zondag, september 19, 2010

Wunderbaum: Natives

De titel van de nieuwe voorstelling van Wunderbaum, Natives, krijgt een dubbele lading als we door Pendrecht fietsen en bijna geen enkele autochtone bewoner van Rotterdam Zuid meer aantreffen. We vinden een Hollands echtpaar met een wit hondje aan de avondwandeling dat ons gelukkig de weg kan wijzen naar de Hontenissestraat waar de voorstelling wordt gespeeld. "Wonen daar nog mensen dan?" vraagt de vrouw. Ik denk van niet is mijn antwoord, want de voorstelling wordt in een slooppand gespeeld. Door vijf blanke Nederlanders en één Vlaamse.

We zien een afbraakflat met diverse appartementen zonder buitenmuur waarin zich diverse personen bevinden. Er is een crisis. Er is bijvoorbeeld geen water meer in de flat. De voorstelling gaat "over de smaak van paardenvlees, de drang tot voortplanting en een metro door dikke mist" schrijft Wunderbaum. Aan het begin van de voorstelling wordt een baby geboren. De moeder wordt gespeeld door Marleen Scholten van wie ik me herinner dat ze tijdens de voorstelling De Tien Geboden hoogzwanger was.

Als er maar niets ergs met het kind gebeurt, moest ik onwillekeurig denken naar aanleiding van alle berichten van de laatste tijd in alle media over door hun moeder vermoorde kinderen, en ondanks het feit dat het kind overduidelijk een babypop is. Ze zal de baby toch niet vanaf de tweede verdieping naar beneden gooien? Ik zal niet verklappen hoe het afloopt met moeder en kind, maar de voorstelling toont ons allerlei mogelijke scenario's hoe om te gaan met en crisis.

Er wordt gejaagd op semi-wilde dieren, er wordt gewassen in een plas, gedronken uit dezelfde plas. De spelers wentelen zich in de modderpoel voor de tribune terwijl het publiek op diezelfde tribune huivert en zichzelf warm houdt met plaids.

Het enige wat ik miste was een duidelijke binding tussen de vijf personages waardoor de voorstelling niet alleen fysiek maar ook emotioneel op een afstand blijft. In Welcome to my backyard ging het duidelijk om een groep waarin ieder op verschillende en eigen wijze met het vluchtelingenprobleem om wilde gaan. Dat is hier ook zo, maar hier zijn de personages zelf eilanden die het grootste gedeelte van de tijd niets met elkaar te maken willen hebben.

Het is een wonderlijke en fragmentarische voorstelling met live gemaakte geluidslandschappen afgewisseld met muziek van een oude slingergrammofoon. Ook de belichting van de appartementen van het flatgebouw is indrukwekkend. We worden achtergelaten met het slotbeeld van een tweetal, man en vrouw, dat wegvaart in een bootje begeleid door de zang van Kathleen Ferrier.

Geen opmerkingen: