maandag, januari 22, 2018

Banana Yoshimoto: N.P

Een bijzonder vreemd boek met een uitermate lelijk omslag, dat is N.P. van Banana Yoshimoto. Tijdens een broeierige zomer komt de hoofdpersoon, Kazani Kano, een jonge studente, in contact met de tweeling Otohiko en Saki, broer en zus, leeftijdgenoten van haar en kinderen van de schrijver van het boek N.P. dat 97 korte verhalen bevat. De schrijver er van, Sarao Takasi, gescheiden van zijn vrouw, is vertrokken naar de Verenigde Staten en heeft dit boek in het Engels geschreven. Daarna heeft hij zelfmoord gepleegd.

De studente Kazani heeft een verhouding gehad met een oudere man, haar docent Shoji, die de verhalen heeft geprobeerd in het Japans te vertalen. Maar iedereen die heeft geprobeerd een vertaling te maken heeft eveneens zelfmoord gepleegd, dus ook Shoji.

Vanwege deze lugubere voorgeschiedenis hangt er voortdurend een dreiging over de personages. Wie gaat er uiteindelijk zelfmoord plegen? Dit lijkt een bijna onafwendbaar noodlot. Alles speelt zich af in een hete zomer en wordt nog gecompliceerder en erotischer als de halfzus van de tweeling opduikt, Sui.

Deze vier jonge mensen draaien voortdurend om elkaar heen in een sfeer van lesbische liefde, incest en (zelf)moord. Het vreemde is dat Kazani ondanks alles toch steeds een optimistische gemoed blijft houden, ze geniet van de warmte van de zomer, het licht van de zon, de zware regen- en onweersbuien die door Banana Yoshimoto mooi beschreven worden.

Zoals ik in de eerste regel al zei: een bijzonder boek, de moeite van het lezen zeker waard.

zondag, januari 14, 2018

Max van Rooy: Leve het been

In Leve het been (snijtijd 90 minuten) vertelt journalist Max van Rooy hoe hij zijn been kwijtraakte. Een indringend verhaal en voor mij des te indringender omdat mijn moeder eenzelfde lot onderging, op een veel hogere leeftijd. De gedetailleerde beschrijving van de operatie, de reactie van zijn vrouw die de overgebleven stomp bijna niet kan accepteren, er niet naar kan kijken, het ging ook mij door merg en been.

Tegelijkertijd is het boek het verhaal van het dramatische einde van zijn eerste vrouw Hedwig, die vroegtijdig dement werd en aan de gevolgen daarvan overlijdt. Lijnrecht in contrast daarmee staat het in eerste instantie vrolijke leven met zijn veel jongere tweede vrouw Anita bij wie hij twee kinderen krijgt, twee jongens, een tweeling, Casper en Sebastiaan. Hijzelf is rond de zestig als hij haar ontmoet, zij is 26 jaar jonger. Dat leven verandert abrupt als de doktoren meedelen dat vanwege een botkanker in zijn knie een been moet worden afgezet. Tenslotte zijn er de verhalen over zijn grootvader, de architect Berlage, over wie hij een biografie schrijft.

Aanvankelijk kan het boek me niet zo bekoren, teveel en toen en toen, maar al snel word ik gegrepen door het verhaal en wordt de compositie ook grilliger. De verschillende verhalen, over Hedwig, over zijn tweede vrouw, over het been, over zijn grootvader, worden door elkaar heen gesneden. Daarbij is er veel humor en ook eruditie. Op een gegeven moment begon ik alle namen van kunstenaars, architecten, gebouwen en kunstwerken aan te strepen en dat zijn er nogal wat.

St Bavokerk, Ruysdael, Berlage (natuurlijk), gevangenis De Schie, Bijlmerbajes, Norman Foster, Caré d'Arts in Nimes, Henry van de Velde, Stephen Frears, Dangerous Liaisons, John Malkovitch, Michelle Pfeiffer, Sir Lawrence Alma Tadema, The Singing Detective, Federico Fellini, Melle Hammer, Casper David Friedrich, Moby Dick, Herman Melville, Sergej Diaghilev, Een leven voor de kunst, Sjeng Scheijen, Christiaan de Moor, De onzichtbare steden, Italo Calvino, K. Schippers, De bruid van Marcel Duchamp, etc. En dan ben ik nog maar op een kwart van het boek.

Aan het einde van het boek, een half jaar na de operatie en de revalidatie en de verkoop van hun huis met teveel trappen, gaat de familie samen met een hulp op vakantie. Dan is het ergens rond 2011. Ik ben ik benieuwd hoe het ondertussen met Max van Rooy gaat, zo'n zeven jaar later. Hij moet nu rond de 75 zijn.

vrijdag, januari 12, 2018

Jan Decorte/Bloet/Black Box Revelation: Stand down

Copyright: Danny Willems
Eén keer per jaar in december bezoekt Jan Decorte samen met zijn vrouw Sigrid Vinks de Rotterdamse Schouwburg om er een voorstellng te spelen. Meestal tezamen met een aantal bevriende toneelspelers, de laatste jaren vaak van Comp Marius. Meestal zijn dit door hemzelf bewerkte klassiekers, vaak van Shakespeare. Vorig jaar deden ze Othello onder de titel 'ne Swarte. Een ontroerende voorstelling die werd ingeleid door een korte monoloog van Jan Decorte over een gebeurtenis uit zijn jeugd op school.

Het lijkt of Jan Decorte daarmee de smaak te pakken had, want deze nieuwe  voorstelling, Stand Down, bestaat grotendeels uit verhalen uit het leven van Jan Decorte. Daarmee is het een breuk in zijn repertoire. Hij vertelt openhartig over zijn jeugd, over zijn ontluikende seksualiteit, over zijn depressies, over zijn ontmoeting en over de eerste keer seks met Sigrid Vinks, zijn levenspartner sinds 1979. Als geheugensteun liggen voor hem een drietal vellen papier met de te behandelen onderwerpen. Als zijn geheugen even te kort schiet schiet Sigrid hem te hulp. Zijn autobiografische verhalen worden afgewisseld met indrukwekkende blote dans van Sigrid en prachtige nieuwe songs van de band Black Box Revelation. Een tweekoppige band met een zanger/gitarist en een drummer.

Aan het begin van de voorstelling hoopt Jan dat we aan het einde van de voorstelling vrienden zullen zijn. Wij, het publiek, en hij. Dat we nog eens aan hem zullen denken. De kleine zaal van de Rotterdamse Schouwburg is halfvol. Met grotendeels ouderen die hem al langer gedurende zijn lange carrière volgen. Daarom denk ik dat de meeste van de bezoekers al reeds vrienden van Jan Decorte zijn.

Al met al een bijzonder leven en een bijzondere voorstelling.

maandag, januari 01, 2018

Toneelschuur: De huisbewaarder

Terwijl ik een groot aantal stukken van Harold Pinter heb gelezen en een liefhebber ben van zijn absurdisme, heb ik slechts weinig stukken op toneel gezien. Bedrog (Betrayal) ken ik als film en De Minnaar (The Lover) was jarenlang een favoriet op eenakterfestivals. Ook zag ik bij TG Amsterdam een paar van zijn latere korte stukken. Zelf speelde ik in 1980 samen met mijn broer The Dumb Waiter en gebruikte ik ooit eens fragmenten uit The Collection voor een voorstelling langs de kunstwerken op campus Woudestein van de Erasmus Universiteit. Maar zijn vroege en avondvullende klassiekers als Verjaardagsfeest (The Birthday Party), Thuiskomst (The Homecoming) en De Huisbewaarder (The Caretaker) kende ik alleen als fascinerende theaterteksten. Ik heb het idee dat Pinter op dit moment weinig wordt gespeeld in Nederland.

Dus de kans om dit stuk nu eindelijk eens te zien met René van 't Hof in een van de drie rollen, liet ik me niet ontglippen. Ik werd niet teleurgesteld. Een spannend decor, een gordijn van doorzichtig plastic met daarachter allerlei vreemde vormen van gebogen plastic en daarvoor een oventje. Een spannende theatertekst gebracht door drie geweldige acteurs. Onbegrijpelijk verhaal maar daarom niet minder intrigerend.

Uit de flyer:

"De Huisbewaarder gaat over Aston (Lowie van Oers). Hij is niet helemaal goed bij zijn hoofd. Na een langdurig verblijf in een gesticht is zijn blik op de realiteit troebel geworden. Hij functioneert, in meer of mindere mate, als klusjesman, en assistent van zijn jongere broer Mick (Jan-Paul Buijs), bij wie hij in huis woont.

Het onderscheid tussen fictie en realiteit kan Aston allang niet meer maken. Dat geldt ook voor het inschatten van mensen en situaties. Op een dag loopt hij de zwerver Davies (René van 't Hof) tegen het lijf. Hij heeft medelijden met de oude man en biedt hem een plek aan om te slapen. Maar wie is deze man? Is hij wel wie hij zegt dat hij is? En wat is hij van plan?"

Paul Knieriem, de regisseur, maakte er een licht humoristische voorstelling van met een donkere, gewelddadige ondertoon. Van mij mag hij de andere twee bovengenoemde klassiekers ook nog eens onder handen nemen.


zondag, december 31, 2017

De Warme Winkel: Majakovski/Oktober

In de rij voor de kassa van de Rotterdamse Schouwburg verbazen we ons er al over dat deze voorstelling van De Warme Winkel in de grote zaal speelt en niet in de kleine. Achteraf is die verbazing misschien nog wel groter. Een kleine zaal heeft meer intimiteit dan een grote. Die intimiteit miste nu.

Majakovski/Oktober speelt na de dood van de grote vernieuwende dichter, zelfmoordenaar, jaloerse minnaar die zijn gedichten de wereld in schreeuwde en zoals zoveel vernieuwers wilde afrekenen met de voorgaande generaties. Tijdens een lang muzikaal intro met bewegend decor zit de schrijver aan een tafel te schrijven totdat hij zichzelf met een pistool van het leven berooft.

Gezeul met een lijk zo valt de inhoud van het stuk nog het makkelijkst samen te vatten. Een rouwceremonie maar niet met veel gehuil zoals je van een Russisch gezelschap zou verwachten. Daarvoor is het spel te gereserveerd alhoewel er nog een tamelijk melige dansje met de dode is op muziek van Junge komm bald wieder van Freddy Quinn.

Het is een aardige voorstelling met mooie momenten en vooral heel mooie regels tekst uit de gedichten van Majakovski maar niet zo indrukwekkend als hun voorstelling Poëten en Bandieten van een aantal jaren geleden over een andere Russische dichter, Boris Ryzhy.

donderdag, december 21, 2017

Theater Rotterdam: Revolutionary Road

Theater Rotterdam is de nieuwe naam van het stadsgezelschap van Rotterdam. Jarenlang was het Ro Theater de naam van het gezelschap en nu is die naam verdwenen. En terwijl kunstcentrum Witte de With twijfelt over de naam van het gebouw vanwege het racisme van de naamgever, heet de oude zaal van het Ro Theater nu opeens TR Witte de With. Waarom niet TR William Booth naar de laan waarin het gebouw is gevestigd? Maar misschien vonden ze die man weer te religieus, zijnde de oprichter van het Leger des Heils.

Maar de eerste voorstelling die ik zie van het nieuwe gezelschap is Revolutionary Road naar de ook al eens verfilmde roman van Richard Yates uit 1962. Het boek was een succes bij de critici maar tijdens Yates' leven geen commercieel succes. Met de verfilming in 2008 keerde het tij. Voor Theater Rotterdam ism Toneelschuur producties maakten acteur Jacob Derwig en regisseur Erik Whien een ondertussen alom geprezen theaterversie.

Die lof is terecht. Het stuk is een negatief van Who's afraid of Virginia Woolf? met centraal een jong echtpaar in plaats van een ouder echtpaar in het stuk van Albee. Ook hier speelt het zich af in een buitenwijk van een Amerikaanse stad en is echtelijk geluk ver te zoeken. De jonge vrouw, April, stelt voor om Amerika te verlaten en te emigreren naar Frankrijk, naar Parijs. Weg uit Amerika, weg uit de alledaagse sleur. Zoals de drie zusters van Tsjechov maken ze plannen en komt er van die plannen niets terecht.

De vier acteur spelen de sterren van de hemel in de grote zitkuil die het decor is van de voorstelling. Het publiek zit aan de twee lange zijden van de kuil en zit de spelers dicht op de huid. Teun Luijkx en Alejandra Teus spelen het jonge echtpaar, Jacob Derwig en Malou Gorter spelen diverse buren, en Jacob Derwig ook een geestelijk gehandicapte zoon van een buurvrouw die als een idiot savant alle spelletjes van de 'normalen' doorziet.

Het is alweer een tijd geleden dat ik de voorstelling zag en de laatste voorstelling is gespeeld op 16 december, maar mocht de voorstelling hernomen worden dan raad ik iedereen aan: "Gaan!"

zondag, december 03, 2017

David Foenkinos: Le potentiel érotique de ma femme

Twee mythomanen ontmoeten elkaar in de bibliotheek. Beiden zijn ze op zoek naar informatie over de Verenigde Staten omdat ze willen doen voorkomen dat ze enige tijd in de VS hebben doorgebracht. De man nadat hij een mislukte zelfmoordpoging heeft gedaan en een aantal maanden in het ziekenhuis heeft doorgebracht. De vrouw omdat ze voor haar studie drie maanden lang onderzoek heeft gedaan in Parijs maar haar familie wil vertellen dat ze in Amerika is geweest.

Le potentiel érotique de ma femme is een grappig boek. In het begin vond ik het tamelijk flauw en melig maar net als bij Herman Brusselmans is het zo dat je er pas echt om kan lachen als je je er helemaal aan overgeeft.

Hector is een verzamelaar. Hij heeft bijna alles verzameld. Verkiezingsbadges, de ronde knoppen van trapleuningen, Kroatische spreekwoorden, klokjes van zeep, konijnenpootjes en veel meer. Bij een verzamelaarswedstrijd verliest hij. Dat leidt tot een mislukte zelfmoordpoging. Als hij die overleeft besluit hij voor het leven te kiezen. Maar om van zijn verzamelverslaving af te komen kost hem nog veel moeite.

In de bibliotheek ontmoet hij Brigitte en ze worden verliefd en beginnen een reisbureau voor andere mythomanen die anderen willen doen geloven dat ze in een ander land zijn geweest zonder dat werkelijk bezocht te hebben.

David Foenkinos schreef een absurd boek. Zo geeft Hector per abuis de broer van zijn aanstaande vrouw bij hun eerste ontmoeting per ongeluk een stomp in het gezicht. Omdat hij niet weet wat voor houding hij zichzelf moet geven heeft hij zijn handen op de rug gehouden. Als hij die losmaakt schiet zijn hand omhoog en raakt zijn aanstaande zwager midden op de neus. In tegenstelling tot wat je zou verwachten vindt de broer dat geen enkel probleem. Integendeel, Hector wordt als held de familie binnen gehaald.

Na een valse start vond ik het een lekker boek om te lezen maar enigszins een niemandalletje. Waaruit het erotisch potentieel van Brigitte bestaat laat ik over aan de lezer om zelf te ontdekken.

zaterdag, oktober 28, 2017

Herman Brusselmans: Guggenheimer in de mode


Van de vijfenzeventig boeken die Herman Brusselmans in zijn nu zestigjarig bestaan heeft geschreven is dit pas mijn derde. Guggenheimer in de mode is het vierde boek in een reeks van tot nu toe vijf boeken over Guggenheimer. In dit boek valt het Guggenheimer op dat de Belgische vrouwen allemaal zo slecht gekleed gaan en hij besluit daar iets aan te doen. Hij richt de GFC op, de Guggenheimer Fashion Company. Dat is de kapstok van dit verhaal dat verder niet zoveel om het lijf heeft, want zoals meestal bij Brusselmans gaat het niet om het verhaal maar om de stijl. Het liefst zou hij een boek schrijven dat helemaal nergens over gaat.

Van Brusselmans houd je of je haat hem, er zit weinig tussenin. Zijn flauwe humor, zijn lust tot shockeren, zijn vieze grappen, zijn herhalingen, niet iedereen houdt daarvan. Maar als je je overgeeft aan de dwaze gebeurtenissen en melige grappen kun je veel lol beleven aan de boeken van Brusselmans. Alle vijfenzeventig achter elkaar lezen zou ik niet aanraden, maar ik heb genoten van Ex-drummer en van Guggenheimer in de mode. Dat ik niet meer weet wat het derde boek is dat ik van Brusselmans las is dan weer veelzeggend (Heden ben ik nuchter? Ik weet het echt niet meer.)

Maar van tijd tot tijd een Brusselmans lezen, het kan geen kwaad en er zijn er genoeg om uit te kiezen. Dan is Guggenheimer in de mode mijns inziens geen slechte keuze, zeker niet deze uitgave met een prachtige tekening van Ever Meulen voorop.

N.B. Een ding heb ik in ieder geval gemeen met Herman Brusselmans: we trouwden allebei met Gerda B. (Bron: Wikipedia)

donderdag, oktober 26, 2017

Tanguy Viel: Article 353 du code pénal

Een moderne Simenon. Dat zegt de aanbeveling op de achterkant van dit boek. Dat is het ook. Sterker nog, het lijkt behoorlijk op Brief aan mijn rechter. Hier is de rechter lijfelijk aanwezig bij de bekentenis van de hoofdpersoon. Maar omdat de rechter bijna geen woord zegt tijdens de langdurige apologie heeft het verhaal veel weg van een brief. Pas helemaal aan het einde spreekt de rechter als die de tekst van het wetsartikel uit de boektitel uitspreekt. Die associatie met Simenon maakt het boek er niet minder om.

Het is een fascinerende geschiedenis van een klein dorp aan zee in Bretagne. Een projectontwikkelaar belooft het arme vissersdorpje om te toveren in een welvarende badplaats. Een badplaats in een streek waar het bijna altijd regelt, het lijkt een slechte grap. Deze Antoine Lazenec ontpopt zich tot een oplichter en wordt door hoofdpersoon Martial Kermec in het eerste hoofdstuk tijdens een boottocht van boord gegooid en verdrinkt. Bij zijn terugkomst in de haven wordt hij onmiddellijk gearresteerd door de politie.

In prachtige beelden waarin steeds de zee terugkeert, in de beschrijvingen, in metaforen, legt Martial Kermec aan zijn rechter uit hoe hij tot zijn daad is gekomen. Een gepensioneerde gescheiden socialist die alleen woont met zijn zoon Erwan, met een klein beetje geld, opzij gelegd voor de oude dag, bedoeld om een boot te kopen. De puberale revolte van zijn zoon, een actie die de landelijke pers haalt, maar ook zijn rechtvaardigheidsgevoel, brengen Kermec er uiteindelijk toe Lazenec om het leven te brengen.

Voor deze schitterende politieke en sociale roman, zijn zevende roman, ontving Tanguy Viel de Grand Prix Litteraire RTL/Lire.

maandag, oktober 09, 2017

Eliette Abécassis: La répudiée

Hoe kies je een boek? Soms vanwege het omslag, soms vanwege de flaptekst, vaak omdat je eerder een boek van dezelfde schrijver/schrijfster las. Dit boek van Eliette Abécassis koos ik omdat het linksboven in de boekenkast van het Rotterdamsch Leeskabinet stond. Het eerste boek in de kast met franse romans. Omdat de naam van de schrijfster met de letters ab begint stond het boek daar. Zoals ik aan het begin van dit jaar bedacht om alleen boeken met korte verhalen te gaan lezen, zo bedacht ik me nu dat je ook alle boeken van links naar rechts en van boven naar beneden kunt lezen. Van elke schrijver ten minste één boek, van a tot en met z.

Zo kwam ik aan dit boek, van een schrijfster van wie ik nooit had gehoord. Een boek met een titel die ik niet onmiddellijk begreep. La répudiée. De verstotene begreep ik al snel. Een dun boekje van zo'n 125 pagina's. Een korte geschiedenis van een huwelijk, in de eerste persoon verteld door de echtgenote. Ze leeft in een orthodox-joodse gemeenschap in Jeruzalem en is op zestienjarige leeftijd getrouwd met de zoon van de rabbi. Het verhaal begint met de huwelijksceremonie waar ze haar man voor het eerst ziet en onmiddellijk voor hem valt. Ze is gehoorzaam aan haar ouders en aan de tradities van de gemeenschap terwijl haar zuster opstandig en rebels is. Maar er is een probleem. Het huwelijk blijft maar kinderloos en volgens de traditie mag een man van zijn vrouw scheiden en hertrouwen als er na tien jaar nog steeds geen kind is. Dan mag de man zijn vrouw verstoten.

Langzaam maar zeker komt dat moment dichterbij in het relaas van Rachel, telkens weer wordt ze ongesteld en nadert het moment dat haar man wellicht de vreselijke beslissing zal nemen om haar te verstoten. Zoals de titel van het boek al verklapt gebeurt het onvermijdelijke.

La répudiée is een spannend en intens droevig verhaal van een jonge vrouw die haar noodlot tegemoet gaat. De gemeenschap is klein en dwingend, benauwend, en de hoofdpersoon krijgt het steeds benauwder en als ze tenslotte alleen achter blijft, stort haar wereld in. Eliette Abécassis was voor mij een ontdekking, gevonden in het bovenste hoekje van een boekenkast.