maandag, april 30, 2012

Koninginnedag


Het is Koninginnedag en ik ben in mijn geboortestad Groningen. Als ik mijn guitaar uit de hoes haal heb ik al onmiddelijk contact met een drietal jongemannen, een kale, eentje met een roze bril en een langharige, waarvan eentje me vraagt of ik verzoeknummers speel. Natuurlijk doe ik dat, maar het is niet eenvoudig een nummer te vinden. Ik speel geen guitaarsoli van de Arctic Monkeys en ook een nummer van Franz Ferdinand heb ik niet paraat. Het blijkt dat een de drie graag een liedje wil zingen. We komen uit op Eight days a week van The Beatles waarvan hij de tekst kent. Dat is een goed begin, ik ben al gefilmd en ik heb gelijk mijn eerste euro binnen.

Daarna stokt het. Grote drommen menswn trekken ongeinteresserd voorbij tot een groep jolige jongemannen voor me blijft staan en "Hij gaat voor ons een liedje zingen" scandeert. Ik maan hen tot stilte en speel Cool Casanova voor ze. Ze volgen het redelijk aandachtig en gooien wat kopergeld op de guitaarhoes die voor me ligt om het geld op. in te zamelen.
Daarna is het beeld opnieuw dat van grote groepen mensen die ongeinteresserd voorbijtrekken. Een enkeling steekt zijn of haar duim op, een ander beweegt het hoofd mee op de muziek. Ik besluit een nieuwe plek te zoeken en loop verder de stad in.

Ik stond in de Folkingestraat en loop naar de Kromme Elleboog. Daar is het gezellig druk maar me te luidruchtig dus ga ik verder naar de Kijk-in-'t-Jatstraat. Onderweg veel schattige kleine meisjes die op kleine violen spelen. Daar is het tamelijk rustig maar er komen gestaag allerlei mensen langs. Ik neem plaats op de vensterbank van de Stadsakkerwinkel (vogeltjes en vogelhuisjes in de etalagej en begin weer te spelen. Nu aan de schaduwzujde van de straat want in de zon heb ik het ondertussen erg warm gekregen. Het is heerlijk weer deze Koninginnedag. Aan de overkant van de straat zitten vijf medewerkers van een fotogalerie in de zon te drinken. Ze luisteren met een half oor maar komen niet op het idee me een drankje aan te bieden. Ik begin dorst te krijgen.

Mijn repertoire bestaat uit eigen nummers en een paar Beatles- en Stonesnummers en ik ben lekker aan het spelen als onverwachts mijn beide ouders aan komen lopen. Mijn oudste dochter heeft ook al gebeld dat ze even langskomt. Dus ondanks het feit dat ik geen cent meer heb verdiend sinds ik ben vertrokken uit de Folkingestraat, is het toch gezellig. Vlak nadat mijn ouders huiswaarts zijn gegaan komt mijn dochter aan in het gezelschap van twee neven, een nicht en een vriendin van de laatste. Ze vormen heel even een halve cirkel van publiek om mij heen in de hoop hiermee maar publiek aan te brengen. Maar het mag niet baten. Mijn familieleden vertrekken en ik vertrek ook. Op zoek naar mijn vroouw en haar oudste zus.

Ik vind ze terug op een van de singels op het terras voor een bioscoop. Daar tel ik mijn geld. Een schamele drie euro en 85 cent is de opbrengst van mijn middagje muziekmaken. Maar goed dat ik geen vergunning heb aangevraagd. 38 euro moest die kosten. Volgens Stadstoezicht ook op Koninginnedag verplicht. Geen enkele agent heeft me ernaar gevraagd. Een motoragent lachte vriendelijk naar me. Twee agenten te paard van beiderlei geslacht reden rustig voorbij en drie stadswachten passeerden te voet.

Als we opstaan om te vertrekken bied ik drie jongedames op zoek naar een zitplaats onze stoelen aan. Ze maken er dankbaar gebruik van. Ik zeg dat ze het helaas zonder muziek moeten doen omdat ik er nu vandoor ga. Mijn vrouw zegt dat ik voor hun nog wel een liedje kan spelen. Dat dooe ik. Ik speel Het geeft niet wat je me te eten geeft speciaal voor de drie dames en krijg een hartelijk applaus. Ze bedanken me hartelijk en eentje vraagt me hoe ik heet. Een mooie afsluiting van Koninginnedag 2012.

zondag, april 29, 2012

HZT: Vertellingen van 1001 nacht

Een echt spektakelstuk, dat is de voorstelling De vertellingen van 1001 nacht van Het Zuidelijk Toneel. In de voorstellingen werken de acteurs van HZT samen met cabaretier Marc-Marie Huybrechts, The Ashton Brothers en drie vrouwelijke muzikanten. Huybrechts is als de verteller Sherazhade, de vrouw die zichzelf in leven houdt door de sultan verhalen te vertellen. De sultan heeft, nadat hij bedrogen werd door zijn eerste vrouw, gezworen elke vrouw met wie hij het bed deelt na die eerste nacht te doden.

Sherazhade vertelt de verhalen en achter en boven hem/haar worden de verhalen uitgebeeld. Vooral de kapriolen van de Ashton Brothers zijn weergaloos. Het verhaal van de stoker die het met drie vrouwen doet is hilarisch. Eerst moet hij raden hoe het geslachtsdeel van de dames heet, dan haalt hij zijn eigen geweldige geslachtsdeel te voorschijn en is het de beurt aan de dames om te raden hoe dat ding dan wel genoemd moet worden.

Rode draad nummer 1 is het romatische verhaal van Aziz en Aziza over een jongen en een meisje die op het punt staan om te trouwen. De jongen wordt verliefd op een mysterieuze onbekende vrouw waardoor zijn ware liefde wegkwijnt. De tweede rode draad is het verhaal van Sherazhade zelf dat gespeeld door Marc-Marie Huybrechts en John Buijsman. De laatste zou wat aan zijn verstaanbaarheid kunnen doen door minder te snauwen.

De Ashton Brothers stelen de show, vooral als twee van hen bovenop twee gespannen kabels het verhaal van twee oudere geliefden spelen. Ook Jose Kuypers speelt al haar verschillende rollen, vooral moeders in dit stuk, prachtig. Wat John Buijsman mist in de tekstbehandeing heeft zij in overvloed.

Niet hoogstaand allemaal, maar wel reuze grappig. Een zelfde soort voorstellingen dat het Rotheater rond de Kerst speelt. Waar de laatste van het Rotheater (Woest water) me tegenviel, viel deze voorstelling me juist mee. Ik heb erg genoten van deze Vertellingen van 1001 nacht.

vrijdag, april 27, 2012

Motel Mozaïque 2012: Zaterdag


De zaterdag werk ik als vrijwilliger op Motel Mozaïque, zoals bijna ieder jaar. Soms kan ik niet zoals vorig jaar, maar als het even kan ben ik van de partij. Dit keer ben ik zaalwacht in de grote zaal van de schouwburg. Maar voor het zover is maak ik 's middags een wandeling door de stad. Langs ZigZagCity en Vive la straatmuziek.

ZigZagCity: Jamin
Ik begin bij de Jamin op de Lijnbaan waar mijn collega-dramadocent Eva van Welzenis vermomd als medewerkster een monoloog houdt. Ik ben vooral onder de indruk van de lange lijst snoep en andere Jamin-producten die ze in razend tempo weet op te diepen uit haar geheugen. Het is een mooie monoloog, natuurlijk over de liefde van het meisje van Jamin voor een anonieme klant.

Vive la straatmuziek I
Langs allerlei bandjes loop ik door de binnenstad waarvan ik Crappy Dog de leukste vindt (foto). Ze staan voor het reisbureau van ZigZagCity te spelen en maken op gedeeltelijk geïmproviseerde instrumenten, of in ieder geval op erg oude en krakkemikkige instrumenten, ketelmuziek. Vier verlopen types op verlopen instrumenten.

ZigZagCity: Boomgaardhof
In de Boomgaardhof. of liever over de Boomgaardhof is een nieuw pand gebouwd. Daar worden we rondgeleid door actrice Esther Scheldwacht die speelt dat zij de eigenares is. Het pand is mooi om te zien, een beetje voor de hand liggend gemeubileerd vind ik, en dit is in tegenstelling tot de monoloog van Eva niet echt een theaterstuk. Het had net zo goed een rondleiding door de eigenaar of eigenares zelf kunnen zijn. Lijkt me wel geweldig om op zo'n plek midden in de stad te wonen.

Vive la straatmuziek II
Op het dak van de hofbogen zie ik aan het einde van de middag nog even een stukje De Staat en geniet van het uitzicht over de stad. Wat een geweldige plek is dit toch en wat woon ik in een geweldig mooie stad.

Lisa Hannigan
's Avonds werk ik in de Schouwburg en zie daardoor alle artiesten die in de Grote Zaal optreden. Ik ben ondeer de indruk van de Ierse singer/songwriter Lisa Hannigan. Een mooie hese stem die me aan Melanie doet denken, en mooie simpele liedjes begeleid door een groot aantal instrumenten als mandoline, banjo, een soort liggende accordeon/blaasbalg en een ukelele. Aan het einde van de avond koop ik haar cd en ontmoet daar Eva opnieuw die zich stoort aan het feit dat Lisa ons niet eens goedendag zegt. Ik heb het niet gemerkt. Ze leek me ook best verlegen voor zo'n grote zaal en vertelde aan het einde van het optreden wel dat het een heerlijk begin van haar festivaltournee was.

Ane Brun
Na Lisa is het de beurt aan Ane Brun waar ik me veel van had voorgesteld. Dat vind ik helemaal niets. Ik erger me zelfs aan haar muziek en kan het niet uithouden om één compleet nummer van haar te beluisteren. Daarbij is ze gekleed in een foeilelijke blauwe soepjurk. Is er iets mis met smaak of met de smaak van het grote Mozaïque-publiek?

Artez hogeschool
Tussen het werken door heb ik nog tijd om met een actrice van de Artez Hogeschool (de toneelschool) op pad te gaan. Ieder jaar weer een belevenis, één-op-één-theater. Ze neemt me mee naar een bankje in een hofje vlakbij de schouwburg. Daar vertelt ze me het verhaal van de man die vergten dingen verzamelt. Een ontroerend verhaal. Ik vind het knap hoe zij, als jonge vrouw, de oude man imiteert. Na afloop heb ik een gesprek met haar over hoe je je in de loop der jaren aan je partner kunt hechten. Ik vertel haar dat mijn ouders binnenkort zestig jaar getrouwd zijn, dat ik zelf al bijna dertig jaar met mijn vrouw ben. Zo is het altijd weer wonderlijk hoe je binnen tien minuten een persoonlijk contact kunt hebben met iemand die je een kwartier geleden nog nooit had ontmoet.

Patrick Watson
Nog meer had ik me voorgesteld van Patrick Watson. Waarom valt het me dan toch tegen? Een goede show met prachtige visuele effecten maar ik erger me aan zijn grappen en aan zijn lachje en hij zingt te vaak en te veel met een hoge stem. Ineens lijkt het me alsof ik zijn trucje doorheb. Ik hoor niet echt goede nieuwe nummers en de muziek is veel te bombastisch. Ik moet zelfs aan Pink Floyd denken. Alles is te bedacht en niet authentiek. Later beluister ik thuis nog een keer zijn tweede cd (Wooden Arms) en het valt me op dat ik die al in tijden niet meer gedraaid heb. Juist omdat ik die niet zo goed vond. Eigenlijk blijft zijn eerste wat mij betreft de beste. Gewoon mooie liedjes, dat is waar ik van hou.

Slot
Toch weer een mooie editie van Motel Mozaïque. Mijn hoogtepunten waren de dansvoorstelling van Cecilia Moisio, en de optredens van Lisa Hannigan en Jamie N Commons. Tot volgend jaar maar weer.

dinsdag, april 24, 2012

Motel Mozaïque 2012: Vrijdag



Tijd voor de jaarlijkse evaluatie van het festival Motel Mozaïque. Vorig jaar gemist wegens andere verplichtingen maar dit jaar weer volop genoten. Op vrijdag als bezoeker, op zaterdag als vrijwilliger. Met tussendoor ook nog een stukje ZigZagCity, onderdeel van de Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam.

Dan Mangan
De eerste die ik zie in de Gouvernestraat is Dan Mangan, iemand waar ik, zoals bij veel meer artiesten op het festival, nog nooit eerder van had gehoord. Het blijkt een band van vier mannen met baarden. De opening is indrukwekkend. Minutenlang redelijk ongestructureerd lawaai op gitaren, bas en drums. Eén van de gitaren wordt behandeld met een strijkstok in de goede oude Jimmy Page-traditie door een stoer rond dravende man. Maar na een tijdje boeit het me niet echt, deze kruising van folk met emo-rock. Ik ga terug naar de foyer waar een man met een nog langere baard ronddwaalt. Dit is niet Sinterklaas in gewone kleding maar schijnt Ben Caplan te zijn die later nog moet optreden.

Cecilia Moisio: Hi, my name is...
Daarna is het tijd voor theater. Dans. Een dansvoorstelling over liegen. Een choreografie gebaseerd op de gebaren die worden geassocieerd met liegen. Hand voor de mond, krabben achter het oor en in de nek,wrijven in het oog, spelen met kleding, wegkijken. Het blijkt een fantastische voorstelling, met veel energie en spannende muziek van twee danseressen en drie muzikanten. Er wordt gerapt in een onverstaanbare taal (Fins?). Dit is voor mij één van de absolute hoogtepunten van het festival.

120 Days
Ik wandel een klein stukje naar Rotown in de hoop dat daar geen grote rij staat voor deze Noorse band die wordt aangekondigd als een moderne Kraftwerk met techno-invloeden. Dat blijkt niet het geval, Rotown is lang niet vol. De muziek is snoeihard, de zanger lijkt aardig ver weg, als hij de zaal inkijkt lijkt het of-ie dwars door je heen kijkt. Drie mannen met toetsenborden, aangevuld met een bassist, spelen dansmuziek. De bar trilt onder mijn elleboog, de bardame stopt haar vingers in de oren. Ik ben onder de indruk.

Jamie N Commons
Terug naar de Gouvernestraat voor een portie blues. Niet origineel, ik denk aan Arno, aan The Band, aan Tom Waits, aan Nick Cave, aan The Rolling Stones, maar de stem van Jamie doet me nog het meeste denken aan de oude Cuby and the Blizzards uit de tijd van Desolation Blues. Ook zij hebben een indrukwekkend begin, a capella zingen ze over een man die over het water loopt en ook de toegift is opnieuw a capella. De band is niet overal even strak, maar bestaat dan ook uit hele jonge gasten die volgens mij nog niet erg veel ervaring hebben. Ouderwets genieten is het wel.

Nik van den Berg
Ik eindig de avond met My momma loves my guitar sound van performer Nik van den Berg. Een niet zo'n geslaagd einde van de avond. Het heeft het net niet, deze pastiche op een beroemde en verlopen rocker. De bedoeling is goed, maar het geheel komt niet helemaal uit de verf. Veel van de tekst is herhaling en ondanks dat dat goed kan werken is het hier toch op den duur te saai. Uit beleefdheid blijf ik tot het einde.

(Wordt vervolgd)

maandag, april 23, 2012

Vegetarian mock pork

Vegetarisch namaakvarkensvlees. Dat maakt de firma Wu Chung onder andere. Als test probeer ik diverse soorten vegetarisch vlees uit van de Chinese supermarkt Wah Nam Hong op de Kruiskade. De vegetarische kip in kerriesaus doorstaat de test niet, de vegetarische halve kip, vacum ingeseald in plastic, wel. Maar dit blikje nepvlees blijkt het lekkerst. Ik vraag me af of je hier echte vleeseters mee voor de gek kunt houden.

donderdag, april 19, 2012

Pierre Louÿs: La femme et le pantin


Pierre Louÿs is vooral bekend vanwege zijn erotische romans waarvan Les chansons de Bilitis, dat in de zestiger jaren van de vorige eeuw nog werd verfilmd, het bekendste is. Maar ook dit boek La femme et le pantin schijnt indertijd bij Bert Bakker te zijn verschenen, onder de titel De vrouw en de ledepop.

André, een jonge Fransman, dwaalt door Sevilla tijdens het carnaval. Daar komt hij in contact met Concepcion Perez, een jongedame die zijn hart op hol brengt. Hij speelt haar een boodschap toe en weet een afspraak te maken voor een rendez-vous met haar voor de volgende dag. Dit gebeurt in het eerste hoofdstuk met de bijzondere titel "Waarin een woord geschreven op een eierschaal de plaats inneemt van twee kaartjes heen en weer."

Maar voordat het rendez-vous met Conchita, of Concha zoals ze ook wordt genoemd, plaatsvindt, bezoekt André eerst zijn vriend Don Mateo. Die blijkt haar beter te kennen en in de loop van het verhaal dat hij aan Andre vertelt, wordt duidelijk wie de marionet uit de titel van het boek is.

Don Mateo ontmoet haar voor het eerst in een trein op weg naar het klooster maar vindt haar tot zijn verbazing terug in een tabaksfabriek waar jonge en oude vrouwen, mooie en lelijke, schaars gekleed, de cigaren, cigaretten en cigarillo's rollen. Het lijkt een scène uit de opera Carmen, wat meteen al het ergste doet vermoeden over het karakter van Conchita.

Steeds als Mateo denkt haar te zullen bezitten verdwijnt ze spoorloos en telkens als hij haar terugvindt heeft ze een sluitend verhaal waarvoor hij zwicht, tegen beter weten in. Conchita speelt met Mateo, kat en muis en meesteres en slaaf. De scène waarin Mateo haar in een bovenkamer betrapt, naakt dansend voor twee Engelse heren die volledig aangekleed zijn, de bolhoeden nog op, is bijzonder tragikomisch. Pas als ze echt veel en veel te ver gaat lijkt het er op dat Mateo toch zijn zin krijgt en in zekere zin krijgt hij die. Echter maar gedeeltelijk.

Grijze haren krijgt hij er van. Hoe het verhaal van Don Mateo afloopt is dan ook niet de vraag in dit razend spannende boek, maar hoe ver Conchita zal gaan in haar grillen en luimen, en wat Andre daarna zal doen. Na het aanhoren van het verhaal van zijn vriend.

Tot het einde toe bleef dit boek me verrassen in zijn onverwachte plotwendingen. Een hyperromantisch verhaal, geschreven als een thriller.

vrijdag, april 13, 2012

Emmanuel Carrère: D'autres vies que la mienne



“Alle gelukkige huwelijken zijn hetzelfde” schreef Tolstoi in de eerste regel van Anna Karenina. Dat is het enige kleine bezwaar dat kleeft aan dit boek van Emmanuel Carrère, zijn een na laatste. Hij werd beroemd met boeken als De Sneeuwklas en De tegenstander. (L'adversaire, dat laatste boek werd zelfs twee keer verfilmd, onder originele titel en als L'emploi du temps. Het gaat over een man die zijn hele leven bij elkaar liegt en die als de leugens dreigen uit te komen zijn gezin vermoordt.)

Maar gingen die twee boeken over slechte mensen, dit boek gaat over goede mensen. En zoals toneelspelers het veel fijner vinden om slechterikken te spelen, zo is het vaak ook spannender om over slechterikken te lezen. De inktzwarte krochten van de ziel trekken meer aandacht dan de vrolijke kleuren van het geluk.

Niet dat dit boek over geluk gaat. Integendeel, het gaat over leven en dood, over ziekte, armoede, recht en onrecht en bovenal over de liefde. Maar het zijn de positieve karakters die minder tot de verbeelding spreken dan de negatieve karakters uit de andere boeken.

Het boek begint reuze spannend als een ooggetuigeverslag van de tsunami in 2004. Carrère verblijft op Sri Lanka en is daar getuige hoe een bevriend stel hun enige dochter Juliette verliest. De grootvader van het dochtertje die mee is op vakantie en met haar aan het zwemmen was toen ze verdween, vindt haar dood terug in het ziekenhuis. Maar daarna verdwijnt het stoffelijk overschot opnieuw en begint een moeizame tocht om het terug te vinden.

De schrijver verhaalt over zijn tegenstrijdige gevoelens, zijn twijfels over de houdbaarheid van zijn eigen liefde voor Hélène met wie hij zelf op vakantie is, afgezet tegenover de liefde van de ouders van Juliette. Naar aanleiding van deze grote ramp komt hij tot de conclusie dat hij wil dat Hélène bij hem is als hij sterft of bij haar wil zijn als zij de laatste adem uitblaast. De grote golf heeft ook zijn leven niet onberoerd gelaten.

Hij vervolgt zijn verhaal enige tijd later wanneer een zus van Hélène op sterven ligt. Kanker. Na het overlijden van deze Juliette, want ook deze moeder van drie kinderen heet Juliette, worden ze uitgenodigd door haar naaste collega Etienne. De schrijver is onder de indruk van zijn verhaal en besluit het leven van Juliette te gaan vastleggen in een boek,volgens hetzelfde procedé dat hij eerder heeft toegepast bij De tegenstander. Hij wil een positieve versie maken van dat boek.

Ergens in het midden van dat verhaal zakte het boek voor mij enigszins in. Juliette is rechter bij het kantongerecht en ondanks het feit dat het interessant is hoe Carrère haar werk beschrijft is de geschiedenis van Juliette ondanks de grote dramatiek, ze is immers moeder van drie dochters, te weinig bijzonder. Het is reality-tv in boekvorm, een documentaire in boekvorm. Dat was De tegenstander ook en het verhaal van de grote golf is dat eveneens, maar door het bijzondere van die gebeurtenissen spreken de kleine verhalen binnen een groot verhaal meer tot de verbeelding.

In beide gevallen is de dood onrechtvaardig, komt plotseling en is onvermijdelijk, maar het verhaal van Juliette is alledaagser. De beschrijving ervan, door middel van interviews met de direct betrokkenen, kon mij niet overal evenveel boeien. Andere levens dan het mijne, de titel geeft de afstand aan tussen de schrijver en de personages waarover het gaat.

Aan het einde van het boek wordt dan het kind van Hélène en de schrijver geboren en trekt hij alle lijntjes uit het voorgaande bij elkaar. Daarmee maakt hij het verhaal rond en dat einde, dat net als het begin over de schrijver zelf gaat, maakte dat ik het boek toch nog tevreden weglegde. Ondertussen is alweer een volgend boek van Emmanuel Carrère verschenen, Limonov. Opnieuw een documentaire, maar volgens de recensies spannend als De graaf van Monte Cristo. Ik verheug me er al op ook dat te lezen. Ondanks de tekortkomingen is D'autres vies que la mienne zeker een aanrader, een meer dan bovengemiddeld boek.

donderdag, april 12, 2012

Overgetrokken foto

Bij ons in het toilet hangt de National Geographic/ASN Bank-scheurkalender. Iedere dag een mooie foto. Vooral de foto's uit de zestiger jaren van de vorige eeuw vallen op. Alsof er in die tijd anders werd gefotografeerd. Ik teken of schilder het gezicht van een Portugese vissersvrouw enigszins bij/over zoals Andy Warhol dat vroeger vaak deed of liet doen voor de omslagen van het blad Interview.

woensdag, april 11, 2012

Repeteren aan Tsjechov

Gisteren voor het eerst sinds lange tijd weer een repetitie voor Drie maal Tsjechov, drie korte verhalen van Anton Tsjechov. Marjanne en ik halen onze teksten op. Ik heb hard gestudeerd op het verhaal Onheil, een grimmig sprookje, zij heeft ondanks drukke bezigheden geprobeerd Het verhaal van mevrouw N.N. niet uit haar hoofd te laten weglopen. Samen doen we drie keer de dialoog Polinka die we sinds november niet meer gespeeld hebben maar dat we allebei toch nog redelijk paraat hebben. We oefenen gewoon aan tafel in de kerk. De kerkzaal is bezet door de school die aan de kerk vastzit. Die kunnen we niet gebruiken. Maar het aan tafel werken werkt goed, het heeft meer de intimiteit van een huiskamer dan een grote zaal. Vrijdag gaan we verder.

vrijdag, april 06, 2012

't Barre Land: King Lear en de narren van Shakespeare zijn kwaad

Kwaad is Koning Lear en de narren die hem omringen en die het gelijknamige stuk spelen, zijn dat ook. Als ze niet kwaad zijn dan hebben ze wel kwaad in zin. Voor de tragedie die 't Barre Land als komedie speelt is wel wat voorkennis van het beroemde stuk van Shakespeare vereist. Zonder voorkennis is het mijns inziens niet te volgen en wellicht op den duur ook vervelend en saai. Maar niet lang geleden speelde het Ro theater nog een Koning Lear dus het verhaal zit er bij mij nog redelijk in.

Wat 't Barre Land, en ook Discordia en Jan Decorte, doen is theatermaken over theatermaken. Nergens wordt de illusie gewekt dat het hier om echte emoties gaat, alles is tongue in cheek. Soms is het ronduit melig als halverwege één van de spelers het over een epiloog heeft en een ander reageert met de opmerking dat ze dan snel klaar zijn en makkelijk nog even The Passion mee kunnen pikken die tegelijkertijd bij de Erasmusbrug in Rotterdam wordt gespeeld.

Maar meestal is het ronduit genieten van de grappen, de verkleedpartijen en de vondsten. De start met een omroeper die het stuk aanprijst. De personages die vanuit witte zakken opkomen nadat ze eerst op de rug zijn rondgedragen. Een hoogtepunt is het waterballet als Koning Lear uitzinnig van woede wordt omdat hij door zijn dochters buiten de deur is gezet. Met een natte spons op zijn hoofd wordt hij afgekoeld en binnen de korstste keren staat de houten vloer waarop gespeeld wordt onder water en de koning niet alleen in zijn hemd maar totaal in zijn blootje.

Toch heeft zelfs dit en alles overduidelijk een functie in de voorstelling. Dat maakt de stukken van 't Barre Land zo goed. Terwijl het ogenschijnlijk ontaardt in een losgeslagen zootje blijven ze de bedoeling van het oorspronkelijke stuk in het oog houden en weten ze die over te brengen. Zelfs afgezaagde theatertrucs als een rood lapje dat een bloedende wond suggereert blijven altijd werken, mits goed gebracht, en dat doet 't Barre Land. Ze brengen alles met veel verve en veel overtuiging tot het dramatische einde.

maandag, april 02, 2012

Petrus: Robo a gogo

Sommige voorstellingen laten je in verwarring achter. Dat deed de eerste Proust-voorstelling van Guy Cassiers enige jaren geleden, iedereen om me heen vond het prachtig, de voorstellingen reisden de wereld rond onder luid applaus, maar mij deed het niets. Ik vond het slaapverwekkend. Fan van de boeken maar niet van de toneelversie.

Ook Robo a gogo is traag. Het lijkt dramaturgisch meer op een langdurig ritueel in de katholieke kerk dan op een theaterstuk. Petrus is het nieuwe pseudoniem van ... die zich eerder Wayn Traub noemde en onder die naam triomfen vierde met zijn eerste twee stukken bij Het Toneelhuis, Maria Magdalena en Jean-Baptiste. Door Maria Magdalena werd ik onmiddellijk fan. Daarna zag ik nog N.Q.C.Z. een onbegrijpelijk maar boeiend stuk over de inquisitie.

Petrus is onder alle eerdere en deze schuilnaam gefascineerd door het katholieke geloof en het ritueel. Daarin is hij een erfgenaam van Antonin Artaud. De voorstelling vertelt in langdurige en breed uitgesponnen beelden het verhaal van de robot/mens Petrus die in het plaatsje Angeles terechtkomt. Daar stikt het van de bordelen waar Philippijnse gogo-danseressen avond aan avond dansen, hun lichaam genummerd als vee en te koop voor iedereen. Hoe jonger hoe aantrekkelijker.

Petrus wordt niet gespeeld door een acteur maar is een robot van een halve meter hoog die met een metalige stem vertelt van zijn wederwaardigheden in het stadje. Vier Philippijnse dames, afkomstig uit een programma om hen uit de prostitutie te helpen, dansen om hem heen om zijn verhaal kracht bij te zetten. Ook zijn er een mannelijke en vrouwelijke rapper bij de voorstelling betrokken. Het geheel wordt begeleid door een Chinese DJ.

De scenes duren lang en er is weinig verhaal maar toch weet het onsamenhangende geheel me meer te boeien dan de Proust van Cassiers. Een vreemde ervaring.

Ervoor en erna


Voor de voorstelling zien we nog een masterclass van Conny Janssen in de bovenfoyer van de Schouwburg. Ze geeft les aan een jonge acteur van YoungStage en weet in korte tijd het stukje dans waar hij mee begint behoorlijk interessanter te maken. Achteraf wonen we in de benedenfoyer een opname van het programma Virus bij. Vooral het optreden op de vleugel van Karsu Donmez die gebak heeft meegenomen uit het Turkse restaurant van haar vader, maakt indruk. Niet vanwege het gebak maar vanwege de intrigerende mix van Turkse muziek met Chopin. Een bijzondere en rijk gevulde avond in de Rotterdamse Schouwburg.