zondag, mei 17, 2009

Arnon Grunberg: Onze Oom

Net als ik Onze Oom uit heb lees ik in De Groene Amsterdammer een nogal zure bespreking door Henk Broers van het boek naar aanleiding van de nominatie voor de Libris Literatuur Prijs (die niet gewonnen wordt door Arnon Grunberg). De schrijver van het stukje heeft geteld hoeveel keer Grunberg het woord 'geluk' gebruikt en lijkt meer op een boekhouder dan een boekrecensent. Ondanks dat ook ik het boek te dik vind, of 'te lang vind doorgaan' zoals Pieter Steinz het een dag later op de radio noemt.

Het boek start al gelijk met een prachtige vondst van Grunberg. Majoor Anthony kan geen kinderen krijgen en als hij tijdens een nachtelijke operatie een kind ontmoet, van wie één van zijn korporaals de ouders zojuist heeft vermoord, neemt hij het mee naar huis als geschenk voor zijn vrouw. Deze, midden in de nacht wakker gemaakt, wil er niets van weten. Langzamerhand ontrolt zich een spannend verhaal dat ergens op twee derde van het boek enigszins ontspoort.
Het is Grunberg overduidelijk te doen om zijn ideeën over oorlog en geweld te ventileren en om dit te bereiken wisselt hij een aantal keren van gezichtspunt. Majoor Anthony, zijn vrouw Paloma, het kind Lina en de rebellenleider die De Dirigent wordt genoemd, zijn afwisselend hoofdpersoon in een eveneens afwisselend verhaal.

Daardoor is de werkelijke hoofdpersoon van het boek veeleer de schrijver zelf en zijn ideeën. Ik heb er weer van genoten. Het enigste boek van Arnon Grunberg dat ik nu nog niet gelezen heb (van de romans) is De Joodse Messias. Dat boek moet ik nu ook maar eens lezen. Maar niet gelijk er achter aan.

Geen opmerkingen: