zondag, oktober 27, 2013

Clean

Hij staat aan de overkant op het andere perron. Een tengere jongen met een grote weekendtas. Verward haar. Donkere kleding. Het is vroeg in de ochtend. Een regenachtige dag op station Rotterdam Alexander. De jongen praat in een mobiele telefoon. Ondanks de afstand tussen ons beiden kan ik hem bijna woordelijk verstaan.

"Laat me nu eens uitpraten."
...
"Laat me nu eens uitpraten."
...
"Laat me nu eens uitpraten."
...
"Ik zeg je toch dat ik drugsvrij ben."
...
"Ze hebben gezegd dat ik altijd terug mag komen."
...
"Ik wil graag contact met je houden."
...
"Laat me nu eens uitpraten."
...
"Nee, ik kan er nu niet voor zorgen, dus die gaat naar het dierenasiel."
...
"Laat me nu eens uitpraten."
...
"ik ga werk zoeken."
...
"Dat beloof ik je."

Driftig beent hij heen en weer over het perron. Luid pratend. Tot de trein arriveert die hem aan mijn blikveld ontrekt. Als de trein weer vertrokken is staat hij er nog steeds. Niet ingestapt. Niet langer in gesprek. Dan arriveert mijn trein aan mijn kant van het perron. Ik stap in.

Geen opmerkingen: