zondag, september 30, 2012

Wunderbaum: Detroit dealers

Walter Bart van Wunderbaum gaat in Detroit dealers samen met Maartje Remmers naar Detroit om daar een familiegeheim te ontrafelen. Zijn grootvader Arie, Opel-dealer en naar Detroit gereisd naar het moederbedrijf General Motors, heeft daar een liefdesbaby verwekt. Walter vindt er zijn half-nicht Rose maar zijn half-oom wil hem niet ontmoeten. Deze voorgeschiedenis wordt in een film van twintig minuten getoond, met live-muziek, als een aflevering van Spoorloos met een onbevredigend einde. Dan kan de voorstelling beginnen.

Maartje Remmers speelt drie fantastische typen auto's, de auto als een verleidelijke vrouw, de auto als giftige sluipmoordenaar en de elektrische auto van de toekomst. Nicht Rose blijkt overgekomen uit Detroit en doet een geweldig gore nigga-rap. Walter Bart zelf ontpopt zich als autohater en fietsactivist. Hij heeft dezelfde ambivalentie tegenover auto's als ik. Mooi om naar te kijken, maar slecht voor mens en milieu.

Detroit Dealers heeft zelf ook iets ambivalents. De losse scènes zelf zijn stuk voor stuk goed en interessant om naar te kijken, het geheel is nogal vormeloos. Allerelei thema's worden aangesneden en losjes behandeld en het einde waarin de ontmoeting tussen Arie en Florence, de moeder van de liefdesbaby, wordt nagespeeld brengt de voorstelling tot een mooi einde. Maar al met al niet Wunderbaum's beste voorstelling.

Edit Caldor: One hour

Een dag na de voorstelling lees ik in de NRC de rubriek Het laatste woord een rubriek waarin mensen praten over hun laatste levensfase. Precies het onderwerp waarover de voorstelling One hour gaat. Maar het persoonlijke verhaal van een vrouw die vertelt over hoe ze in het leven staat terwijl ze nog maar een paar maanden te leven heeft, raakt me meer dan de voorstelling. Die belooft me een ervaring die ik mij ontgaat.

Het gegeven is simpel. We hebben nog maar één uur te leven en de voorstelling laat ons zien wat ons in dat laatste uur te wachten staat. Een mooi gegeven. We liggen op banken, het licht gaat uit en we kijken in het donker naar boven. Ik sluit mijn ogen en ontdek pas later als ik mijn ogen weer open dat boven mijn hoofd op grote schermen beelden te zien zijn. Beelden als röntgenfoto's, van aderen, van weefsel, terwijl een stem, meerdere stemmen, ons vertellen wat er allemaal in ons lichaam gebeurt terwijl we sterven. Iedere minuut is er een 'ping' te horen en zegt een acteur hoe laat het nu is.

Voordat we gingen liggen vertelde een acteur ons het verhaal van mevrouw Wilson die trouwde met een twintig jaar oudere man. Wat zou ze doen als hij er niet meer zou zijn? vroeg men haar. Uiteindelijk ging ze zelf als eerste. Een herkenbaar verhaal uit het dagelijks leven. Ontroerend zoals het persoonlijke verhaal van de vrouw in de NRC.

Precies dat is wat ontbreekt in de ervaring die Edit Caldor ons belooft. Het persoonlijke. We krijgen een tamelijk technisch verhaal over wat met onze cellen en in onze ingewanden gebeurt. De emotie ontbreekt. De zwart/witbeelden draaien rond boven ons hoofd en van tijd tot tijd val ik in slaap en schiet weer wakker.

Het moment dat ik echt afhaak is waarop een acteur zegt: 'Stel je voor dat je niet meer denkt', een 'ping' te horen is en een stem zegt 'Het is nu 11 over 7'. Er is geen echte illusie van doodgaan voor zo ver dat mogelijk is en er komen allerlei vragen over de voorstelling in me op. Waarom zijn er vijf acteurs? Eentje was ook voldoende geweest. Waarom zijn de beelden niet in kleur? Waarom spreken de Nederlandse acteurs Engels?

Misschien ben ik te nuchter. Op de trap naar beneden hoor ik flarden van het gesprek van twee vrouwen die het net als ik vonden tegenvallen. Ik vraag achteraf bij de garderobe een medebezoeker wat die er van vindt en die vond het 'best heftig' alhoewel ze soms ook even 'weg' was net als ik. Niet aan mij besteed deze voorstelling.

vrijdag, september 28, 2012

Het Lod: Ghost Road

Een mollige, oude vrouw zit aan een ovale tafel waarvan het oppervlak bezaaid is met fotolijstjes. Achter haar is op reuzenformaat en in zwart/wit over de hele achterwand van de grote zaal van de schouwburg haar gegroefde gezicht te zien. Ze vertelt het verhaal van Martha Beckett. Een actrice die op een dag opeens besluit haar leven als danseres achter zich te laten en te verdwijnen in de woestijn. Ze loopt na een voorstelling het podium af de straat op, ziet een accordeonist spelen op straat en denkt 'dat kan ik ook' en laat alles achter.

De vrouw die dit vertelt is Viviane de Muynck en de voorstelling is Ghost Road van Muziektheater Het Lod, te zien in de Internationale Keuze. Lange tijd denk ik dat de vertelster en Martha Beckett één en dezelfde persoon zijn, maar halverwege de voorstelling wordt de 'echte' Martha Beckett op film door Viviane de Muynck geïnterviewd in haar huis in de Verenigde Staten. Maar wat is echt en wat is onwaar in een theaterstuk?

De mensen die door haar ondervraagd worden zijn zonder twijfel echt. De oudere operazangeres die over het toneel dwaalt en prachtige liederen en aria's zingt, speelt geen rol maar is gewoon zichzelf. Twee van mijn lievelingsaria's komen voorbij, Vissi d'arte uit Tosca van Puccini en Addio uit La traviata van Verdi. De voorstelling is gemaakt door de jonge opkomende Waalse theatermaker Fabrice Murgia maar toont de ouderdom in al zijn lelijkheid en zonder schaamte. Hij is overduidelijk beïnvloed door Guy Cassiers maar wat geeft dat?

Eén van de hoogtepunten van het festival. Na een week blijft de voorstelling in mijn hoofd rondzingen.

Het doek valt voor het OT



Het is zover. Het gaat toch gebeuren. Alle reddingsacties ten spijt. Het doek valt voor het OT. Sinds 1973 bestaat het en sinds halverwege de zeventiger jaren ben ik een trouw bezoeker.

Gerrit Timmers was rijksgecommitteerde bij mijn eindexamen in 1980 naar aanleiding van voorstellingen als A Circular Play en Andy Warhol. Andy Warhol werd gespeeld door de drie acteurs, Dirk Groeneveld, Matin van Veldhuizen en Gerrit Timmers, in een klaslokaal van de kunstacademie. Ze waren uitgenodigd door Sipke Huismans, die Gerrit kende. Omdat ik met een toneelstuk wilde afstuderen raadde Sipke me Gerrit aan als rijksgecommitteerde, iemand die als een buitenstaander het eindexamen moest beoordelen.

Het toen nog Onafhankelijk Toneel liet mij in Enschede kennismaken met Judith Herzberg (Cranky box) en Ibsen (De vrouw van de zee met Mirjam Koen nog als actrice).

Verhuisd naar Rotterdam hielp Gerrit me met het vinden van een kamer in Kralingen en ik schreef me in voor de Theaterwinterschool en werd samen met elf andere enthousiaste amateurs geregisseerd door diezelfde Mirjam Koen. Die daar zo ongeveer haar later zo succesvolle carrière als regisseur begon. Ik schilderde mee met het Onafhankelijk Toneel in de Salon des Independants in het museum van Schiedam en in een tent op het schouwburgplein. Ik zaagde van hout zagen die in de voorstelling Warenhuis Paradijs als koopwaar werden aangeboden. Ik bezocht de nu afgebroken repetitieruimten aan de Wijnstraat waar de treinen vanaf station Blaak vlak langs de ruiten raasden. Omdat er geen gewone suiker was dronk een kopje koffie met vanillesuiker die Gerrit ergens in het pand gevonden had.

Het was halverwege de jaren tachtig, ik speelde toneel en werkte op de Fenomena, en het Onafhankelijk Toneel scheidde zich af van Maatschappij Discordia, verhuisde naar de St-Jobsweg en werd zo langzamerhand onder de nieuwe artistieke leiding bekender en beroemder. Mijn band met het OT werd losser en ik miste wel eens een voorstelling. Soms had ik daar later spijt van als ik geweldige recensies las of een gemiste voorstelling een prijs won.

Ik was eerlijk gezegd niet zo gecharmeerd van de grote barokopera's. De kleine kameropera's konden me meer bekoren. In het oude gebouw aan de St-Jobsweg waren fantastisch mooie voorstellingen te zien zoals Platonov, met een geweldige Bert Luppes, waarbij het publiek tussen de bedrijven door van de ene naar de andere tribune moest lopen.

De nieuwe zaal werd geopend met een toepasselijke Ibsen, Bouwmeester Solness, opnieuw met Bert Luppes in een superieure rol. Ik vraag me af hoeveel Ibsens Mirjam Koen heeft gedaan. In het nieuwe gebouw waren mooie festivals, zoals Cordoba, de twee zomerfestivals en sinds drie jaar het Amateur Theater Festival Rotterdam. Ook een eigen voorstelling kon daar gespeeld worden, De mooie onbekende, voor mij alleen al vanwege de locatie een hoogtepunt in mijn eigen carrière als regisseur.

Ton Lutgerink, lange tijd samen met Mirjam en Gerrit lid van de artistieke leiding, stierf. Hij was er niet vanaf het begin bij. Het begin toen het OT een collectief was waar met zijn allen vegaderd moest worden over de kleur van de plinten in het gebouw. Hij hoeft het einde ook niet meer mee te maken. Bijna veertg jaar bestaat het OT. Zo'n 35 lang heb ik ze gevolgd. Soms vond ik het goed wat ze maakten, soms fantastisch en soms minder goed. Er werd altijd gestreefd naar kwaliteit.

Maar dit is geen tijd van kwaliteit. Het draait nu allemaal om kwantiteit. Hoeveel bezoekers je bereikt, hoeveel geld je verdient. Artisticiteit is niet meetbaar. De impact op die ene bezoeker die naar huis wandelt met het gevoel dat-ie in het diepst van zijn ziel is geraakt, is dat ook niet.

De tijd dat einde zestiger jaren en aan het begin van de zeventiger jaren onder het plaveisel de bloemen bloeiden is voorbij. Nu ligt onder het plaveisel het stinkende moeras der onverschilligheid, dat stinkt naar het geld van een op economische wetten gebouwde samenleving. De tijden zijn veranderd, de tijd van Onafhankelijk Toneel is bijna voorbij. Helaas.

maandag, september 24, 2012

Boogaerdt en vd Schoot: Bimbo

Het is alweer even geleden dat we de voorstelling Bimbo hebben gezien, in augustus tijdens het laatste OT Zomerfestival. Het tweede maar ook allerlaatste zomerfestival want het OT gaat verdwijnen tot schande van de gemeente Rotterdam. Daarover later meer. Nu eerst de voorstelling Bimbo van Boogaard en vd Schoot.

De spelers, allen vrouwen, bevinden zich in een kale ruimte, schaars gekleed in seksueel getinte kleding. Het publiek zit op twee rijen banken, aan drie kanten van de ruimte waarin de vrouwen zijn opgesloten. Met de rug naar hen toe. Te kijken naar grote videoschermen. De achterste korte kant is dicht en dient als achterwand. Voor een camera die aan de voorkant van de ruimte staat maken de actrices live een videoclip.

De moraal komt niet zoals gewoonlijk aan het einde maar vooraf. Teksten op de beeldschermen over hoeveel reclame we dagelijks te zien krijgen. Hoeveel blote dames er op televisie vertoond worden. Dat er veel meer ontklede vrouwen te zien zijn dan mannen omdat mannen altijd gekleed getoond worden. Dat vrouwen vaak worden afgebeeld terwijl ze iets aan het strelen zijn.

Op eentonige hiphopmuziek vol slang en Amerikaanse schuttingwoorden werken de vrouwen zich daarna achter onze ruggen uit de naad. Op de schermen voor ons is het resultaat te zien. In het begin een videoclip zoals op MTV vaak te zien zijn langzamerhand ontaardend in een horrorshow. Wij, de toeschouwers, worden heen en weer geslingerd tussen wat voor ons op de schermen te zien is en wat achter ons gebeurt.

Een prachtige voorstelling, terecht geselecteerd voor het Nederlands Theaterfestival. Een voorstelling die je aan het denken zet over het beeld van de vrouw als seksueel beschikbare wezen dat in de media en met name in videoclips wordt geschapen.

zondag, september 23, 2012

Damaged Goods/Meg Stuart: the fault lines

Er gebeurt iets interessants met me nadat ik de voorstelling the fault lines heb gezien. Een voorstelling die vorig jaar ook te zien zou zijn in de Internationale Keuze, maar toen wegens ziekte werd afgelast. Bij
het verlaten van de zaal is mijn eerste indruk vooral 'saai'.

Maar als ik later de zaal inloop voor de volgende voorstelling Ghost road vraagt Mijn Oude Leermeester me wat ik van the fault lines vond. Ik antwoord: 'Voornamelijk saai' en hij zegt 'Ik vond het prachtig... maar soms ook wel saai.' Waarna mijn mening in retrospectief ineens een kwartslag draait. Na zijn opmerking krijg ik plotseling meer waardering voor de sterke punten en verdwijnen de zwakke naar de achtergrond. Ook het langzame tempo wordt minder belangrijk.

Het is een choreografie voor twee dansers, een man en een vrouw, die begint als een soort ruzie. De man en vrouw slaan elkaar met gestileerde bewegingen (Philipp Gehmacher en Meg Stuart). Rechts op het voortoneel zit een man lange tijd onbeweeglijk met de rug naar ons toe. Het is de videokunstenaar Vladimir Miller die pas halverwege the fault lines in actie komt om met camera en beamer beelden aan de performance toe te voegen. Geen grote close-ups maar juist kleine details in een cirkelvormig beeld en voegt hij al tekenend met een pen lijnen toe aan beelden van de dansers.

Wat het allemaal te betekenen heeft? Geen idee, maar het ziet er intrigerend en spannend uit. Het enige is dat het zoals gezegd allemaal nogal langzaam gaat.

maandag, september 17, 2012

François Mauriac: Le Sagouin


Le Sagouin ( De deugniet) van François Mauriac is het verhaal van Paule een jonge eerzuchtige vrouw, die met een baron is getrouwd. Dat heeft ze gedaan om deel uit te kunnen maken van de sprookjesachtige wereld van de adel en om te kunnen leven op een kasteel. Ze komt echter van een koude kermis thuis.

Zelf dochter van een burgemeester, trouwt ze met de enigszins achterlijke Galéas. Uit de enige keer dat die twee het bed met elkaar delen wordt een nogal lastig kind geboren. Ze doet beklag over haar situatie bij de pastoor van het dorp tijdens lange wandelingen in de omgeving van het dorp waardoor de dorpsbewoners het onschuldige tweetal verdenken van een overspelige relatie. De pastoor vertrekt maar de schande blijft aan Paule kleven. Daarmee vertrekt ook god uit de kapel van het kasteel.

De kleine belhamel Guillou voelt zich door iedereen afgewezen. Hij hoort de gesprekken van de volwassenen om hem heen aan zonder ze echt te begrijpen. Niemand houdt van hem dat is duidelijk. Zijn moeder, zijn grootmoeder Mamie, en de Oostenrijkse dienster Fraülein maken ruzie over zijn opvoeding en zijn vader bemoeit zich nergens mee. Die neemt hem alleen mee naar het kerkhof van Cernès dat de baron aanveegt en onderhoudt, één van de weinige baantjes waar hij geschikt voor is.

Het verhaal komt in een stroomversnelling als Guillou na schooltijd privéles krijgt van de communistische onderwijzer van het dorp. Die laat hem voorlezen uit zijn lievelingsboek van Jules Verne en geeft hem Alleen op de wereld mee om te lezen. Als deze onderwijzer Guillou tenslotte ook afwijst op politieke gronden, spoedt het boek zich naar het dramatische einde. Mijns inziens blijft het verhaal daardoor iets te schetsmatig en identificeer je je niet echt met één van de vijf hopeloze hoofdpersonen. Vijf hoofdpersonen is te veel voor deze korte novelle. Niet het beste werk van Mauriac.

donderdag, september 13, 2012

IJsjes en meisjes


Omdat meisjes niet dik mogen worden neemt alleen de jongen een ijsje en voert hij zijn meisje van tijd tot tijd een hapje opdat zij haar slanke vorm behoudt.

maandag, september 10, 2012

Oom agent is je beste kameraad


Twee agenten in korte broek staan met elkaar te ginnegappen voor het stadhuis van Besançon.

zondag, september 09, 2012

John Steinbeck: Muizen en mensen



Aanleiding om dit boekje ter hand te nemen dat al een tijdje stond te verstoffen in de boekenkast, is het boek dat Geert Mak onlangs heeft doen verschijnen naar aanleiding van John Steinbeck's Travels with Charley en de filmversie van Grapes of wrath (John Huston) die ik niet lang geleden heb gezien..

Muizen en mensen (1937) gaat over George en Lennie, twee mannen op de vlucht tijdens de grote crisis. Wat er precies gebeurd is in Weeds wat precies hun relatie is tot elkaar en waar ze vandaan komen wordt nooit precies duidelijk maar het is duidelijk dat Lennie, een dommekracht die niets onthouden kan, het vermogen heeft zich binnen de kortste keren in de nesten te werken waardoor ze opnieuw zullen moeten vluchten.

Ze komen aan op een boerderij tussen een stel mannen en een vrouw, de nergens bij haar eigen naam genoemde 'Curly's vrouw'. Er is Candy, een oude man die een hand mist, belast met het vegen van de vloer. Er is Slim, een lange dunne paardenmenner. Er is Crooks, de enige zwarte man in het gezelschap die apart woont. Er is Carlson, die een pistool heeft. En is een man die Whit heet, waarover Steinbeck ons verder weinig meedeelt. Tenslotte is er de man van 'Curly's vrouw', Curly zelf, zoon van de baas, en een ruziezoeker die iedereen uitdaagt.

Tussen de mannen hangt een broeierige spanning die wordt aangewakkerd door de enige vrouw in het gezelschap. Zij is voortdurend op zoek naar haar man. Hij, Curly, is voortdurend op zoek naar haar en vreselijk jaloers, bang dat zijn vrouw hem met een van de anderen bedriegt of zal bedriegen. Het komt tot een confrontatie tussen hem en Lennie waarbij hij het onderspit delft. Zijn hand wordt fijngeknepen in de vuist van Lennie.

Maar George en Lennie hebben een droom die hen op de been houdt. Ooit zullen ze een boerderij hebben en dan zal Lennie, mits hij zich goed gedraagt, voor de konijnen mogen zorgen. Ze betrekken de oude veger Candy in hun plan en ook de zwarte Crooks zou best met hen mee willen doen.

Natuurlijk gaat het niet goed. Uitiendelijk loopt de geschiedenis uit in een drama. Lennie slaat op de vlucht, achtervolgd door de mannen van de ranch, met George in hun midden. Alleen in zijn schuilplaats krijgt Lennie hallucinaties, herinneringen aan vroeger komen boven, aan zijn tante Clara, en er verschijnt hem zelfs een sprekend konijn.

Op elke rommelmarkt is altijd wel een boek van John Steinbeck te vinden. Als Nobelprijswinnaar en niet echt ontoegankelijk is hij een schrijver van alle tijden. In de tijd dat ik op de middelbare school zat was Muizen en mensen (Of mice and men) zo'n boek dat vaak door leerlingen werd gekozen om op de boekenlijst te zetten voor het vak Engels. Lekker dun dus snel te lezen. Om de een of andere reden heb ik het toen niet gelezen, en ook later niet, toen ik wel boeken van Steinbeck ging lezen zoals Tortilla flat, Cannery row en (in het Nederlands) De verdoolde bus (The wayward bus). Net als dit Muizen en mensen allemaal tijdloze boeken over gewone mensen die nog steeds zeer de moeite van het lezen waard zijn.

zaterdag, september 08, 2012

J.-K. Huysmans: Op drift



Jean Folantin is een eenzaam persoon. Hij heeft een saaie baan en vervelende collega's. 's Avonds gaat hij op pad om een goed restaurant te zoeken, telkens wordt hij teleurgesteld. Voor liefde ging hij naar de hoeren, maar die slechte gewoonte heeft hij afgezworen. Ook daar werd hij te vaak teleurgesteld.

Folantin is een negentiende-eeuwse voorloper van de hoofdpersoon van De walging van Sartre. In prachtige volzinnen en mooie metaforen beschrijft Huysmans het moderne levensgevoel van de antiheld in dit dunne boekje, Op drift, uit 1882.

Soms lijkt het hem te gelukken om gelukkig te worden, maar steeds opnieuw gaat het mis. Hij ontmoet een oude kennis en even lijkt het er op dat er een vriendschap zal ontstaan. Maar de kennis neemt hem mee naar een nog slechter en luidruchtig eethuis. Vervolgens bezoeken ze een opera waar Folantin zich ergert aan de acteurs, en op botte wijze neemt hij afscheid. Alles beschreven in een barokke en flamboyante stijl.

Dan besluit hij zijn eten thuis te laten bezorgen om niet meer naar restaurants te hoeven zoeken, maar na de eerste euforie gaat het ook met dit eten snel bergafwaarts. De soep is elke dag hetzelfde en het komt steeds later en is iedere dag minder warm.

Tenslotte besluit hij dan toch weer een restaurant te bezoeken en gaat tot overmaat van ramp ook nog tegen zijn zin mee met een publieke vrouw. Waarna duidelijk is dat het met die Folantin nooit wat zal worden.

Je identificeert je niet met het noodlot van de existentiele held. Je kunt wel heerlijk om hem lachen.

vrijdag, september 07, 2012

Geheimzinnige plek



Onder het viaduct waar de snelweg de Jacques Dutilhweg kruist, tussen fietsknooppunten 77 en 78 bevindt zich een geheimzinnige plek. Ik fiets er regelmatig langs, op weg naar een repetitie in Zevenkamp. Drie banken en een lantaarnpaal vormen een vreemd carre. Om er te komen moet je een modderig pad oversteken.



Wie wil hier nu gaan zitten? Overdag is er geen zon, 's nachts is er alleen die eenzame lantaarnpaal. Enige tijd geleden stond er vlakbij onder hetzelfde viaduct een tent. Op het randje dat op de bovenste foto rechts te zien is. Voor de ingang van de tent een paar schoenen. De bewoner heb ik nooit gezien, maar op een gegeven moment moet de politie de zwerver toch hebben ontdekt en hem gesommeerd te vertrekken. Maar zelfs nu die zwerver vertrokken is blijft het een geheimzinnige plek.

donderdag, september 06, 2012

Rotown college

Buiten is het terras vol. Het is vanavond vrij plotseling weer eens een zwoele zomeravond. Binnen is het bijna leeg. Maar tussen half tien, de officiële aanvangstijd, en kwart voor tien loopt Rotown toch langzaam vol. Muzikanten begroeten elkaar. Geen gewone hand wordt er gegeven maar iets tussen een handdruk en een hi five in. Mannen in pakken drentelen enigszins nerveus rond of staan juist relaxt met vrienden te praten. Zo bereidt iedereen zich op zijn eigen manier voor op een optreden.

Dan verschijnt presentatrice Elfie Tromp op het podium, in strakke gouden broek. Ze verklaart de functie van Rotown College met behulp van een spiekbriefje. De namen van de deelnemende organisaties zijn ook niet gemakkelijk te onthouden. Zadkine, Albeda, de Erasmus Universiteit en Rotown hebben de handen ineen geslagen om jonge popmuzikanten, studenten nog, een kans te geven om op te treden. Op een goed podium, met goed licht en goed geluid en naar nu blijkt, voor een geinteresseerd publiek.

Jared Grant bijt met een tienkoppige band het spits af. Blazers, achtergrondzangeressen, toetsen, gitaar, bas en drums, het is er allemaal. Soul is het wat hij brengt, Motown maar ook een vleug Stax en Atlantic als het meer funky wordt. We horen echo's van Al Green en de Doobie Brothers. Lekkere dansbare muziek en het lukt Jared dan ook om de voeten van de vloer te krijgen. Een goede start van het allereerste Rotown College.

Daarna, na een korte pauze, is het tijd voor het optreden van de Rizzo Family, de mannen in zwarte pakken, de dame in een zwart gilet, een naam als van een mafia-familie. Deze viifmansformatie maakt stevige powerpop, het soort muziek dat we kennen van Anouk. De zangeres trekt haar scheur ver open en de gitarist soleert er lustig op los. Het is goed gedaan maar niet mijn soort muziek. Maar gelukkig zijn er genoeg mensen die mijn mening niet delen en wordt er zelfs nog een toegift verlangd.

Wat me deze avond het meest verbaast is dat geen van de organiserende partners aanwezig is, zelfs de coördinator van Codarts onbreekt. Niemand van het gezelschap waarmee ik voor de vakantie aan tafel zat om dit initiatief voor te bespreken en afspraken te maken, is er. Alleen de mensen van Rotown zijn er, de directeur, de programmeur. Niemand van het Albeda College, van Zadkine, van Codarts. Ze zouden toch net als ik, en mijn collega's waarvan er wel een aantal gekomen is, nieuwsgierig moeten zijn hoe dit experiment verloopt? Vreemd.

woensdag, september 05, 2012

Vijver

Een grote bak vol met vissen staat in het fort dat Vauban in Besancon heeft laten bouwen. Een jongen aait de vissen.

De warme winkel: Luitenantenduetten

In de kelder van galerie Dek22 spelen de twee acteurs van De Warme Winkel de voorstelling Luitenantenduetten in het kader van het OT Zomerfestival. Het tweede OT Zomerfestival want in 2010 was een eerste editie. Net als toen zijn er ook nu een aantal interessante gasten uitgenodigd om hun voorstellingen in het OT Theater of, zoals deze, op locatie in de buurt.

Vanuit de foyer van het OT Theater aan de Mullerpier worden we meegevoerd naar een zijdeurtje van galerie Dek22, gaan een trapje naar beneden en komen in een onderaardse kelderruimte terecht waar de twee acteurs al op ons zitten te wachten bij een klein kacheltje dat niet brandt. Achter hen een wand van grijze paardendekens. Op de voorgrond een overheadprojector die net als het kacheltje ook niet brandt.

De twee luitenanten zijn beschermers van de kunst, en de kunst wordt bedreigd. De kunst is een vrouw, wat mooi wordt uitgebeeld door de ene acteur die een bruidsjurk als een slabbetje omknoopt, en ons vertelt dat ze voortdurend wordt verkracht door de mannen en dat ze daarom alle mannen dood gaat schieten. Lange mannen, korte mannen, dikke mannen, dunne mannen, etc., etc. De ander schminckt zijn gezicht zwart en verbeeldt zo een neger. En een neger is alleen maar goed om muziek te maken.

Zo scheppen de mannen door middel van associaties het beeld van de bedreigde kunst. Bedreigd door de barbaren, bedreigd van alle kanten. Van tijd tot tijd horen we een zware brom van een machine alsof een metro voorbijkomt, de deur gaat open en de mannen lijken er naar toe te worden gezogen. Ook hiervan gaat een onbekende dreiging uit. Er is een prachtige slapstickscène waarin de mannen met een geweer in de hand worstelen met hun stoel en tenslotte gaan de paardendekens naar beneden en tonen ze ons een expositie van schilderijen op de muren geprojecteerd door middel van overhead projectoren.

En dan komt de bittere moraal. Voor kunst moet betaald worden. Op het programma staat dat men betalen mag naar eigen inzicht. Maar dat blijkt niet helemaal het geval. Ons wordt voorgerekend wat de voorstelling heeft gekost. Wat 'men' in het algemeen voor een avond uit moet betalen. Waardoor we onder druk gezet worden zoveel mogelijk in de hoge hoed te stoppen die ons onder de neus wordt gehouden. Net terug uit Frankrijk waar de artiesten een stuk beleefder zijn komt dit op ons over als groffe Hollandse geldlust en koopmansgeest. Het komt hard en rauw aan. En zet toch tot denken aan.

maandag, september 03, 2012

Bij de pashokjes

Terwijl mijn lief kleding past in de Promod in Dijon, fotografeer ik een man die net als ik zit te wachten tot zijn lief haar kleding aan heeft.

Txt. Alles is mogelijk in zestien verhalen



Uw gastheer Abdelkader Benali.

De titel is enigszins misleidend. Van de zestien prozateksten die deze door Abdelkader Benali in samenwerking met een aantal leraren nederlands samengestelde bundel bevat, zijn er maar vier echte verhalen. Het andere dozijn is of een hoofdstuk of een fragment uit een roman. Echte verhalenschrijvers zoals Bob den Uyl, F.B. Hotz en J.M.A. Biesheuvel ontbreken en van korte-stukken-schrijver Remco Campert is het laatste hoofdstuk van Het leven is vurrukkulluk opgenomen en geen kort verhaal. Dat is jammer.

Keuze
De keuze van schrijvers is voor mij verrassend. Een groot aantal jonge schrijvers kende ik nog niet. Andere schrijvers kende ik van naam maar had ik nog nooit iets van gelezen. Ook zijn er schrijvers bij waar ik wel iets van had gelezen maar ik wist niet meer wat. Zoals F. Springer, de schrijver van het geweldig spannende openingsverhaal Een eskimo op het dak. Van Wanda Reisel had ik eens een aantal toneelstukken gelezen maar het fragment waarmee ze hier vertegenwoordigd is, vond ik niet veel aan. Van Arthur Japin had ik het boekenweekgeschenk gelezen (waar ik niets aan vond), en daarvan vind ik het opgenomen fragment dan weer wel erg spannend. Van Tommy Wieringa is een stuk uit Joe Speedboat opgenomen, een boek dat ik tot de helft heb gelezen, zonder dat ik sindsdien de lust heb gevoeld het verder uit te lezen.

Echte verhalen
Het mooist zijn toch de echte verhalen. Begeerte van Manon Uphoff uit de gelijknamige bunel. Over een jong meisje dat voor het eerst met een man naar bed gaat. Een vreemde, onbekende man die haar meeneemt naar een kamer met meer mannen en het dan achter een gordijntje met haar doet. Een buitenkansje van Margriet de Moor, over een oudere vrouw met een antiekzaak die het aanlegt met een onbetrouwbare jongeman en Alcohol en Zeeschelpen van Rashid Novaire, iemand waarvan ik zelfs de naam nog nooit had gehoord. Dat is eveneens een mysterieus verhaal over een groep jongens die zich met vreemde zaken bezighoudt en dat begint met de prachtige regel 'We scheidden het water van de pure drank.' En zoals gezegd het verhaal van Springer. Over een groep jonge mensen die een hete zomerdag op het dak doorbrengt. Je voelt dat er iets verschrikkelijks staat te gebeuren en dat gebeurt dan uiteindelijk ook.

Indrukwekkend
Indrukwekkend vond ik ook het fragment Na Valentijn van Esther J. Ending over een hippiegezin dat wordt geterroriseerd door een Spaanse stiefvader met losse handjes.
Ook schrijvers die de laatste jaren veel succes hadden en van wie ik nog nooit iets had gelezen staan er in, zoals Herman Koch en Franca Treur. Die konden mij echter maar matig bekoren. Wie blijven dan nog over? Dimitri Verhulst met een gedeelte uit zijn succesroman De helaasheid der dingen, erg grappig en Joris van Casteren, Rob van Essen, Jannah Loontjens en Stephan Enter (Jeune premier).

Thema
Dat laatste verhaal, geschreven in de jij-vorm, is weer erg bijzonder. Opnieuw over een jongen op de middelbare school, over zijn eerste verliefdheid in een klein christelijk dorp. Pas bij dit laatste verhaal valt me ineens op dat de verhalen ook wat thema betreft bij elkaar gezocht zijn. Dit is tenslotte een boek voor middelbare scholieren. De hoofdpersonen uit de verhalen zitten allemaal op de middelbare school.
De inleidingen die Abdelkader Benali bij de verhalen schreef zijn enthousiasmerend en informatief, met verwijzingen naar andere boeken en soms naar bijpassende muziek.

Grunberg
Al met al een interessante dwarsdoorsnede van de moderne nederlandse literatuur. Met uitschieters naar boven en naar beneden. Is de nederlandse literatuur nu mijn literatuur? Nee, niet echt. Ik vertel altijd dat Arnon Grunberg de enige moderne nederlandse schrijver is die ik lees. Die staat er niet in, alhoewel een fragment uit Blauwe maandagen of Thirza er goed in had gepast, of het korte verhaal Brief aan M.