maandag, december 26, 2011

James Joyce: Ulysses



Ik had me voorgenomen om voordat ik met mijn oudste dochter naar Dublin vertrok 'nog even snel' Ulysses van James Joyce te lezen. Op mijn mobiele telefoon. Er kwamen wat andere boeken tussen die ik ook nodig moest lezen, het schoot niet echt op, en uiteindelijk was ik op ongeveer een kwart van het boek toen ik in Dublin aankwam. In Dublin las ik gestaag verder op momenten dat dat uitkwam en kwam ik door de omgeving meer en meer in het boek. Op de regenachtige laatste dag in Dublin liep ik in mijn eentje de Joyce-wandeling waardoor het boek nog meer ging leven. Voor € 2,39 kocht ik een fiks afgeprijsd papieren exemplaar, een Wordsworth Classic, en daarmee stapte ik op het vliegtuig.

Terug in Nederland las ik verder maar tegen de slotmonoloog van Molly zag ik op, zo'n zestig pagina's zonder leestekens, en ik legde het boek weg om tussendoor een paar andere boeken te lezen. Ondertussen had ik een ereader en daarmee werd het lezen van Ulysses een stuk makkelijker. Moeilijke Engelse woorden kunnen snel worden opgezocht in het woordenboek van het apparaat.

Maar nu is het dan zo ver. Op weg naar Schiphol, om mijn oudste dochter op te halen van vier maanden in Ierland, lees ik in de tunnel onder de landingsbanen de laatste pagina. Vlak voordat ze me sms't dat ze is geland.

Dan nu het boek zelf. Ik had me er eerlijk gezegd niet al te veel van voorgesteld. Moeilijk en onleesbaar, meer iets voor literaturvorsers dan voor de gewone lezer. Dat is gelukkig niet waar. Je moet er moeite voor doen, dat is waar maar zoals de inleider van mijn papieren kopie, de heer Cedric Watts zegt moet je dat ook als je de Mount Everest wilt beklimmen.

Wat mij het meest verbaasde is de humor. Ik verwachtte een serieus boek maar het zit vol grappen. Literaire grappen en verwijzingen, maar ook boertige en scabreuze humor en groteske situaties zoals in het als filmscenario geschreven hoofdstuk dat in Nighttown speelt, de hoerenbuurt van Dublin.

Die hoerenbuurt is nu omgetoverd in een keurig zakendistrict met grote gebouwen van glas en staal, leer ik tijdens mijn Joyce-wandelng, en een straat aldaar is hernoemd tot James Joycestraat. Ik weet niet of Joyce hier blij mee zou zijn geweest.

Maar al met al wordt Ulysses niet zonder reden een meesterwerk genoemd. Het is een bijzonder boek, een rijk boek. In bepaalde opzichten lijkt het op andere beroemde boeken zoals Moby Dick of de Max Havelaar in de manier waarop verschillende schrijfstijlen met elkaar worden gemengd maar dit boek is wat dat betreft veel experimenteler en veelomvattender. Een boek om om de tien jaar te herlezen. Om daarmee steeds niieuwe dingen te ontdekken. Geen boek om te lezen als je jong bent en nog weinig hebt gelezen.

zondag, december 25, 2011

Ro theater: Woest Water

Een spectaculair verhaal moest het worden, de voorstelling Woest Water van het Rotheater. Een jongetje zonder vader wordt opgeslokt door de wasmachine en beleeft een spannend avontuur op zee op zoek naar vriendschap en naar zichzelf. Met geweldig mooie decors om de avonturen op zee en onder water te verbeelden. Kosten noch moeite zijn gespaard. Het team bestaat uit: een goede acteur in de hoofdrol, Gijs Naber, met als gastactrice de cabaretière Sanne Wallis de Vries. De schrijver is Don Duyns, de schrijver van een aantal succesvolle familievoorstellingen van het Ro. En de regisseur is die van één van de mooiste familievoorstellingen van het Ro aller tijden, Niek Kortekaas van Heksen, onder artistieke supervisie van Pieter Kramer. Wat ging daar mis?

De decors van NIek Kortekaas zijn geweldig, dat moet gezegd worden. Maar het verhaal, de liedjes en de zang weten nergens te raken. Het verhaal sleept zich moeizaam voort naar het o zo voorspelbare einde. Dat het verhaal zo afgezaagd is hoeft geen probleem te zijn, er zijn al tal van versies gemaakt van de Odyssee en binnenkort komt Theatergroep Siberia er ook weer met één. Maar het script zit zo vol losse eindjes, alles is opgeofferd aan de vorm en dat werkt niet. Heksen had een geweldig meeslepend verhaal van Roald Dahl, dit zijn losse scènes die in willekeurige volgorde hadden kunnen worden opgediend. Na de pauze wordt het even iets beter en veer ik op omdat ik hoop dat het nu gaat lopen maar helaas dat gebeurt niet.

Dat de liedjes (van Don Duyns en Raymund van Santen) en de manier waarop ze worden gezongen zo abominabel slecht zijn is echt een ramp. Gijs Naber is een fantastisch acteur maar in deze voorstelling ontdekte ik dat hij niet kan zingen. Sylvia Poorta, geen geweldige zangeres, raakt me nog het meest met haar lied van de kat Tijger, maar dat haalt het niet in vergelijking met het lied van de gecastreerde kater in Sophie en Lange Wapper. Zo zijn er meer elementen uit vroegere voorstellingen van het Ro die hier in minder sterke vorm terug komen. Het verhaal zelf lijkt geleend van Haroen en de Zee van Verhalen van een aantal jaren terug. Ook geen sterke voorstelling, maar het onderliggende script naar Salman Rushdie was beter.

Maar dit verhaal van Sil, de hoofdpersoon, wordt nergens uitgewerkt en de grappen zijn flauw. De vrienden die Sil maakt, zoals de zeekoe en Karel de lakei, worden onmiddellijk weer in de steek gelaten en reizen niet met hem mee zoals in een verhaal als The Wizard of Oz of eerdergenoemd Sophie en Lange Wapper.Woeste Water Daarom wordt je nergens meegesleept, het zal je werkelijk een rotzorg zijn wat er met het boze jongetje Sil gebeurt. Slechts enkele scènes springen er uit zoals de scène met Adam en Eva in het paradijs. Maar over het algemeen is de voorstelling wachten op het einde. Heel erg jammer van alle kosten en moeite die het Ro theater zich ongetwijfeld heeft getroost om het Woeste Water tot een succes te maken.

vrijdag, december 23, 2011

Keesen & Co: De kersentuin

Een stuk of vier Kersentuinen heb ik ondertussen gezien. Van de Haagse Comedie, lang geleden, erg saai, ouderwets en sloom vond ik toen alhoewel ik wel onder de indruk was van Ellen Vogel in de hoofdrol. De versie van Art & Pro in de regie van Frans Strijards, een ongelooflijk snelle en kluchtige voorstelling, tot nu toe mijn favoriete Kersentuin met Diane Lensink. Een schoolvoorstelling, aardig ge-ensceneerd maar met jonge en onervaren spelers dus daarom minder dan een professionele voorstelling en tegelijk daarmee niet te vergelijken. Tenslotte in Groningen bij het NNT een bewerking van dit stuk van Tsjechov door Koos Terpstra met als titel Il Giardino, over een Italiaans restaurant dat verkocht moet worden in plaats van een kersentuin.

Nu dus de versie van Tsjechovs klassieker De kersentuin bij Keesen & Co. Met een groot aantal jonge en mij onbekende spelers, en in de vrouwelijke hoofdrol Monique Kuijpers, een dijk van een actrice die ik eenmaal eerder heb gezien, in Utrecht, in de voorstelling Door jou van Esther Gerritsen, ook bij Keesen & Co.

Om maar gelijk met de deur in huis te vallen, deze kersentuin is geweldig. Een langzame kersentuin vol onderhuidse spanning, als een kruidvat dat op ontploffen staat. Uitschieters zijn mijns inziens de scène waarin Petja en Anja over de liefde praten, de scène waarin Ljoebja Petja de les leest en de scène helemaal aan het einde waarin het Lopachin niet lukt om Warja ten huwelijk te vragen.

Een tragikomedie van hoog niveau.

donderdag, december 15, 2011

Paul Morand: Ouvert la nuit



Zes verhalen over nachtelijke belevenissen met dames bevat Ouvert la nuit. "Liefdesnachten?" vraagt een onbekende ik-figuur in het voorwoord aan ene Pierre die aan ons, de lezers, als de verteller wordt gepresenteerd. Pierre ontsteekt daarop in woede en lacht de ik-figuur uit.

Het zijn dan ook geen liefdesnachten die in dit boekje worden gepresenteerd. Van liefde is daarentegen meestal wel sprake. Vijf van de nachten hebben een geografische aanduiding. Er is een Catalaanse, een Turkse, een Romeinse, een Hongaarse en een noordelijke nacht. Tenslotte is er een nacht van zes dagen, een prachtig verhaal over een man die probeert een jonge vrouw te versieren. Deze vrouw is echter op haar beurt verliefd op een wielrenner die deelneemt aan de zesdaagse in Parijs. Dit is ongetwijfeld het beroemdste verhaal uit de bundel want in de twintiger jaren van de twintigste eeuw verfilmd onder de titel Open all night.

Paul Morand was diplomaat en reisde al vroeg de wereld rond. Dat is in dit boek duidelijk te merken. Hij geeft mooie beschrijvingen van de steden die de hoofdpersoon bezoekt en de bewoners daarvan.

Het mooist vond ik zelf de meest dramatische verhalen zoals het eerste, de Catalaanse nacht, en de Romeinse en Hongaarse nacht. In laatstgenoemd verhaal nemen twee Franse soldaten een jonge Joodse vrouw op haar eigen verzoek mee naar Budapest waar haar vader zich verschuilt in de synagoge en niet naar buien durft te komen uit angst voor de antisemietische Hongaren.

Het laatste verhaal staat hiermee in groot contrast. In de noordelijke nacht sluit de hoofdpersoon zich aan bij een naturistensekte die gebaseerd is op de Duitse körperkultur, een sekte met nogal racistische trekjes, alleen arische mensen kunnen lid worden en zo zijn er meer strenge regels. Vreemd is wel dat de vrouw waarmee Pierre het aanlegt nogal Mongoolse trekken heeft en toch ook lid is van de sekte.

In die dubbelheid treedt tegelijk het 'probleem' van Paul Morand naar voren. Na de oorlog werd hij voorgedragen voor de Académie Française maar zijn benoeming werd lange tijd tegengehouden door generaal De Gaulle, vanwege zijn steun aan het Vichy-regime. Jarenlang leefde hij als baling in het buitenland waar hij ondertussen het ene boek na het andere schreef. Ik ben in ieder geval onder de indruk van dit Ouvert la nuit en benieuwd naar de tegenhanger van dit boek, Fermé la nuit.

woensdag, december 14, 2011

Kuifje en het geheim van de eenhoorn

Met mijn beide broers ga ik in Den Haag naar Kuifje en het geheim van de eenhoorn, in 3D. Als echte Kuifje-fans genieten we volop. Van de kleine grapjes zoals aan het begin van de film als Kuifje-tekenaar Hergé als straatartiest een protret schildert van Kuifje op de rommelmarkt. De blikjes krab waarmee Bobby één van de schurken laat struikelen aan het einde van de film die uit het album De Krab met de Gulden Scharen komen. Drie boeken werden verwerkt tot deze speelfilm, de twee al in dit stukje genoemde en De schat van Scharlaken Rackham. Van dat laatste boek is het minst terug te vinden en tegen het einde van de film verzinnen de scenarioschrijvers er steeds meer zelf bij. Maar dat is niet erg, want wat er bij verzonnen is is echt film en echt 3D. In het grootste deel van de film voegt het driedimensionale niet veel toe, maar in de achtervolging van een valk door Kuifje komt het 3D-effect het meest tot zijn recht. Genieten deze film.

zaterdag, december 10, 2011

Dansateliers: Double Trouble

Soms is er een voorstelling waar je niets van begrijpt. Dat hoeft niet altijd erg te zijn als je geboeid bent door de beelden of door prachtige, knappe dansbewegingen of imponerend acteerwerk. Helaas kon ik in de nieuwe voorstelling van Densateliers, Double Trouble, weinig ontdekken dat mij boeide of raakte. De makers hebben een indrukwekkende staat van dienst en prijzen gewonnen maar in de twee stukken die ik gisteravond zag kon ik de reden daarvoor niet ontdekken. Wat heb ik gezien of wat heb ik gemist?

De eerste van de twee These little nothings van de Griekse choreografe Valasia Simeon toont vier dansers, twee mannen en twee vrouwen, op een grijze vloer tegen een grijze achterwand. Ze bewegen langzaam alsof de lucht om hen heen stroop is, worstelen zich naar voren en naar achteren op minimale muziek. Klanken alsof een geluidsinstallatie rondzingt. Uiteindelijk gaan de bewegingen sneller en rennen de spelers heen en weer, van voren naar achter.

De tweede voorstelling Wholehearted van de Israëlische choreograaf Mor Shani is volgens de flyer een ode aan het geloof, voor ons allen, voor de overgave. We zien drie mannen op een witte vloer. Achter hen op de zwarte achterwand is in witte letters zin voor zin een verhaal te lezen over een moeder en zoon. De moeder vertelt haar zoon dat hij uniek is, de zoon wil liever niet uniek zijn want dan is hij alleen. Wat verhaal en dans met elkaar te maken hebben werd mij niet duidelijk. De drie mannen omhelzen elkaar, zakken door de knieën, staan te trillen op hun benen en bewegen solistisch door de ruimte om aan het einde weer samen te komen. Ondertussen hebben ze zich langzamerhand van hun kleren ontdaan en zijn ze piemelnaakt. Er zijn beelden die overduidelijk troost uitdrukken, de mannen zijn kwetsbaar en aandoenlijk, maar ik vind het moeilijk duiding te geven aan het geheel. Dit stuk wordt eveneens met eentonige muziek begeleid, lange synthesizer- of orgeltonen.

Is het omdat ik weinig dansvoorstellingen zie? Ik denk van niet. Ook zonder voorkennis moet een voorstelling kunnen aanspreken naar mijn mening. Dat beide voorstellingen een zelfde langzaam tempo en een zelfde soort muzikale begeleiding hebben maakt dat de avond nog langer duurt. Naar mijn idee is het applaus van het publiek dat waarschijnlijk voornamelijk uit dansliefhebbers bestaat voor beide stukken tamelijk mat. Ik heb geen geduld om de nabespreking te blijven volgen. Misschien had ik dat moeten doen om meer over de bedoelingen van de makers te weten te komen. Maar daar heb ik geen zin meer in. Enigszins teleurgesteld fiets ik naar huis.

donderdag, december 08, 2011

Paniek

Ik fiets op de Vlietlaan en ik heb geld nodig. Even denk ik dat de pinautomaat er niet meer is maar gelukkig, op de hoek met de Oudedijk is nog steeds de oude vertrouwde pinautomaat aanwezig. De winkel op de hoek is al minstens tien keer van eigenaar veranderd, de pinautomaat is dezelfde gebleven.

Ik controleer mijn saldo, iets wat ik eigenlijk nooit doe als ik geld pin. Meestal weet ik wat er zo ongeveer op mijn rekening staat en controleer ik mijn saldo alleen op het web. Ik schrik. Zevenendertig euro. Dat zou toch veel meer moeten zijn. Ik heb mijn salaris pas binnen, er is extra gestort als eindejaarscadeautje. Dit kan toch niet.

Ik denk na. Het schiet me te binnen dat mijn Delftse collega op Twitter meldde dat haar bankpas is geskimd, zoals dat zo mooi heet. De mijne ook, denk ik. Ik heb woensdag bij het station Delft nog een tientje uit de muur getrokken. Zou mij dan hetzelfde zijn overkomen? Waarom heb ik ook gepind in Delft? Ik had nog wat geld van mijn verjaardag in een enveloppe. Dat had ik makkelijk mee kunnen nemen.

Hoe langer ik onderweg ben hoe meer mijn hersenen beginnen te malen. Ik moet mijn boodschappen afmaken maar tegelijk wil ik onmiddellijk naar huis. Om mijn rekening te controleren en indien nodig mijn pas te blokkeren. Nu is er duizend euro afgeschreven, het maximum per dag, maar als dat gisteren is gebeurd dan is de boef, die ik me voorstel als een van de zware jongens uit Duckstad, nu misschien bezig opnieuw duizend euro van mijn rekening te incasseren.

Zo raakt mijn hoofd steeds meer op hol en vergeet ik bij de lampenwinkel mijn sleutel uit het fietsslot te halen. Gelukkig wordt die niet ook nog eens gestolen. Gehaast fiets ik uiteindelijk naar huis. Ik log in op de website van mijn bank en controleer de afschrijvingen.

Loos alarm. Een storm in een glas water. Het collegegeld van mijn jongste dochter is afgeschreven en een groot aantal maandelijkse betalingen, hypotheek, VVE, ziektekostenverzekering. Geen onverwachte en grote bedragen opgenomen bij een onbekende pinautomaat in Delft. Ik haal opgelucht adem na een paar benauwde uurtjes.

dinsdag, december 06, 2011

Jacoba van Velde: De grote zaal


Vorig jaar was De grote zaal het boek door Nederland Leest was uitverkoren om in grote getale te worden uitgereikt in november. Ik heb niemand zien staan discussiëren op straathoeken of in bibliotheken over dit boek, maar het is zeker een tijdloos en daarmee tegelijk actueel boek. Hier en daar wat ouderwets en duidelijk een product van de tijd waarin het werd geschreven, maar nog steeds een universeel portret van het ouder worden.

Lang geleden las ik al Een blad in de wind en was daar erg van onder de indruk. Vandaar dat ik vorig jaar november mijn dochter naar de bibliotheek stuurde om dit boek af te gaan halen. Helaas was net het Lezersfeest geweest en waren alle exemplaren die de bibliotheek had uitgedeeld. Gelukkig vond ik op de school waar ik dramales geef een hele doos vol overgebleven exemplaren van De grote zaal,vandaar dat ik het nu toch nog, met een jaar vertraging, heb gelezen.

Op de achterkant van het boek kijkt een jonge Jacoba van Velde je met een beetje half geloken ogen aan. Meer een filmster dan een schrijfster. Ze begon dan ook als danseres, vertrok naar Parijs om dansen te leren, danste in het Berlijn van voor de tweede wereldoorlog en leefde daarna lange tijd in Parijs, net als haar twee broers, de schilders Geer en Bram van Velde. Ze bezorgde Samuel Beckett contracten bij goede uitgeverijen in Parijs en Nederland en was een tijdje zijn agent tot ze zelf meer wilde schrijven. Dat resulteerde in een klein oeuvre van korte verhalen en twee niet al te dikke romans waarvan De grote zaal een wereldsucces werd (The Big Ward, La grande salle).

De grote zaal gaat over Geertruide van Veen die na een attaque is opgenomen in een rusthuis. In eerste instantie kan ze niet meer spreken en haar been doet pijn, ze kan er niet op staan. Gelukkig is haar dochter Helena aanwezig als ze de beroerte krijgt en zij zorgt er voor dat ze in het rusthuis terechtkomt. Maar Helena kan niet blijven, ze is getrouwd en woont in Parijs met haar man Jean.

Het is een indrukwekkend portret van de onttakeling van het ouder worden en de angst voor de dood. Jacoba van Velde was er al vroeg van overtuigd dat het leven kort is en leidt tot de dood waarna het absolute niets volgt. Daarom kun je maar beter iets van je leven maken, was haar filosofie. Het inkzwarte van de zwarte tunnel waar de hoofdpersoon uiteindelijk in zal verblijven is in zekere zin een tijdsbeeld, de tijd van het existentialisme, maar tegelijk oprecht en eerlijk. De stijl is ook eerder Hollands-realistisch dan absurdistisch zoals het werk van Beckett waar het tegelijk verwantschap mee heeft.

Ik lees de boeken in de serie Nederland Leest die ik nog niet al had gelezen, altijd met een vertraging van ongeveer een jaar (en de eerste heb ik gemist), maar dit is tot nu toe wat mij betreft het hoogtepunt in de serie van zes sinds 2005. Iedereen moet dit boek lezen.

Een mooi radioprogramma over Jacoba van Velde is te beluisteren op de boekensite van de vpro: http://boeken.vpro.nl/personen/22543805/

maandag, december 05, 2011

Rotheater: Branden

Wegens groot succes speelt het Rotheater nogmaals het stuk Branden dat ook al in de filmversie Incendies een groot succes was op het IFFR. Toen het stuk in première ging kwam ik tien minuten te laat bij het eigen theater van het Ro aan de William Boothlaan aan. Ik verwachtte dat ze zoals meestal om kwart over acht zouden beginnen,maar de aanvangstijd was vervroegd voor dit lange stuk. Naderhand hoorde ik allemaal lovende geluiden over de voorstelling en was natuurlijk teleurgesteld dat ik hem gemist had. Nu dus de herkansing.

Branden speelt in een niet nader genoemd Noord-Afrikaans land waaruit de moeder van een tweeling is ontvlucht naar een niet nader genoemd Westers land. Daar sterft ze na vijf jaar lang niet te hebben gesproken. De tweeling wordt van de dood van hun moeder op de hoogte gesteld door de executeur-testamentair die hen een jasje, een schriftje en twee brieven overhandigd. De ene brief is voor de dochter, Jeanne,de andere voor de zoon, Simon. Ze moeten naar hun vader en naar hun broer worden overgebracht. Zo luidt de laatste wil van de moeder.

Zo begint een speurtocht naar het verleden van de moeder. In het stuk worden beide verhalen door elkaar heen gespeeld. De speurtocht van de moeder naar haar verloren eerste kind,de vrucht van een onmogelijke liefde. De speurtocht van de kinderen naar hun doodgewaande vader en naar hun onbekende broer.

Eerlijk gezegd zijn er in de voorstelling van het Ro theater een aantal spelers die het amateurniveau niet ontstijgen, maar tegelijkertijd maakt ze grote indruk. Door het aangrijpende verhaal en door het prachtige spel van Fania Sorel, altijd één van de sterspelers van het gezelschap. In een simpel decor van een paar doeken en op een vloer van donkere aarde ontrolt zich het gruwelijke verhaal van de moeder en haar vriendin, de mythische 'vrouw die zingt'.

Juist het mythische,epische en tragische van deplot maakt dat je tot in je ziel en in je hart geraakt wordt door het verhaal, meer dan een nieuwsbericht op radio of tv dat doet.Daarmee toont dit kunstwerk de oorlog aan de andere kant van de wereld en daarmee tegelijk op een prachtige manier de kracht en de noodzaak van kunst. Kunst kan ons raken op een manier waarop de realiteit dat soms haast niet meer kan.

zondag, december 04, 2011

The Suzannes terug in Enschede

Met een reünie-optreden in De Melkweg kwamen The Suzannes voor het eerst na twintig jaar weer bij elkaar en toen dacht ik dat het het beste zou zijn om slechts één keer in de tien jaar opnieuw bij elkaar te komen. Het tweede reünie-optreden was dan ook tien jaar later, in Enschede tijdens een Nobo-sessie in een tent op de markt. Toen Tull de bassist ons vroeg om vorig jaar alweer op te treden had ik in eerste instantie niet zo'n zin. Liever opnieuw tien jaar wachten. Als we er dan nog allemaal weer zouden zijn. De andere Suzannes en mijn vrouw overtuigden me het toch te doen en het resultaat was The First Suzannes Punk Orchestra, met blazers, toetsen en ukelele, in Woerden vorig jaar. Onze originele drummer, Klaas Sikkema, was toen onverwachts afgehaakt. Hij speelde al geen drums meer sinds hij Twenthe verlaten had en had weinig trek in veel oefenen voor één optreden.

Het punkorkest smaakte naar meer dus toch maar weer toegezegd voor een nieuw optreden. Ditmaal op het alumnifeest van de Universiteit Twente. Het wanneer en waar was nog niet zo makkelijk te bepalen, maar uiteindelijk werd gekozen voor de opening van de schilderijententoonstelling van alumnus Toon den Heyer. Die zou plaatsvinden in de Vrijhof waar we ooit nog eens in een boksring hadden opgetreden. Maar de tentoonstellingsruimte was een galmbak en elektrisch versterkt daar spelen leek niet zo'n goed idee. Ook de afstand Schoorl-Enschede is nogal groot, de toetsenist/ukelele-speler Willem was jarig, dus werd besloten om een country-folk-punk-optreden te doen, bijna akoestisch, met elektronisch drumstel en elektrische bas. Daarbij dobro, ukelele, accordeon en akoestische gitaren.

Afgelopen zaterdag was het zover. Voor een gigantische kakelende massa alumni speelden we onze set. The Suzannes zagen er niet uit als echte standaard alumni. Ook kunstenaar Toon den Heyer niet. Maar het overgrote deel was uitgedost in colbert met of zonder stropdas. De jaren waarin wij studeerden, eind jaren zeventig, waren overduidelijk ondervertegenwoordigd. Behalve Toon en Goos van Vliet heb ik geen enkele oude bekende uit de tijd dat The Suzannes triomfen vierden, gezien.

Foto: Goos van Vliet.

zaterdag, december 03, 2011

Wunderbaum: Onze paus

Waarom heeft het theatergezelschap van Wroclaw het stuk Onze Paus van Arnon Grunberg geweigerd. Dat is de grote vraag waarover het programmaboekje gaat dat de toeschouwer van te voren krijgt uitgereikt. Vond de artistiek leider het gewoon een slecht stuk? Was ze geshockeerd door de belediging van de Poolse paus of het Poolse volk? Had ze het hele stuk niet gelezen maar alleen een samenvatting gezien zoals ergens wordt gesuggereerd. En wat was de bedoeling van Arnon Grunberg met dit stuk? Wilde hij de Polen provoceren?

Het antwoord zal altijd wel onduidelijk blijven, maar nu is er in ieder geval een opvoering door Wunderbaum. Een hilarische voorstelling met geweldige slapstickmomenten en een beetje een krakkemikkige constructie. Het tegendeel van een well-made play is Onze Paus. Maar de leden van Wunderbaum zijn net als ik fans van Grunberg, ik ben tevens fan van Wunderbaum, en de plots van zijn boeken zijn meestal ook niet al te strak gecomponeerd,  en alle bekende Grunberg-thema's komen aan de orde. Troost, geweld, misverstand.

Guillaume van Rompuy is een Vlaamse universitair docent Nederlands. Hij vindt in Vlaanderen geen werk en gaat, op aanraden van zijn moeder, naar Polen om aan de universiteit van Wroclaw te werken. Zijn vriendin vergezelt hem. Van Rompuy en zijn vriendin verdwalen in een kafkaëske nachtmerrie, waarin ze hun lot ondergaan en een pijnlijke weg afleggen naar iets onbestemds.

Twee scènes verdienen het om apart genoemd worden. De scène waarin Van Rompuy van zijn fiets valt (zonder fiets) en zijn tanden breekt op het plaveisel, en de scène waarin de tandartsassistente zichzelf aanbiedt als nieuwslezeres om de kijkers gelukkig te maken, kronkelend over de vloer met een geweldige beheersing van haar lichaam.

Wunderbaum maakt van het weerbarstige stuk dat voor een groot deel uit prozatekst bestaat, een enerverende belevenis. Het is het eerste stuk dat ze doen op een bestaande tekst en bewijzen hiermee van alle markten thuis te zijn.

vrijdag, december 02, 2011

Jeff Lindsay: Darkly dreaming Dexter

Darkly dreaming Dexter is de novelle waarop de populaire televisieserie Dexter is gebaseerd. Een serie over een seriemoordenaar die enkel slechte mensen vermoord, ondertussen als bloedanalist werkend voor de politie van Miami. Iedere keer als ik naar de serie keek verscheen tijdens de leader de tekst "Based on the novel Darkly dreaming Dexter" waardoor ik zo langzamerhand benieuwd werd naar dat originele verhaal.

Na lezing blijkt dat het boek in grote lijnen overeenkomt met de serie. Dexter is een enigszins autistische,getroubleerde persoonlijkheid die moet moorden. Door zijn adoptievader is dat gebrek snel onderkend en hij heeft een oplossing bedacht voor Dexter. Hij moet slechte mensen vermoorden die niet door het gerecht gestraft kunnen worden. Zo kan hij zijn slechte neiging ten goede gebruiken.

Alle belangrijke personages die een hoofdrol spelen in de serie, komen in het boek ook voor. een verschil is dat één van die hoofdpersonen in dit boek om het leven komt. De scenarioschrijvers van de serie zullen gedacht hebben dat het jammer was om die te moeten missen.

Het is een spannend boek, een echte thriller met goede plotwendingen. Dexter denkt dat hij in zijn dromen wel eens onschuldige hoertjes vermoord zou kunnen hebben. Tegelijkertijd probeert hij zijn zus Deb aan promotie te helpen door haar aan clues te helpen. Daarmee werkt hij zichzelf in de nesten en komt hij achter een onverwacht geheim over zichzelf.

Niet het soort boeken dat ik vaak lees, maar voor tussendoor en voor de ontspanning zeker niet slecht. Je leest het in één ruk uit.

donderdag, december 01, 2011

OT Theater, Romana Vrede: Will

Is het omdat ik al twee voorstellingen heb gezien waarin acteurs zichzelf spelen of omdat mijn verwachtingen te hoog gespannen zijn dat de voorstelling Will van Romana Vrede, het slotstuk van het ATFR 2011, me enigszins tegenvalt?

De boodschap is sympathiek, de vorm is mooi met allemaal stapeltjes aardappelen op de toneelvloer en de thematiek, kunst moet behouden blijven en daar is geld voor nodig, raakt me zeker, maar het stuk eindigt me te plotseling en daardoor blijft de uiteindelijke boodschap of zin er van op de één of andere manier in de lucht hangen.

Ik vond Romana Vrede tijdens Nederland Schreeuwt Om Cultuur op het Rotterdamse Schouwburgplein de meest indrukwekkende van alle sprekers daar verzameld. Een oprechte hartekreet klonk daar.

Dit stuk is in vergelijking daarmee meer een toneelstukje. Goed gedaan, dat zeker. Met behulp van stapels aardappels maakt ze duidelijk hoe de koek verdeeld is in Nederland en dat wat er voor kunst en cultuur beschikbaar is maar een miniem stukje is. Dat er van dat kleine ministukje aardappel best wat meer mag overblijven en dat er niet zo rigoureus bezuinigd zou moeten worden.

Maar aan het einde speelt ze dan toch plotseling weer een rol, de rol van Will die met een geweer de kunst om zeep helpt. Waarbij de vraag naar boven komt of een acteur verantwoordelijk is voor de rol die die speelt? Is wat Will doet de visie van Romana Vrede op Halbe Zijlstra of Wilders en mag ze dat zeggen of denken?

Maar misschien is dat juist de functie van kunst. Ons in verwarring achterlaten.

woensdag, november 30, 2011

De winnaars van het ATFR 2011

Op zondag zie ik de winnaars van het festival, de drie meest markante voorstellingen, gekozen door de jury (Kruimels en Theater Over...) en het publiek (Maasstadspelers). Om met de keuze van het publiek te beginnen: die snap ik echt niet. Ik vind het een onbegrijpelijke voorstelling, een soort absurdisme à la De Kale Zangeres, over een stel dat de bovenkamer heeft gehuurd bij een ouder echtpaar dat zich zorgen maakt over het wassende water. Het stuk heet Zeezicht, maar de zee is niet te zien vanuit het huis en zo zit het vol met tegenstrijdigheden die soms grappig zijn maar mij nergens raken. Ik ben over het algemeen erg enthousiast over de voorstelling van Stephan Zeedijk maar hier snap ik niets van.

De eerste voorstelling van de middag is een sympathieke voorstelling van theatergroep Kruimels, die zich sinds jaar en dag bezig houden met bewegingstheater. De teksten zijn gedichten van verschillende dichters en het is dan ook een poëtische voorstelling met mooie teksten. Toch zou ik zelf eerder voor één dichter hebben gekozen,wat meer eenheid aan het geheel zou geven.
Nadeel van het stuk is dat het nergens echt gaat spetteren, er ontbreekt een climax waardoor het stuk na een half uur tamelijk willekeurig opeens is afgelopen.

Misschien ben ik partijdig omdat ik ze ken, maar ik ben het meest gecharmeerd van de voorstelling van Kees Deenik en Minnekus de Groot die zich hebben verenigd in Theater Over... Eerder maakte Kees een solovoorstelling op het monologenfestival onder de titel Over Laura Dolron, nu is er Over Tom Manders. Niet alleen over Tom Manders gaat de voorstelling, het belangrijkste thema is vriendschap. Dorus, het belangrijkste personage van Manders, was ons aller huisvriend maar in werkelijkheid een solistisch opererende egoïst die voor de microfoons en voor de camera een ruzie bijlegt met zijn 'vriend' Cor Stein, zijn begeleider, een begenadigd organist.

Over Tom Manders is een mooie gelaagde voorstelling. Aan de ene kant spelen de acteurs zichzelf, en tonen ze met foto's en verhalen het verhaal van hún Dorus, aan de andere kant spelen ze een spel met ons. Zijn de persoonlijke verhalen die verteld worden echt gebeurd of gespeeld?

Ik heb weinig gezien van de groepen die aan de wedstrijd meededen, maar dit is in ieder geval een erg goede voorstelling.

dinsdag, november 29, 2011

Silhouet van het hert & Iri piri

Op de vrijdagavond van het ATFR zie ik ook nog Silhouet van het hert met Verloren en Iri Piri met Jeetje Phoe Hee. De eerste voorstelling is een preview en gaat volgens de makers over kennis maken in de disco, eenzaamheid op een bankje in het park, en het ongemak van het eerste gesprek. Het is precies wat wordt aangekondigd maar door de absurde vorm, twee mannen die rommelen met stoelen, lampjes en dekens, toch verrassend. Ik ben benieuwd naar de complete voorstelling.

De voorstelling daarna, Jeetje Phoe Hee kan me minder bekoren. Twee dames in peignoirs rommelen wat met elkaar, zijn het te vaak met elkaar eens waardoor dramatische spanning ontbreekt. Het zou een dolkomische act moeten zijn zoals een groot aantal komische duo's voor hen hebben gemaakt (Johnny en Rijk, Laurel en Hardy, Snip en Snap), maar echt hilarisch wil het niet worden. De dames zelf hebben veel lol maar die slaat niet over op het publiek.

maandag, november 28, 2011

Tom Struyf: The Tatiana Aarons Ecperience

Voordat we met het Vermoeden onze eigen voorstelling spelen op het ATFR 2011,kijken we eerst naar The Tatiana Aarons Experience, een solovoorstelling van één van de vaste acteurs van het OT, Tom Struyf.

Tom Struyf is op vakantie in Lissabon en wordt 's nachts op straat aangesproken door een jongedame, een studente uit Zuid-Afrika, die naar het vliegveld wil op haar tas op te halen. Ze zit in een gecompliceerde situatie. Haar tas is op het vliegveld, haar paspoort in het hotel waar ze verblijft en de receptionist wil haar het paspoort niet teruggeven voordat ze de hotelkamer heeft betaald. Hij heeft een heel fijn gesprek met haar en het eindigt er mee dat hij haar aanbiedt een taxi naar het vliegveld te betalen. Zij geeft hem haar naam, telefoonnummer en emailadres en verdwijnt. Het geld zal ze de volgende dag in een enveloppe afgeven bij de receptie van het hostel.

Maar dat geld en de vrouw ziet hij niet meer terug.

Dan begint hij een speurtocht. Eerst op internet, via de telefoon, hij neemt contact op met een psychologe, alles om te zoeken wie en wat Tatiana Aarons is. Het is een fascinerend spel dat Tom Struyf speelt met werkelijkheid en fantasie. Zijn verhaal is gebaseerd op twee psychologische theorieën: ToM, vast niet toevallig zijn voornaam, oftewel Theory of Mind. Dat is de theorie dat je wat je beleeft probeert de vatten in een afgerond en kloppend verhaal. Tom kan niet geloven dat de vrouw tegen hem heeft staan liegen,maar gaat tegelijk twijfelen aan de feiten van zijn verhaal.

De andere theorie heet cognitieve dissonantie, de onaangename spanning die ontstaat bij het kennis nemen van feiten of opvattingen die strijdig zijn met een eigen overtuiging of mening, of bij gedrag dat strijdig is met de eigen overtuiging, waarden en normen. Tom is er van overtuigd dat de vrouw de waarheid sprak.

Hij vertelt zijn verhaal met behulp van een camera en een laptop, met een beamer om de beelden van beide te projecteren op een groot scherm achter hem. Het is een verwarrende ervaring, de Tatiana Aarons Experience. Want is wat Tom vertelt echt waargebeurd of is het een verzonnen theatervoorstelling. Dit element, acteurs die zogenaamd zichzelf spelen en waargebeurde verhalen vertellen, komt vaker terug in het ATFR-weekend. Ook Kees Deenik en Minnekus de Groot van Theater Over... doen zoiets, en ook Romana Vrede in de voorstelling Will. Acteurs die niet willen spelen, maar iets vertellen.

Uiteindelijk bevalt me van de drie deze voorstelling van Tom Struyf het beste. Onder andere door het open einde, de vormgeving en door de mooie verdubbeling van het verhaal van een leugenaar op dat van een acteur. Knap gedaan.

Luigi Barzini: Van Peking naar Parijs per auto

Dit boek uit 1909 begint als een avontuur van Kuifje en het lijkt er dan ook op alsof Kuifje naar deze reporter is gemodelleerd. De reporter zit in zijn kantoor te lezen als hij wordt gebeld door zijn hoofdredacteur. Hij moet onmiddellijk op de redactie komen. In het rijtuig onderweg er naar toe overweegt hij wat er gebeurd kan zijn. Een oorlog, een crisis? Maar nee, de hoofdredacteur van de Corriere della Sera vraagt hem om als verslaggever deel te nemen aan de autorace van Peking naar Parijs. In gezelschap van de Italliaanse deelnemer de Principe Scipione Borghese, een adelijk heerschap dat eigenaar is van een modern automobiel. Maar eerst hij even langs New York en daarna door naar Peking. Met andere woorden: een reis om de wereld.

Het is jammer dat dit de Nederlandstalige versie van dit boek, dat gratis is te verkrijgen via de digitale Gutenberg-biblliotheek, slechts een samenvatting is, de hoogtepunten komen uitgebreid aan bod, grote gedeelten, zoals bijna heel Rusland en een groot deel van Europa, worden overgeslagen. Maar een indruk van hoe het was om te leven aan het begin van de moderne tijd, het begin van de twintigste eeuw, geeft het wel.

Tegelijkertijd lijkt het of de aard van de Chinezen al duizenden jaren hetzelfde is. Mooi is de beschrijving van de bureaucratie in China die op allerlei manieren de start van de race hindert uit angst voor de vuurwagen. De eenvoudige Chinese arbeiders die helpen om de auto te verplaatsen op plekken waar niet gereden kan worden, zijn daarentegen ontzettend vriendelijk.

Tot slot een citaat dat de snelheid van de verbindingen aan het begin van de twintigste eeuw weergeeft, niet te vergelijken met de snelheden van het internet nu:

"Mijn telegram aanvaardde de reis. Kalgan nam het aan, om het naar Peking over te seinen. Peking zou het naar Shang-hai zenden. Shang-hai naar Hong-kong, Hong-kong naar Singapore, Singapore naar Aden, Aden naar Malta, Malta naar Gibraltar, Gibraltar naar Londen. Het zou acht à tien uur onderweg blijven, voordat het op de plaats van zijn bestemming zou zijn aangekomen.

Maar de tijd van Pong-Kiong is acht uur vóór bij den midden-europeeschen tijd, en het telegram zou dus eigenlijk twee uur na het vertrek arriveeren. Het was 4.15; tusschen zes en zeven 's avonds zou mijn verslag op de redactiebureaux van de Daily Telegraph en van de Corriere della Sera zijn aangekomen, en reeds den volgenden morgen zouden de engelsche en italiaansche lezers weten, wat aan de automobilisten den dag te voren was overkomen in de woestijn van Mongolië.

Er is zoo iets grootsch in de overwinning, door draden en vonken behaald op tijd en afstand, dat zelfs de ziel van een journalist, die het meest gewend is aan de wonderen der snelheid, op sommige oogenblikken met bewondering en trots is vervuld."

Download Van Peking naar Parijs per auto hier.

zondag, november 27, 2011

Polinka op het ATFR 2011

We, Marjanne en ik, spelen Polinka in de kleine zaal van het OT Theater. Niet echt een kleine zaal want groter dan wat ik gewend ben. Bij de opbouw blijkt er een klein misverstand over het licht. Gelukkig wordt het snel opgelost door de twee vriendelijkke vrouwelijke technici die in de kleine zaal het licht doen. Zou het expres zijn dat in de grpte zaal twee mannen de scepter zwaaien over het licht?

We spelen onze voorstelling voor een man of tien. Het festival is druk bezocht maar de aandacht van het grote publiek gaat duidelijk naar de grote zaal en de voorstellingen in de wedstrijd. Het spelen gaat goed, stukken beter dan tijdens het Tsjechov-festival, alhoewel ik korte tijd na de start het gevoel heb dat ik te snel ga, te gehaast ben. Ik vergeet een regel en tijdens een lange claus gooi ik wat zinnen door elkaar, maar nergens zal dat de onwetende toeschouwer opgevallen zijn.

We zijn tevreden. Van te voren zien we nog Tom Struyf met De Tatiana Aarons Experience en naderhand zie ik nog twee korte voorstellingen. Daarover later meer.

zondag, november 20, 2011

Countryfolk-punk met The Suzannes


Op vrijdagavond oefenen we alweer met The Suzannes voor een optreden op zaterdag aanstaande bij de opening van een tentoonstelling van Toon den Heijer, in Enschede. De opening aldaar wordt verricht door Matthijs van Nieuwkerk. Voor het eerst spelen we als Suzannes akoestisch, een wonderlijk effect. Fred speelt op een elektronisch drumstel, Tull op een elektrische bas, maar Loek bespeelt de dobro, de akoestische gitaar en mondharmonica. Zelf doe ik de ukelele, accordeon en akoestische gitaar. We lijken wel hippies en dat heeft op het nummer Hippie een wonderlijk effect. Alles geluid verdwijnt in een halvemaanvormige pizza waar een groot aantal snoeren uitkomt. Snoeren voor microfoons, voor koptelefoons, voor de bas en voor de drums. Met het apparaat kunnen ook nog eens opnamen worden gemaakt op een geheugenkaart. Na het beluisteren van die opnamen zijn wij in ieder geval erg tevreden over het resultaat dat zoals gezegd komende zaterdag te beluisteren is aan de andere kant van Nederland.

The Suzannes bij Toon den Heijer: zaterdag 26 november, 17.30 uur, Cultuurcentrum De Vrijhof, Universiteit Twente

zaterdag, november 19, 2011

Frits M. Woudstra: Miljonair van regendruppels

Eén van mijn oudste vrienden, van de kunstacademie in Enschede, Frits M. Woudstra, heeft een boek geschreven. Miljonair van regendruppels, een titel 'geleend' van Henk Lamm, de originele miljonair van regendruppels. Het boek is een verzameling verhalen en een kunstwerk. Ieder exemplaar bevat een originele tekening van Frits en het schutblad is een in stukken gesneden litho. Toch is de vormgeving het enige van het boek dat me tegenvalt, gewend als ik ben aan de mooie met loden letters handgeperste tijdschriften uit onze AKI-tijd.

'Je komt er in voor, maar je zult er niet blij mee zijn,' waarschuwde Frits me toen ik het boek overhandigd gekregen had als verjaardagscadeau van mijn vrouw op 15 oktober jl. Deze waarschuwing sloeg ik in de wind en na lezing van het boek blijkt, ik kom er helemaal niet in voor.

Het boek beweegt zich op verschillende vlakken. De meest recente gebeurtenissen zijn de beschrijvingen van wat er gebeurt tijdens het schrijven van het boek. De schrijver bevindt zich in Epies Sentrum, waarin de lezer een volkstuincomplex in de buurt van Amsterdam kan herkennen. Hij draait plaatjes, leest boeken, doet werkjes in en rond het huis. Het doet een beetje denken aan de verhalen van Gerard Reve in zijn huis in Frankrijk. Ook op dat moment actuele gebeurtenissen die hem raken worden in het verhaal opgenomen zoals de dood van Amy Winehouse. Er is veel muziek die met superlatieven wordt bewierookt en er zijn vele geweldige boeken geschreven die door de schrijver worden verslonden. Er wordt weinig gerept over slechte muzikanten en schrijvers.

Dan zijn er beschrijvingen van het werk dat Frits doet in de thuiszorg. Hij schrijft over de mensen die hij verzorgt en soms ook overlijden, en doet dat liefdevol. Tenslotte zijn er een groot aantal jeugdherinneringen, herinneringen aan zijn vader Egon, die overleden is, zijn relatie met hem, en aan zijn moeder en zus. (Die laatste heeft vreemd genoeg een andere naam gekregen.) Die herinneringen aan het leven in Rietmolen en Enschede spraken mij het meeste aan.

Omdat ik de mensen ken waarover het boek gaat vind ik het moeilijk om het objectief te beoordelen. Toch zeggen veel schrijvers dat hoe persoonlijker en unieker je schrijft, hoe universeler het vaak voor de lezers is. Iedereen heeft herinneringen aan al dan niet overleden ouders en kan zich inleven in de verhalen over de hulpbehoevende ouderen die door Frits worden geholpen.

Ondanks dat ik Frits al jaren en, denk ik, behoorlijk goed ken, verraste de inhoud me toch vaak. Hij schrijft zoals hij praat, er is humor en er is ontroering. Ik vind het een heel mooi nieuw onderdeel van het oeuvre van de kunstenaar Frits Marnix Woudstra.

dinsdag, november 15, 2011

eReader

Hoe lang duurt het totdat boeken, net als liedjes, gratis of bijna gratis worden aangeboden op internet. Niet lang meer, schat ik. Voor mijn verjaardag wilde ik graag een eReader zodat ik een grote stapel boeken kan lezen, ingepakt in een compact elektronisch apparaat. Ik vind het een geweldige uitvinding en ben er erg blij mee.

Eerst had ik een kruising tussen de iPad en een eReader besteld (Pocketbook IQ) omdat ik ook wilde internetten, mijn emails lezen, foto's en video's kijken, maar na een dag of drie kwam ik tot de conclusie dat ik de meeste van die dingen ook met mijn mobiel al kan, dit toestel niet heel veel toegevoegde waarde heeft en dat het scherm niet echt prettig leest. Dus de bestelling teruggestuurd en mezelf een echte eReader aangeschaft, een Sony PRS T-1.

Het heeft iets ouderwets, dit apparaat. Een zwartwit-scherm dat me doet denken aan het scherm van onze allereerste computer, de Mac Classic II van Apple die we rond 1992 aanschaften. Het wonderlijkste van het scherm vind ik dat e-ink geen licht geeft. In het toestel zit ook een browser die webpagina's in zwartwit weergeeft. Waarmee je goed mobiele nieuwssites kunt lezen. Foto's zien er op dit scherm uit als krantenfoto's.

Ik begon het gebruik van het apparaat met verder lezen van Ulysses van James Joyce dat ik al enige tijd aan het lezen was. Eerst op het scherm van mijn mobiel (te klein), en daarna, nadat ik in Dublin voor 2,39 een papieren versie had gekocht, op papier. Handig van het lezen op de eReader is dat je altijd een woordenboek bij de hand hebt zodat je elk woord dat je niet kent, simpelweg door het met je vingertop aan te raken, kunt laten vertalen. Ik hik nu tegen het laatste deel van Ulysses aan en heb een adempauze genomen voor de slotmonoloog van Molly.

Het lezen op de eReader is heerlijk. Het eerste hele boek heb ik ook al gelezen. Van Peking naar Parijs per auto. Daarover binnenkort meer.

maandag, november 14, 2011

OT: Man of moods

Bert Luppes is geweldig. Dat blijkt maar weer eens uit deze voorstelling Man of moods. Een muziektheatervoorstelling naar een boek van een Schotse schrijver waarvan ik, zoals vaker bij het OT Theater, nooit van had gehoord. James Kelman schreef het boek How late it was, how late waar Mirjam Koen, de huisregisseur van OT, een bewerking van maakte die ze zelf regisseerde. Vorig jaar deed OT iets soortgelijks met Tenzij je geluk hebt, eveneens gebaseerd op een boek van een schrijver die ik niet kende, Carol Shields.

Sammy, de man of moods uit de titel, wordt op een ochtend wakker en ontdekt dat hij niets meer kan zien, hij is blind. De avond daarvoor is hij in elkaar geslagen door politieagenten. Hij is nogal opvliegend, leeft van kleine criminaliteit en beweegt zich langs de randen van de samenleving, een scharrelaar. Hij komt thuis en ontdekt dat zijn vriendin Helen is verdwenen. Wat is er met haar gebeurd?

Bert Luppes doolt als een blindeman door een prachtig decor van zwarte glanzende wanden die lees weerspiegelen. Op de vloer zijn draden gespannen die een tegelpatroon vormen. Hij wordt ondersteund door twee acteurs/muzikanten van The Sadists en twee vaste acteurs van OT zelf. Sammy houdt van muziek en de muzikanten spelen de muziek die in zijn hoofd zit of uit de radio komt.

Het acteerwerk van Bert Luppes is zoals gezegd geweldig. Nadeel in de voorstelling is het verhaal dat zich nauwelijks ontwikkelt. Is Sammy echt blind of beeldt hij dit zich in of speelt hij het om aan de politie of zijn medecriminelen te ontkomen? Wat is er met Helen gebeurd? Heeft hij haar vermoord zoals hier en daar gesuggereerd wordt? De situaties bij de oogarts, bij de sociale dienst, bij de politie, zijn goed getroffen en gespeeld maar het verhaal komt niet tot een dramatische climax.

Er is mooie muziek van Disney, tot Cash, tot Ramones, maar als Sammy uiteindelijk door een zijdeur verdwijnt worden de vragen niet opgelost. Dat laatste geeft niet, het einde mag open zijn, maar daardoor blijft de voorstelling een beetje steken in een documentair portret van een prachtig geacteerde randfiguur, een nutteloze van de nacht.

Jaren geleden speelde Bert Luppes bij Hollandia een echte documentaire voorstelling, King Corn of zogezegd alles, gebaseerd op het leven van een arbeider in een meelfabriek in Leiden. Op de één of andere manier maakte dat hyperrealistische portret van een echt en levend mens zonder toeters of bellen, toch meer indruk.

Maar zeker gaan kijken, naar Bert Luppes in Man of Moods, nog te zien tot 11 december 2011, zie de website van het OT Theater voor speeldata.

zondag, november 13, 2011

Rode loper

Eén van de hoogtepunten op een avond vol met hoogtepunten is de rode loper. Na de eerste set van Het Gebroken Oor tijdens het jubileum van 25 jaar + 1 worden we ontvoerd in een veel te kleine auto door een chauffeur die zich 'der Rudi' noemt. Hij heeft iets weg van een foute Rudi Carrell met spiegelende zonnebril. Door drie verklede dames, An, El en Ger, onze fanclub beweren ze, is ons een limousine beloofd, maar de witte limousine die tegenover Café Schoonewil staat. blijkt niet voor ons bestemd.

Wij worden door Rudi in een autootje gepropt, Huib, de drummer, zit half op mijn linkerdij en half op de handrem en de drie andere leden van Het Oor zitten achterin op elkaar geperst. We rijden de Soetendaelse weg af totdat Rudi vindt dat we ver genoeg weg zijn en keert hij om. Ook dat gaat niet zonder moeilijkheden. Hij kan in eerste instantie de achteruit niet vinden en licht zichzelf bij met behulp van zijn mobieltje om de cijfers op het versnellingspookje te lezen. Het pookje dat half verscholen gaat onder het linkerbeen van de drummer. Dan rijden we terug naar waar we vandaan kwamen.

Als we er bijna zijn wordt de parkeerplaats die we zojuist hebben verlaten bezet door een andere auto. Rudi wil een andere parkeerplaats nemen maar midden op de weg staat Ger, een dame met een blonde pruik van ongetwijfeld nep krulhaar, te wenken dat Rudi door moet rijden. We rijden door, maken een bocht naar links en belanden op een rode loper. Rondom staat ons publiek klaar om ons te ontvangen, toe te juichen en handtekeningen te vragen. Zo komen we binnen, klaar om onze tweede set te spelen.

Het is een gedenkwaardige avond, ons jubileum. Ging het vorig jaar mis om ons 25-jarig jubileum te organiseren, dit keer maken we de schade meer dan goed. Na afloop zegt Ernst, de toetsenist, dat dit één van onze allerbeste optredens aller tijden was en ik ben het hartgrondig met hem eens. Niet alleen spelen we zelf erg goed, het geluid is ook erg goed en we hebben ook veel te danken aan de vele gasten die we hebben uitgenodigd om één of meer nummers mee te spelen. Op de foto The Suzannes.

maandag, november 07, 2011

Seminair

Het staat er al een behoorlijke tijd op de vernieuwde Hal 4.1, deze monsterlijke typefout tussen theater en skyline, maar ik vraag me nog steeds af wat er met seminair wordt bedoeld. Kijkend naar het lijstje vermoed ik dat het seminar moet zijn.

zondag, november 06, 2011

Straatfotografie

De docent die ons de workshop Straatfotografie geeft is erg enthousiast. Hij heeft precies dezelfde analoge camera die mijn broer vroeger had, een Olympus Trip 35. Zelf had ik een Kodak C35. Beide camera's hadden een 35 mm lens en ik maakte er in het eerste jaar van de kunstacademie in Enschede veel zwartwitfoto's mee die ik zelf afdrukte. Na dat intensieve jaar fotograferen maakte ik niet veel foto's meer. Totdat ik een mobiele telefoon met camera kocht. Maar die digitale foto's waren van tamelijk matige kwaliteit. Slechte lens, weinig pixels. Twee mobiele telefoons verder zijn de foto's iets beter maar toch niet te vergelijken met een echte digitale camera.

De camera die ik bij me heb voor de workshop is in vergelijking met de camera's die de andere bij zich hebben maar een klein en amateuristisch toestelletje. Toch weet ik dat een goede foto meer staat of valt met de fotograaf dan met de camera.

Ik ga de straat op. Naar het Afrikaanderplein. Daar is het op woensdag marktdag. Ik vind het spannend. Ik wil foto's maken van mensen en van dichtbij en weet niet hoe die er op zullen reageren. Zal ik te maken krijgen met agressievelingen die mijn camera in duigen willen slaan als ik ze fotografeer? Ik besluit het eerst maar eens netjes te vragen of ik een foto mag maken. Veel Turken zeggen nee, Surinamers, Antillianen en autochtonen hebben er minder moeite mee. Alhoewel de allereerste twee oude dames die ik vraag of ik een foto van hen mag maken, weigeren. 'We zijn al op de foto gezet,' beweren ze.

Eén man vraagt me de camera te overhandigen. Ik wijs hem aan waar hij staat op mijn foto. Ergens achterin de foto, onherkenbaar. Hij zoekt het symbooltje van een prullenbak en wist vakkundig de foto. Mij kan het niet veel schelen, het was toch geen geweldige foto.

Ook komt een vrouw naar me toe. Ze wil weten of ik haar heb gefotografeerd achter haar marktkraam. Ze vindt dat ze er niet goed uitziet en wil op deze manier niet op de foto. Een man heeft haar verteld dat ik een foto van haar heb gemaakt. Ik laat haar de laatste twintig foto's zien. Daaruit is op te maken wanneer ik langs haar kraam ben gekomen. Ze staat niet op de foto. Zoals ik haar al zei. Gerustgesteld gaat ze terug naar haar kraam.

Ondertussen maak ik een groot aantal foro's stiekem. De camera is er klein genoeg voor. Ik hou het toestelletje voor mijn buik en maak van tijd tot tijd op de bonnefooi een foto, zonder goed te kijken. Op goed geluk. Dat levert mooie toevalstreffers op.

Eén van de best gelukte foto's vind ik bovenstaande foto. Het kind was zozeer in zichzelf verzonken dat ze niet eens opmerkte dat ik een foto maakte.

zaterdag, november 05, 2011

tgMax: Staal

Zeven jongens. Zeven jonge jongens. Zeven jonge acteurs variërend in leeftijd van 17 tot 27 spelen in Staal van theatergroep Max zeven jonge jongens van zestien in het niemandsland tussen kind-zijn en volwassenheid. De ruimte lijkt op de kleedkamer van een sportcentrum. Zo zijn de jongens ook gekleed. Hemdjes en polo's op trainingsbroeken en spijkerbroeken. De jongens zijn stoer en sterk en tegelijk kwetsbaar. Ze kunnen nog niet echt zonder hun ouders maar willen zich wel van hun ouders losmaken. Ze willen graag een meisje maar weten niet hoe ze dat aan moeten pakken. Dat laatste wordt mooi getoond in een doldwaze scène waarin één van de jongens, verkleed als meisje, achterna wordt gezeten door de zes anderen (foto). Een geweldige choreografie met springen, duiken, koprollen, overgooien en vangen. Eén van de hoogtepunten in deze voorstelling die zowel ontroerend als indrukwekkend is.

Elementen worden op een mooie manier herhaald wat een goede structuur geeft aan de voorstelling. Elke keer als een nieuwe fase in het leven van de jongens ingaat, lopen de zeven kriskras over het toneel en roepen afwisselend een kreet, een commando (bijv: "We verlaten onze ouders!"), de overige zes roepen gelijktijdig en zo hard mogelijk "JA" of "NEE". Waarna een nieuw onderwerp in het stuk wordt aangesneden.

Ook wordt van tijd tot tijd één van de jongens uitgedaagd met de zin "Doen of waarheid", waarna die iets persoonlijks over zichzelf vertelt. De anderen zijn niet snel tevreden, de billen moeten echt helemaal bloot. Waarmee ze laten zien wat jongens echt beweegt, wat er achter het masker van stoerheid verborgen zit.

Een energieke voorstelling over de jeugd van tegenwoordig. En is de jeugd van tegenwoordig niet de jeugd van alle tijden? Ik zit in een zaal vol met jongeren in de leeftijdsgroep waarvoor de voorstelling bedoeld is. Er wordt goed op gereageerd, veel gelachen en ook ge-ooh-d. De jongens naast mij zijn te stoer om echt hard te klappen, maar tijdens het kijken waren ze vol aandacht. Maar ach, zijn wij niet allemaal zo geweest. Jongens waren we - maar aardige jongens. Al zeg ik 't zelf..

zondag, oktober 30, 2011

KRT: Midzomernachtskolder

Jezelf tegenkomen als personage in een toneelstuk, dat overkomt je niet zo vaak. Mij overkwam het afgelopen vrijdagavond bij de voorstelling Midzomernachtskolder van Klein Rotterdams Toneel (KRT).

KRT bestaat dit jaar tachtig jaar en vierde dat met de uitvoering van een bewerking van de Midzomernachtsdroom van Shakespeare. Een feestelijk stuk over liefde dat goed past bij een jubileum. Na een afhankelijk wat trage en houterige start waarbij de spelers duidelijk moeite hebben met de teksten, komt de voorstelling pas echt op stoom als de 'amateurspelers' opkomen. Shakespeare heeft in zijn stuk een aantal amateurs geschreven die het huwelijk van de koning en de koningin (bij KRT de president en zijn vrouw) moeten opluisteren met een toneelstuk. In het oorspronkelijke stuk heet de sterspeler van dit gezelschap Spoel de wever, en wie schetst mijn verbazing als in de versie van KRT deze goede man luistert naar de naam Fedde Spoel.

Met verwijzing naar drie van de haar voorafgaande regisseurs bij de groep, heeft Mirjam Veldhuizen van Zanten de 'amateurs' de namen Minnekus de Groot, Fedde Spoel en Reinier van Mourik gegeven. Het heeft voor mij een surrealistisch effect om iemand (Aad Fase) voortdurend als Fedde en Fedde Spoel te horen aanspreken. Gelukkig hoef ik me niet voor Aad te schamen want hij speelt de rol geweldig. Vooral de korte Tom Lanoye-monoloog uit Richard (modderfokker) II doet-ie erg goed.

Het gehele stuk, dat mooi is vormgegeven in kleding en decor, duurt me te lang, vooral als de plot zich langzamerhand ontwikkelt richting het voorspelbare einde: en ze leefden nog lang en gelukkig. Maar na de moeizame start wordt door iedereen toch goed gespeeld en verveel ik me geen moment.

Een speciale vermelding verdient de rol van Puck, gespeeld door Pim Dumans. Hij steelt voortdurend de show als plaaggeest die alles in de war stuurt en alles daarna weer recht moet zetten met even desastreuze gevolgen. Zonder echt te kunnen vliegen dartelt hij als een vlinder tussen de elfjes, de goden en mensenkinderen. Hij geniet overduidelijk van zijn rol die hem met zijn postuur en bewegingen op het lijf geschreven lijkt te zijn.

maandag, oktober 17, 2011

Ro theater: Dood van een handelsreiziger

Van te voren ben ik bang voor een ouderwetse voorstelling. Zo'n ouderwets gedateerd stuk van vlak na de Tweede Wereldoorlog. Wie zit daar nog op te wachten? Maar Dood van een handelsreiziger is een ouderwetse voorstelling in de goede zin van het woord. Er wordt gewoon ouderwets goed toneel gespeeld door het ensemble van het Ro theater.

Het toneelbeeld is simpel, een klein papieren huisje midden op het toneel van waaruit rode draden over het toneel lopen, aan het einde vastgezet met een oversized pushpin. Een mooi jong meisje zingt een lied over dromen, het thema van de voorstelling. Hoofdpersoon Willy Loman (Herman Gillis) is een dromer, een man die de werkelijkheid mooier voorstelt dan die in werkelijkheid is. Totdat die werkelijkheid zozeer op hem gaat drukken en hij geen uitweg meer ziet. Alleen zijn vrouw (Jacqueline Blom) blijft tot het einde in hem geloven.

De climax als zoon Biff (Gijs Naber) met hem in gevecht gaat en er met origineel ouderwets Method-acting geschreeuwd en gehuild mag worden, is ontroerend. Een geweldige mix van authentiek, actueel, modern en antiek toneel.

maandag, oktober 10, 2011

Het Gebroken Oor 25 + 1


Het Gebroken Oor jubileert

Het Gebroken Oor bestaat 25 + 1 jaar en houdt op 12 november a.s. een speciaal optreden in Café Schoonewil in Rotterdam. Met nummers uit een ver verleden en recent  werk. Een groot aantal gastmuzikanten komt ons voor deze speciale gelegenheid versterken. Huib tikt af op 20.30 u.

Je doet ons een heel groot plezier als je dit feest met ons komt vieren, gouden vocht je keel laat smeren en dan uit volle borst……
Fedde Spoel, Willem Schneider, Huib de Jong, Frans Verschoor, Ernst Feekes én Peter Scholten

Gasten o.a.:
Margreet 't Hart (zang)
Antoinette van Hattem (zang)
John de Vaal (zang)
Frans van Wijk (saxofoon)
Paul Prins (gitaar)
Ruud Overdijk (saxofoon) en
The Suzannes (punkband)

Zaterdag 12 november, 20.30 u
Cafe Schoonewil, Bergweg 80, 3036 BD Rotterdam
Voor bijzonderheden….. Fedde  06 41 21 24 49

donderdag, oktober 06, 2011

Richard Maxwell: Neutral hero

Het geheime leven van een klein stadje in het zuiden van de Verenigde Staten. Dat wordt ons beloofd bij Richard Maxwell's Neutral Hero, de laatste voorstelling die ik in De Internationale Keuze zie. Ik zie het niet. Ik val regelmatig in slaap om te constateren dat de spelers van het stuk op een andere plaats staan dan waar ze eerder stonden. Het lijkt er op dat er een soort Twin Peaks wordt bedoeld met deze voorstelling maar de spanning ontbreekt. Er wordt sloom en neutraal geacteerd. Er zijn mooie meerstemmig gezongen liedjes maar zelfs die zijn zonder hoogtepunten of climax. Zo kabbelt de voorstelling voort. Nee, dit is het dieptepunt van deze editie van De Internationale Keuze. Het verwondert me dat dit stuk door heel Europa reist, langs Brussel, Wenen, Parijs op diverse internationale festivals. Ik vind het eerlijk gezegd maar niks.

dinsdag, oktober 04, 2011

Monika Gintersdorfer en Knut Klaßen: La fin du western

Begon De Internationale Keuze met een tirade tegen het interactieve theater, op mijn laatste avond word ik ondergedompeld in een stuk interactief theater. Op het toneel staat een soort bouwwerk waar het publiek vanaf de tribune niet in kan kijken. Voor dat bouwwerk neemt een man plaats die vlak voordat het stuk begint nog naast mij op de tribune zat.

Hij, Hauke Heumann, vertelt in het kort de geschiedenis van de verkiezingen in Ivoorkust, in het Engels. Een strijd tussen twee mannen, de één wordt door Europa een dictator genoemd, de ander, die in Amerika heeft gestudeerd, is door het Westen uitgeroepen tot de redder van de democratie. Eén zit opgesloten in een hotel. Het is een moeilijk te volgen verhaal, in het Engels. De situatie in Ivoorkust is gecompliceerd, dat is duidelijk. Dan komen vier negers de tribune af die tegen ons beginnen te praten. In het Frans, waarna de eerste man alles voor ons in het Engels vertaalt. Dat doet hij op een geweldige en komische manier. Soms doet hij de mannen na op een onbeholpen wijze, soms doet hij of hij het niet snapt.

Dan volgt een moeilijk na te vertellen voorstelling waarin de mannen op energieke wijze tegen ons beginnen te praten, ons uitnodigen in het huis dat op het toneel staat, en verloopt de voorstelling simultaan. Tegelijkertijd worden twee voorstellingen gespeeld. Voor de toeschouwers die op de tribune zijn achtergebleven en voor de toeschouwers die zich mee hebben laten lokken het huisje in. Het publiek loopt heen en weer, de acteurs lopen heen en weer.

Het is een warrige en rare voorstelling die hoe dan ook indruk weet te maken. Het publiek wordt opgezweept door het energieke spel van de vier zwarte mannen die ons vragen de handen omhoog te steken ten teken dat we geen wapens dragen. Een gedeelte van het publiek, een stuk of vijf toeschouwers, doen mee op het podium en op het allerlaatst komt als een duivel uit een doosje nog een geüniformeerde neger op die vertelt over hoe het nu in Ivoorkust is, een chaos.

In de war worden we gelijk naar de volgende voorstelling gestuurd omdat La fin du western is uitgelopen. Nog net tijd om naar het toilet te gaan krijgen we, dan moeten we snel naar Neutral Hero.

zaterdag, oktober 01, 2011

Mariano Pensotti: El pasado es un animal grotesco

Eén van de oudste theatermachines in de geschiedenis is het draaitoneel. Een middel om diverse locaties in een toneelstuk weer te geven. Een simpele draai en we zijn ergens anders. Van dit eeuwenoude theatermiddel maakt Mariano Pensotti gebruik in El pasado es un animal grotesco. Vier verschillende verhalen worden er verteld, chronologisch, de handeling speelt zich in tien jaar af, tussen 1999 en 2009.

Er is het verhaal van het verliefde stel, hij filmer, zij schrijfster, dat langzaam van elkaar vervreemdt en elkaar tenslotte toch weer terugvindt. Het verhaal van Pablo die per post een afgehakte hand krijgt toegestuurd en steeds meer geobsedeerd raakt door de hand die hij tien jaar lang bewaart in het vriesvak van zijn koelkast. Dan is er Vicky die aan de hand van een stapel foto's in een oude schoenendoos ontdekt dat haar vader er ergens anders een tweede gezin op na houdt. En er is de jonge vrouw die geld uit de spaarpot van haar ouders steelt om samen met haar vriend een nieuw leven te beginnen in Parijs, de stad van haar dromen. Zij kiest steeds voor de verkeerde mannen en keert uiteindelijk op verzoek van een theatermaakster terug naar haar ouderlijk huis.

Terwijl het draaitoneel steeds langzaam rond blijft draaien ontrollen zich tegelijk langzaam deze geschiedenissen waarin de hoofdrolspelers uiteindelijk tot de conclusie komen dat hun gedroomde levens illusies waren. Maar ook ongrijpbaar want niet weer te geven in een geschiedenis. De jonge vrouw herkent zichzelf niet in het theaterstuk dat de theatermaakster van haar heeft gemaakt, de jonge man herkent zich niet in de film die hij zelf van zijn leven heeft gemaakt.

In het stuk worden de verhalen stuk voor stuk verteld door de vier spelers die afwisselend een microfoon hanteren voor het vertellen van de vier geschiedenissen, en alle rollen voor hun rekening nemen. Er wordt fantastisch geacteerd door de twee mannen en twee vrouwen. Met behulp van een enkel kostuumstuk of rekwisiet schakelen ze makkelijk over van de ene rol in de andere. De neurotische Pablo is het volgende moment een rustige drugs verkopende Arabier, en zoekende Vicky is net zo makkelijk de drumster van een op de White Stripes lijkende band met de mysterieuze naam Travesti Rimbaud, een band die als logo een afgehakte hand heeft.

Ik had nog nooit eerder een Argentijns theaterstuk gezien, maar als ze allemaal zo goed zijn daar ver weg in het zuiden van Zuid-Amerika dan zou ik graag meer van dit soort stukken zien.

vrijdag, september 30, 2011

OMSK / Lotte van den Berg: Les Spectateurs

Eén prachtig beeld. Dat bevat de voorstelling Les Spectateurs van Lotte van den Berg. Een man, omringd door antieke ventilatoren pluist een stapel plastic zakken uit en daar komen mensfiguren uit die naar boven zweven, naar de nok van het theater. De figuren stijgen op en dalen neer en cirkelen rond een jonge vrouw die langzaam het toneel oversteekt, op weg naar een zwarte man die achterop het toneel naar haar en naar ons staat te kijken. Een beeld waar je heel lang naar kunt kijken zoals je uren in een vuur kunt blijven staren en steeds iets nieuws ontdekken. Maar is een enkel beeld drama? Het is altijd gevaarlijk om je af te vragen waar de grenzen van het theater liggen. Volgens Peter Brook is theater al één toeschouwer en één acteur in een lege ruimte. Dus in die zin is wat de acteur (de handelaar, degene die handelingen uitvoert) doet in de ene prachtige scène theater.

Toch heb ik ambivalente gevoelens bij deze voorstelling. Lotte van den Berg is met een aantal acteurs en beeldend kunstenaars in Kinshasa, de hoofstad van Congo, geweest en heeft op basis van haar ervaringen daar, deze voorstelling gemaakt. Vorig jaar kwam ze koud van het vliegtuig ditzelfde podium oplopen in de Gouvernestraat en daar was ik bij en deed verslag van Cold Turkey. Mijn eerste regel toen was: "Na afloop weet ik niet goed wat ik heb gezien". Datzelfde gevoel heb ik nu.

Les Spectateurs gaat over kijken en bekeken worden. Wie bekijkt wie en waarom? Wat zien we? De voorstelling is traag, er gebeurt weinig. In één alinea zijn alle gebeurtenissen gemakkelijk weer te geven en er is geen dramatische ontwikkeling. Net als in Cold Turkey worden we aan het einde van de voorstelling op het podium uitgenodigd om iets te drinken met de spelers.

Maar een voorstelling die over kijken gaat moet iets bieden om naar te kijken. Juist daar ontbreekt het aan en juist daar heb ik ambivalente gevoelens over. De neger die het podium oploopt, waar wij naar kijken, die naar ons kijkt met rollende ogen. Is het niet een soort aapjes kijken in de dierentuin? Dat schrijf ik niet omdat het over een zwarte man gaat, die had net zo goed een eskimo of indiaan kunnen zijn, of de olifantman. Maar de man doet niets bijzonders, behalve aanwezig zijn en glazen op een tafel zetten, tezamen met de andere spelers. Dat geeft mij het gevoel dat hij wordt gebruikt wordt in deze voorstelling, misschien zelfs misbruikt. Mij geeft het een naar gevoel, een vervelende nasmaak. Waarschijnlijk onbedoeld door Lotte van den Berg, maar ik had associaties met Waarom vrouwen van apen houden van Stine Jensen.

zondag, september 25, 2011

Davis Freeman: Expanding energy

Voordat de voorstelling begint moeten we Davis Freeman eerst iets beloven. Op een groot scherm is te lezen hoeveel energie de voorstelling Expanding Energy heeft gekost. Om er voor te zorgen dat de voorstelling klimaatneutraal wordt kunnen wij iets doen. We kunnen kiezen uit een aantal opties.
  • Een maand geen televisie kijken
    (er van uitgaande dat de gemiddelde persoon drie uur per dag kijkt waar ik absoluut niet aan kom), 
  • een week niet internetten
    (zou ik niet kunnen laten omdat ik dan mijn werk niet zou kunnen doen), 
  • slechts twee minuten douchen per dag
    (of minder, doe ik al), 
  • een week geen autorijden
    (doe ik sowieso niet want mag niet zonder rijbewijs), 
  • een jaar lang alleen tweedehands kleding kopen
  • een maand geen vlees eten
    (wij eten al heel weinig vlees) of 
  • een boom planten.
Om toch maar een belofte te doen kies ik nogal laf voor de douche-optie maar eigenlijk heb ik tegelijk het idee dat ik door mijn levensstijl al aardig energiezuinig leef. Die maand geen vlees eten zit bij mij verspreid over het hele jaar en is op die manier bijvoorbeeld misschien wel twee maanden. Gelukkig weten we met zijn allen de gebruikte energie op te heffen en dan kan de voorstelling beginnen.

Die is een energieke show van wervelende dansers (grotendeels uit Rotterdam) met muziek van twee muzikanten van de Einstürzende Neubauten, en een fabelachtig goede engelse acteur (Jerry Killick) die in een orgie van geluid en beweging een fascinerende opsomming geeft van alle energie die het heeft gekost om tot deze voorstelling te komen. Van de manier waarop de vloer is vervaardigd, tot de kleding van één van de danseressen, de versterkers waar de muzikanten op spelen, dit alles geïllustreerd door beelden op het scherm achter hem. Beelden die elkaar in een steeds sneller wordende opeenvolging afwisselen.

Daarna zakt de show ergens halverwege enigszins in om aan het eind met het beeld van een groep rennende mensen waarbij tenslotte één danseres eenzaam achter blijft, eenzaam rennend op een leeg en tamelijk donker podium. Ging bij Anna Mendelssohn aan het einde het licht plotseling uit, dit beeld heeft meer impact. Waar rent het meisje naartoe? Is er ergens een uitweg voor haar? Wat gebeurt er als haar energie op is?

Anna Mendelssohn: Cry me a river

In het verleden was er altijd een duidelijk thema van De Internationale Keuze van de Schouwburg. Dit keer wordt de titel niet duidelijk gecommuniceerd en moest ik het thema voor dit blog opzoeken, want ik had geen idee. Het thema blijkt parallelle werelden. Op zich een goed thema voor een internationaal theatervoorstelling, maar tegelijk een thema dat op elk internationaal festival van toepassing zou kunnen zijn. Ik ben in de afgelopen dagen al heel wat parallelle werelden binnengestapt maar dat is niet anders dan in andere jaren. Geen wonder dat ik dit thema niet had onthouden. Het is een dertien-in-een-dozijn-thema.

Het tweede weekend van het festival, van 22 tot 25 september, heeft een eigen en ander thema, namelijk Imagine 2020, Kunstenaars over klimaatverandering. Het lijkt er op dat dit thema minder aansprekende voorstellingen heeft opgeleverd. In ieder geval voelde het publiek zich niet geroepen om er in grote getale op af te komen. Bij Cry me a river zitten slechts de eerste drie rijen vol, bij de voorstelling de dag er na, Expanding Energy van Davis Freeman, is de zaal maar matig gevuld. Terwijl alle andere voorstellingen die ik tot nu toe zag of uitverkocht waren (kleine zaal en Krijn Boon Studio), of toch in ieder geval goed vol zaten (Grote Zaal).

Anna Mendelssohn zit achter een grote lange tafel met een wit tafelkleed er over. Voor haar neus staat een microfoon, hier en daar staan kannen water en glazen en het lijkt er op dat ze zo meteen samen met een groot aantal gasten aan een conferentie kan gaan beginnen. Ze blijft echter alleen. In haar eentje voert ze een klimaattop, in haar eentje brengt ze een groot aantal mogelijke standpunten over klimaatverandering voor het voetlicht.

Ze doet dat op een mooie en integere manier. Anna Mendelssohn kan goed schakelen, zoals acteurs dat noemen. Van de ene emotie snel in een volgende overgaan en daarmee brengt ze op een grappige manier de verschillende standpunten.

De ijskappen smelten en dat is om te huilen. Als dat huilen niet vanzelf gaat brengt ze met eens stiftje iets onder haar ogen aan en dan vloeien de tranen als vanzelf over haar wangen. Een goed gevonden beeld om aan te geven dat als argumenten niet werken je over kunt gaan op emotie. Datzelfde bewerkstelligt ze met muziek. Van tijd tot tijd gaat er ineens vanuit het niets een kitscherig muziekje aan, haar stem wordt lager en ze begint langzamer te spreken en als in een reclamespot brengt ze haar boodschap over. Het kan niet schelen dat die boodschap gepikt is van Martin Luther King en oorspronkelijk over een heel ander onderwerp ging.

Anna Mendelssohn gebruikt tussendoor allerlei theatertrucs zoals de al genoemde tranen, grime (ze smeert een soort lijm op haar gezicht waardoor ze er ineens ouder uitziet en ze smeert die weer in met watten, waardoor het lijkt of de vellen aan haar gezicht hangen), en ze maakt een heerlijk onbenullig dansje waarin ze de evolutie verbeeldt.

Hier en daar is de voorstelling iets te serieus, het had wat lichter gekund, maar soms toch ook weer heel erg grappig. Ik bewonder haar acteurkunst en verbaas me over haar geweldige Engels dat ik absoluut niet bij een Oostenrijkse actrice had verwacht.

Rodrigo Garcia: Gólgota picnic

Een voorstelling over schilderkunst, over de weergave van Jezus Christus aan het kruis op de Schedelberg. Een beeldende voorstelling, ondanks de lappen tekst die de spelers gedurende het stuk uitspreken. Tamelijk abstracte tekst en soms moeilijk te volgen, ook omdat de nederlandse vertalingen van de spaanse teksten helemaal bovenin het toneelbeeld, ver verwijderd van waar de actie plaatsvindt, lastig te volgen zijn. Dat neemt niet weg dat dit voor mij tot nu toe overduidelijk het hoogtepunt is van festival De Internationale Keuze van de Schouwburg. Onnavolgbaar is het geheel. Het is onweerstaanbaar en gedurfd.

Het beginbeeld is indrukwekkend. De complete toneelvloer van de grote zaal is bedekt met hamburgerbroodjes. Een tapijt van bolletjes. De achterwand is een groot scherm waarop gedurende de voorstelling opgenomen filmbeelden te zien zijn, afbeeldingen van schilderijen van o.a. Rubens en Rogier van der Weyden, en live opgenomen close-ups van scènes die op het toneel gespeeld worden. Linksachter op het toneel zitten vier mannen en een vrouw met stoeltjes en een picknickkleed.

Sommige teksten verwijzen rechtstreeks naar het lijdensverhaal van Christus maar vermengd met actuele teksten. Er is geen verhaal, er zijn veel imponerende beelden.

Vooral gedurfd is de eindscène waarin een man opkomt gekleed in McDonalds-uniform met een grote kartonnen beker cola in de hand. Daarvoor hebben we al veel naakt gezien, mannen en vrouwen die elkaar insmeerden met verf, maar deze oudere man van een jaar of zestig begint zich uit te kleden en speelt een compleet pianostuk, De zeven laatste woorden van Jezus Christus van Haydn. Naakt aan de piano speelt hij tot slot van de voorstelling zo ongeveer een half uur lang alle negen delen van deze compositie.

donderdag, september 22, 2011

Wunderbaum: Looking for Paul

Looking for Paul bestaat uit drie delen. In het eerste deel vertelt Inez van Dam (gespeeld door Maartje Remmers) over Rotterdam, de stad waar ze woont, en haar haat ten opzichte van Kabouter Buttplug die haar uitzicht verpest. Inez van Dam is uitgenodigd door theatergroep Wunderbaum om haar verhaal in LA te vertellen en om daar op zoek te gaan naar Paul McCarthey, de veroorzaker van haar leed. Maartje Remmers vertelt het verhaal als een echte amateur, die weinig ervaring heeft in presenteren, met op de achtergrond een reeks dia's. Op elke dia is ze zelf te zien. Als Inez van Dam woont ze aan het Eendrachtsplein en is ze eigenares van Boekhandel Van Gennep die ze van haar moeder heeft overgenomen. Een mooie mengeling van fantasie en werkelijkheid.

Voor het tweede deel komen drie andere spelers van Wunderbaum op. Marleen Scholten, Walter Bart en Matijs Jansen, aangevuld met een Amerikaanse acteur, John Malpede  Het tweede deel van de voorstelling gaat over de totstandkoming van het project Looking for Paul waar wij naar zitten te kijken en bestaat uit de emailcorrespondentie tussen de spelers en Inez van Dam.

Ook dit gedeelte, kort onderbroken door een film waarin Inez met Walter en Matijs op pad gaat om zich te wreken op Paul McCarthey, is een mooie mengeling van fantasie en werkelijkheid. Er wordt geruzied, gekibbeld, er zijn intriges, er is egoïsme en je kunt je voorstellendat een voorstelling van Wunderbaum in werkelijkheid ook zo tot stand komt. Dit gedeelte, hoewel erg interessant, duurde me iets te lang.

Het laatste gedeelte is een soort Paul McCarthey-achtige performance met veel ketchup, melk en chocoladesaus waarin Marleen Scholten een doorgedraaide Martha uit Who's afraid of Virginia Woolf? speelt, een baal stro wordt verkracht, een vrouw wordt vastgebonden aan een paal. Er is nep-bloed in de vorm van ketchup, het is hilarisch, gruwelijk en walgelijk, allemaal tegelijk. Ik houd er wel van maar sommige mensen vinden het te veel "zestiger jaren". Al met al een leuke voorstelling van Wunderbaum die veel vragen aan de orde stelt over kunst en subsidiëring, en ondanks dat het niet hun beste is, toch een intrigerende voorstelling.

Gunilla Heilborn: This is not a love story

Geen liefdesverhaal maar een roadmovie. (Is daar eigenlijk een Nederlands woord voor?) Rechtsachter op het toneel staat een bord met de titel van de voorstelling: This is not a love story. Twee dansers, een man en een vrouw staan doodstil op het toneel. Het onweert. Na iedere flits staan ze er nog steeds maar is het beeld door middel van een projectie veranderd. Een indrukwekkende start van de reis.

De voorstellng is al reizend gemaakt en toont in losse fragmentarische scenes de komische dialogen onderweg. Het dansmateriaal vind ik niet echt indrukwekkend en vaak hetzelfde. De dialogen daarentegen maken mij en de andere bezoekers regelmatig aan het lachen. De onderkoelde humor, Engels gesproken met zwaar Zweeds accent, doen me aan de films van Hal Hartley denken, ooit een coryfee op het International Film Festival Rotterdam.

Vooral de ijzig koude en bijna emotieloze Kristiina Viala is geweldig. Ze herinnert me aan Jeanne Moreau in L'ascenseur pour l'echafaud. Dezelfde lege blik in de ogen. Vooral als ze op een gegeven moment een voor ons onverstaanbaar, want Zweeds, lied zingt, werkt dit erg komisch.

Net als de voorstelling dreigt te gaan vervelen is-ie afgelopen. Precies de juiste lengte. Niet te lang en niet te kort. Een uurtje genieten.

zondag, september 18, 2011

Volksbühne am Rosa-Luxemburg-Platz: Ich schau dir in die Augen

Wat hebben we nu eigenlijk gezien vraag ik me af na het zien van Ich schau dir in die Augen, gesellschaftlicher Verblendungszusammenhang! zoals de volledige titel luidt. In ieder geval een bijzonder acteur die ons anderhalf uur lang heeft geboeid met standup-comedy, muziek en taal. Maar waar gaat het over? vraag je je met Wim T. Schippers af. Er zijn een aantal thema's die herhaald worden in tekst en beeld. Het interactieve theater, de gemeenschappelijke ervaring die theater verondersteld wordt tot stand te brengen en de vergankelijkheid van het lichaam.

Het acteerwerk van Fabian Hinrichs, de enige acteur in deze voorstelling van René Pollesch, is fabuleus. Hij heeft een tomeloze energie, maakt ons geregeld aan het lachen, bespeelt het publiek als een echte entertainer en dat hij op enkele momenten zijn tekst even kwijt is en gesouffleerd moet worden, vergeef je hem onmiddellijk. Maar is dat niet ook gespeeld? Want welk gezelschap heeft nog een souffleur op de eerste rij zitten met een groot boek met de tekst op schoot? Zo is het ook de vraag of Hinrichs in de lach schiet of dat-ie dat speelt. Zo speelt hij met de boventiteling en met ons.

Blijft de vraag wat de bedoeling is van de voorstelling. Die richt zijn pijlen op het interactieve theater en op de zin van theater. Interessante vragen en Hinrichs nodigt ons voortdurend uit om mee te doen in zijn voorstelling. Een uitnodiging waar niemand op ingaat. We hangen in de zitzakken die in het theater liggen als vervanging van de stoelen en laten ons vermaken, maar nemen niet deel. We laten de acteur het werk voor ons opknappen. Daarom stelt de acteur het interpassieve theater voor. Theater waarbij de acteur de partner van het publiek mee naar huis neemt, met die partner gaat eten, met die partner naar bed gaat. Zodat de acteur beleeft wat de toeschouwer eigenlijk zelf zou moeten beleven. Daarmee de toeschouwer vrijmakend van de behoefte zelf te beleven, zelf te ervaren. Dat mogen wij in een lied gezellig meezingen, dat we blij zijn om bevrijd te zijn van de dingen waar we van houden.

Daarnaast gaat het over de vergankelijkheid van het lichaam. De acteur loopt een groot deel van de voorstelling rond slechts gekleed in een zwarte slip zodat we zijn getrainde lichaam goed kunnen zien. Een lichaam dat zich steeds vernieuwd en nooit hetzelfde blijft. Zo heeft hij afscheid kunnen nemen bij het sterfbed van zijn moeder. Met de gedachte dat het lichaam van zijn moeder niet hetzelfde lichaam is dat hem vroeger toen hij klein was heeft gezoogd. Dat lichaam is vergaan, het stervende lichaam is een ander, nieuw lichaam.

De verbinding van beide thema's met elkaar kan ik niet leggen. Zo is er veel mysterieus in de voorstelling. Er is gedoe met een groene spuitbus waarmee de acteur zijn lichaam verft. Wat wel grappig is op het moment dat hij zijn geslachtsdeel groen spuit. Er is het brandende jaartal 1971. Wat gebeurde er in 1971 in het theater? Is er een voor 1971 en daarna?

Maar belangrijkste is dat ik me niet echt aangesproken voel door de kritiek op het interactieve theater. Daardoor ontbreekt uiteindelijk toch de ontroering en missen de pijlen mijns inziens het doel dat werd beoogd. Toch had ik de voorstelling niet graag willen missen, want ondanks mijn kritiek is alleen al het zien van deze gelauwerde acteur een ervaring op zich.

donderdag, september 15, 2011

Fries



Ik schreef kortgeleden een stukje over toerist in eigen stad. Als ik terugkom uit Dublin en aankom in Eindhoven kijk ik nog om me heen met de blik van een toerist. Zo valt me dit prachtige fries op buiten aan het station. Enigszins in dezelfde stijl als het oude station van Rotterdam.

Ro theater: Bonte Avond van Bodybuilders

De voorstelling Bonte Avond van Bodybuilders van het Ro theater is wat de titel belooft. Een bonte avond. Niet meer dan dat. De kickboksers waarmee Jetse Batelaan een week of vijftien heeft gewerkt zijn geen toneelspelers. Dat is de charme. Het is hier en daar genant, hier en daar ontroerend. Alsof je naar de schoolvoorstelling of eindmusical van je kinderen zit te kijken. Er zijn leuke vondsten zoals het iedere keer goedenavond zeggen bij opkomst en bij afgang. Het zingen van de onbenullige teksten. De scènes die niet echt ergens over gaan. Het flauwe dansje op de muziek van een mobiele telefoon. Zelfs als aan het einde Dexter dan een waargebeurd en zelfmeegemaakt verhaal gaat verhalen wil het niet echt diep gaan. Het verhaal is bekend en in zekere zin cliché, jongen wordt in elkaar geslagen door vier dealers maar komt er toch bovenop. Gelukkig is de voorstelling kort en verveelt nergens.

Een goed begin van de avond op De Wereld van Witte de With waar we ook nog Sven Hammond Soul zien in het vroegere fotoinstituut. Die is echt goed en swingt als de neten. Daarna nog naar het Museumpark waar The New Earth Group staat te spelen. Alleen de geur van hasj en marihuana ontbreekt en de vloeistofdia's zijn vervangen door grote abstracte projecties op een scherm naast het podium. Maar we zijn een paar decennia terug in de tijd, ik moet denken aan King Crimson en aan de Soft Machine bij de muziek van deze band.