woensdag, januari 24, 2018

Frits Woudstra: Melancholica Man


Na een boek over zijn dode zoon (Lucas Casimir) en een boek over zijn vader (Echo's van Egon) volgt nu een boek over Frits Marnix Woudstra zelf (Melancholicaman). Alhoewel? Ook in dit boek gaat het regelmatig over Lucas (Berichten uit het hiernamaals) en soms over zijn vader.

In korte stukjes, als een soort dagboeknotities of weblogs, kijkt de melancholicaman om zich heen. De wereld in, die leger is geworden. Soms is er ruimte voor humor zoals in het verhaal over de wenende componist, een van mijn favorieten. Soms is zelfs de fantasie gruwelijk. Zoals wanneer het echtpaar in Spanje in het huis van een tante bij het kijken naar een speelfilm geconfronteerd wordt met een scène waarin een jongen door een trein gegrepen wordt. Iets wat ze zichzelf nooit hadden willen voorstellen. Hun zoon heeft zelfmoord gepleegd door zich zelf voor een trein te werpen.

Het mooie is dat Frits Woudstra zware onderwerpen altijd met een lichte toon weet te raken. Geen zware dreigende bassen en cello's, maar fluiten en piccolo's spelen de licht melancholische melodieën. Soms zijn het dromen, dan weer ziet de schrijver opeens zijn zoon verschijnen in een luchtballon.
"We zouden eens iets moeten gaan doen, ondernemen, maar we kwamen nauwelijks on huis meer uit." Dit is de eerste zin. Maar de melancholicaman hoeft niet veel te doen, alleen maar een beetje rond te kijken, zich iets te herinneren en dat in goed geformuleerde zinnen op te schrijven. Herinneringen aan een jeugdvriend, aan scheermesjes, aan muziek.

Maar na drie boeken over mannen, zijn vader, zijn zoon en zichzelf, lijkt het me tijd voor een boek over de vrouwen in Frits' leven. Die zijn steeds op de achtergrond aanwezig. Meestal vol liefde beschreven. Ik dacht aan Jean Rouaud die met De velden van eer schreef over zijn grootvader, zijn vader en zichzelf en toen bedacht dat het tijd werd voor een boek over zijn moeder. Misschien zou Frits daar moeten beginnen, voordat ze er niet meer is, bij zijn oude moeder in Rietmolen. De meeste schrijvers wachten daarmee tot ze dood zijn. Maar waarom wachten?

Geen opmerkingen: