donderdag, juli 28, 2016

Alessandro Baricco: Zijde

Mijn collega ga mij dit e-boek met de waarschuwing dat zijn vriendin het werk van Baricco als kitsch beschouwt. Maar het is een dun boekje dus ik ging het proberen. Zijde van Alessandro Baricco leest als een trein. Je zoeft van het ene korte hoofdstuk naar het volgende. Het gaat over de Fransman Hervé Joncour die samen met zijn vrouw Hélène in het dorpje Lavilledieu woont en handelt in de eitjes van de zijderups. Het verhaal speelt zich af in de negentiende eeuw. Op een kwade dag worden de rupsen getroffen door een ziekte en de zijderpoductie komt op zijn gat te liggen.

Baldabiou, de enigszins mysterieuze eigenaar van de zijdefabrieken van het dorp stelt Hervé voor dat hij, Hervé, naar Japan reist, aan het einde van de wereld, in die tijd een reis van drie maanden met diverse vervoersmiddelen. Deze reis maakt hij in de loop van dit verhaal vier maal en steeds weer beschrijft Baricco de reis op dezelfde manier, met als kleine variatie hoe de bewoners van de streek rond het Bajkalmeer in één woord benoemen. Heen en terug. Dit trucje irriteerde mij als eerste.

Mijn tweede irritatie waren de zinnen die ik niet begreep. Zoals de volgende zin:
"Ze liep naar hem toe, pakte zijn hand, bracht die naar haar gezicht, beroerde haar met haar lippen en legde haar toen, terwijl ze haar stevig vasthield, op de handen naast haar, en hield haar daar even, zodat ze niet kon ontsnappen."
De zeven keren haar in deze zin maken dat ik het spoor geheel bijster ben. In recensies op internet wordt lovend gesproken over de prachtige zinnen van Baricco maar ik vind hem van tijd tot tijd te vaag. Wat te denken van een geschiedenis die geen verhaal en geen roman is? (Eigenlijk stonden de eerste drie zinnen van het boek me al tegen.)

Het symbolische en romantische verhaal deed mij denken aan Herman Hesse. Ik weet dat mijn collega daar van houdt, ik zelf ook trouwens. Maar dit verhaal met zijn semi-diepzinnige Oosterse filosofietjes kon me niet bekoren. Een niemandalletje, zoals een thriller die je met een sneltreinvaart uitleest of een liefdesromannetje. Intellectuele kitsch. Deze geschiedenis heeft een witte muziek, schrijft Baricco in de inleiding, ik houd meer van zwarte muziek.

vrijdag, juli 22, 2016

Simenon: Betty



In 1960 ontmoet Georges Simenon in een bar in Versailles een bourgeois dame die bezig is zich te bedrinken en hem vertelt dat ze zojuist haar man en haar kinderen heeft verlaten. Deze ontmoeting vormt de inspiratie voor de korte roman Betty, nog geen honderd pagina's, uit 1961.

Simenon kiest voor het perspectief van de vrouw en met name het begin van het boek is mysterieus en bijzonder spannend. Wie is deze vrouw, wat doet ze in het café en wie is de man met wie ze daar zit te drinken en die door de barman Mario 'dokter' wordt genoemd? De dokter begint met een tandenstoker in haar huid te prikken omdat daaronder wormen zouden zitten. Hij wordt door de barman afgevoerd naar huis en Betty wordt onder de hoede genoemen door Laure, een oudere vrouw die haar, Betty, nog meer whisky laat drinken tot ze als ze opstaat tegen de grond slaat. Ze wordt door de barman en Laure naar Hotel Carlton in Versailles gebracht en Laure kleedt haar uit en stopt haar in bed.

Dat is het begin van een verhaal van Betty, zoals gezegd verteld vanuit het oogpunt van de hoofdpersoon en door Simenon bij stukjes en beetjes aan ons opgediend. Langzamerhand wordt de gehele puzzel gevormd, het verhaal van haar jeugd, haar moeder voor wie alles schoon moet zijn, haar vader de chemicus die juist altijd vuil is en vroeg sterft. Hoe ze geworden is wie ze nu is.

Ik beschouw de boeken van Simenon altijd als vakantielectuur omdat ze makkelijk weglezen. Toch maakt Simenon zich er niet vaak gemakkelijk van af. Misschien een klein beetje aan het slot van dit boek, dat slot viel me namelijk nogal tegen. Maar over het geheel genomen is Betty een prachtig portret van een vrouw die de diepte van de afgrond zoekt.


zaterdag, juli 16, 2016

Thomas Mann: Buddenbrooks

Omdat het thema van de afgelopen boekenweek Duitsland was leek het me een goed idee weer eens een Duits boek ter hand te nemen. En dan bij voorkeur een Duitstalig boek. Ik had niet al te veel keuze en na lezing van de eerste pagina's van Felix Krull en van Buddenbrooks van Thomas Mann, koos ik het laatste. Met name omdat ik van het eerstgenoemde boek niet al te lang geleden de kortere oerversie heb gelezen.

De eerste roman van Thomas Mann is een lijvige familieroman over de familie Buddenbrooks, met in het centrum van de handeling de twee broers Thomas en Christian en met name in het eerste deel van het verhaal, hun zus Tonie. Na de dood van Thomas verschuift de handeling naar zijn zoon Hanno, de kwetsbare en muzikale erfopvolger.

Het boek opent met een feest. Konsul Johann Buddenbrook heeft een nieuw en bijzonder groot huis gekocht en nodigt vrienden en familie uit. Thomas, Christian, Tonie en Klara, de vier kinderen, zijn er bij, en ook hun grootouders zijn aanwezig. Johann staat aan het hoofd van een grote graanhandel in Lübeck met vele schepen op zee. Thomas wordt naar Amsterdam gestuurd om daar in de leer te gaan over hoe je handel drijft, Christian gaat naar Londen en Zuid-Amerika. Tonie blijft achter in het ouderlijk huis en wordt na enig tegenstribbelen uitgehuwelijkt aan de heer Grünling uit Hamburg. Deze wordt vanaf het begin als onbetrouwbaar neergezet door Thomas Mann en het is duidelijk dat Tonie absoluut niet met hem wil trouwen. Maar zaken gaan voor de wil van het meisje en haar broer Thomas weet haar er van te overtuigen dat het beter is voor het bedrijf als ze wel met hem trouwt.

Daarmee gaat het eerste deel voornamelijk over de wederwaardigheden en de huwelijksperikelen van Tonie. Pas als Thomas terugkeert van zijn buitenlandse leerstage in Amsterdam verschuift de aandacht naar zijn carrière als hoofd van het familiebedrijf. Ook die verloopt niet zonder slag of stoot. Hij trouwt met Gerda, een vrouw die hij in Amsterdam heeft ontmoet en die samen met Tonie op een privéschooltje heeft gezeten. Bij de beschrijving van de roodharige Gerda herhaalt Thomas Mann steeds dat haar bruine ogen met blauwe schaduwen omringd zijn, wat een gevoel van dreiging geeft aan haar persoonlijkheid.

Het voert te ver om dit dikke boek in zijn geheel na te vertellen en het zou ook zonde zijn te veel te verklappen. Maar het bevat ongelooflijk veel prachtige scènes zoals die waarin Tonie ontdekt dat haar tweede man vreemd gaat en die waarin een oude senator overlijdt. Alles wordt met zoveel humor en ironie beschreven, in die prachtige stijl waarin Thomas Mann uitblinkt. Tegelijkertijd bevat het de diepgang en alle thema's van Thomas Mann uit zijn latere boeken, met name de muziek en de dood. Dat laatste met name in één van de laatste hoofdstukken waarin kleinzoon Hanno een improvisatie speelt op de piano, weergegeven als een storm en een doodsstrijd tegelijk.

Pas las ik ergens dat de belangrijke en diepgaande televisieseries waar iedereen zo graag naar kijkt zoals House of Cards en Homeland te vergelijken zijn met de ouderwetse romans die vaak ook in delen als feuilleton werden geserveerd. Daarin leef je net als bij die series helemaal mee met de hoofdpersonen die bijna familie van je worden. Aan het einde is het jammer dat het moment is gekomen om afscheid van de Buddenbrooks te nemen.