zondag, april 03, 2016

Jean-Philippe Toussaint: Football



Football, het laatst verschenen boek van Jean-Philippe Toussaint wordt voorafgegaan door een waarschuwing. Liefhebbers van voetbal zullen er niet veel aan vinden want het gaat niet echt over voetbal. Liefhebbers van literatuur zullen er evenmin iets aan vinden want die houden niet van voetbal. Ik behoor tot de laatste categorie maar sla de waarschuwing in de wind en begin toch te lezen. Halverwege het boek denk ik dat Jean-Philippe Toussaint toch gelijk krijgt. Ik vind er niet echt veel aan, het boeit me niet echt en ik lees eerst De naam van de roos van Umberto Eco, Zink van David van Reybrouck en daarna ook nog Broer van Esther Gerritsen. Dan pak ik het op tweede Paasdag toch weer op en lees het vervolgens in één ruk uit.

Ik pak de draad op bij het hoofdstuk Corée-Japon 2002 waarin Toussaint verslag doet van het wereldkampioenschap voetbal van dat jaar. Hij deed dat voor de Franse krant Libération. Het is een fantastisch verhaal en vanaf dat moment word ik weer gepakt door fenomenale stijl van Toussaint. Vanaf dat moment gaat het niet alleen maar over voetbal maar over veel meer. Over cultuur, over kunst, over schrijven. Er is een mooi hoofdstuk over het WK voetbal dat hij overslaat en in het gezelschap van Jeff Koons doorbrengt bij de autoraces van de 24 uur van Le Mans. Een meer poëtisch relaas is dat van de finale van het laatste WK. Toussaint volgt die op zijn laptop op het eiland Corsica als een gigantisch onweer uitbreekt. Net op het moment dat de finale beslist gaat worden door middel van penalty's valt eerst het internet uit en vervolgens zelfs de stroom. Uit de slaapkamer waar zijn vrouw ligt te slapen ('Is het al voorbij?' vraagt ze), haalt hij een transistorradio op batterijen om van een Italiaanse verslaggever die hij slechts gedeeltelijk kan verstaan de uiteindelijke uitslag te vernemen.

Toussaint schrijft op een kinderlijk enthousiaste manier over voetbal. Geen politiek, omkoping, doping, matchfixing, maar puur genot van het voetbal. Als een kind dat zelf voetbalt. Daarmee begint het boek ook, met zijn eigen avonturen als voetballer, als jochie met zijn kameraden en een voetbal in de straten van Brussel aan het begin van de jaren zestig.

Geen opmerkingen: