woensdag, december 23, 2015

Koen Peeters: De bloemen

Met name de constructie van deze familiegeschiedenis is bijzonder. Het wordt zoals meestal min of meer chronologisch verteld. Maar de manier waarop Koen Peeters de geschiedenis in De bloemen vertelt is uniek.

Via zijn oom Jos is hij in handen gekomen van de brieven die zijn grootmoeder aan zijn vader en aan deze zelfde oom schreef. Daarmee reconstrueert hij de geschiedenis van Louis en Hortence, de ouders van zijn vader René Peeters. Louis is geboren in 1890 en gaat in de boter- en eierenhandel nadat zijn vader zijn lievelingsvarken heeft geslacht. 

Ook de geschiedenis van zijn vader reconstrueert hij, dit aan de hand van diens eigen geschriften en krantenartikelen. Zijn vader was een voorman in een vermoedelijk katholieke volkspartij die niet bij name wordt genoemd. Tussen de verhalen door staan passages in het heden, hoofdstukken met de namen van bloemen en planten, de bloemen uit de titel. Daarin beschrijft Koen Peeters hoe hij werkt aan met het boek (tot spoed gemaand door levende en dode familieleden), ontmoetingen met zijn oom Jos, de broer van zijn overleden vader, en gezinssituaties die meestentijds met de natuur te maken hebben.

Daarmee wordt de familiegeschiedenis een onderdeel van de eeuwige herhaling van de seizoenen, van geboren worden, opbloeien en afsterven. Soms herhaalt de geschiedenis zich bijna letterlijk. Zo is er een dramatische gebeurtenis in het leven van zijn vader als hij wordt belaagd en in elkaar geslagen wordt door Vlaamse nationalisten. Iets wat Peeters weerspiegeld ziet in een gebeurtenis bij een tankstation als hij zelf bijna zonder reden wordt aangevallen, waarbij hij er zonder kleerscheuren vanaf komt. Tezeffder tijd leest hij in de krant over een politicus wiens auto wordt overgoten met varkensbloed. Actueel en van alle tijden want ook nu worden er weer politici en met name burgemeesters, bedreigd. In De bloemen gaat Koen Peeters later op zoek naar de man die dit zijn vader heeft aangedaan. Of deze ontmoeting ook in de werkelijkheid heeft plaatsgevonden blijft onduidelijk, want er is ook veel fantasie in het boek, achterin, in de verantwoording, staat 'niets in dit boek is waar'.

Ondertussen laat hij ook zien hoe God en religie langzaam uit het leven van de familie verdwijnen. Hij doet dat op surrealistische wijze. In het verhaal over Louis duikt God van tijd tot tijd in levende lijve op en heeft grootvader regelmatig gesprekken met Hem. Een andere mooie surrealistische gebeurtenis vindt plaats als zijn vader revalideert in het kleine dorpje Binche na de aanslag en daar in aanraking komt met de carnavalsfiguur van Gilles.

In het heden ziet Koen Peeters regelmatig verschijningen van zijn grootvader als hij bezig is met het schrijven van diens geschiedenis. Zo duikt zijn opa plotseling op vanuit een kast en spreekt die hem toe om vooral vaart te maken met het schrijven van het boek net zoals zijn oom Jos dat in de realiteit doet. In het laatste hoofdstuk, God (bis), knoopt Peeters de lijntjes aaneen in een mooi betoog. Zonder een uitleg te willen geven geeft hij toch een duiding aan het boek dat dan achter je ligt en op mij grote indruk maakte.

Geen opmerkingen: