zondag, februari 14, 2016

Simenon: De schipbreukelingen


In de De schipbreukelingen (Les rescapés du Télémaque, 1938) draait het allemaal om schipper Pierre, een man die aan het begin van het boek gearresteerd wordt op verdenking van de moord op de heer Février. Niemand gelooft dat hij het gedaan heeft en vooral zijn tweelingbroer Charles niet, de werkelijke hoofdpersoon van deze roman van Georges Simenon. Hij wil er alles aan doen om de onschuld van zijn broer Pierre te bewijzen, eigenlijk net als iedereen in het vissersdorp Fécamp waar het verhaal zich afspeelt. Want Pierre is geliefd door iedereen en samen zijn Charles en Pierre het brein en de spieren van één persoon.

Het begin van het boek doet sterk denken aan het begin van De graaf van Monte Cristo. Een schip komt de haven binnen, de schipper wordt gearresteerd en door die associatie ben je er gelijk van overtuigd dat de arrestant onschuldig is. Het ongeloof van de bevolking van het dorp dat bijna in opstand komt tegen de arrestatie, versterkt dit gevoel. Maar wie is dan de werkelijke moordenaar?

De reden waarom Pierre de eerste verdachte is ligt in het verleden. Bij de schipbreuk van de Télémaque, vele jaren geleden, zaten zes mannen in een sloep. Éen van de mannen overleed waarna de overlevenden zich in leven hielden door zich te goed te doen aan het lijk, een Engelsman. Toen de situatie verslechterde sneed Pierre Canut senior, de vader van de Pierre uit deze roman, zich de polsen open. Ook zijn lijk diende als eten voor de vier overlevenden. Drie van hen zijn aan het begin van het verhaal al overleden, de vierde, de heer Février, ligt met de keel doorgesneden in zijn huis. Er wordt een mes gevonden met de initialen P.C. In de kajuit van de jonge Pierre Canut wordt een tabakszak gevonden die aan Février toebehoorde.

Het boek volgt Charles in zijn speurtocht naar de werkelijke dader. Zijn twijfels (niet aan de onschuld van zijn broer), zijn besluiteloosheid en zijn doorzettingsvermogen. Hij moet en zal de misdaad zelf oplossen. Steeds duiken nieuwe verdachten op en het lijkt er op dat hij voortdurend achter de feiten aan loopt. Hoe langer hoe meer realiseert hij zich hoe belangrijk Pierre voor het dorp is en hoe onbelangrijk hij zelf is.

Hij volgt dwaalspoor op dwaalspoor tot de uiteindelijke ontknoping in het toilet van een restaurant in Dieppe. Achterop het Zwarte Beertje dat ik las staat "Met meesterschap beschrijft Simenon de reacties van de verdachte, een stugge jonge visser (...)". Maar dat is een dwaalspoor van de uitgever. Aan de stugge jonge visser wijdt Simenon amper een hoofdstuk. Zijn superioriteit als schrijver bestaat er uit dat hij koos voor de beschrijving van de zoektocht en de gevoelens van de tweelingbroer Charles in plaats van die van de verdachte.

Geen opmerkingen: