dinsdag, augustus 16, 2016

H.J.A. Hofland: Tegels lichten


Tegels lichten is de klassieker van de onlangs overleden H.J.A. Hofland. In het boek dat in 1972 verscheen (met een extra hoofdstuk uit 1985) beschrijft hij de toen recente geschiedenis van het Nederland vanaf het einde van de Tweede Wereldoorlog. De dekolononisering van Indonesië, de politionele acties, de Greet Hofmans-affaire, de provo's. Een tijd waarin Nederland ingrijpend veranderde. Vanaf de zijlijn geeft Henk Hofland zijn ironische en altijd scherpe commentaar.

Alweer een tijd geleden kreeg ik dit e-book cadeau als welkomstgeschenk van de toen pas opgerichte uitgever van longreads en non-fictieboeken: Fosfor. Het mooie van een e-reader en een digitale bibliotheek is dat boeken daar jaren kunnen liggen wachten zonder ruimte in te nemen in je boekenkast. Het nadeel is dat je ze wel eens vergeet, een boek dat in je in de boekenkast ziet staan herinnert je er aan dat je het ooit wilde lezen.

Met de dood van de schrijver besloot ik Tegels lichten toch maar eens te lezen. Van alle kanten werd het aangeprezen, met name door de uitgever van wie ik het cadeau had gekregen. Die gaf het opnieuw uit en het werd opnieuw een bestseller. Dat is terecht want het is nog steeds een zeer leesbaar en tijdloos boek. Dat het gaat over zaken die de meeste mensen al vergeten zijn of waar ze slechts van gehoord hebben doet er niet toe. Hofland legt alles helder uit op zijn kenmerkende manier, met een lichte ironie en met formuleringen waar je soms tegelijk hard om kunt lachen en de triestigheid er van inzien.

Het behandelt een tijd waarin Nederland veranderde van een land geregeerd door regenten die vonden dat ze altijd gelijk hadden. Socialistisch, liberaal of katholiek, hun overtuiging deed er niet toe. Terwijl de wereld om ons heen druk aan het dekoloniseren was, hield Nederland vast aan Indonesië. Toen dat verloren was wilde ze hetzelfde doen met Nieuw-Guinea. Terwijl overal in de wereld iedereen kon lezen over de toestand aan het hof rondom Greet Hofmans, werd hier alles stilgehouden en in de doofpot gestopt. Buitenlandse kranten met berichten over de affaire werden door bereidwillige en koningsgezinde importeurs niet geïmporteerd.

Tot besluit nog een paar van de heerlijke ironische zinnen van Hofland, over de opkomst van de eufemistentaal: "Arme ongeschoolde drommels werden niet meer tot levenslang in het pauperdom veroordeeld, maar als minder-draadkrachtigen taalkundig van een beter lot voorzien. Met behulp van de eufemistentaal kan ieder sociaal, lichamelijk of geestelijk gebrek in een betrekkelijk passabel kwaaltje worden omgezet." Een genot om te lezen.

dinsdag, augustus 02, 2016

Simenon: Er zijn nog steeds notebomen

Een rijke man van 74, bankier, tegen het einde van zijn leven, leidt een rustig en regelmatig bestaan totdat hij op een dag een brief krijgt uit Amerika van zijn eerste vrouw vanuit het ziekenhuis. Die brief zet zijn wereld op de kop en hem aan het denken over zijn liefdes en zijn leven, Hij is drie keer getrouwd geweest, de eerste keer met een Amerikaans fotomodel, Pat, de briefschrijfster, die er met zijn oudste zoon van door is gegaan en vanuit Amerika een scheiding heeft aangevraagd. De tweede keer met Jeanne, die van vriendin minnares en echtgenote werd en daarna uiteindelijk weer vriendin. Zij is ook de moeder van zijn twee andere zoons en is als een moeder voor hun beider kleinkind Nathalie. De derde vrouw is een gravin die hij veroverde om het veroveren zelf en die net als zijn eerste vrouw uit zijn leven verdwenen is.
Er zijn nog steeds notebomen, de tweehonderdste (!) roman van Simenon staat vol met overdenkingen van een man op een belangrijk kruispunt in zijn leven. Hij weet dat hij niet al te lang meer te leven heeft, is nog goed gezond, doet nog elke dag aan sport, maar wil graag nog iets maken van de laatste jaren van zijn leven. Hij is oud maar voelt zich niet oud. De brief roept herinneringen op van het verleden en dient als katalysator voor de gebeurtenissen die er op volgen.

Geld speelt geen rol en tegelijk een belangrijke rol in het leven van Jacques Perret-Latour, de hoofdpersoon. Hij hoeft zich geen zorgen te maken over geld, heeft altijd geld voldoende gehad en om te helpen deelt hij het gemakkelijk uit. Tegelijkertijd speelt de belangrijke vraag: wie krijgt de erfenis van zijn kapitaal? De familie van de verloren zoon uit Amerika? De zoons die hij met Jeanne heeft gekregen?

Op zijn zeventigste heeft Jacques zich voorgenomen egoïst te worden maar dat gaat hem toch niet altijd gemakkelijk af. De mensen in zijn omgeving vinden hem koel en afstandelijk, maar onderhuids speelt zich van alles af onder zijn hersenpan. Zoals altijd is Simenon een meester in het beschrijven van de zieleroerselen van zijn hoofdpersonage en zoals altijd verbaas ik me er over dat iemand die zoveel romans heeft geschreven (meer dan tweehonderd in ieder geval) werken van een constant hoge kwaliteit wist af te leveren.