferen, als een privédetective die iemand volgt, of een geheim agent. Aan het einde van de periode zal hij de foto's inleveren bij de notaris waar ze de afspraak contractueel hebben vastgelegd.

Op ongeveer een derde van het boek neemt de geschiedenis een bijzondere wending als Minnie een brief ontvangt met datumstempel 12 januari 2012 met het motto: Het enige wat de vis hoeft te doen, is zich verliezen in het water. Een nogal wazig verhaal over een behandeling die Minnie heeft ondergaan, met verwijzingen naar het einde van de twintigjarige cyclus in de Maya-kalender en het voorspelde einde van de wereld op 12 december 2012. Wat is er in het verleden van Minnie gebeurd?

Later gaan we terug naar 1984, het geboortejaar van Minnie en komen we meer te weten over wat er in 1991 is gebeurd. Al met al is het een fascinerend verhaal dat stukje bij beetje en heen en weer springend in de tijd wordt verteld met vele verwijzingen naar moderne beeldende kunst. Soms noemt ze de kunstenaar bij naam, soms moet je raden over wie het gaat.

In het verleden had Minnie een verhouding met een student die promotieonderzoek deed naar de verdwijning van kunstenaar en cultfiguur Bas Jan Ader. Op pagina 254 begint een lang verhaal in een afwijkend lettertype over de geschiedenis en achtergronden van Ader onder de titel All is falling. Is het een fragment uit het onderzoek van de student?

Ook Minnie Panis is een verdwijningskunstenaar. De eerste regel van het boek is "Op de dag dat Minnie Panis voor de derde keer uit haar eigen leven verdween stond de zon laag en de maan hoog aan de hemel." Ze realiseert zich vreemd genoeg wat het betekent om afwezig te zijn als ze plaatsneemt op de stoel tegenover Marina Abramović bij haar performance The Artist is Present in het MoMa. "Twee mensen staarden naar elkaar, maar alleen om zichzelf los te maken van de ander, van zichzelf, op te lossen in de tienduizend dingen."

Niña Weijers nam met dit debuut veel hooi op de vork maar ze slaagt met vlag en wimpel voor haar meesterproef.

donderdag, april 13, 2017

H.M. van den Brink: DIJK

Een vergelijking is de ondertitel van DIJK. Het is het verhaal van een vriendschap. De vriendschap tussen de schrijver en Karl Dijk. Twee mannen die in 1961 beginnen bij het ijkkantoor aan de Brouwersgracht te Amsterdam. Twee verschillende mannen die je met elkaar zou kunnen vergelijken. Dijk is streng en rechtlijnig, een man die geen fouten lijkt te kunnen maken. Hij komt over als een monnik in een cel die leeft voor het ijken. Ongehuwd, levend voor het werk. De schrijver is getrouwd met kinderen. Een twijfelaar, wat weet hij nou werkelijk?
Tijdens hun beider werkzame leven tussen 1961 en 2006 verandert de wereld. Gelijk in het begin merkt de schrijver op dat de tijd is geprivatiseerd, ieder heeft zijn eigen klok met zijn eigen tijd, er is niet meer een kerktoren in het centrum van de stad die de tijd voor iedereen aangeeft. Zo is ook het ijken geprivatiseerd, het bedrijf waar de beide mannen werken wordt geprivatiseerd, het wegen van de plakjes worst bij de slager verdwijnt en de plakjes worst worden verpakt en gewogen aangeleverd bij de supermarkt. In Parijs ligt nog steeds onder een grote stolp de standaardkilo maar die legt geen gewicht meer in de schaal.

H.M. van den Brink schetst een mooi, nostalgisch en haarfijn beeld van de wereld aan het begin van de jaren zestig en hoe die langzamerhand is verdwenen. Ook de compositie van het boek is bijzonder. Het verhaal begint als de schrijver 's nachts rond elf uur in zijn woonkamer zit en plotseling Dijk midden in de kamer ziet staan in een drijfnatte jas. Dat is de aanleiding om zijn herinneringen aan Dijk en aan de dienst op te gaan schrijven. Hij weet niet waar te beginnen en begint dan aan twee kanten, bij het afscheid van Dijk en bij hun aantreden bij de dienst in 1961. Hij is de schrijver van de afscheidsspeech voor Dijk die de directeur uitspreekt. De afscheidsspeech waarbij de toegesprokene niet komt opdagen. 

Zo weeft de schrijver een web van verschillende verhalen. De begintijd op de dienst, het mislukte afscheid, de geschiedenis van de twee mannen die de lengte van de standaardmeter moeten ontdekken door de afstand van de noordpool tot de evenaar te meten, de afscheidsspeech die de directeur ondanks alles voorleest, het onderzoek in de archieven naar het verleden van Dijk ter voorbereiding op die afscheidsspeech, het verhaal van de schrijver zelf, de dramatische gebeurtenis die hij meemaakt tijdens de eerste drie jaar van zijn carriere in het plaatsje Sint Maartenszee, en dan is er nog het heden waarin de schrijver meent Dijk te hebben teruggezien, midden in zijn kamer, in een natte regenjas. Een hallucinatie?

Een knap geconstrueerd boek, een spannend verhaal dat aan het einde het mysterie intact laat. Wie of wat was Karl Dijk werkelijk?

dinsdag, april 11, 2017

Herman Koch: Makkelijk leven

Eigenlijk is het boekenweekgeschenk dat Herman Koch schreef een uitgestelde grap. Zwarte humor weliswaar, maar één lang uitgesponnen grap. Aan het begin schrijft Tom, de verteller, dat hij rijk is geworden met het schrijven van een zelfhulpboek, Makkelijk leven. Dezelfde titel als het geschenk dat wij in de hand hebben. De elf tips die in zijn zelfhulpboek staan passen makkelijk op één A4-tje. Als schrijver zou je de lezers gemakkelijk zo'n A4-tje met tips kunnen geven maar om er een boek van te maken moet je het aankleden met uitleg en voorbeelden. Om er op die manier 300 pagina's van te maken en er wat aan te verdienen. Tom belooft ons op de laatste pagina alle tips te geven, gratis en voor niets, als extraatje.

Precies zo is het met dit boek. De grap kan gemakkelijk in elf regels worden verteld. Maar wordt aangekleed met uitleg, reflecties en voorbeelden. Tijdens een verjaardagsfeestje van Julia staat opeens een van hun schoondochters voor de deur. Hanna, de schoondochter die getrouwd is met Tom's lievelingszoon. De andere zoon is geemigreerd en buiten beeld geraakt. Aan Hanna hebben Tom en Julia op zijn zachtst gezegd een hekel. Maar Tom is over de schreef gegaan, en heeft dit vaker gedaan. Wat moet de vader doen? Ingrijpen of de zaken op zijn beloop laten? Dat is de intrigerende premisse waarmee het boek na een korte inleiding van start gaat.

Een grappig boek, een beetje een niemandalletje. Lees je een dagje met ons mee? vraagt de boekenlegger met daarop een foto van Herman Koch als conducteur. Dat is een goede omschrijving van dit boek dat ik op 1 april, de dag van de grap, tussen Groningen en Amersfoort uitlas: treinlectuur.

donderdag, april 06, 2017

Toneelschuur: Ivanov

Eén van de vroege stukken van Tsjechov, Ivanov, geregisseerd door een jong en veelbelovend regisseuse, Nina Spijkers. Het brengt herinneringen bij me boven aan De Kersentuin, geregisseerd als een dolgedraaide machine door Frans Strijards, jaren geleden. De scène waarin Ivanov (Roeland Fernhout) en zijn vrouw Anna (Wendell Jaspers) op muziek van Nirvana (Come as you are) de geschiedenis van hun huwelijk spelen als een wilde pantomime is werkelijk fantastisch. Deze Tsjechov heeft dezelfde vaart en humor.

In NRC Handelsblad lees ik in de column van Frits Abrahams hoe een countryzangeres waar zijn dochter van houdt en over schrijft, Courtney Mary Andrews, hem doet denken aan Emmylou Harris. Wanneer je ouder wordt lijkt het wel alsof je alles al eens gezien of gehoord hebt. Maar dat is desondanks niet erg. Want met Nina Spijkers is een talent geboren en het is fijn dat er een groep is die het stokje van Discordia overneemt. De Theatertroep waar ik kortgeleden over schreef.

Ivanov is een zwartkijker en brengt met zijn melancholie het hoofd op hol van een jong meisje terwijl zijn vrouw ziek thuis zit en weldra zal sterven. Hij heeft fikse schulden en een mogelijke uitweg daaruit is om na de dood van zijn vrouw met het jonge en vermogende meisje te trouwen. Een donker en zwart verhaal dat Tsjechov volgens de overlevering in tien dagen neerpende tussen zijn werkzaamheden als arts door.

Om zo'n verhaal met geestigheid, vaart en humor te brengen is wel wat nodig. Er is een nieuwe bewerking van het stuk, er is moderne grunge-rock van Nirvana en er is een decor van zich spiegelende hokjes als in een tekening van Escher. De bijfiguren zijn karikaturen maar alles draait met name om Ivanov, om zijn vrouw en de jonge Sasja. Roeland Fernhout heeft een Nick Cave-achtige duisternis om zich heen, Wendell Jaspers is juist heel nuchter en Nimuë Walraven is mooi dweepziek.

Ik ben nieuwsgierig naar de volgende regie van Nina Spijkers, ze schijnt al een aantal opvallende stukken te hebben geregisseerd.

dinsdag, april 04, 2017

Pechdag

  1. Gevallen met de fiets

    Als ik het paadje van de universiteit naar het fietspad langs de Burgemeester Oudlaan afrijdt komt mijn voorwiel in aanraking met de trottoirband rechts van mij. Ik wankel even, doe een poging bij te sturen maar smak desondanks tegen het asfalt. Mijn hoofd slaat met de rechterwang tegen het trottoir, mijn linkerhand slaat tegen het asfalt. Als ik opkrabbel en wijdbeens op het trottoir zit zie ik grote schrammen op de muis van mijn duim. Een man komt aangelopen vanuit een bestelbusje. Hij vraagt me of het goed met me gaat. Ik sta op. Ja, ik heb niks ernstigs, zeg ik. Hij wijst op het bloed aan mijn kin en raadt me aan op mijn hoofd te letten. Hij wijst daarbij met zijn hand naar zijn eigen voorhoofd. Dat zal ik doen, zeg ik, ik ga eerst een stukje lopen. Ik loop langzaam naar de stoplichten van de kruising met de Abraham van Rijckevorselweg. Mijn linkerhand doet nog het meeste pijn en mijn vingers zijn stram. Ik beweeg ze heen en weer om het leven er in te houden.
  2. Gevallen kroon

    Thuis maak ik een tosti en terwijl de twee op elkaar geplakte boterhammen met ham en kaas in de koekenpan liggen te bakken, eet ik een korstje van de kaas. Plotseling voel ik een steentje in mijn mond. Denk ik. Ik probeer de steen te vinden in de kaas die ik uitspuug op mijn hand maar zie niets. Even later voel ik met mijn tong iets scherps aan mijn linkerkies boven. Er is een stuk van mijn kroon afgebroken. Ik zoek op het bord en zie dat er inderdaad een stukje porselein ligt. Een beetje geel, met een donker randje. Een afgebroken stukje van de kroon.
  3. Derailleur gebroken

    Ik bel de tandarts en maak een afspraak voor de volgende ochtend. De nacht zal ik wel doorkomen. Na dit geval van the postman always rings twice heb ik niet zo'n zin meer om naar de stad en naar de bloedbank te fietsen. Ik heb al genoeg bloed gezien en verloren. Ik besluit naar de Lusthofstraat te fietsen om daar brood te gaan kopen. Ik fiets het achterpad uit, sla linksaf om het holletje omhoog te fietsen naar de Drinkwaterweg, schakel terug naar een lagere versnelling en hoor ineens SPROINK! Mijn derailleur is afgebroken en hangt in de spaken van mijn achterwiel. Ik stap af, haal de derailleur los uit het achterwiel en loop met de fiets terug. Vandaag is mijn pechdag. Ik heb zin om in bed te gaan liggen. Maar dat laatste doe ik natuurlijk niet. Ik loop naar de supermarkt, beschenen door een stralende zon, genietend van de bloesemende bomen want de zomer komt er aan. Ik koop daar brood en loop terug naar huis om mijn belevenissen op te schrijven.

zondag, maart 26, 2017

Theatertroep vs Discordia: Plot vs collage

Binnen een week zie ik op een zaterdag en een woensdag twee Shakespeare-stukken, Driekoningenavond (Twelfth night) en Zoals het u bevalt (As you like it). Twee gelijksoortige komedies gespeeld door twee gelijksoortige groepen. De Theatertroep is een groep jonge theatermakers die werkt in dezelfde stijl als groepen zoals 't Barre Land, De Roovers, Stan en Discordia. Een speelstijl vooral gericht op de tekst en op het toneelspelen en minder op het verhaal. Toch zijn beide voorstellingen compleet verschillend. De Theatertroep speelt hun stuk met een groot aantal spelers, elf in totaal waardoor alle rollen zijn bezet. Verder spelen de mannen vrouwen en de vrouwen mannen, met uitzondering van Malvolio, die mannenrol wordt ook door een man gespeeld.

Discordia bestaat de laatste jaren uit drie vrouwen, Annette Kouwenhoven, Miranda Prein, Maureen Teeuwen, en regisseur Jan Joris Lamers. Omdat ze slechts met zijn vieren zijn en alle rollen moeten spelen, wisselen ze regelmatig van geslacht en wordt dezelfde rol niet altijd door dezelfde acteur gespeeld. Daarbij komt nog dat in dit geval de scenes niet in de juiste volgorde worden opgevoerd. Een vrij abstracte vorm van Shakespeare spelen, Shakespeare voor gevorderden. Of zoals Peter Greenaway ooit beweerde: als je verhalen wilt dan ben je veroordeeld steeds dezelfde verhalen voorgeschoteld te krijgen. In zekere zin is dat waar. Het verhaal van Driekoningenavond heeft weinig om het lijf. Wat de voorstelling van de Theatertroep de moeite waard maakt zijn het spel, het spelplezier van de spelers, en de fantastische teksten van Shakespeare. Daar komt dan ook nog het decor van de Wilhelminapier bij want de voorstelling wordt gespeeld in de bovenzaal van Kantine Walhalla, met de gordijnen open waardoor je door de grote ruiten naar buiten kijkt.

Twee bijzondere avonden.


vrijdag, maart 17, 2017

Martin Bril: Een plek onder de zon

Meestal staat hierboven een foto van het de voorkant van de omslag van het boek waarover mijn stukje gaat. Ditmaal is dat de achterkant. De beschrijving van de inhoud van Martin Bril's Een plek onder de zon op de achterkant is zo helder en zo goed dat ik er weinig aan toe kan voegen. (Klik op de foto voor een vergroting.) Er waren echter twee dingen die mij opvielen.

Martin Bril hield van Amerikaanse muziek en niet van The Beatles. Terwijl Elvis Presley en Bob Dylan regelmatig in zijn stukjes opduiken, komen The Beatles slechts één keer voor. Met het nummer Penny Lane in een stukje (Satisfaction) waar in hij het volgende opmerkt: "Je denkt: er komt een dag dat heel de rijke geschiedenis van de popmuziek, miljoenen liedjes, uit een handvol gouwe ouwen bestaat." Waarna Bril denkt aan Elliott Smith, een Beatle-fan in hart en nieren die de hand aan zichzelf sloeg. "Een groot voorbeeld kun je beter niet volgen."

Ten tweede verlangt Martin Bril regelmatig naar huis. Een eigen huis, een plek onder de zon is niet voor niets de titel. Vaak is het tijd om naar huis te gaan, daar wacht mevrouw Bril met het avondeten. "Zo gaan de dingen. Lord, I feel like going home. Iets anders kan een man, uiteindelijk, niet over zijn lippen krijgen."

Tenslotte is Martin Bril overduidelijk van dezelfde generatie als ik, met twee dochters die van dezelfde muziek hielden als waar mijn dochters van hielden toen ze nog thuis woonden. Underneath your clothes, The Ketchup Song, Watskeburt, liedjes die ook in huize Spoel-Brinkman voorbij kwamen. Dan is er de onnavolgbare stijl, regels die je wil citeren, voorlezen, voordragen. Martin Bril wordt nog steeds gemist.

Zoals je onlangs nog kon zien in De Wereld Draait Door waar Bart Chabot twee verhalen van Martin Bril voorlas naar aanleiding van de verkiezingen en het thema "nederlandse identiteit", dat onverwacht een thema was. Van mij mag Bart Chabot een televisieprogramma krijgen zoals dat van Simon Carmiggelt vroeger. Waarin hij 's avonds voor het slapen gaan iedere avond een verhaaltje van Martin Bril voorleest.