dinsdag, juni 28, 2011

Leo Ferré

Leo Ferré heet de roos in het tuincentrum. De naam van de Franse singer/songwriter. Of hoe noem je dat in het Frans? Chansonnier/écrivain? De dag er voor heb ik twee liederen gezongen van Leo Ferré: Monsieur William en L'ile Saint-Louis. Tezamen met een groot aantal andere Franse chansons van o.a. Jacques Brel en Edith Piaf.

Hoe ik daar zo terechtkwam. Maria, de uitbaatster van Maria's Cantina vroeg mij of ik niet iemand kende die Franse chansons kon zingen. Eén keer in de maand organiseer ik voor Erasmus Cultuur een Students On Stage in haar café-restaurant op de Erasmus Universiteit en heb dus regelmatig contact met allerlei artiesten. Ik beloofde haar te gaan zoeken naar een chansonnier. De eerste die ik vroeg of ze me kon helpen was Laura van het secretariaat van het SSC OOS. Zij heeft een man die beroepsmatig piano speelt, en wellicht wist hij iemand die hij zelf dan weer kon begeleiden. Waarom doe je het zelf niet? vroeg ze mij. Ik was er zelf nog niet opgekomen maar dacht: waarom niet?

Zo gezegd, zo gedaan. Ik zocht een aantal liederen uit, sommige die al kende, tenslotte had ik samen met Het Gebroken Oor ooit eens de derde prijs in het Concours de la Chanson gewonnen, en met Erik van der Kroft ging ik aan de slag. We studeerden in totaal achttien chansons en ook een aantal Franse popliedjes in. Het optreden werd een paar keer uitgesteld en soms vroegen we ons af of het er nog van zou komen. Maar het gebeurde echt.

Afgelopen vrijdag stonden we tegen een Frans decor in Maria's Cantina voor een internationaal publiek van MBA Graduates te spelen. Een paar kleine fouten zoals een foute inzet, het verhaspelen van een aantal Franse woorden, maar verder was het een succes. Een ouder echtpaar, beide in licht linnen pak gekleed alsof ze op een seacruise zouden gaan, ouders van een Franstalige graduate, keek geamuseerd toe en aan de monden te zien kenden ze de liedjes uit het hoofd.

Ook Maria en de organisatie van het hele gebeuren was tevreden. Met andere woorden, volgend jaar weer. Maar mocht er een lezer van dit weblog zijn die denkt: ik heb ook wel zin in een avondje Franse muziek en ik heb een piano staan, dan zijn wij te huur. Stuur ons via mijn profiel gerust een email.

maandag, juni 27, 2011

Oostpool: Thuis ben je nooit alleen

Thuis ben je nooit alleen van theatergroep Oostpool is een echte Paradevoorstelling in de goede zin van het woord. In de rij terwijl we staan te wachten worden we al opgewarmd door de enige vrouwelijke speler en eenmaal binnen worden we nogmaals in de stemming gebracht door een man in schort met bezem op de klanken van Een eigen huis van René Froger. Zelf hoopt hij ook ooit acteur te worden, bekent hij ons, maar nu mag hij alleen nog maar de changementen verzorgen.

De voorstelling bestaat uit drie korte scènes steeds gespeeld door dezelfde twee acteurs, Tina de Bruin en Rick Paul van Mulligen. De laatste geniet vooral bekendheid als de homoseksuele vriend van Eva in de serie Adam e.v.a. die onlangs op televisie te zien was. De teksten zijn van Rik van den Bos, Marcel Osterop en Hannah van Wieringen.

We zien drie stellen: het eerste paar is een ouder echtpaar waarvan de vrouw op de leeftijd van 72 besluit een kind te willen, het tweede paar is een stel binnenhuisarchitecten waarvan de vrouw ontdekt heeft dat hun leven totaal leeg is, het laatste stel is een stel pubers dat fantaseert over de toekomst, een toekomst vol dood en verderf. Het zijn alle drie rake schetsen, cabaretesk en vol clichés, maar vooral het overtuigende spel maakt het helemaal af. Drie paren die er totaal verschillend uitzien en totaal verschillend op elkaar reageren. Hardop gelachen werd er volop in de overvolle tent, precies wat je wilt als je een avondje Parade doet. (Iets wat ik erg lang niet had gedaan.)


Foto: Annaleen Louwes

zondag, juni 26, 2011

Oude rockers

Je bent nooit te oud om rock&roll te spelen, lijkt het wel. Dat blijkt op De Parade waar ik op twee opeenvolgende avonden oude rockers hun kunstjes zie vertonen. Op donderdag speelt in het Correct Café op De Parade Johnny's Rattle Shaking Blues Band en op vrijdag Page. Van de laatste band had ik nooit gehoord maar vanaf het moment dat de zanger zijn eerste noot zingt zijn mijn oren gespitst. Een fantastische stem die me vaag bekend voorkomt. Het blijkt Michel van Dijk te zijn, ooit zanger van de band Alquin, niet één van mijn meest favoriete Nederpopbands want nooit zo'n fan geweest van symfonische rock, maar wel een fantastische stem. Omder leiding van gitarist Erwin de Ligt, met een hele koffer vol effectpedalen, speelt de band covers van bekende en onbekende rocknummers maar ze doen dat zo origineel en opzwepend dat de hele tent, jong en oud, aan het eind van het optreden lekker staat te swingen.

Hetzelfde gebeurde de avond ervoor bij Johnny's Rattle Shaking Blues Band die geen rock maar bluesrock spelen. Eigenlijk hetzelfde recept, bekende en minder bekende nummers, aanstekelijk en lekker strak gespeeld onder leiding van John de Vaal, ditmaal niet in gouden pak, maar in vest met een mooie patroongordel om waarin geen patronen maar mondharmonica's gestoken zitten, keurig op een rij. Ook hier valt me op dat zowel jong als oud geniet van een uurtje heerlijke ouderwetse rock&roll-muziek. Leeftijd geen bezwaar, zegt men dan en muziek overbrugt generatieverschillen.

zaterdag, juni 25, 2011

Jean-Philippe Toussaint: De waarheid omtrent Marie

Bij sommige goede boeken heb je als je aan het einde bent de neiging onmiddellijk weer terug te keren naar het begin om het nogmaals te lezen. Omdat je geen afscheid wilt nemen van het boek of omdat je het zo goed vindt dat je er het liefst nogmaals van wilt genieten. Of sommige details terug wilt lezen.

Bij dit boek van Jean-Philippe Toussaint, De waarheid omtrent Marie, had ik dat ook maar meer zelfs nog om terug te keren naar het begin van Faire l'amour (De liefde bedrijven), het begin van de trilogie over Marie,de vrouwelijke hoofdpersoon ervan. De neiging om de hele trilogie nogmaals te lezen. Daarnaast had ik ook zin om dit boek te herlezen in het Frans omdat ik de twee eerdere delen in de originele taal had gelezen en dit niet.

Eerder schreef ik al een berichtje over het woord koetsdeur en dit boek zit vol met vreemde woorden, woorden die ik zelfs in het Nederlands in het woordenboek moest opzoeken. Sommige woorden vind ik vreemd vertaald zoals het eerder genoemde koetsdeur, zoals masker voor een duikbril, sommige ken ik gewoon niet. Bijvoorbeeld het woord tarmac voor start- of landingsbaan op een vliegveld. Een hele kluif voor de vertaler (Marianne Kaas) lijkt me.

Het boek zelf is opnieuw een wonderlijk boek, net zo wonderlijk als de eerste twee delen en een waardige afsluiter van de trilogie. Ik zou het eerste deel echt moeten herlezen om er achter te komen welk van de drie het meest indrukwekkend vind. Het tweede (Fuir: Vluchten) is in mijn herinnering iets minder maar dit laatste dat in de titel de waarheid omtrent Marie belooft, voldoet volledig aan de verwachting die belofte.

De naamloze ik-persoon vertelt allerlei details over het leven van Marie waarvan hij onmogelijk de details kan weten en verklaart dat als volgt: "Marie kende ik bij intuïtie, over haar had ik een aangeboren weten, een totaal begrip: ik kende de waarheid omtrent Marie."
Vooral mooi zijn de liefdevolle beschrijvingen van de tekortkomingen van Marie. Zelfs de slechte eigenschappen van Marie worden met de mantel der liefde bedekt. Marie kan in de ogen van de verliefde verteller niets fout doen.

Het boek bestaat uit drie delen, in het eerste wordt de verteller door Marie geroepen om haar te helpen omdat haar minnaar Jean-Christophe de G. plotseling onwel is geworden na een nachtelijke vrijpartij en voor dood in haar appartement ligt. Natuurlijk schiet hij haar te hulp alhoewel hij daarvoor in zijn eigen appartement aan de rue des Filles-Saint-Thomas een andere, nieuwe Marie in de steek moet laten met wie hij gelijktijdig met Marie de liefde heeft bedreven zoals de allereerste zin van het boek meldt: "Later (...) drong het tot me door dat we, Marie en ik, op hetzelfde moment de liefde hadden bedreven, maar niet met elkaar."

Die eerste zin is daarmee gelijk een verwijzing naar De liefde bedrijven, het eerste deel van de trilogie die het relaas is van de scheiding van de twee geliefden en uiteindelijk ook weer de terugkeer naar elkaar. Maar voordat het zover is gebeurt er heel wat in dit boek dat uit drie delen bestaat. Het eerste deel speelt in nachtelijk Parijs waar zoals gezegd Jean-Christophe de G. die eigenlijk Jean-Baptiste heet, onwel wordt.

Het tweede deel speelt in Tokio waar het renpaard Zahir ontsnapt op een vliegveld, een deel waarover uitgebreid wordt verteld door de mannelijke hoofdpersoon die bij de gebeurtenissen niet (of slechts heel even zijdelings) aanwezig is en toch alles weet. Hetgeen mij even deed vermoeden dat Jean-Christophe de G. eigenlijk een alter ego of een afsplitsing is van Jean-Philippe T. en een compleet literair en fictioneel karakter waarvan de schrijver een groot aantal details weet die hij niet kan weten of kennen behalve als hij het zelf zou zijn.

Het derde en laatste deel brengt de twee ex-geliefden samen op Elba in het huis van de overleden vader van Marie dat ook in het vorige deel een rol speelde. Tenslotte brengt een grote bosbrand en opnieuw de zorgen om een paard de twee geliefden na een doelloze vlucht voor het vuur nader tot elkaar. In de allerlaatste zin van het boek wordt Marie van een derde persoon plotseling een tweede persoon en hoop je van harte dat het uiteindelijk goed zal komen tussen de twee.

maandag, juni 20, 2011

Droom van een eiland

Ik ga boodschappen doen. Ik ben op Sardinië. Ik neem een klein bootje naar een klein eiland voor de kust van het grote eiland. Het is een vulkanisch eiland met een hoge top in het midden. Ik loop langs kronkelende paden naar een klein dorp en kom bij een kleine groentenboer. Het is donker in de zaak. Ik krijg ruzie met een vrouw die vind dat ik voordring maar zelf ben ik me van geen kwaad bewust. Ik loop verder het dorp in en kom op een groot plein dat aan een zijde wordt afgesloten door een grote kathedraal of kerk. Op het plein zitten rondom aan tafeltjes verklede carnavalsfiguren. Wit geschminckte gezichten, jurken en uniformen met veel goud, met tressen en versierselen. De figuren lijken zich te vervelen en zitten te wachten. Op een door mij niet opgemerkt teken beginnen ze ineens allemaal te bewegen, te dansen in formaties van twaalf personen, drie bij vier. Ik ga weer verder en nog hoger naar de punt van het eiland. Ik sta op de flank van de berg en zie beneden me een kleine baai van waaruit een kleine boot vertrekt. Nu moet ik lang wachten voordat ik het eiland kan verlaten. Ik moet Mijn Vrouw bellen, bedenk ik me, maar doe dat niet. Ik weet niet waarom maar ik stel het bellen uit en weet op hetzelfde moment dat ik dat beter niet kan doen. Ze heeft immers geen flauw idee waar ik ben.

zondag, juni 19, 2011

Koetsdeur

Wat is een koetsdeur vraag ik me af als ik het woord lees. Het staat in het boek De waarheid omtrent Marie van Jean-Philippe Toussaint, vertaald door Marianne Kaas. De meest logische verklaring is de deur van een koets en ook de dikke Van Dale geeft die betekenis als enige betekenis. Het woord blijft in mijn hoofd rondhangen op zoek naar een verklaring. Porte cochère is waar ik aan moet denken. Een Frans woord dat wel vaker in de Franse boeken die ik lees opduik, en waarbij ik me dan meestal niet afvraag wat dat betekent.

De groep rende het trottoir op, haastte zich om naar binnen te gaan, maar beneden konden ze niet verder, werden gestuit in hun vaart, want ondanks herhaald duwen en al hun pogingen zich toegang te verschaffen ten spijt ging de koetsdeur niet open.

Dit is de zin waarin het woord voor het eerst voorkomt. Als het nu om een koets ging die moest worden geopend was het een logisch woord geweest, maar het gaat hier om de deur van een flat waarbinnen zich Marie bevindt in gezelschap van het bewusteloze lichaam van haar minnaar.

Ik zoek verder, naar het woord port cochère waarvan ik vermoed dat het de vertaling is. Het oude Franse pocketwoordenboek van Prisma geeft als verklaring koetsdeur en koetspoort (Van dat laatste woord geeft de dikke Van Dale als verklaring gewulfde inrijpoort. (waardoor een koets naar binnen kan rijden). Ook weer een spannend woord waar ik nooit van had gehoord, gewulfde, maar dat betekent gewoon gewelfde. Ik kijk op Google Street View naar de Rue la Vrillière waar deze scène zich afspeelt en ja hoor, daar zijn diverse grote gewelfde poorten, geen koetsdeuren, maar brede inrijpoorten.

dinsdag, juni 14, 2011

Productiehuis Rotterdam: Marcelles onschuld

Als het aan de huidige regering ligt worden na 2013 voorstellingen als dit Marcelles onschuld niet meer gemaakt. Dan zijn de productiehuizen opgeheven en dat zou zonde zijn. Want ondanks dat de voorstelling moeizaam op gang komt en ik zelfs het gevoel heb naar een amateurvoorstelling te kijken explodeert die uiteindelijk tot een orgie van seks en geweld die Georges Bataille waardig is. Het zet je aan het denken en schokt je alhoewel ik tegelijk het gevoel heb dat sommige van de taboes van Bataille ondertussen alweer ouderwets aan het worden zijn.

Marcelles onschuld is gebaseerd op de novelle Het oog van Bataille, een intrigerend verhaal rondom een tweetal vrijgevochten jonge mensen die alle taboes doorbreken en over alle grenzen gaan en daardoor de dood van een onschuldig meisje, Marcelle, op hun geweten hebben. In dit stuk wordt het verhaal van Marcelle in terugblikken en slechts beetje bij beetje onthuld. Het is een gebeurtenis waaraan de hoofdpersonen van het drama liever niet herinnerd worden. De toneeltekst is geschreven door Oscar van Woensel en gebaseerd op de novelle en onderzoek van de spelers en regisseusse Nataliya Golofastova. DJ Von Rosenthal de la Vegaz maakte een prachtig muzikaal decor, een mix van klassiek en beats.

Het verhaal begint in een kasteel, weergegeven door een groot tafelblad met een wit tafellaken met daarop een groot aantal pioenrozen, dat hangt aan vier staalkabels, een aantal onduidelijke kunstvoorwerpen, links een rood gordijn, en op de achtergrond een antieke kast, de kast waarin Marcelle zelfmoord heeft gepleegd. Er is een dokter, George, zijn vriendin of zus, Simone, en de homoseksuele huisvriend. Ze worden bediend door een jong en onschuldig dienstertje dat hen aan Marcelle doet denken en de herinneringen aan haar zelfmoord bij hen opwekt.

De sfeer is koel en afstandelijk, maar de teksten die de personages uitspreken zijn modern. Er mist een spanning tussen de personages, er wordt vooral in het begin nogal houterig gespeeld waardoor het lijkt alsof de spelers eerder zijn uitgekozen om wat ze durven dan om wat ze kunnen als toneelspeler. Want zoals hierboven al gezegd, de voorstelling explodeert in seks en geweld en maakt daardoor ondanks het matige toneelspel grote indruk. Op het hoogtepunt zwaait de huisvriend in vrouwenkleren boven op de tafel heen en weer rakelings over het publiek terwijl hij staat te pissen, Georges zit te masturberen, Simone over de grond kruipt en het dienstmeisje naakt aan een touw hangt te kronkelen.

"Een vrouw in een jurk vind ik net zo eng als kinderporno," of iets van die strekking zegt de arts Georges ergens in het stuk. Waarmee hij feilloos het grootste taboe van deze tijd aangeeft. Seks met kinderen. Op de dag dat ik de voorstelling zie zijn twee ouders gearresteerd die hun achtjarige dochter via internet aanboden voor seks. Georges Bataille vond dat taboes en verboden nodig zijn. Zonder verbod geen genot. In zijn boeken zijn dat voornamelijk plassen, incest en de dood. In Bataille's boek De moeder wil de moeder van de hoofdpersoon hem nog slechter maken dan zij zelf al is. Theater over grenzen is de ondertitel van Marcelles onschuld. Grenzen zullen er altijd zijn. Er zullen altijd mensen zijn die over die grenzen heen willen gaan. Een facinerend uitgangspunt voor een voorstelling en een goede reden dat de productiehuizen moeten blijven bestaan. Juist om dit soort experimentele voorstellingen te kunnen maken.

maandag, juni 13, 2011

Suzannes: het optreden

Willem Schneider
Op weg naar Babylon schiet me ineens te binnen dat de cover die we in het repertoire van de Suzannes hadden moeten opnemen het nummer Babylon van de New York Dolls had moeten zijn. Te laat. Nu doen we The kids are allright van The Who en ook daar is niets mis mee.

Het optreden in Babylon in Woerden zit er op en ondanks mijn aanvankelijke tegenzin kan ik niet anders dan toegeven dat het heerlijk was. Geen moment spijt. Het is heerlijk om de oude nummers van de Suzannes nog eens uit te voeren en nu in een nieuw swingender jasje met blazers, toetsen en mandoline. Veel enthousiaste reacties, ook van onbekenden en ook van bevriende muzikanten. Maar ook het samenspelen met andere muzikanten schenkt me veel bevrediging, met de blazers, met de nieuwe drummer en natuurlijk ben ik blij met de toevoegingen van good old Willem op toetsen en mandoline. Dat alles geeft een nieuwe dimensie aan het geluid van de Suzannes en meer variatie en diepgang aan de de eenvoudige nummers.

Op weg naar het diner in een Wok-restaurant, tussen de soundcheck en het optreden, komen we er achter dat we eigenlijk medeplichtigen zijn aan 'de wraak van Tull'. Onze bassist die tevens voorzitter is van het jongerencentrum heeft vijf jaar eerder opgetreden bij het 25-jarig bestaan en toen vonden de jongeren het maar oude koek wat hij ten gehore bracht met zijn band. Nu wil hij de jongeren een poepie laten ruiken. Dat lukt wonderwel. Iets wat ik niet had verwacht. Er wordt gesproken over een authentiek geluid dat jongeren heden ten dage proberen na te maken wat ze niet goed lukt. Maar ons ouwe lullen wel. Zo worden we ook aangekondigd als ouwe lullen. De technicus, een joch van rond de negentien, noemt ons rollatorpunks.

De wraak van Tull: Een half uur lang op full speed zestien nummers spelen in een echt ouderwets jongerencentrum. Niet voor niets goed gerepeteerd. Er waren fans van vroeger en we hebben mijns inziens nieuwe fans gemaakt door mensen blij te maken die de Suzannes nog nooit eerder hadden gezien. Hopelijk doen we het nog een paar keer over, de plannen zijn er in ieder geval.

Foto: Willem Schneider op mandoline

zaterdag, juni 11, 2011

The First Suzannes Punk Orchestra

Donderdag vond de laatste repetitie van The First Suzannes Punk Orchestra plaats, voor het eerst met het complete punkorkest. Dat ging goed. Vanavond is het zover. We treden voor het eerst op in Babylon in Woerden. Misschien in november nog een keer in Enschede en eventueel ook nog in een rockcafé in Schoorl.

Hierbij een foto van het punkorkest met van links naar rechts: het enige vrouwelijke bandlid Roos Manshanden (sax), nieuwe drummer Fred van Hilten (drums), Fedde Spoel (zang en gitaar), Dick (Tull) Pekelharing (bas), in de schaduw van Frank Loek Stolwijk (gitaar), Frank Stolwijk (sax) en vooraan op de knieën Willem Schneider (mandoline en toetsen).

maandag, juni 06, 2011

Suzannes again

Ondertussen is er vier keer gerepeteerd met de Suzannes in vier verschillende bezetting. De eerste keer door de drie originele Suzannes (Loek, Tull en ik) met de nieuwe drummer Fred, om het repertoire eerst maar eens goed door te nemen. Daarna volgde een repetitie zonder Fred omdat diens vader overleed en er voor hem belangrijker zaken waren dan optreden met een punkband. Huib, de drummer van Het Gebroken Oor viel voor hem in en tijdens deze repetitie waren ook de blazers Frank en Roos voor het eerst aanwezig. Nieuwe arrangementen met blazers werden uitgeprobeerd en we kwamen er achter dat de cd die ik van het oeroude tapje uit 1977 had gemaakt een toontje te laag stond zodat alle nummers tijdens de repetitie door de blazers even snel getransponeerd moesten worden. Daarna volgde derde een repetitie met blazers maar zonder mij omdat ik, o tegenstelling, bij een huwelijksfeest van een goede vriend en medebandlid de toetsenist van Het Gebroken Oor aanwezig moest zijn en daar mijn kunsten moest vertonen. Tenslotte volgde een repetitie met de Suzannes en Willem op toetsen, mandoline en ukelele, maar dan weer zonder blazers. Aanstaande donderdag vindt dan de laatste repetitie plaats, helemaal compleet, The First Suzannes Punk Orchestra in voltallige bezetting.

Het optreden van de Suzannes vindt plaats op zaterdag 11 juni in Babylon in Woerden.

zondag, juni 05, 2011

Elmgreen en Dragset: The one and the many



Een totaalervaring wordt ons beloofd voordat we de tunnel betreden die de opmaat vormt van de installatie van Elmgreen en Dragset in de Onderzeebootloods. Vorig jaar was in deze zelfde loods een grootse tentoonstelling te zien van het werk van Joep van Lieshout. De kreet totaalervaring was daarop zeker van toepassing en de verwachtingen ten aanzien van het vervolg hierop zijn dus hooggespannen.

Zoals gezegd leidt een lange tunnelbuis de bezoekers binnen. Bij de opening moeten we lang wachten voordat we naar binnen komen vanwege een technisch probleem. Een half uur langer worden we in spanning gehouden en dan kunnen we naar binnen. We passeren een accordeonist bij de entree en passeren in de tunnel een pinautomaat. Onder de automaat staat een wieg met daarin een baby. Geen echte baby natuurlijk maar levensecht nagemaakt en kortstondig de suggestie wekkend dat hier een moeder haar kind te vondeling heeft gelegd.

We verlaten de tunnelbuis aan de andere kant en staan in een grote donkere ruimte. In het midden een klein reuzenrad en rechts voor ons een flatgebouw waar de bezoekers door de ramen naar binnen staan te gluren. Binnen in het flatgebouw zijn kamers nagebouwd. Het lijkt of er mensen wonen maar de meeste kamers zijn verlaten op een kamer na waarin een Chinese jongen op bed ligt, zijn laptop geopend. Op het scherm is een datingsite voor homo's te zien. Ook deze jongen is niet echt, het is een griezelig goed nagemaakte jongen.

Tussen deze twee grote en in het oog springende voorwerpen staan kleinere zoals een toilet, een limousine en een vuilnsbak en lopen acteurs. Een meisje met een kinderwagen zit boos kijkend te wachten, in de tunnel loopt een jongen met ontblote borst en aan de limousine staan twee mannen te sleutelen. We zijn overduidelijk in een nagebouwde, enigszins gestyleerde achterstandswijk in een willekeurige grote stad.

Daar begint mijn telerstelling. Ik ben als regisseur regelmatig in achterstandswijken geweest. Bijvoorbeeld in Oud-Krispijn in Dordrecht, in het Oude Noorden in Rotterdam. Vooral de eerstgenoemde was toen ik daar aan het werk was zo'n beetje de beruchtste wijk van heel Nederland. Dat maakt deze cleane, nergens smerige of gevaarlijke buitenwijk niet echt de totaalervaring die ons is beloofd. Met honderden keurige mensen lopen we tijdens de opening van The one and the many gevaarloos rond in een kopie.

Sprekend voorbeeld is het hierboven afgebeelde urnoir, een klein grapje van de kunstenaars. Het echte urinoir dat de mannelijke bezoekers mogen gebruiken is smeriger, daar hebben de urinerende mannen wel gewoon onder de pot gemorst zoals mannen dat overal ter wereld doen.