vrijdag, november 30, 2012

Onafhankelijk Toneel: Zeezicht

Het is een raar idee om naar het OT Theater te fietsen voor wat de première van de laatste voorstelling van het Onafhankelijk Toneel zal zijn. Gemengde gevoelens, het moet een feestje zijn en tegelijk is het een afscheid. Bijna veertig jaar heeft het OT bestaan en nu komt daar vrij abrupt een einde aan. Een drama voor alle medewerkers die ander werk moeten zoeken. Toch is er gelukkig geen grafstemming in de foyer bij de première van Zeezicht van Albee. De derde Albee van het OT, opnieuw geregisseerd door Mirjam Koen.

We zien een ouder echtpaar op het strand, mooi vormgegeven door Gerrit Timmers. Een blauwe vloer met golven, witte wanden, verder alles leeg. Het echtpaar wandelt op met strandstoelen, koelbox, kleedjes. Ze filosoferen over de vergankelijkheid en wat ze met wat er aan levensstijl rest aanmoeten. Devroe, gespeeld door Ria Eimers, praat veel, de man, Mathias Maat, praat weinig. De vrouw wil veel reizen, langs alle stranden van de wereld, de man blijft liever rustig thuis. Dit eerste deel is komisch, soms zelfs hilarisch en lijkt een lichtere versie van Who's afraad of Virginia Woolf, het allerbekendste stuk van Albee.

Maar dan komt een straaljager over, spannend weergegeven middels het geluid daarvan en een silhouet, geprojecteerd op de achterwand, en verandert het stuk. Twee sprekende hagedissen zo groot als mensen benaderen de badgasten. Plotseling verandert het stuk van een komedie in een symbolistisch of absurd stuk. Net zoals de eerste landdieren aan het begin van de evolutie uit zee aan land kwamen willen de hagedissen zich ontwikkelen, leren van de twee mensen. Ze hebben angst voor het nieuwe en onbekende en zijn er tegelijk door gefascineerd.

Hoewel er met name door Ria Eimers fantastisch wordt geacteerd riep het stuk bij mij meer vragen op dan dat er antwoorden op volgden. Ik was daarin niet de enige. Waar hadden we nu naar zitten kijken, was de grote vraag. Waar gaat Zeezicht over en wat is de bedoeling? Het einde waarin de zeedieren na hun aanvankelijke besluit om terug te keren onder water ineens toch besluiten om terug te keren, komt uit de lucht vallen. Dan is het stuk opeens afgelopen.

Voordat dat einde er komt zijn er langdurige gesprekken tussen de twee stellen, mens en hagedis, waarbij bij mij de aandacht soms behoorlijk verslapte. De twee vrouwen, naast de al genoemde Ria Eimers is dat Romana Vrede, zijn erg indrukwekkend, de twee mannen spelen hun rollen nogal vlak. Mathias Maat is erg sterk in zijn stille spel en op het moment dat hij de vrouwelijke hagedis voor het eerst van haar leven aan het huilen maakt. Matijs Jansen van Wunderbaum speelt zijn rol bijna voortdurend op dezelfde toon, zonder ontwikkeling.

Een laatste voorstelling die op mij helaas niet de verpletterende indruk maakte waar ik op gehoopt had. Het spetterende einde van het OT dat onmiddellijk alle subsidiegevers en politici ervan had overtuigd dat het zonde zou zijn om dit fantastische gezelschap op te heffen. Wat niet wegneemt dat het OT in de afgelopen bijna veertig jaar geweldige voorstellingen heeft gemaakt, zoals bijvoorbeeld het eerder genoemde Who's afraid of Virginia Woolf van Albee.

Een terugblik op mijn relatie het OT schreef ik al eerder, maar wellicht maak ik binnenkort nog een overzicht van mijn favoriete voorstellingen uit de rijke geschiedenis van het gezelschap.

Geen opmerkingen: