vrijdag, oktober 01, 2010

Kornél Mundruczó: Hard to be a God

In één van de onderzeebootloodsen van de Rotterdamse Droogdok Maatschappij staan twee grote trucks met opleggers in een hoek van negentig graden opgesteld. We worden er heen gebracht door een man met een bloedende wond aan zijn hoofd en bloed aan zijn rechterhand. Hij gaat ons zijn verhaal vertellen, laten zien. Hij vertelt dat hij van een andere planeet komt en daarna dat dit niet waar is. Wat we gaan zien is al gebeurd.

Als na een intro op film dat op het doek van één van de vrachtwagens wordt vertoond, dat zeildoek opengaat zien we dat in de vrachtwagen een mobiel naaiatelier is gevestigd. Dit atelier wordt met harde hand geleid door Anna. De actrice die Anna speelt heeft een bijzondere manier van acteren. Wat ze speelt wordt niet altijd gereflecteerd in haar gezichtsuitdrukkingdie bijna het hele stuk vrij vlak blijft. In het begin denk ik dat ze niet kan acteren, maar toch weet ze op den duur te overtuigen als de keiharde bazin van het naaiatelier en tegelijk keiharde hoerenmadam van de meisjes die er werken.

Van te voren zijn we gewaarschuwd voor schokkende beelden en de voorstelling is voor 18+. Het thema is vrouwenhandel, maar er is meer aan de hand. Er is een onduidelijke politieke intrige, er is liefde en lust tussen Anna en haar geliefde, de zoon van een politicus die zijn vader een hak wil zetten. Ook de geliefde is keihard en gaat over lijken, de meisjes die in het naaiatelier werken en gebruikt worden als filmsterren in de pornofilms die in de tweede vrachtwagen worden opgenomen, hebben het hard te verduren.

De schouwburg kondigt de voorstelling aan als hyperrealistisch theater, maar het sciencefiction-verhaal met musical-trekjes is niet echt realistisch, waardoor de schokkende beelden toch minder schokkend blijken dan verwacht. Om de zoveel tijd barsten de acteurs in gezang uit en zingen dan zoete popsongs zoals Mamy Blue, de bijnaam van de hoerenmadam, en What the world needs now is love sweet love terwijl één van de meisjes gemarteld wordt met kokend water is van zo'n grote absudriteit dat het bijna niet serieus te nemen is.

De situaties en thema's zijn realistisch maar de vorm is eerder die van een goedkope science-fictionfilm met slecht uitgevoerde trucs. Waarmee ik absoluut niet wil suggereren dat het een slechte voorstelling zou zijn. Integendeel, het is de sterkste voorstelling die ik tot nu toe in de Internationale Keuze heb gezien. Een voorstelling waarover nagedacht kan worden.

Geen opmerkingen: