vrijdag, november 22, 2013

Nederlandse Opera: Götterdämmerung

Eens in het jaar of waarschijnlijk minder ga ik met mijn vriend Peter naar een opera. Meestal in het Muziektheater te Amsterdam, ooit gingen we een keer naar Antwerpen om Lohengrin te zien. Ditmaal weer een Wagner, de Götterdämmerung. Een lange zit van ongeveer vijf uur, van half zes tot elf uur. Op het tweede balkon toch wel een beetje opgevouwen zittend, met redelijk goed zicht op het podium. In sommige scènes is weinig rekening gehouden met onze zichtlijnen maar voor vijftien euro exclusief de verzendkosten is er weinig reden om te klagen. Want het is me een geweldige voorstelling.

Na de vorige voorstelling die we samen zagen uit 2010, A Dog's Heart, had ik niet verwacht ook deze opera zo mooi zou zijn. Maar nadat we in de eerste pauze tegen elkaar zeggen dat het ditmaal redelijk sober is vormgegeven, breekt daarna pas het echte vormgevingsgeweld los, met vuur, met neon, een openschuivende vloer, een heel leger figuranten en alles omlijst door prachtige muziek met Hartmut Haenchen als dirigent.

Vooral de schurk, Hagen, gespeeld door Kurt Rydl met blote behaarde borst en zwarte bretels, is indrukwekkend, maar ook Catherine Foster in vlammend rood gekleed als Brünnhilde zingt de sterren van de brandende hemel van Walhalla.

Volgens Kurt Rydl de mooiste Götterdämmerung aller tijden, hij zou gelijk kunnen hebben. Prachtig.

maandag, november 18, 2013

Wunderbaum: Hospital


Na de herneming van Rail Gourmet zie ik de week er na Hospital van Wunderbaum. Een onderdeel van de serie voorstellingen The New Forest, een serie over actuele onderwerpen waar Wunderbaum zich de komende jaren mee wil bezighouden. Hospital maakt bij de Nederlandse première tevens deel uit van de manifestatie Who cares? over de zorg in Nederland.

Na een heftige chaotische beginscène waarin Maartje Remmers een plastic babypop baart terwijl ze zelf de bevalling filmt gaan we verder met de medische geschiedenis van één van de acteurs van LAPD, John Malpede. Vanaf zijn geboorte in 1945 tot aan zijn dood in de toekomst in 2033. Zo lang hij gezond is gaat het goed maar als hij bij een bezoek aan Amsterdam iets aan zijn ogen krijgt en geopereerd moet worden, komt hij in een Kafka-eske situatie terecht met zorgverzekeraars, advocaten, ziekenhuizen en doktoren. We krijgen een gespeelde versie van het vroegere vara-programma Ook dat nog te zien, in het begin erg grappig maar op den duur helaas te lang.

De acteurs roeren heel veel aan zonder duidelijke stellingname, zonder oplossingen. Ze roepen tegen het publiek, stellen zaken aan de kaak, juichen over Obamacare tot ze tot de conclusie dat van dat stelsel ook niet veel terecht is gekomen. Het lijkt de terugkeer van het vormingstheater. De geacteerde scènes  zijn krachtig maar daarvan zijn er helaas veel te weinig.

Op een derde van de voorstelling verlaat een teleurgestelde bezoeker in onze rij de zaal. Ook ik sta dikwijls op het punt de zaal te verlaten maar blijf toch benieuwd of er toch nog iets bijzonders gaat gebeuren. Dat is niet het geval. Dit is een voorstelling in de stijl van Wunderbaum zoals we die kennen van Looking for Paul maar daar was de rol van Maartje Remmers overduidelijk een bedacht personage dat zich ergert aan Kabouter Buttplug voor haar raam. Hier ontbreekt de afstand, de reflectie op het onderwerp. Daardoor raakt de voorstelling je niet. De dood van John Malpede is noch droevig noch grappig.

Wat mij betreft een mislukt experiment. Het applaus van het publiek was matig, niet zoals ik bij voorstellingen van Wunderbaum gewend ben. Zeker niet bij een Nederlandse première.

maandag, november 11, 2013

Wunderbaum: Rail Gourmet

Gabriëlle werkt op station Brussel in de Rail Gourmet waar ze maaltijden klaarmaakt voor reizigers die per Thalys en Eurostar van daar vertrekken. Ook schrijft ze brieven. Aan haar collega's, zoals Ahmed die zich moet verantwoorden voor het feit dat hij niet drinkt tijdens een borrel. Aan collega's aan wie ze een hekel heeft. En aan Robert, de man die haar geïnterviewd heeft over geluk en op wie ze verliefd is geworden. Want waar liefde is is geluk, zegt een Pools spreekwoord.

Wine Dierickx speelt Gabriëlle in het eerste en meest verrassende deel van het drieluik Rail Gourmet van theatergroep Wunderbaum. Op een schitterende locatie, de oude bioscoop Kriterion bovenin restaurant Engels waar ik denk ik bijna dertig jaar niet geweest was. Met nog steeds een prachtig uitzicht op Rotterdam, maar ook dat is in dertig jaar behoorlijk veranderd.

De voorstelling begint met Gabriëlle die een drumstel neerzet, een basgitaar en een keyboard, en moet daarvoor door een klein deurtje in de zijkant van het decor. Onderwijl vertelt ze over haar werk, over haar brieven en begint haar brieven te reciteren. Na een poosje komt de muzikant op, Jens Bouttery, gekleed in het zelfde shirt en rokje. Wat natuurlijk een lach oplevert. Wine vecht met hem, zingt een Yoko Ono-achtig lied over haar liefde voor Robert, doet een dans. Daardoor is dit eerste deel afwisselend, dynamisch en voortdurend prikkelend.

Het tweede deel is een telefonische dialoog tussen eerdergenoemde Robert (Walter Bart) en zijn vrouw Rebecca (Becky, Maartje Remmers). Zij is een succesvol politicus in de Eurostar op weg naar Straatsburg. Dit deel staat in de traditie Dodendans, Who's afraid of Virginia Woolf en Scènes uit een huwelijk. Goed en degelijk gespeeld maar nogal traditioneel dus.

Het laatste deel speelt in de cabine van de Eurostar. Na een vertraging door een aanrijding met een persoon neemt Becky plaats in de cabine van de machinist (Matijs Jansen) en daar ontspint zich een dialoog tussen de twee die eindigt in een gefilmde liefdesscène. Vooral dit laatste deel duurt erg lang.

Wunderbaum had wat mij betreft wel wat mogen schrappen uit de mooie tekst van Annelies Verbeke om het tempo in de voorstelling op te voeren. De trein die energiek vertrekt in het eerste deel met Wiene Dierickx lijkt gedurende de duur van de voorstelling langzaam tot stilstand te komen waardoor het publiek enigszins in slaap sukkelt. De TGV eindigt als boemeltrein.

maandag, november 04, 2013

Graeme Simsion: Het Rosie Project

Het feelgood-boek van 2013 wordt Het Rosie Project genoemd en dat is het ook. Niet bepaald een boek dat ik zelf gauw zou uitkiezen in de boekwinkel. Onderwerp is de innemende hoofdpersoon, Don Tillman, briljant geneticus, autist, op zoek naar een levenspartner. Om dit doel te bereiken heeft hij een zestien pagina's tellende vragenlijst opgesteld. Zijn vriend en collega Gene helpt hem om zijn doel te bereiken en die stuurt Rosie op hem af. 

Volgens de vragenlijst van Don is ze totaal ongeschikt als partner, maar hij wil haar als geneticus graag helpen haar biologische vader te vinden. Naar verwachting raken Don en Rosie tijdens de zoektocht die hen zelfs naar New York leidt, steeds meer geïnteresseerd in elkaar. Zoals in een boek van Jane Austen vraag je je af of ze elkaar zullen vinden en of ze de ware voor elkaar zijn. Tegelijk is er de spanning van of ze de echte vader van Rosie kunnen opsporen.

Juist de onhandigheid van Don maakt hem zo charmant en er zijn hilarische slapsticksènes zoals het Jas-incident in het restaurant waarbij Don slaags raakt met de beveiligingsdienst van een chic restaurant waar hij een tafel heeft gereserveerd door het reserveringssysteem te hacken en zich voor te doen als iemand anders. Er is een ontsnapping langs een regenpijp en een mislukte date met de perfecte huwelijkskandidaat, een ballroomdanskampioene.

De ontknoping zal ik natuurlijk niet verraden, vindt Rosie wel of niet haar vader, vinden ze wel of niet elkaar, maar het is in ieder geval een geweldig grappig en spannend boek. Maar zonder een happy end  zou dit boek natuurlijk geen feelgood-book zijn.

Borgman


Een nieuwe Alex van Warmerdam is altijd een reden voor een bezoek aan de bioscoop. Met uitzondering van De Jurk heb ik vanaf de eerste film, Abel, alle films van Van Warmerdam in de bioscoop gezien. Een traditie die voortgezet moet worden. Borgman is zijn achtste film.

Een zwerver wordt uit zijn hol onder de grond verjaagd door drie mannen met geweren. Vervolgens zien we hem aanbellen bij diverse villa's op zoek naar een plek om een bad te nemen. Overal wordt hij geweigerd tot hij bij een huis aankomt waar een man open doet. De zwerver, Camiel Borgman, beweert dat hij de vrouw des huizes kent, zij zou hem ooit verpleegd hebben. Dit leidt tot verwarring bij de man. De vrouw ontkent. De man slaat Borgman buitenproportioneel in elkaar voor de deur van het huis. De vrouw voelt zich schuldig en laat Borgman stiekem overnachten in het tuinhuis.

Borgman dringt zich binnen in de villa van het gezin bestaande uit man Richard, vrouw Marina, hun drie jonge kinderen en de Deense au-pair Stine. Hij wordt bijgestaan in zijn plannen met het gezin door twee mannen, Ludwig en Pascal, en twee vrouwen, Brenda en Ilonka.

Er zijn absurde moorden die op de lachspieren werken en er zijn griezelige horror-achtige scènes. Zo worden drie mensen met hun hoofd in een emmer met betonmortel verborgen onder de oppervlakte van het water van een kanaal. Hier en daar deed het me denken aan een Polanski-film. Borgman heeft iets duivels.

Al met al is het een wonderlijk verhaal dat het midden houdt tussen een thriller en een horror-film, zonder al te duidelijke structuur en met een verwarrend open einde. Er is veel absurd geweld en voor een film van Van Warmerdam weinig seks, hoewel de suggestie van erotiek voortdurend aanwezig is. De aanwezigheid van Borgman leidt tot veel agressie tussen de personen die hem omringen. Maar wat precies zijn bedoelingen zijn blijft tot het einde toe onduidelijk.