zaterdag, april 17, 2010

Ongeluk


Ik ben bijna bij het Microtheater in Delft en verwacht er op tijd te zijn voor de repetitie voor het Dialogenfestival van vanavond. Ik rijd langs winkelcentrum In de Veste en sla rechtsaf om voor de uitgang van de parkeergarage langs te rijden, het centrum in. Ik ben vanaf Rotterdam komen fietsen langs de Schie, altijd een mooie route. Nog in Rotterdam, nog geen tien minuten van huis, kom ik er achter dat ik geen voorlampje heb. Ik rijd langs de stationsfietsenstalling en schaf me daar een lampje aan voor de terugweg. Even twijfel ik of ik de trein zal nemen. Gaat iets sneller en is iets minder vermoeiend. Maar het is mooi weer, dus verlaat ik de fietsenstalling en rijd via Overschie de stad uit. Na De Zweth is de wind opeens erg hard en erg koud. Ik ben bang niet op tijd te komen en verhoog mijn snelheid voor zover mogelijk. Na de TU Delft zijn alle wegen op weg naar De Veste en de binnenstad behoorlijk opgebroken. Het lijkt Rotterdam wel.

Dan fiets ik zoals boven beschreven langs de Veste en langs de parkeergarage. Een auto komt recht op me af, een andere auto rijdt rechts van de auto en de bestuurder houdt niet de weg voor hem maar de auto rechts naast hem in de gaten. Steeds sneller komt hij recht op me af. Ik probeer nog te ontwijken maar hier helpt geen lieve moeder aan. We komen frontaal in botsing met elkaar. Ik zie de motorkap vlak voor me en verwacht op de motorkap neer te smakken. Wat er precies gebeurt zie ik niet maar een ogenblik later zit of lig ik op het wegdek. Mijn knie doet pijn en er zit een grote scheur in mijn broek.

Naast me staat een man die is komen aansnellen vanuit een tuin vlakbij. Hij hoorde de klap en ging onmiddellijk kijken. Hij is in het gezelschap van een tweejarig meisje dat later Mies blijkt te heten. Hij zegt me langzaam op te staan en vraagt hoe ik me voel. Ik heb pijn in mijn knie en denk dat ik een bloedneus heb. Ik vraag hem om een zakdoek voor mijn neus. Dan komt ook de bestuurder van de auto aanlopen. Eveneens bezorgd. Hij zet zijn auto weg en ik ga met de verkreukelde fiets voorzichtig lopend naar de tuin van de man die alles heeft zien gebeuren. Hij vertelt me dat op dit punt vaak ongelukken gebeuren.

Ik voel me gelukkig goed en mijn hoofd is bij mijn voorstelling. Vanavond staat de dialoog tussen De Mooie Onbekende en Lutter in gezelschap van zijn hond Gero op het programma en ik zou nu in het Microtheater moeten zijn. Maar ik krijg eerst een glas water, de vriendelijke man doet betadine op mijn schaafwond, weinig bloed, en een pleister. Ik voel even een hoofdpijn opkomen maar die zakt al snel weer weg. Ik moet weg, ik moet verder, denk ik steeds.

Maar eerst geeft de bestuurder van de auto zijn gegevens aan mij en ik schrijf mijn naam, adres en telefoonnummer voor hem op. Het is een Marokkaanse man, dat zie ik aan zijn naam, maar hoogstwaarschijnlijk hier geboren en opgegroeid, en hij is erg vriendelijk en correct. Hij belooft me de schade terug te betalen. Ik kijk naar mijn fiets en vermoed dat die total loss is. Het voorwiel is helemaal opgevouwen en ik denk later dat dat voorwiel waarschijnlijk de klap heeft opgevangen. Ik bel één van mijn spelers, want ondertussen ben ik ruimschoots te laat.
"Waar blijf je?" zegt hij. "Ik heb een ongeluk gehad", zeg ik, "en het feit dat ik dit zo vrolijk kan vertellen betekent dat het goed is afgelopen."

Ik loop de stad in, het is druk in Delft, vrijdagavond. Onderweg krijg ik een zakje spekjes van een jongen die reclame maakt voor Haribo. Onbeschrijflijk, denk ik, net als dit avontuur.

Geen opmerkingen: