zondag, maart 27, 2016

Ro Theater: Helga Maria Baumgarten

"Centraal in de stukken van Esther Scheldwacht staat een mens die men voorbij loopt, maar waar een groot verhaal achter schuilt." In het geval van Helga Maria Baumgarten is dat een verpleegster in een psychiatrische kliniek. Esther Scheldwacht creëerde dit personage zelf als bijrol in het stuk Bossen waarin ze eerder bij het Ro Theater speelde. De figuur bleef in haar hoofd vastzitten en na de twee monologen die ze eerder bij het Ro produceerde (De Sunshine Show en Op een mooie Pinksterdag die ik beide niet heb gezien) is hier het derde deel van de trilogie. Alle drie de stukken zijn nu in een boekje bij het Ro Theater te koop.

In het eerste half uur van de voorstelling zegt de hoofdrolspeelster niets. Ze komt binnen in haar slaapkamertje, een kleine cel met weinig meer dan een bed en een televisie. Ze kijkt televisie (we horen het geluid van Bob Ross die aan het schilderen is en uitlegt wat hij doet), schilt een appel, eet. Ze trekt haar kleren uit en gaat naar bed. Onder haar matras haalt ze een rok met ruches te voorschijn en een hoofdkapje met een pauwenveer, gaat af en even later komt ze vanachter het decor naar boven en speelt een koorddansact op de bovenste rand van het decor, haar slaapkamer of cel. Dan laat ze zich van die rand naar beneden zakken en komt weer terug bij haar bed (foto boven). Dit herhaalt zich een keer en dan wordt ze zich ineens bewust van ons, het publiek.

Dan begint het tweede deel van de voorstelling waarin Helga Maria Baumgarten in discussie gaat met haar schepper Esther Scheldwacht. De eerste wil helemaal niet op een toneel staan, wil helemaal niet gezien worden door ons. Esther moet haar eigen verhaal maar vertellen en zich niet verschuilen achter het hare, het verhaal van een Chinees meisje uit een circusfamilie dat is verkocht aan een Duitse circusdirecteur en nu werkt in een inrichting. Dat doet Esther, o.a. met het verhaal van de slavenhandel door Nederlanders in Indonesië. Want niet alle slaven kwamen uit Afrika, ook uit Indonesië, en de geschiedenis van de slavernij in Oost-Indië eindigt pas bij aanvang van de Eerste Wereldoorlog in 1914. Maar het gaat ook over acteren, over jezelf zijn op het toneel.

In het laatste deel van de voorstelling vraagt Esther tenslotte aan Helga om haar verhaal te vertellen. Ondanks dat Helga heeft gezegd dat ze geen prater is komt zij dan ook los. Zij vertelt ons hoe ze de liefde van haar leven verloor, van haar mislukte leven als artieste in het circus, waardoor ze tenslotte als verpleegster in de kliniek kwam te werken.

Esther Scheldwacht is een fenomenaal actrice. Dat is vooral te zien in hoe ze de twee rollen speelt. Nooit is onduidelijk wie van de twee aan het woord is. Grappig is het als ze ons vertelt dat alles wat ze zegt opgeschreven is, van te voren bedacht. Ook het eerste half uur waarin niet gesproken wordt is fascinerend. Maar de voorstelling zelf vind ik wisselvallig. De drie delen sluiten niet echt op elkaar aan, zijn erg verschillend van vorm, waardoor het geen geheel wordt.

Conclusie: ik ben blij dat ik de voorstelling heb gezien en ik verwacht dat die nog wel een tijdje door zal blijven spoken in mijn hoofd. Dat is niet negatief bedoeld. Ik ben meer verward dan teleurgesteld.

Geen opmerkingen: