dinsdag, augustus 20, 2013

Marguerite Duras: Le marin de Gibraltar


Een wonderlijk boek dat heen en weer zwalkt als een dronken schip over de oceaan, dat is Le marin de Gibraltar van Marguerite Duras. Niet eerder las ik een boek van Duras dat veel langer was dan honderd pagina's, dit boek telt er tegen de vier keer zoveel. In de eerste honderd pagina's neemt de naamloze verteller langzamerhand afscheid van zijn verloofde Jacqueline met wie hij op vakantie is in Italië. Tijdens een lift van Pisa naar Florence hoort hij van een vrachtwagenchauffeur voor het eerst vertellen over 'de Amerikaanse'. Een vrouw die met haar jacht, de Gibraltar, de wereld rondtrekt en voor anker ligt in het plaatsje waar de chauffeur vandaan komt, Rocca.

Na enige dagen in Florence te hebben doorgebracht tijdens een hittegolf waarbij Jacqueline alle bezienswaardigheden van de stad bekijkt en onze naamloze held de dagen slijt in een café, vertrekt het stel naar Rocca. Daar neemt hij het besluit te breken met zijn middelmatig leven en om scheep te gaan op de Gibraltar. Zijn verloofde keert na een ruzie terug naar Parijs en hij vertrekt samen met de Amerikaanse die geen Amerikaanse is maar even Frans als hijzelf en die Anna heet.

Anna heeft jaren geleden toen ze op het schip van haar latere echtgenoot werkte een zeeman uit Gibraltar ontmoet. Het schip heette toen nog de Cyprus, later, toen ze getrouwd was de Anna, en na de zelfmoord van haar echtgenoot, de Gibraltar. De naamloze hoofdpersoon hoort Anna uit over haar geschiedenis. Na de eerste ontmoeting heeft zij de zeeman uit Gibraltar nog tweemaal ontmoet en nu is ze al jaren op zoek naar hem. Onze hoofdpersoon sluit zich aan bij haar zoektocht, zoals, naar later blijkt, velen voor hem.

In de loop van het verhaal wordt langzamerhand duidelijk dat ze de zeeman nooit zullen vinden. Sterker nog, het lijkt er op dat de zeeman helemaal niet bestaat. Is hij een verzinsel, en zo ja, van wie? Van de verteller of van Anna? In het laatste deel dat doet denken aan Heart of Darkness van Joseph Conrad, is de zeeman een soort Afrikaans opperhoofd in de Congo zoals Kurtz uit het boek van Conrad. Even lijkt het er op dat ze de dood zullen vinden in het oerwoud en tenslotte brand de boot af. Desondanks gaat de zoektocht verder, naar de Caraïben ditmaal . Het boek eindigt met de regel: "Maar daar kan ik nog niet over vertellen."

Aan het einde van het boek was ik enigszins teleurgesteld. Niet omdat er geen oplossing komt van het raadsel van de zeeman uit Gibraltar. Eerder omdat aan het einde de spanning langzaam wegebt, met name tijdens een dertig pagina's lange dialoog in een café over dinosauriërs en de ijstijd. Wat verder opvalt is dat in dit boek, opgedragen aan Dionysos, ongelooflijk veel wordt gedronken, met name Hollandse whisky (?). De twee hoofdpersonen zijn bijna voortdurend onder invloed en, zoals ik in het begin al zei, het schip zwalkt als een dronken schip over de oceaan. Is het hele verhaal een illusie, een delirium? Intrigerend is het boek zeker.

Geen opmerkingen: