zaterdag, januari 02, 2016

Willem Frederik Hermans: Nooit meer slapen

Het boek van Willem Frederik Hermans met de beroemdste beginzin dat ik tot nu toe nooit gelezen had. "De portier is een invalide." Zo begint Nooit meer slapen, een roman over een tot mislukken gedoemde expeditie naar Lapland in het Noorden van Noorwegen. Behalve de twee Groningse romans (Onder Professoren en Uit talloos veel miljoenen) heb ik alle grote romans van Hermans gelezen, maar aan dit veelgeprzen boek kwam ik om onbekende redenen nooit toe.

Maar gelukkig veroudert een goed boek niet al denkt mijn jongste docher daar blijkbaar anders over. Toen ik haar vroeg of ze het wilde lezen nadat ik het uit had zei ze: "Ik lees geen oude boeken." Gemiste kans want Nooit meer slapen behoort met De donkere kamer van Damocles tot het beste werk van Hermans, daar is bijna iedereen het over eens. Het toeval wil dat het de openingsfilm wordt van het komende International Film Festival Rottedam (IFFR) onder de Engelse titel Beyond sleep.

De hoofdpersoon Alfred Issendorf gaat op expeditie, eigenlijk om zijn vader te wreken wiens biologische expeditie is mislukt omdat hij in een rotskloof viel en daarbij overleed. De moeder van Alfred is boekrecensent die voor haar recensies stukken van buitenlandse recensenten overschrijft en met deze vorm van plagiaat groot aanzien heeft verworven in de Nederlandse literaire wereld. Zijn zuster Eva is een streng gelovig meisje, dat Alfred voor bijzonder dom houdt. 

Het wordt een barre tocht door moerassige streken waarbij alles mis gaat. De vier expedititeleden worden belaagd door muggen en Alfred voelt zich de sufferd van de groep omdat hij als enige Nederlander tussen Noren steeds achterop raakt. Het lukt hem niet in slaap te komen omdat het hele nacht licht blijft en zijn maat Arne met wie hij de tent deelt voortdurend luid snurkt.

Als de twee expeditieleden Qvigstad en Mikkelsen een andere richting hebben gekozen, gaan Arne en Alfred alleen verder. Ze krijgen onenigheid over de richting die ze moeten kiezen en gaan tenslotte ieder hun eigen weg. Als Alfreds kompas in een spleet tussen de rotsen verdwijnt en zijn horloge stil blijft staan, lijkt hij kompleet verloren in de steppe.

Natuurlijk gaat het er Hermans niet enkel om een spannend en bij tijd en wijle ook erg humoristisch verhaal te vertellen. Het gaat hem om de onderliggende idee├źn. Het zelfbeeld van Alfred is voortdurend aan verandering onderhevig. Hij is in eerste instantie vastbesloten te slagen in zijn missie om meteorietkraters te vinden, zjn opdracht, de reden dat hij daar is. Uiteindelijk is het zaak te overleven en zelfs dat maakt hem op een gegeven moment niets meer uit.

Hermans maakt in de gedachten en in de dialogen van en met de hoofdpersoon gebruik om allerlei eigen Ideeen te berde te brengen. Over identiteit en zelfbeeld, over wetenschap en de ijdelheid van wetenschappers. Ik ben blij dat ik dit boek, gevonden op de Koninginnedagmarkt, uieindelijk toch heb gelezen.

Geen opmerkingen: