maandag, maart 28, 2016

Esther Gerritsen: Broer

In Broer van Esther Gerritsen gaat het over Olivia Landman en haar broer Marcus. Op de eerste pagina krijgt Olivia te horen dat Marcus als gevolg van de verwaarlozing van zijn suikerziekte waarschijnlijk een been zal moeten missen. Terwijl ze zich de laatste jaren absoluut niet verbonden heeft gevoeld met haar broer raakt dit een gevoelige snaar. Tijdens een belangrijke aandeelhoudersvergadering hoort ze het nieuws en ze gooit onmiddellijk het werk neer om naar haar broer te rijden.

Broer is het jaarlijkse Boekenweekgeschenk, een korte novelle van tegen de honderd pagina's. Als je nooit eerder een boek van de desbetreffende schrijver hebt gelezen is het ieder jaar weer een mooie introductie op het werk van een onbekende schrijver. Dat geldt ditmaal ook voor mij en het werk van Esther Gerritsen. Ik ken Esther Gerritsen van haar theaterteksten die ik nooit zelf las maar regelmatig heb gehoord. Meestal gingen die over onaangepaste protagonisten, een tikkeltje gestoord. Mooie teksten.

Ook met Olivia en Marcus is iets aan de hand. Marcus leefde in een caravan, kon slecht voor zichzelf zorgen, als gevolg waarvan hij nu een been is kwijtgeraakt. Olivia leeft een voor het oog gelukkig leven met man en zoons. Maar in dat geluk komen tijdens het verhaal steeds meer barsten zoals in het bord op de omslag van het boek. Ook in haar werk gaat het niet allemaal op rolletjes. Ze probeert de handel in serviezen van de familie Kyvon, een oud familiebedrijf, te redden maar alles wijst er op dat dit niet zal lukken. Langzamerhand raakt ze verder en verder verwijderd van de mensen om haar heen en wordt haar plaats ingenomen door haar broer.

Een gegeven paard mag je niet in de bek kijken, luidt het spreekbeurt. Toch heeft iedereen altijd een mening over het boekenweekgeschenk. Ik heb er van genoten, het beviel me beter dan de drie voorgaande die ik me herinner. De novellen van Dimitri Verhulst, Tommy Wieringa en Tom Lanoye vielen me alle drie nogal tegen.

zondag, maart 27, 2016

Ro Theater: Helga Maria Baumgarten

"Centraal in de stukken van Esther Scheldwacht staat een mens die men voorbij loopt, maar waar een groot verhaal achter schuilt." In het geval van Helga Maria Baumgarten is dat een verpleegster in een psychiatrische kliniek. Esther Scheldwacht creëerde dit personage zelf als bijrol in het stuk Bossen waarin ze eerder bij het Ro Theater speelde. De figuur bleef in haar hoofd vastzitten en na de twee monologen die ze eerder bij het Ro produceerde (De Sunshine Show en Op een mooie Pinksterdag die ik beide niet heb gezien) is hier het derde deel van de trilogie. Alle drie de stukken zijn nu in een boekje bij het Ro Theater te koop.

In het eerste half uur van de voorstelling zegt de hoofdrolspeelster niets. Ze komt binnen in haar slaapkamertje, een kleine cel met weinig meer dan een bed en een televisie. Ze kijkt televisie (we horen het geluid van Bob Ross die aan het schilderen is en uitlegt wat hij doet), schilt een appel, eet. Ze trekt haar kleren uit en gaat naar bed. Onder haar matras haalt ze een rok met ruches te voorschijn en een hoofdkapje met een pauwenveer, gaat af en even later komt ze vanachter het decor naar boven en speelt een koorddansact op de bovenste rand van het decor, haar slaapkamer of cel. Dan laat ze zich van die rand naar beneden zakken en komt weer terug bij haar bed (foto boven). Dit herhaalt zich een keer en dan wordt ze zich ineens bewust van ons, het publiek.

Dan begint het tweede deel van de voorstelling waarin Helga Maria Baumgarten in discussie gaat met haar schepper Esther Scheldwacht. De eerste wil helemaal niet op een toneel staan, wil helemaal niet gezien worden door ons. Esther moet haar eigen verhaal maar vertellen en zich niet verschuilen achter het hare, het verhaal van een Chinees meisje uit een circusfamilie dat is verkocht aan een Duitse circusdirecteur en nu werkt in een inrichting. Dat doet Esther, o.a. met het verhaal van de slavenhandel door Nederlanders in Indonesië. Want niet alle slaven kwamen uit Afrika, ook uit Indonesië, en de geschiedenis van de slavernij in Oost-Indië eindigt pas bij aanvang van de Eerste Wereldoorlog in 1914. Maar het gaat ook over acteren, over jezelf zijn op het toneel.

In het laatste deel van de voorstelling vraagt Esther tenslotte aan Helga om haar verhaal te vertellen. Ondanks dat Helga heeft gezegd dat ze geen prater is komt zij dan ook los. Zij vertelt ons hoe ze de liefde van haar leven verloor, van haar mislukte leven als artieste in het circus, waardoor ze tenslotte als verpleegster in de kliniek kwam te werken.

Esther Scheldwacht is een fenomenaal actrice. Dat is vooral te zien in hoe ze de twee rollen speelt. Nooit is onduidelijk wie van de twee aan het woord is. Grappig is het als ze ons vertelt dat alles wat ze zegt opgeschreven is, van te voren bedacht. Ook het eerste half uur waarin niet gesproken wordt is fascinerend. Maar de voorstelling zelf vind ik wisselvallig. De drie delen sluiten niet echt op elkaar aan, zijn erg verschillend van vorm, waardoor het geen geheel wordt.

Conclusie: ik ben blij dat ik de voorstelling heb gezien en ik verwacht dat die nog wel een tijdje door zal blijven spoken in mijn hoofd. Dat is niet negatief bedoeld. Ik ben meer verward dan teleurgesteld.

vrijdag, maart 25, 2016

David van Reybrouck: Zink


Voor de Boekenweek 2016 schreef David van Reybrouck het essay: Zink. Over het ministaatje Neutraal Moresnet dat bestond van 1816 tot 1919, ingeklemd tussen Nederland, België en Duitsland. Vlakbij de Vaalserberg lag toen korte tijd geen drielandenpunt maar een vierlandenpunt. Meer dan een eeuw lang heeft het bestaan. Van Reybrouck vertelt de geschiedenis van het land aan de hand van het verhaal van één persoon. Dat is Emil, een man die zonder te verhuizen vier nationaliteiten heeft gehad.

Het is een tragisch verhaal, het verhaal van Emil, die wordt geboren als kind van een dienstbode die ongewenst zwanger wordt van haar baas. Hij stuurt haar, het levende bewijs van zijn zondig gedrag, onmiddellijk weg en ze bevalt in Neutraal Moresnet van Emil. Het is dan rond 1900, het begin van de twintigste eeuw.

Moresnet is dan een klein landje dat afhankelijk is van de zinkwinning. Maar dat is niet het enige dat er te vinden is. Er zijn ook drankstokerijen, cabaretten, bordelen, smokkelaars, filantropen en bossen. Ook is het esperanto er korte tijd de officiële landstaal.

Van Reybrouck mengt geschiedenisles met faits divers uit het leven van Emil. Hoe iemand's identiteit heen en weer geslingerd kan worden door de grote gebeurtenissen die de wereld veranderen en daarmee een hulpeloos slachtoffer vermalen tussen de raderen.

dinsdag, maart 22, 2016

Umberto Eco: De naam van de roos

Umberto Eco stierf en ik realiseerde me dat ik nog nooit ook maar één enkel boek van hem had gelezen. In mijn e-reader zat De naam van de roos en in mijn iPad De begraafplaats van Praag. Omdat een e-reader een stuk prettiger leest koos ik voor de eerste.

De naam van de roos is een thriller met diverse niveau's. Er is een spannend detectiveverhaal met William Baskerville als  Sherlock Holmes en zijn novice Adson als Watson. Deze Adson is net als in de verhalen van Conan Doyle de verteller. De lijn van het verhaal lijkt op Tien kleine negertjes van Agatha Christie waarbij ieder keer een nieuw slachtoffer valt. In dit geval een monnik. Het lijkt er op dat de moordenaar de plagen van de Bijbelse apocalyps volgt in de manieren waarop iedere volgende moord wordt gepleegd.

Daarnaast gaat het verhaal over geloof, vertelt het een gedeelte van de waargebeurde geschiedenis van de minderbroeders, de volgelingen van Sint Franciscus, en gaat het over symbolen en tekens. Geen gemakkelijk boek en toch leest het als een trein. Een echte page-turner. Dus die begraafplaats van Praag ga ik ook nog eens lezen.

Stukafest Rotterdam 2016

Het was in februari weer Stukafest-tijd en dus zetten overal in Nederland studenten hun kamers weer open voor optredens tussen de bierkratten en stinksokken. Alhoewel ik dat laatste nog nooit heb meegemaakt tijdens mijn bezoeken aan dit festival. Samen met mijn collega ga ik op stap van studentenhuis naar studentenhuis en we starten in de Beatrijsstraat.

Pandora's Complex

Daar zou volgens de folder Collective Joop optreden maar ze hebben hun naam in de tussentijd veranderd en heten nu Pandora's Complex als ik het goed heb onthouden. Een jazz quartet bestaande uit een drummer, een bassist die Joop heet, een trompettist en een gitarist. Ze spelen vakkundig een soort cool jazz die niet echt mijn ding is. Maar het klinkt goed en het is gezellig in de kamer waar ik op een kast nog een schildering van de Tigra-dame ontdek. Ik ben benieuwd door wie en waarom die daar geschilderd is maar het is me niet helemaal duidelijk van wie deze studentenkamer is en we moeten alweer verder zonder dat ik het heb gevraagd.

NNTwee

NNTwee is de jongerenafdeling van het Noord Nederlands Toneel (NNT) en zij spelen een kort theaterstuk getiteld Eerste Hulp Bij Comakijken. Dit naar aanleiding van de tien uur durende voorstelling gebaseerd op de Deense seerie Borgen. Die wordt binnenkort gespeeld door het NNT zelf.
NNTwee speelt op de Nieuwe Binnenweg in een studentenkamer met een heuse ingebouwde bar. De acteurs zelf spelen met een simpel gebouwde poppenkast. Er is een Deense dame die een therapie heeft ontwikkeld om van het binge-watchen af te komen en ze neemt daarom iemand uit het publiek als proefkonijn. Om hem te helpen. De nogal hulpeloze en stuntelige jongeman blijkt uiteindelijk zelf ook een acteur in deze bijzonder komische sketch. Vooral zoals de twee spelers in de poppenkast een kruising tussen poppen, commedia del'arte en Brechtiaans vervreemdingstheater spelen is erg sterk. Daarna op naar de volgende kamer, de kamer van Lotte.

Nele Needs A Holiday

Nele Needs A Holiday is een Vlaamse dame die zichzelf begeleidend op de ukelele grappige Engelstalige liedjes speelt. Ze heeft bijzonder veel zelfspot en heeft een nogal drukke manier van doen die haar act heel erg grappig maakt.

Al met al weer een geslaagde avond. Volgend jaar weer Stukafest.