zaterdag, juli 17, 2010

Dagboek Sardinië: San Gavino

Castelsardo/Lu Bagnu, 17 VII 2010

De zwarte man verveelt zich. Hij komt uit Nigeria en zet iedere ochend het ontbijt voor ons klaar. Verder heeft hij blijkbaar niet veel omhanden en hangt hij rond tot er weer iets voor hem is om te doen. Dit alles is slechts interpretatie want we weten niet wat hij de rest van de dag uitvoert. Maar zo lijkt het. Later blijkt hij een taakstraf te hebben en hier te werken omdat hij zoals hij zegt 'verschrikkelijke dingen heeft gedaan.'

Gisteren hebben we een lange tocht gemaakt in de gehuurde Fiat Panda. Van Lu Bagnu naar Sedini, van Sedini naar Bulzi, vervolgens Laerru waar ik een mooi verlaten stationnetje fotografeer, Martis en eindigend in Chiaramonte, een dorp op een 441 meter hoge berg met een oud kasteel van de Doria's boven op de top. Het kasteel kunnen we helaas niet bezoeken, wel kunnen we genieten van het uitzicht op de bergen en dalen rondom. De bergen waarop zich vroeger de boeven schuilhielden.

Eigenlijk zijn we bezig een rijtje plaatsen af te werken die in de Rough Guide staan vermeld maar het is opvallend hoe weinig toeristen er te vinden zijn buiten de smalle strook aan de kust en in de nabijheid van de stranden. Het wordt ons duidelijk waarvoor toeristen naar Sardinië komen, voor zon, zee en strand.

Bij de Domus de Janna in Sedini, oude tomben uitgehakt in een rots, in de middeleeuwen gebruikt als gevangenis, in de negentiende eeuw als woningen voor de armen, treffen we één Duits echtpaar en bij de San Pietro de Simbrános rijdt net een auto met toeristen weg en zien we een ander stel net als wij aankomen en weer vertrekken. Terwijl laatstgenoemde kerk als bijzondere attractie geldt.

Het is sowieso wonderlijk wat iets tot een attractie maakt. De Sardenen zelf zijn overduidelijk trots op de Nuraghi, overblijfselen van de bijna oudste bewoners van het eiland. Ruïnes van hopen stenen zijn het, die voor het oog van de niet-ingewijde niet veel voorstellen en waarvan de functie trouwens ook voor de kenners niet helemaal duidelijk is. Waren het tempels of zijn het graven? Zoals ik al zei zijn dit soort oudheden niet datgene waarvoor de meeste mensen naar Sardinië komen. Toch worden ze in alle reisgidsen uitvoerig beschreven net als de Aragonese 'torres', ronde wachttorens bij de zee, overblijfselen uit de tijd van de Spaanse overheersing. Deze 'torres' zijnvrij simpele bouwwerken, gebouwd van grote stenen, grote staande cilinders. Heb je er eentje gezien dan heb je ze allemaal gezien naar mijn mening. Geen wonder dat deze attracties niet al te veel publiek trekken.

Een uitzonderlijk mooie attractie is de San Gavino, de basiliek van Porto Torres waar we na een lange rit vanaf Chiaramonte terechtkomen, via Nulvi waar we tanken. Nulvi is zo'n plaats die helemaal niet wordt genoemd in de reisgidsen. Zou daar helemaal niets te zien zijn, zouden daar helemaal geen toeristen komen? Het ziet er uit als een mooie provincieplaats en ik spring op verzoek van Mijn Vrouw nog even snel de auto uit om een wandschildering te fotograferen. Dan rijden we snel door via Sorso naar Porto Torres. Het loopt tegen het einde van de middag en we zijn te laat in Porto Torres om de basiliek van binnen te bezichtigen. Dus drinken we op het plein bij een kerk een glas op het terras en genieten we van het stadsleven om ons heen. Uit de kerk klinkt gezang en we hebben uitzicht op de drukke Corso Vittorio Emmanuele II, de hoofdstraat, en er is zoals in elke grote havenplaats genoeg te beleven. De dames die hebben staan zingen in de kerk komen als ze daarmee klaar zijn buiten staan en maken kletspraatjes met elkaar. Winkelende mensen trekken voorbij. Aan de overkant staat een groot en wit modern en er officieel uitziend gebouw dat niets prijst geeft van zijn doel door middel van belettering of anderszins, maar dat met een grote klok het verstrijken van de tijd aangeeft.

Ik vraag de weg naar de San Gavino bij het afrekenen van de drankjes aan de jongen van de bar en dan vertrekken we toch maar naar de weliswaar gesloten basiliek. Almaar rechtdoor is zijn aanwijzing, dan loop je er vanzelf tegenaan. Toch nog even zoeken bij de splitsing van de weg en dan vinden we hem. Van binnen klinkt gezang. We sluipen naar binnen. Binnen zijn vooral veel oudere dames verzameld net als in de kerk aan het plein waar we vandaan komen. Het klinkt evenwel prachtig en de basiliek zelf is wondermooi. Oorspronkelijk gebouwd door de Romeinen en door latere verbouwingen ontdaan van kop of staart. Romaanse zuilen dragen het gebogen dak. Ik geef geen uitvoerige beschrijving, dat kunnen de reisgidsen beter dan ik, maar we zijn geluksvogels omdat we, ondanks dat de kerk gesloten is, toch binnen kunnen kijken.

Foto: Het verlaten station van Laerru

Geen opmerkingen: