J. Bernlef: Hersenschimmen

Ik vind ze een tikkeltje saai en een beetje te keurig, Maarten en Vera Klein, de hoofdpersonen van Hersenschimmen. De eerste honderd pagina's sleept het boek zich in mijn ogen voort. Misschien is het omdat ik al een filmversie en een toneelversie heb gezien, maar ook zonder dat is het een beetje voorspelbaar wat er met Maarten gebeurt als hij langzaam dementeert. Hier en daar zijn er spannende herinneringen aan gebeurtenissen uit het verleden, vooral rond een oud-collega, Simic, die zelfmoord heeft gepleegd. Op zulke momenten hoop ik dat er een sluier wordt opgelicht rondom het verleden van Maarten en Vera, hoop ik dat er iets wordt onthuld. Maar uitgezonderd een affaire in Parijs, een slippertje van Maarten tijdens een dienstreis, is er geen groot geheim, geen lijk in de kast. Ondertussen gaat Maarten steeds vreemder doen. Hij breekt uit uit zijn eigen huis, breekt in in een zomerhuisje van vreemde mensen en wordt steeds vergeetachtiger en warriger. Zoals Bernlef dat beschrijft is razend knap. Door middel van herhalingen van gebeurtenissen waarbij wij als lezer ontdekken hoe het werkelijk in elkaar zit toont hij de langzame onttakeling van de hersens van Maarten. Zoals hij speelt met de herinneringen aan Our Man In Havana van Graham Greene, de film en het boek. Om ons te helpen het verhaal beter te begrijpen laat hij Maarten soms een gesprek van Vera met een derde, dokter Eardly bijvoorbeeld, afluisteren. Dat vind ik persoonlijk de mindere stukken in het boek. Daar wordt de truc teveel zichtbaar.

Het mooist vind ik het einde, als de zinnen van Maarten steeds korter, simpeler en onbegrijpelijker worden. Daar lijkt de stijl enigszins op die van Samuel Beckett.
Ook heel mooi is de omslag van mijn boek, een geweldig mooi schilderij van August Strindberg, iemand die zelf ook aardig gek was en die gekte goed kon beschrijven in romans en toneelstukken.

Reacties

Populaire posts