woensdag, november 30, 2011

De winnaars van het ATFR 2011

Op zondag zie ik de winnaars van het festival, de drie meest markante voorstellingen, gekozen door de jury (Kruimels en Theater Over...) en het publiek (Maasstadspelers). Om met de keuze van het publiek te beginnen: die snap ik echt niet. Ik vind het een onbegrijpelijke voorstelling, een soort absurdisme à la De Kale Zangeres, over een stel dat de bovenkamer heeft gehuurd bij een ouder echtpaar dat zich zorgen maakt over het wassende water. Het stuk heet Zeezicht, maar de zee is niet te zien vanuit het huis en zo zit het vol met tegenstrijdigheden die soms grappig zijn maar mij nergens raken. Ik ben over het algemeen erg enthousiast over de voorstelling van Stephan Zeedijk maar hier snap ik niets van.

De eerste voorstelling van de middag is een sympathieke voorstelling van theatergroep Kruimels, die zich sinds jaar en dag bezig houden met bewegingstheater. De teksten zijn gedichten van verschillende dichters en het is dan ook een poëtische voorstelling met mooie teksten. Toch zou ik zelf eerder voor één dichter hebben gekozen,wat meer eenheid aan het geheel zou geven.
Nadeel van het stuk is dat het nergens echt gaat spetteren, er ontbreekt een climax waardoor het stuk na een half uur tamelijk willekeurig opeens is afgelopen.

Misschien ben ik partijdig omdat ik ze ken, maar ik ben het meest gecharmeerd van de voorstelling van Kees Deenik en Minnekus de Groot die zich hebben verenigd in Theater Over... Eerder maakte Kees een solovoorstelling op het monologenfestival onder de titel Over Laura Dolron, nu is er Over Tom Manders. Niet alleen over Tom Manders gaat de voorstelling, het belangrijkste thema is vriendschap. Dorus, het belangrijkste personage van Manders, was ons aller huisvriend maar in werkelijkheid een solistisch opererende egoïst die voor de microfoons en voor de camera een ruzie bijlegt met zijn 'vriend' Cor Stein, zijn begeleider, een begenadigd organist.

Over Tom Manders is een mooie gelaagde voorstelling. Aan de ene kant spelen de acteurs zichzelf, en tonen ze met foto's en verhalen het verhaal van hún Dorus, aan de andere kant spelen ze een spel met ons. Zijn de persoonlijke verhalen die verteld worden echt gebeurd of gespeeld?

Ik heb weinig gezien van de groepen die aan de wedstrijd meededen, maar dit is in ieder geval een erg goede voorstelling.

dinsdag, november 29, 2011

Silhouet van het hert & Iri piri

Op de vrijdagavond van het ATFR zie ik ook nog Silhouet van het hert met Verloren en Iri Piri met Jeetje Phoe Hee. De eerste voorstelling is een preview en gaat volgens de makers over kennis maken in de disco, eenzaamheid op een bankje in het park, en het ongemak van het eerste gesprek. Het is precies wat wordt aangekondigd maar door de absurde vorm, twee mannen die rommelen met stoelen, lampjes en dekens, toch verrassend. Ik ben benieuwd naar de complete voorstelling.

De voorstelling daarna, Jeetje Phoe Hee kan me minder bekoren. Twee dames in peignoirs rommelen wat met elkaar, zijn het te vaak met elkaar eens waardoor dramatische spanning ontbreekt. Het zou een dolkomische act moeten zijn zoals een groot aantal komische duo's voor hen hebben gemaakt (Johnny en Rijk, Laurel en Hardy, Snip en Snap), maar echt hilarisch wil het niet worden. De dames zelf hebben veel lol maar die slaat niet over op het publiek.

maandag, november 28, 2011

Tom Struyf: The Tatiana Aarons Ecperience

Voordat we met het Vermoeden onze eigen voorstelling spelen op het ATFR 2011,kijken we eerst naar The Tatiana Aarons Experience, een solovoorstelling van één van de vaste acteurs van het OT, Tom Struyf.

Tom Struyf is op vakantie in Lissabon en wordt 's nachts op straat aangesproken door een jongedame, een studente uit Zuid-Afrika, die naar het vliegveld wil op haar tas op te halen. Ze zit in een gecompliceerde situatie. Haar tas is op het vliegveld, haar paspoort in het hotel waar ze verblijft en de receptionist wil haar het paspoort niet teruggeven voordat ze de hotelkamer heeft betaald. Hij heeft een heel fijn gesprek met haar en het eindigt er mee dat hij haar aanbiedt een taxi naar het vliegveld te betalen. Zij geeft hem haar naam, telefoonnummer en emailadres en verdwijnt. Het geld zal ze de volgende dag in een enveloppe afgeven bij de receptie van het hostel.

Maar dat geld en de vrouw ziet hij niet meer terug.

Dan begint hij een speurtocht. Eerst op internet, via de telefoon, hij neemt contact op met een psychologe, alles om te zoeken wie en wat Tatiana Aarons is. Het is een fascinerend spel dat Tom Struyf speelt met werkelijkheid en fantasie. Zijn verhaal is gebaseerd op twee psychologische theorieën: ToM, vast niet toevallig zijn voornaam, oftewel Theory of Mind. Dat is de theorie dat je wat je beleeft probeert de vatten in een afgerond en kloppend verhaal. Tom kan niet geloven dat de vrouw tegen hem heeft staan liegen,maar gaat tegelijk twijfelen aan de feiten van zijn verhaal.

De andere theorie heet cognitieve dissonantie, de onaangename spanning die ontstaat bij het kennis nemen van feiten of opvattingen die strijdig zijn met een eigen overtuiging of mening, of bij gedrag dat strijdig is met de eigen overtuiging, waarden en normen. Tom is er van overtuigd dat de vrouw de waarheid sprak.

Hij vertelt zijn verhaal met behulp van een camera en een laptop, met een beamer om de beelden van beide te projecteren op een groot scherm achter hem. Het is een verwarrende ervaring, de Tatiana Aarons Experience. Want is wat Tom vertelt echt waargebeurd of is het een verzonnen theatervoorstelling. Dit element, acteurs die zogenaamd zichzelf spelen en waargebeurde verhalen vertellen, komt vaker terug in het ATFR-weekend. Ook Kees Deenik en Minnekus de Groot van Theater Over... doen zoiets, en ook Romana Vrede in de voorstelling Will. Acteurs die niet willen spelen, maar iets vertellen.

Uiteindelijk bevalt me van de drie deze voorstelling van Tom Struyf het beste. Onder andere door het open einde, de vormgeving en door de mooie verdubbeling van het verhaal van een leugenaar op dat van een acteur. Knap gedaan.

Luigi Barzini: Van Peking naar Parijs per auto

Dit boek uit 1909 begint als een avontuur van Kuifje en het lijkt er dan ook op alsof Kuifje naar deze reporter is gemodelleerd. De reporter zit in zijn kantoor te lezen als hij wordt gebeld door zijn hoofdredacteur. Hij moet onmiddellijk op de redactie komen. In het rijtuig onderweg er naar toe overweegt hij wat er gebeurd kan zijn. Een oorlog, een crisis? Maar nee, de hoofdredacteur van de Corriere della Sera vraagt hem om als verslaggever deel te nemen aan de autorace van Peking naar Parijs. In gezelschap van de Italliaanse deelnemer de Principe Scipione Borghese, een adelijk heerschap dat eigenaar is van een modern automobiel. Maar eerst hij even langs New York en daarna door naar Peking. Met andere woorden: een reis om de wereld.

Het is jammer dat dit de Nederlandstalige versie van dit boek, dat gratis is te verkrijgen via de digitale Gutenberg-biblliotheek, slechts een samenvatting is, de hoogtepunten komen uitgebreid aan bod, grote gedeelten, zoals bijna heel Rusland en een groot deel van Europa, worden overgeslagen. Maar een indruk van hoe het was om te leven aan het begin van de moderne tijd, het begin van de twintigste eeuw, geeft het wel.

Tegelijkertijd lijkt het of de aard van de Chinezen al duizenden jaren hetzelfde is. Mooi is de beschrijving van de bureaucratie in China die op allerlei manieren de start van de race hindert uit angst voor de vuurwagen. De eenvoudige Chinese arbeiders die helpen om de auto te verplaatsen op plekken waar niet gereden kan worden, zijn daarentegen ontzettend vriendelijk.

Tot slot een citaat dat de snelheid van de verbindingen aan het begin van de twintigste eeuw weergeeft, niet te vergelijken met de snelheden van het internet nu:

"Mijn telegram aanvaardde de reis. Kalgan nam het aan, om het naar Peking over te seinen. Peking zou het naar Shang-hai zenden. Shang-hai naar Hong-kong, Hong-kong naar Singapore, Singapore naar Aden, Aden naar Malta, Malta naar Gibraltar, Gibraltar naar Londen. Het zou acht à tien uur onderweg blijven, voordat het op de plaats van zijn bestemming zou zijn aangekomen.

Maar de tijd van Pong-Kiong is acht uur vóór bij den midden-europeeschen tijd, en het telegram zou dus eigenlijk twee uur na het vertrek arriveeren. Het was 4.15; tusschen zes en zeven 's avonds zou mijn verslag op de redactiebureaux van de Daily Telegraph en van de Corriere della Sera zijn aangekomen, en reeds den volgenden morgen zouden de engelsche en italiaansche lezers weten, wat aan de automobilisten den dag te voren was overkomen in de woestijn van Mongolië.

Er is zoo iets grootsch in de overwinning, door draden en vonken behaald op tijd en afstand, dat zelfs de ziel van een journalist, die het meest gewend is aan de wonderen der snelheid, op sommige oogenblikken met bewondering en trots is vervuld."

Download Van Peking naar Parijs per auto hier.

zondag, november 27, 2011

Polinka op het ATFR 2011

We, Marjanne en ik, spelen Polinka in de kleine zaal van het OT Theater. Niet echt een kleine zaal want groter dan wat ik gewend ben. Bij de opbouw blijkt er een klein misverstand over het licht. Gelukkig wordt het snel opgelost door de twee vriendelijkke vrouwelijke technici die in de kleine zaal het licht doen. Zou het expres zijn dat in de grpte zaal twee mannen de scepter zwaaien over het licht?

We spelen onze voorstelling voor een man of tien. Het festival is druk bezocht maar de aandacht van het grote publiek gaat duidelijk naar de grote zaal en de voorstellingen in de wedstrijd. Het spelen gaat goed, stukken beter dan tijdens het Tsjechov-festival, alhoewel ik korte tijd na de start het gevoel heb dat ik te snel ga, te gehaast ben. Ik vergeet een regel en tijdens een lange claus gooi ik wat zinnen door elkaar, maar nergens zal dat de onwetende toeschouwer opgevallen zijn.

We zijn tevreden. Van te voren zien we nog Tom Struyf met De Tatiana Aarons Experience en naderhand zie ik nog twee korte voorstellingen. Daarover later meer.

zondag, november 20, 2011

Countryfolk-punk met The Suzannes


Op vrijdagavond oefenen we alweer met The Suzannes voor een optreden op zaterdag aanstaande bij de opening van een tentoonstelling van Toon den Heijer, in Enschede. De opening aldaar wordt verricht door Matthijs van Nieuwkerk. Voor het eerst spelen we als Suzannes akoestisch, een wonderlijk effect. Fred speelt op een elektronisch drumstel, Tull op een elektrische bas, maar Loek bespeelt de dobro, de akoestische gitaar en mondharmonica. Zelf doe ik de ukelele, accordeon en akoestische gitaar. We lijken wel hippies en dat heeft op het nummer Hippie een wonderlijk effect. Alles geluid verdwijnt in een halvemaanvormige pizza waar een groot aantal snoeren uitkomt. Snoeren voor microfoons, voor koptelefoons, voor de bas en voor de drums. Met het apparaat kunnen ook nog eens opnamen worden gemaakt op een geheugenkaart. Na het beluisteren van die opnamen zijn wij in ieder geval erg tevreden over het resultaat dat zoals gezegd komende zaterdag te beluisteren is aan de andere kant van Nederland.

The Suzannes bij Toon den Heijer: zaterdag 26 november, 17.30 uur, Cultuurcentrum De Vrijhof, Universiteit Twente

zaterdag, november 19, 2011

Frits M. Woudstra: Miljonair van regendruppels

Eén van mijn oudste vrienden, van de kunstacademie in Enschede, Frits M. Woudstra, heeft een boek geschreven. Miljonair van regendruppels, een titel 'geleend' van Henk Lamm, de originele miljonair van regendruppels. Het boek is een verzameling verhalen en een kunstwerk. Ieder exemplaar bevat een originele tekening van Frits en het schutblad is een in stukken gesneden litho. Toch is de vormgeving het enige van het boek dat me tegenvalt, gewend als ik ben aan de mooie met loden letters handgeperste tijdschriften uit onze AKI-tijd.

'Je komt er in voor, maar je zult er niet blij mee zijn,' waarschuwde Frits me toen ik het boek overhandigd gekregen had als verjaardagscadeau van mijn vrouw op 15 oktober jl. Deze waarschuwing sloeg ik in de wind en na lezing van het boek blijkt, ik kom er helemaal niet in voor.

Het boek beweegt zich op verschillende vlakken. De meest recente gebeurtenissen zijn de beschrijvingen van wat er gebeurt tijdens het schrijven van het boek. De schrijver bevindt zich in Epies Sentrum, waarin de lezer een volkstuincomplex in de buurt van Amsterdam kan herkennen. Hij draait plaatjes, leest boeken, doet werkjes in en rond het huis. Het doet een beetje denken aan de verhalen van Gerard Reve in zijn huis in Frankrijk. Ook op dat moment actuele gebeurtenissen die hem raken worden in het verhaal opgenomen zoals de dood van Amy Winehouse. Er is veel muziek die met superlatieven wordt bewierookt en er zijn vele geweldige boeken geschreven die door de schrijver worden verslonden. Er wordt weinig gerept over slechte muzikanten en schrijvers.

Dan zijn er beschrijvingen van het werk dat Frits doet in de thuiszorg. Hij schrijft over de mensen die hij verzorgt en soms ook overlijden, en doet dat liefdevol. Tenslotte zijn er een groot aantal jeugdherinneringen, herinneringen aan zijn vader Egon, die overleden is, zijn relatie met hem, en aan zijn moeder en zus. (Die laatste heeft vreemd genoeg een andere naam gekregen.) Die herinneringen aan het leven in Rietmolen en Enschede spraken mij het meeste aan.

Omdat ik de mensen ken waarover het boek gaat vind ik het moeilijk om het objectief te beoordelen. Toch zeggen veel schrijvers dat hoe persoonlijker en unieker je schrijft, hoe universeler het vaak voor de lezers is. Iedereen heeft herinneringen aan al dan niet overleden ouders en kan zich inleven in de verhalen over de hulpbehoevende ouderen die door Frits worden geholpen.

Ondanks dat ik Frits al jaren en, denk ik, behoorlijk goed ken, verraste de inhoud me toch vaak. Hij schrijft zoals hij praat, er is humor en er is ontroering. Ik vind het een heel mooi nieuw onderdeel van het oeuvre van de kunstenaar Frits Marnix Woudstra.

dinsdag, november 15, 2011

eReader

Hoe lang duurt het totdat boeken, net als liedjes, gratis of bijna gratis worden aangeboden op internet. Niet lang meer, schat ik. Voor mijn verjaardag wilde ik graag een eReader zodat ik een grote stapel boeken kan lezen, ingepakt in een compact elektronisch apparaat. Ik vind het een geweldige uitvinding en ben er erg blij mee.

Eerst had ik een kruising tussen de iPad en een eReader besteld (Pocketbook IQ) omdat ik ook wilde internetten, mijn emails lezen, foto's en video's kijken, maar na een dag of drie kwam ik tot de conclusie dat ik de meeste van die dingen ook met mijn mobiel al kan, dit toestel niet heel veel toegevoegde waarde heeft en dat het scherm niet echt prettig leest. Dus de bestelling teruggestuurd en mezelf een echte eReader aangeschaft, een Sony PRS T-1.

Het heeft iets ouderwets, dit apparaat. Een zwartwit-scherm dat me doet denken aan het scherm van onze allereerste computer, de Mac Classic II van Apple die we rond 1992 aanschaften. Het wonderlijkste van het scherm vind ik dat e-ink geen licht geeft. In het toestel zit ook een browser die webpagina's in zwartwit weergeeft. Waarmee je goed mobiele nieuwssites kunt lezen. Foto's zien er op dit scherm uit als krantenfoto's.

Ik begon het gebruik van het apparaat met verder lezen van Ulysses van James Joyce dat ik al enige tijd aan het lezen was. Eerst op het scherm van mijn mobiel (te klein), en daarna, nadat ik in Dublin voor 2,39 een papieren versie had gekocht, op papier. Handig van het lezen op de eReader is dat je altijd een woordenboek bij de hand hebt zodat je elk woord dat je niet kent, simpelweg door het met je vingertop aan te raken, kunt laten vertalen. Ik hik nu tegen het laatste deel van Ulysses aan en heb een adempauze genomen voor de slotmonoloog van Molly.

Het lezen op de eReader is heerlijk. Het eerste hele boek heb ik ook al gelezen. Van Peking naar Parijs per auto. Daarover binnenkort meer.

maandag, november 14, 2011

OT: Man of moods

Bert Luppes is geweldig. Dat blijkt maar weer eens uit deze voorstelling Man of moods. Een muziektheatervoorstelling naar een boek van een Schotse schrijver waarvan ik, zoals vaker bij het OT Theater, nooit van had gehoord. James Kelman schreef het boek How late it was, how late waar Mirjam Koen, de huisregisseur van OT, een bewerking van maakte die ze zelf regisseerde. Vorig jaar deed OT iets soortgelijks met Tenzij je geluk hebt, eveneens gebaseerd op een boek van een schrijver die ik niet kende, Carol Shields.

Sammy, de man of moods uit de titel, wordt op een ochtend wakker en ontdekt dat hij niets meer kan zien, hij is blind. De avond daarvoor is hij in elkaar geslagen door politieagenten. Hij is nogal opvliegend, leeft van kleine criminaliteit en beweegt zich langs de randen van de samenleving, een scharrelaar. Hij komt thuis en ontdekt dat zijn vriendin Helen is verdwenen. Wat is er met haar gebeurd?

Bert Luppes doolt als een blindeman door een prachtig decor van zwarte glanzende wanden die lees weerspiegelen. Op de vloer zijn draden gespannen die een tegelpatroon vormen. Hij wordt ondersteund door twee acteurs/muzikanten van The Sadists en twee vaste acteurs van OT zelf. Sammy houdt van muziek en de muzikanten spelen de muziek die in zijn hoofd zit of uit de radio komt.

Het acteerwerk van Bert Luppes is zoals gezegd geweldig. Nadeel in de voorstelling is het verhaal dat zich nauwelijks ontwikkelt. Is Sammy echt blind of beeldt hij dit zich in of speelt hij het om aan de politie of zijn medecriminelen te ontkomen? Wat is er met Helen gebeurd? Heeft hij haar vermoord zoals hier en daar gesuggereerd wordt? De situaties bij de oogarts, bij de sociale dienst, bij de politie, zijn goed getroffen en gespeeld maar het verhaal komt niet tot een dramatische climax.

Er is mooie muziek van Disney, tot Cash, tot Ramones, maar als Sammy uiteindelijk door een zijdeur verdwijnt worden de vragen niet opgelost. Dat laatste geeft niet, het einde mag open zijn, maar daardoor blijft de voorstelling een beetje steken in een documentair portret van een prachtig geacteerde randfiguur, een nutteloze van de nacht.

Jaren geleden speelde Bert Luppes bij Hollandia een echte documentaire voorstelling, King Corn of zogezegd alles, gebaseerd op het leven van een arbeider in een meelfabriek in Leiden. Op de één of andere manier maakte dat hyperrealistische portret van een echt en levend mens zonder toeters of bellen, toch meer indruk.

Maar zeker gaan kijken, naar Bert Luppes in Man of Moods, nog te zien tot 11 december 2011, zie de website van het OT Theater voor speeldata.

zondag, november 13, 2011

Rode loper

Eén van de hoogtepunten op een avond vol met hoogtepunten is de rode loper. Na de eerste set van Het Gebroken Oor tijdens het jubileum van 25 jaar + 1 worden we ontvoerd in een veel te kleine auto door een chauffeur die zich 'der Rudi' noemt. Hij heeft iets weg van een foute Rudi Carrell met spiegelende zonnebril. Door drie verklede dames, An, El en Ger, onze fanclub beweren ze, is ons een limousine beloofd, maar de witte limousine die tegenover Café Schoonewil staat. blijkt niet voor ons bestemd.

Wij worden door Rudi in een autootje gepropt, Huib, de drummer, zit half op mijn linkerdij en half op de handrem en de drie andere leden van Het Oor zitten achterin op elkaar geperst. We rijden de Soetendaelse weg af totdat Rudi vindt dat we ver genoeg weg zijn en keert hij om. Ook dat gaat niet zonder moeilijkheden. Hij kan in eerste instantie de achteruit niet vinden en licht zichzelf bij met behulp van zijn mobieltje om de cijfers op het versnellingspookje te lezen. Het pookje dat half verscholen gaat onder het linkerbeen van de drummer. Dan rijden we terug naar waar we vandaan kwamen.

Als we er bijna zijn wordt de parkeerplaats die we zojuist hebben verlaten bezet door een andere auto. Rudi wil een andere parkeerplaats nemen maar midden op de weg staat Ger, een dame met een blonde pruik van ongetwijfeld nep krulhaar, te wenken dat Rudi door moet rijden. We rijden door, maken een bocht naar links en belanden op een rode loper. Rondom staat ons publiek klaar om ons te ontvangen, toe te juichen en handtekeningen te vragen. Zo komen we binnen, klaar om onze tweede set te spelen.

Het is een gedenkwaardige avond, ons jubileum. Ging het vorig jaar mis om ons 25-jarig jubileum te organiseren, dit keer maken we de schade meer dan goed. Na afloop zegt Ernst, de toetsenist, dat dit één van onze allerbeste optredens aller tijden was en ik ben het hartgrondig met hem eens. Niet alleen spelen we zelf erg goed, het geluid is ook erg goed en we hebben ook veel te danken aan de vele gasten die we hebben uitgenodigd om één of meer nummers mee te spelen. Op de foto The Suzannes.

maandag, november 07, 2011

Seminair

Het staat er al een behoorlijke tijd op de vernieuwde Hal 4.1, deze monsterlijke typefout tussen theater en skyline, maar ik vraag me nog steeds af wat er met seminair wordt bedoeld. Kijkend naar het lijstje vermoed ik dat het seminar moet zijn.

zondag, november 06, 2011

Straatfotografie

De docent die ons de workshop Straatfotografie geeft is erg enthousiast. Hij heeft precies dezelfde analoge camera die mijn broer vroeger had, een Olympus Trip 35. Zelf had ik een Kodak C35. Beide camera's hadden een 35 mm lens en ik maakte er in het eerste jaar van de kunstacademie in Enschede veel zwartwitfoto's mee die ik zelf afdrukte. Na dat intensieve jaar fotograferen maakte ik niet veel foto's meer. Totdat ik een mobiele telefoon met camera kocht. Maar die digitale foto's waren van tamelijk matige kwaliteit. Slechte lens, weinig pixels. Twee mobiele telefoons verder zijn de foto's iets beter maar toch niet te vergelijken met een echte digitale camera.

De camera die ik bij me heb voor de workshop is in vergelijking met de camera's die de andere bij zich hebben maar een klein en amateuristisch toestelletje. Toch weet ik dat een goede foto meer staat of valt met de fotograaf dan met de camera.

Ik ga de straat op. Naar het Afrikaanderplein. Daar is het op woensdag marktdag. Ik vind het spannend. Ik wil foto's maken van mensen en van dichtbij en weet niet hoe die er op zullen reageren. Zal ik te maken krijgen met agressievelingen die mijn camera in duigen willen slaan als ik ze fotografeer? Ik besluit het eerst maar eens netjes te vragen of ik een foto mag maken. Veel Turken zeggen nee, Surinamers, Antillianen en autochtonen hebben er minder moeite mee. Alhoewel de allereerste twee oude dames die ik vraag of ik een foto van hen mag maken, weigeren. 'We zijn al op de foto gezet,' beweren ze.

Eén man vraagt me de camera te overhandigen. Ik wijs hem aan waar hij staat op mijn foto. Ergens achterin de foto, onherkenbaar. Hij zoekt het symbooltje van een prullenbak en wist vakkundig de foto. Mij kan het niet veel schelen, het was toch geen geweldige foto.

Ook komt een vrouw naar me toe. Ze wil weten of ik haar heb gefotografeerd achter haar marktkraam. Ze vindt dat ze er niet goed uitziet en wil op deze manier niet op de foto. Een man heeft haar verteld dat ik een foto van haar heb gemaakt. Ik laat haar de laatste twintig foto's zien. Daaruit is op te maken wanneer ik langs haar kraam ben gekomen. Ze staat niet op de foto. Zoals ik haar al zei. Gerustgesteld gaat ze terug naar haar kraam.

Ondertussen maak ik een groot aantal foro's stiekem. De camera is er klein genoeg voor. Ik hou het toestelletje voor mijn buik en maak van tijd tot tijd op de bonnefooi een foto, zonder goed te kijken. Op goed geluk. Dat levert mooie toevalstreffers op.

Eén van de best gelukte foto's vind ik bovenstaande foto. Het kind was zozeer in zichzelf verzonken dat ze niet eens opmerkte dat ik een foto maakte.

zaterdag, november 05, 2011

tgMax: Staal

Zeven jongens. Zeven jonge jongens. Zeven jonge acteurs variërend in leeftijd van 17 tot 27 spelen in Staal van theatergroep Max zeven jonge jongens van zestien in het niemandsland tussen kind-zijn en volwassenheid. De ruimte lijkt op de kleedkamer van een sportcentrum. Zo zijn de jongens ook gekleed. Hemdjes en polo's op trainingsbroeken en spijkerbroeken. De jongens zijn stoer en sterk en tegelijk kwetsbaar. Ze kunnen nog niet echt zonder hun ouders maar willen zich wel van hun ouders losmaken. Ze willen graag een meisje maar weten niet hoe ze dat aan moeten pakken. Dat laatste wordt mooi getoond in een doldwaze scène waarin één van de jongens, verkleed als meisje, achterna wordt gezeten door de zes anderen (foto). Een geweldige choreografie met springen, duiken, koprollen, overgooien en vangen. Eén van de hoogtepunten in deze voorstelling die zowel ontroerend als indrukwekkend is.

Elementen worden op een mooie manier herhaald wat een goede structuur geeft aan de voorstelling. Elke keer als een nieuwe fase in het leven van de jongens ingaat, lopen de zeven kriskras over het toneel en roepen afwisselend een kreet, een commando (bijv: "We verlaten onze ouders!"), de overige zes roepen gelijktijdig en zo hard mogelijk "JA" of "NEE". Waarna een nieuw onderwerp in het stuk wordt aangesneden.

Ook wordt van tijd tot tijd één van de jongens uitgedaagd met de zin "Doen of waarheid", waarna die iets persoonlijks over zichzelf vertelt. De anderen zijn niet snel tevreden, de billen moeten echt helemaal bloot. Waarmee ze laten zien wat jongens echt beweegt, wat er achter het masker van stoerheid verborgen zit.

Een energieke voorstelling over de jeugd van tegenwoordig. En is de jeugd van tegenwoordig niet de jeugd van alle tijden? Ik zit in een zaal vol met jongeren in de leeftijdsgroep waarvoor de voorstelling bedoeld is. Er wordt goed op gereageerd, veel gelachen en ook ge-ooh-d. De jongens naast mij zijn te stoer om echt hard te klappen, maar tijdens het kijken waren ze vol aandacht. Maar ach, zijn wij niet allemaal zo geweest. Jongens waren we - maar aardige jongens. Al zeg ik 't zelf..