donderdag, mei 14, 2009

Afsluiting

Als ik 's ochtends op school om half negen kijk wie van mijn leerlingen aanwezig zijn tel ik er welgeteld drie van de twaalf. Negen ontbreken. Eentje is altijd geschorst dus die verwachtte ik al niet. Een tweede is alleen de eerste driemaal geweest en verwacht ik ook niet. Twee hebben zich officieel ziek gemeld, van één van die twee vermoed ik dat er niets van waar is. Om kwart voor negen, negen uur komt de vierde binnen. Vaag verhaal over dat-ie naar een soort van tandarts moest, geen orthodontist maar wat precies wel blijft onduidelijk. Ik vraag de Man Die De Absenties Bijhoudt om de leerlingen te gaan bellen. Ik heb eerlijk gezegd weinig hoop. Zo kunnen we niet spelen, zeggen de leerlingen die wel zijn.

Even later komt de Man Die De Absenties Bijhoudt bij me terug. De leerlingen die er niet zijn dachten dat ze er pas het derde uur hoefden te zijn. Hoe ze dat nu weer in hun hoofd hebben gehaald is me een compleet raadsel. Ik heb ze aan het einde van de vorige les duidelijk gezegd dat ze om half negen aanwezig moesten zijn.

Na enige tijd heb ik een groep van acht. Pas later bemerk ik dat er nog een negende ontbreekt. Die komt later toch nog opdagen. Met de acht die ik wel heb bespreek ik wat te doen. Willen we spelen of niet? Slechts één iemand steekt zijn vinger op. Toch volgen er dan meer. Mijn meest getalenteerde speler wil in eerste instantie niet spelen maar ook hij geeft zich gewonnen. Dan volgt opnieuw een moeizame repetitie. Voortdurend vliegen de leerlingen heen en weer. Over het podium, in de verkleedkist, er zit weinig concentratie in.

Kwart voor elf staan we met zijn tienen (negen spelers en ik) op het podium om daar de overgangen te oefenen en een generale repititie te spelen. De coördinator van de skvr houdt aan de zijlijn de wacht en speelt voor politieagent. Net als mijn gastdocent twee weken geleden staat ook zij versteld van het gebrek aan concentratie en focus. Toch spelen we twee voorstellingen. Ondanks alles.
De eerste gaat redelijk met een paar foutjes, tijdens de tweede zit één van de spelers de zaak zo te traineren dat ik er bijna ter plekke een einde aan wil maken. Toch laat ik ze doorgaan. Een moeizame groep, ik ben blij dat ik er van af ben.

Later hoor ik van de coördinator van de skvr dat dit ook een heel moeilijke groep leerlingen is en dat het dus niet aan mij ligt. Daar ben ik dan wel weer blij mee, dit te horen.

Geen opmerkingen: